1-500 | 501-729
Chapter, Paragraph
1 Inl | INLEIDING ~Aan mijn broeders in het bisschopsambt,de priesters
2 Inl,1 | 1. BIJ DE AANVANG VAN HET NIEUWE MILLENNIUM, nu het
3 Inl,1 | HET NIEUWE MILLENNIUM, nu het grote Jubeljaar ten einde
4 Inl,1 | Nogmaals weerklinkt in ons hart het woord dat Jezus na zijn
5 Inl,1 | nodigt Hij hem uit . naar het diepe te varen. voor de
6 Inl,1 | gezellen vertrouwden op het woord van Christus en wierpen
7 Inl,1 | ons uit om dankbaar voor het verleden, met geestdrift
8 Inl,1 | verleden, met geestdrift het heden te beleven en om met
9 Inl,1 | de Kerk dit voorbije jaar het gelaat van haar bruidegom
10 Inl,1 | velen werden opgenomen, is het Volk van God in Rome, in
11 Inl,1 | 22,17.20; 1Kor 16,22). ~Het is onmogelijk om te evalueren
12 Inl,1 | de genade in de loop van het jaar in de harten heeft
13 Inl,1 | harten heeft bewerkt. Maar het staat vast dat "een stroom
14 Inl,1 | ontspringt aan de "troon van het Lam" (cf. Apk 22,1), de
15 Inl,1 | hele Kerk heeft doordrenkt. Het is het water van de Geest
16 Inl,1 | heeft doordrenkt. Het is het water van de Geest dat de
17 Inl,1 | nieuw maakt (cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige liefde
18 Inl,1 | geopenbaard in Christus. Aan het eind van dit jaar mogen
19 Inl,1 | jaar mogen we opnieuw met het oude danklied jubelen: "
20 Inl,2 | voort te zetten. Van bij het begin van mijn pontificaat,
21 Inl,2 | mijn pontificaat, zag ik het heilig Jaar 2000 als een
22 Inl,2 | baken. Vijfendertig jaar na het Tweede Vaticaans Oecumenisch
23 Inl,2 | evangelisatie te vervullen. ~Kwam het Jubeljaar daaraan tegemoet?
24 Inl,3 | maanden vaak uitgekeken naar het nieuwe millennium. Het Jubeljaar
25 Inl,3 | naar het nieuwe millennium. Het Jubeljaar was niet enkel
26 Inl,3 | enkel een herdenken van het verleden maar ook een profetie
27 Inl,3 | voornemens en concrete daden. Het is een opgave waartoe ik
28 Inl,3 | bisschop, luisteren naar het Woord en broederlijk verenigd
29 Inl,3 | broederlijk verenigd zijn in het "breken van het Brood" (
30 Inl,3 | zijn in het "breken van het Brood" (cf. Hnd 2,42), is "
31 Inl,3 | werkt ze zich uit" (1). Het is vooral in elke Kerk dat
32 Inl,3 | vooral in elke Kerk dat het mysterie van het ene Godsvolk
33 Inl,3 | Kerk dat het mysterie van het ene Godsvolk een gestalte
34 Inl,3 | verschillende culturen. ~Het geworteld zijn van de Kerk
35 Inl,3 | bijzonder genadejaar aan het Godsvolk heeft gezegd en
36 Inl,3 | de langere periode tussen het Tweede Vaticaans Concilie
37 Inl,3 | Tweede Vaticaans Concilie en het grote Jubeljaar. Iedere
38 Inl,3 | ontwikkelen. Daarom wil ik, vanuit het dienstambt van Petrus, tot
39 Inl,3(1) | Oecumenisch Concilie, Decreet over het herderlijke ambt van de
40 I | MET CHRISTUS, ERFENIS VAN HET JUBELJAAR ~
41 I,4 | Bul tot afkondiging van het Jubeljaar 2000 drukte ik
42 I,4 | Kerk" (3). De ervaring van het jubeljaar heeft zich gemoduleerd
43 I,4 | openbaring van God in Christus. Het christendom is genade, het
44 I,4 | Het christendom is genade, het is de verrassing dat God
45 I,4 | profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot
46 I,4 | 1-2). ~In die dagen! Ja, het jubileum heeft ons laten
47 I,4 | op zichzelf: "Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord
48 I,4 | troost in dit . heden. van het heil dat op het Kruis de
49 I,4 | heden. van het heil dat op het Kruis de deuren van het
50 I,4 | het Kruis de deuren van het Rijk Gods heeft geopend
51 I,4 | nog zul je bij Mij zijn in het paradijs" (Lc 23,43). ~
52 I,5 | De volheid der tijden ~5. Het lijdt geen twijfel dat het
53 I,5 | Het lijdt geen twijfel dat het samenvallen van dit Jubeljaar
54 I,5 | samenvallen van dit Jubeljaar met het binnentreden in een nieuw
55 I,5 | een beter begrijpen van het mysterie van Christus tegen
56 I,5 | van de heilsgeschiedenis. Het christendom is een godsdienst
57 I,5 | invoegt in de geschiedenis! Het is inderdaad doorheen de
58 I,5 | geschiedenis. Hij is er de zin en het uiteindelijke doel van.
59 I,5 | uiteindelijke doel van. Het is inderdaad door Hem, die
60 I,5 | haar bekroning vindt in het Paasmysterie en in de gave
61 I,5 | de gave van de Geest, is het kloppend hart van de tijd,
62 I,5 | kloppend hart van de tijd, het mysterievolle uur waarin
63 I,5 | mysterievolle uur waarin het Rijk Gods nabij komt (cf.
64 I,5 | laatste, de oorsprong en het einde" (Apk 22,13). En Christus
65 I,6 | De zuivering van het geheugen ~6. Opdat ons hart
66 I,6 | zuiverder zou worden om in het mysterie binnen te treden,
67 I,6 | schaduw hebben geworpen op het gelaat van Christus, haar
68 I,6 | de Sint-Pietersbasiliek, het oog gericht op de Gekruisigde,
69 I,6 | kinderen? Deze . zuivering van het geheugen. heeft ons gesterkt
70 I,6 | in onze gehechtheid aan het evangelie. ~
71 I,7 | schenken. Voor sommigen was het Jubeljaar ook het jaar van
72 I,7 | sommigen was het Jubeljaar ook het jaar van hun zaligverklaring
73 I,7 | of heiligverklaring. Of het nu ging om pausen die door
74 I,7 | leken en religieuzen, van het ene continent der aarde
75 I,7 | continent der aarde tot het andere, de heiligheid blijkt
76 I,7 | beste dimensie te zijn om het mysterie van de Kerk tot
77 I,7 | uitdrukking te brengen. Het is een boodschap die geen
78 I,7 | toont op een levende wijze het gelaat van Christus. ~Overigens
79 I,7 | hebben we ter gelegenheid van het heilig jaar veel gedaan
80 I,7 | kerkelijke gemeenschappen, in het kader van het Colosseum,
81 I,7 | gemeenschappen, in het kader van het Colosseum, symbool van vervolgingen
82 I,8 | van de grote menigten op het Sint-Pietersplein ter gelegenheid
83 I,8 | vreugde, onrust, lijden en het gedragen zijn door Christus,
84 I,8 | weg van de hoop gaat. ~Bij het zien van deze aanhoudende
85 I,8 | groepen kwam mij concreet het beeld van de . Kerk op weg.
86 I,8 | ogen, de Kerk die, naar het woord van Augustinus, haar
87 I,8 | gebeuren zien we. Maar wie kan het wonder van de genade peilen
88 I,8 | zich in de harten voltrekt? Het past hierover te zwijgen
89 I,9 | verscheidenheid aan mensen samen. Het indrukwekkende aantal deelnemers
90 I,9 | bijblijven dan andere, dan is het zeker wel deze stroom van
91 I,9 | onderling begrip. Zo was het reeds vanaf de eerste welkomstgroet
92 I,9 | ik tot hen richtte vanaf het plein van Sint-Jan van Lateranen
93 I,9 | Sint-Jan van Lateranen en het Sint-Pietersplein. Daarna
94 I,9 | over de stad, blij zoals het voor jongeren hoort, maar
95 I,9 | naar oprechte vriendschap. Het zal niet makkelijk zijn,
96 I,9 | werd met de jongeren. , uit het geheugen te wissen. Het
97 I,9 | het geheugen te wissen. Het is onmogelijk om de eucharistieviering
98 I,9 | pessimisme te overvallen. Het jubileum van de jongeren
99 I,9 | aanwezig zijn. Is Christus niet het geheim van de ware vrijheid
100 I,9 | van de diepe vreugde van het hart? Is Christus niet de
101 I,9 | vriendschap? Als aan de jeugd het ware gelaat van Christus
102 I,9 | veeleisend is en getekend door het Kruis. Daarom heb ik me
103 I,10 | midden een kind plaatste" en het tot het beeld maakte van
104 I,10 | kind plaatste" en het tot het beeld maakte van de houding
105 I,10 | die we moeten aannemen om het Rijk Gods binnen te treden (
106 I,10 | treden (cf. Mt 18,2-4). ~In het voetspoor van de kinderen
107 I,10 | volwassenen de barmhartigheid van het jubileum komen vragen: van
108 I,10 | de traditionele datum van het feest van de arbeid, had
109 I,10 | aandrang te vragen dat men het economisch en sociaal onevenwicht
110 I,10 | saneren en met beslistheid het proces van de economische
111 I,10 | functie van de solidariteit en het respect dat aan elke mens
112 I,10 | zijn nog teruggekeerd voor het jubileum van de gezinnen,
113 I,10 | de christelijke visie op het plan dat God vanaf de oorsprong
114 I,10 | wijze, de betekenis zelf van het huwelijk en gezin als instelling
115 I,10 | de ontmoetingen die mij het meest heeft ontroerd is
116 I,10 | berouw en hoop. Voor hen is het jubileum op heel bijzondere
117 I,10 | barmhartigheid. geweest. ~Op het einde van het jaar, was
118 I,10 | geweest. ~Op het einde van het jaar, was er de sympathieke
119 I,10 | ontmoeting met . de wereld van het spektakel. , die een grote
120 I,10 | vertrouwen en liefde voor het leven in te boezemen. ~
121 I,11 | Het internationaal Eucharistisch
122 I,11 | Eucharistisch Congres ~11. In het geheel van dit Jubeljaar,
123 I,11 | van dit Jubeljaar, moest het internationaal Eucharistisch
124 I,11 | ook zo! Als de Eucharistie het offer is van Christus die
125 I,11 | onder ons aanwezig komt, kon het toch niet anders dan dat
126 I,11 | reële tegenwoordigheid. in het centrum moest staan van
127 I,11 | gewijd aan de Menswording van het Woord. Daarom werd dit jaar
128 I,11 | jaar" (7) en zo hebben we het pogen te beleven. ~Als men
129 I,11 | congressen, maar vooral op het ogenblik dat ik, in aanwezigheid
130 I,11 | aanwezigheid van een groot deel van het wereldepiscopaat, in een
131 I,11 | uitdrukkelijke daad van vertrouwen het leven van mannen en vrouwen
132 I,11(7) | over de voorbereiding van het jubileumjaar 2000, Tertio
133 I,12 | ik spontaan vooral over het Jubeljaar spreek, gezien
134 I,12 | gewild dat de viering van het Jubeljaar evenzeer in de
135 I,12 | Kerken zou plaatshebben. Het is daar dat de meeste gelovigen
136 I,12 | hebben mogen ontvangen, in het bijzonder de aflaat verbonden
137 I,12 | de aflaat verbonden aan het Jubeljaar. Het is nochtans
138 I,12 | verbonden aan het Jubeljaar. Het is nochtans ook betekenisvol
139 I,12 | betekenisvol dat veel bisdommen het verlangen hebben gevoeld
140 I,12 | haar mysterie zou tonen: het sacrament te zijn van de
141 I,12 | ook aanbevolen dat men in het programma van het Jubeljaar,
142 I,12 | men in het programma van het Jubeljaar, een bijzondere
143 I,12 | Communio en een metropoliet van het Oecumenisch Patriarchaat
144 I,12 | confessies. Ik denk meer in het bijzonder aan het recente
145 I,12 | meer in het bijzonder aan het recente bezoek van Z.H.
146 I,13 | De bedevaart naar het Heilig Land ~13. Overigens,
147 I,13 | jubileum langs de wegen van het Heilig Land kunnen vergeten?
148 I,13 | van Abraham "onze vader in het geloof" (cf. Rm 4,11-16).
149 I,13 | gave van de Decaloog en het Eerste Verbond plaatsvond.
150 I,13 | Eucharistie heb gevierd in het Cenakel op de plaats zelf
151 I,13 | ze werd ingesteld. Ik heb het mysterie van het kruis opnieuw
152 I,13 | Ik heb het mysterie van het kruis opnieuw mogen overwegen
153 I,13 | pijn en rouw omwille van het heersende geweld, heb ik
154 I,13 | Groot was mijn emotie bij het gebed aan de Klaagmuur en
155 I,13 | aan de Klaagmuur en bij het bezoek aan het memoriaal
156 I,13 | Klaagmuur en bij het bezoek aan het memoriaal van Yad Vachem,
157 I,13 | van de mooiste gaven van het Jubeljaar. Als ik terugdenk
158 I,14 | internationale schuld ~14. Het Jubeljaar - hoe kon het
159 I,14 | Het Jubeljaar - hoe kon het anders - was ook een belangrijke
160 I,14 | toe, lag in de lijn van het Jubeljaar, dat in zijn oorspronkelijke
161 I,14 | was waar de gemeenschap het engagement opnam om de rechtvaardigheid
162 I,14 | problematischer gebleken. Het is wenselijk dat de staten
163 I,14 | voor een probleem waarvan het ontwikkelingsproces van
164 I,15 | onze ervaringen tijdens het Jubeljaar. Het laat veel
165 I,15 | ervaringen tijdens het Jubeljaar. Het laat veel herinneringen
166 I,15 | we de grote erfenis die het ons heeft nagelaten willen
167 I,15 | situeren in de contemplatie van het Gelaat van Christus, beschouwd
168 I,15 | zin van de geschiedenis en het licht op onze weg. ~We moeten
169 I,15 | vooruitkijken en . naar het diepe varen. , vertrouwend
170 I,15 | verzadiging, nog minder mag het ons leiden tot een houding
171 I,15 | die ons ertoe aanzet het enthousiasme dat we hebben
172 I,15 | omkijkt, deugt niet voor het koninkrijk van God" (Lc
173 I,15 | God" (Lc 9,62). Wanneer het om het Rijk gaat, is er
174 I,15 | Lc 9,62). Wanneer het om het Rijk gaat, is er geen tijd
175 I,15 | programma vastleggen voor na het Jubeljaar. ~Het is echter
176 I,15 | voor na het Jubeljaar. ~Het is echter belangrijk dat,
177 I,15 | wordt in de contemplatie en het gebed. Onze tijd is een
178 I,15 | uitloopt op activisme en het risico inhoudt . te doen
179 I,15 | voor we . doen. . Laat ons het woord van Jezus tot Marta
180 I,15 | eerst met u bezinnen over het mysterie van Christus die
181 I,15 | mysterie van Christus die het absolute fundament is van
182 II,16 | die ter gelegenheid van het Paasfeest op bedevaart naar
183 II,16 | niet de opdracht gekregen het licht van Christus te laten
184 II,16 | oplichten voor de generaties van het nieuwe millennium? ~Maar
185 II,16 | gelaat te contempleren. Het Jubeljaar heeft ongetwijfeld
186 II,16 | uitdrukkelijker te doen. Bij het einde van het Jubeljaar
187 II,16 | doen. Bij het einde van het Jubeljaar gaan we ons gewoon
188 II,16 | meer dan ooit gevestigd op het gelaat van de Heer. ~
189 II,17 | Het getuigenis van de evangelies ~
190 II,17 | evangelies ~17. Wanneer we het gelaat van Christus contempleren,
191 II,17 | zegt; zij is immers van het begin tot het einde vervuld
192 II,17 | immers van het begin tot het einde vervuld van zijn mysterie.
193 II,17 | vervuld van zijn mysterie. In het Oude Testament gebeurt dit
194 II,17 | gesluierde wijze, maar in het Nieuwe Testament wordt dit
195 II,17 | willen ook luisteren naar het getuigenis van de apostelen (
196 II,17 | Christus zelf hebben ervaren. Het Woord van leven hebben ze
197 II,18 | geschriften, voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen
198 II,18 | van deze getuigenissen van het eerste uur hebben ze, verlicht
199 II,18 | verlicht door de Heilige Geest, het voor de mensen onthutsende
200 II,18 | aantal gegevens vernomen over het leven van "de zoon van de
201 II,18 | openbaar leven, die begon op het ogenblik dat de jonge man
202 II,18 | gedetailleerd verslag. Gesterkt door het getuigenis "uit den hoge"
203 II,18 | prediken dat de komst van het Rijk Gods nabij is, door
204 II,18 | ontknoping op Golgota. Dat is het uur van de duisternis; maar
205 II,18 | stralend en definitief. Bij het einde van hun verhaal tonen
206 II,18 | ze wijzen met nadruk op het lege graf en ze volgen Hem
207 II,18 | 22) en de zending krijgen het evangelie "aan alle volkeren"
208 II,19 | De weg van het geloof ~19. "Vreugde vervulde
209 II,19 | Heer zagen" (Joh 20,20). Het gelaat van Christus dat
210 II,19 | samen hadden geleefd. In het tonen van "zijn handen en
211 II,19 | nieuw leven. Gemakkelijk zal het voor hen zeker niet geweest
212 II,19 | gezien en aangeraakt had, was het in werkelijkheid enkel door
213 II,19 | werkelijkheid enkel door het geloof dat hij ten volle
214 II,19 | volle kon binnentreden in het mysterie van dit gelaat.
215 II,19 | moesten doormaken tijdens het historische leven van Jezus;
216 II,19 | Jezus komen langs de weg van het geloof, een weg waarvan
217 II,19 | geloof, een weg waarvan het evangelie zelf het verloop
218 II,19 | waarvan het evangelie zelf het verloop schijnt aan te geven
219 II,19 | schijnt aan te geven in het bekende tafereel in de streek
220 II,19 | verwijderd van de waarheid. Het volk zal wel de uitzonderlijke
221 II,19 | opgemerkt hebben, maar het was nog niet in staat om
222 II,19 | de kern die de diepte van het mysterie raakt: "U bent
223 II,20 | vond toen Hij "eens aan het bidden was" (Lc 9,18). Deze
224 II,20 | en c oherente kennis van het myst erie rijpen en zich
225 II,20 | de plechtige aanhef van het evangelie van Johannes: "
226 II,20 | evangelie van Johannes: "Ja, het Woord is vlees geworden!
227 II,21 | ondoorgrondelijk mysterie ~21. Het Woord en het vlees, de goddelijke
228 II,21 | mysterie ~21. Het Woord en het vlees, de goddelijke heerlijkheid
229 II,21 | klassieke formulering van het Concilie van Chalcedon (
230 II,21 | naturen". Die ene persoon is het eeuwige Woord, Zoon van
231 II,21 | biedt de mogelijkheid om het ondoorgrondelijke van dit
232 II,22 | 22. "Het Woord is vlees geworden" (
233 II,22 | schitterende uitdrukking van het Christusmysterie door Johannes
234 II,22 | door Johannes weerklinkt in het gehele Nieuwe Testament.
235 II,22 | dat de Zoon van God, "naar het vlees, [..] geboren is uit
236 II,22 | vlees, [..] geboren is uit het geslacht van David" (Rom
237 II,22 | Rom 1,3; cf. 9,5). ~Nu het rationalisme talrijke kringen
238 II,22 | cultuur doordringt, is vooral het geloof in de goddelijkheid
239 II,22 | eerder de neiging gehad het historisch karakter van
240 II,22 | zelfs weg te duwen. Maar het behoort wezenlijk en onbetwistbaar
241 II,22 | wezenlijk en onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk dat het
242 II,22 | het geloof van de Kerk dat het Woord waarlijk "vlees geworden
243 II,22 | is" en dat Hij in alles het menselijk bestaan heeft
244 II,23 | mooier verhoord worden dan in het aanschouwen van het gelaat
245 II,23 | dan in het aanschouwen van het gelaat van Christus. In
246 II,23 | mens was heeft Hij ons ook het ware gelaat van de mens
247 II,23 | zijn goddelijk leven. In het mysterie van de menswording
248 II,23 | hij in de intimiteit van het leven binnen de Drie-eenheid.
249 II,23 | soteriologische dimensie van het mysterie van de menswording.
250 II,23 | mysterie van de menswording. Het is enkel omdat de Zoon van
251 II,24 | Het gelaat van de Zoon ~24.
252 II,24 | gelaat van de Zoon ~24. Het wezen van de goddelijke
253 II,24 | elementen aan die ons helpen om het 'grensgebied' van het mysterie
254 II,24 | om het 'grensgebied' van het mysterie van Jezus' zelfbewustzijn
255 II,24 | zijn persoon te erkennen en het bewustzijn dat Hij zelf
256 II,24 | Hij zelf hiervan had. Is het niet juist dàt wat Lucas
257 II,24 | duidelijk van bewust, zo blijkt het, dat Hij zich in een unieke
258 II,24 | moest zijn?" (Lc 2,49). Het is dan ook niet ve rwon
259 II,24 | Lc 1,22); maar vooral in het evangelie van Johannes.
260 II,24 | twijfelt geen ogenblik aan het bewustzijn dat Hij heeft
261 II,24 | 52), stilaan ook in Hem het bewustzijn groeide van het
262 II,24 | het bewustzijn groeide van het goddelijk mysterie dat tot
263 II,24 | menselijk zelfbewustzijn het pijnlijkst op de proef gesteld
264 II,24 | gesteld worden. Maar zelfs het drama van zijn lijden en
265 II,25 | Het gelaat van een lijdende ~
266 II,25 | beschouwen moeten we ook het meest paradoxale aspect
267 II,25 | durven onder ogen zien, zoals het zich in het uur van zijn
268 II,25 | zien, zoals het zich in het uur van zijn dood op het
269 II,25 | het uur van zijn dood op het kruis manifesteert. Voor
270 II,25 | Voor dit dubbel aspect van het mysterie kan de mens slechts
271 II,25 | Hij wordt overweldigd door het vooruitzicht van de beproeving
272 II,25 | Vader". Hij vraagt Hem, als het mogelijk is, deze beker
273 II,25 | horen. Om aan de mensheid het gelaat van de Vader terug
274 II,25 | moest Jezus niet alleen het gelaat van de mens aannemen,
275 II,25 | mens aannemen, maar ook het "gelaat" van de zonde op
276 II,25 | wanhoop, wanneer Jezus op het kruis uitroept: "Eloi, Eloi,
277 II,25 | maar we mogen ook niet het volgende uit het oog verliezen:
278 II,25 | ook niet het volgende uit het oog verliezen: bij het beklemmende "
279 II,25 | uit het oog verliezen: bij het beklemmende "waarom" dat
280 II,25 | woorden moeten we begrijpen in het licht van het hele gebed
281 II,25 | begrijpen in het licht van het hele gebed waarin de psalmist
282 II,26 | zusters, de kreet van Jezus op het kruis is geen kreet van
283 II,26 | kreet van wanhoop maar wel het gebed van de Zoon die in
284 II,26 | zijn Vader aanbiedt voor het heil van allen. Op het ogenblik
285 II,26 | voor het heil van allen. Op het ogenblik dat Hij onze zonden
286 II,26 | op een heldere manier, het gewicht van de zonde en
287 II,26 | kan ten volle beseffen wat het betekent zich, in de zonde,
288 II,26 | louter lichamelijk lijden; het is eerst en vooral, en dat
289 II,26 | vaak de vraag gesteld hoe het mogelijk was dat Jezus tezelfder
290 II,27 | Tegenover dit mysterie kan naast het theologisch onderzoek ook
291 II,27 | theologisch onderzoek ook het patrimonium van wat we de "
292 II,27 | gemakkelijker op de intuïtie van het geloof in te gaan, vooral
293 II,27 | de ervaring van Jezus op het kruis, in een paradoxaal
294 II,27 | geschonk en wordt. Zo volgen ze het onbev lekte Lam, mijn enige
295 II,27 | mijn enige Zoon, die op het kruis zowel zaligheid als
296 II,27 | niet minder smartelijk. Het is een mysterie, maar ik
297 II,27 | verhelderend getuigenis! Overigens, het lijdensverhaal uit de evangelies
298 II,27 | kinderlijke overgave tot het uiterste aanbiedt: "Vader
299 II,28 | Het gelaat van de verrezen Heer ~
300 II,28 | Vrijdag en Stille Zaterdag, het bebloede gelaat van Jezus
301 II,28 | verborgen aanwezig en is het heil aan de wereld geschonken.
302 II,28 | wereld geschonken. Maar bij het beschouwen van Christus'
303 II,28 | niet blijven stilstaan bij het beeld van de gekruisigde.
304 II,28 | Jezus' verrijzenis was het antwoord van de Vader op
305 II,28 | heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd;
306 II,28 | Christus. Ze doet dit in het voetspoor van Petrus, die
307 II,28 | van de ware vreugde van het hart! Deze ervaring sterkt
308 II,28 | verder te zetten, om bij het begin van dit derde millennium
309 III,29 | verlevendigd door de viering van het Jubeljaar. We dienen er
310 III,29 | hart legt: Ik ben met u. ~Het gaat er dan niet om een "
311 III,29 | programma" te ontwerpen. Het programma is er reeds; het
312 III,29 | Het programma is er reeds; het programma dat gebaseerd
313 III,29 | programma dat gebaseerd is op het evangelie en de levende
314 III,29 | Traditie. Uiteindelijk is het gericht op Christus zelf:
315 III,29 | na te volgen om in Hem het trinitaire leven te beleven
316 III,29 | tot aan de voltooiing in het hemelse Jeruzalem. Het is
317 III,29 | in het hemelse Jeruzalem. Het is een programma dat niet
318 III,29 | culturen, zelfs al houdt het rekening met tijd en cultuur
319 III,29 | oudsher is ons programma voor het derde millennium. ~Het is
320 III,29 | voor het derde millennium. ~Het is evenwel noodzakelijk
321 III,29 | evenwel noodzakelijk dat het vertaald wordt in pastorale
322 III,29 | situatie van elke gemeenschap. Het Jubeljaar bood ons de uitzonderlijke
323 III,29 | uitdrukkelijke catechese rond het thema van de Drie-eenheid,
324 III,29 | maken. Ik ben dankbaar voor het hartelijke antwoord dat
325 III,29 | onvervreemdbare gegevens, is het noodzakelijk dat het unieke
326 III,29 | is het noodzakelijk dat het unieke programma van het
327 III,29 | het unieke programma van het Evangelie gestalte krijgt
328 III,29 | kerkelijke realiteit, zoals het altijd al is geweest. Precies
329 III,29 | vorming en waardering van het personeel, het zoeken naar
330 III,29 | waardering van het personeel, het zoeken naar de vereiste
331 III,29 | vereiste middelen, - die het mogelijk maken om bij de
332 III,29 | verschillende geledingen van het godsvolk, met vertrouwen
333 III,29 | die de voorbereiding van het Jubeljaar gestalte gaven,
334 III,29 | actuele verkondiging van het Evangelie in een veelvoudige
335 III,29 | maken. ~We staan dus voor het heropnemen van een bezielend
336 III,29 | Vanuit de ondervinding van het Jubeljaar zijn ze voor mij
337 III,30 | pastoraal dient te gebeuren in het perspectief van de heiligheid.
338 III,30 | Christus aangeboden, opdat het leven van elke gedoopte
339 III,30 | Ik wens dat velen die aan het jubileum deelgenomen hebben,
340 III,30 | genade ontvangen hebben, in het bewustzijn van haar veeleisend
341 III,30 | veeleisend karakter. Nu het Jubeljaar voorbij is, herneemt
342 III,30 | Jubeljaar voorbij is, herneemt het leven zijn gewone gang,
343 III,30 | leven zijn gewone gang, maar het oproepen tot heiligheid
344 III,30 | onderwerp hebben gehecht, was het niet om een soort spirituele
345 III,30 | intrinsieke en eigen dynamiek in het daglicht te stellen. De
346 III,30 | mysterie", dat wil zeggen als "het verenigde volk dat deel
347 III,30 | de fundamentele zin van het woord als het toebehoren
348 III,30 | fundamentele zin van het woord als het toebehoren aan Hem, die
349 III,30 | zich heiligt" (1 Tes 4,3). Het gaat om een engagement dat
350 III,30 | geroepen tot de volheid van het christelijk leven en de
351 III,31 | herinnering brengen en er het fundament van de pastorale
352 III,31 | programmatie van maken bij het begin van het nieuw millennium,
353 III,31 | maken bij het begin van het nieuw millennium, kan op
354 III,31 | nieuw millennium, kan op het eerste zicht de schijn wekken
355 III,31 | operationeel te zijn. Is het mogelijk de heiligheid te "
356 III,31 | pastorale programmatie in het teken van de heiligheid
357 III,31 | met vergaande gevolgen. Het drukt de overtuiging uit
358 III,31 | overtuiging uit dat, indien het doopsel ons waarlijk binnenvoert
359 III,31 | inwoning van zijn Geest, het een misvatting zou zijn
360 III,31 | worden?". Dit betekent hem het radicaal karakter van de
361 III,31 | goed is" (Mt. 5,48). ~Zoals het Concilie het zelf uitdrukte,
362 III,31 | 48). ~Zoals het Concilie het zelf uitdrukte, mag men
363 III,31 | verkeerd opvatten, alsof het een uitzonderlijke manier
364 III,31 | gewone levensomstandigheden. Het wordt tijd om opnieuw aan
365 III,31 | vastberaden de 'hoge waarde' van het dagdagelijkse christelijke
366 III,31 | leven voor te houden: heel het leven van de kerkelijke
367 III,31 | deze richting ontwikkelen. Het is evenwel vanzelfsprekend
368 III,31 | heiligheid persoonlijk is, en dat het een echte pedagogie van
369 III,31 | is zich aan te passen aan het ritme van elke persoon.
370 III,31 | deze pedagogie zullen in het rijke aanbod aan eenieder,
371 III,32 | Het gebed ~32. Voor deze pedagogie
372 III,32 | onderscheidt door de kunst van het gebed. Het Jubeljaar is
373 III,32 | de kunst van het gebed. Het Jubeljaar is een jaar geweest
374 III,32 | Maar wij weten ook dat het gebed niet vanzelfsprekend
375 III,32 | ons bidden" (Lc 11,1). In het gebed voltrekt zich de dialoog
376 III,32 | Deze wederkerigheid is het wezen zelf, de ziel van
377 III,32 | wezen zelf, de ziel van het christelijk leven en zij
378 III,32 | voor de beschouwing van het gelaat van de Vader. Deze
379 III,32 | drievuldigheidslogica van het christelijk gebed aanleren,
380 III,32 | hoogtepunt en br on v an het kerkelijk leven,(18) maar
381 III,32 | persoonlijke gebedservaring, dat is het geheim van een werkelijk
382 III,32 | tegemoet te zien, omdat het voortdurend tot de bron
383 III,33 | 33. Is het feit dat we heden ten dage
384 III,33 | traditie van de Kerk, zowel in het Oosten als in het Westen,
385 III,33 | zowel in het Oosten als in het Westen, kan ons op dat gebied
386 III,33 | veel leren. Zij toont hoe het gebed als een echte liefdesdialoog
387 III,33 | goddelijke Geliefde, beroerd door het contact met de Geest, en
388 III,33 | kinderlijk toevertrouwend aan het hart van de Vader. Dan hebben
389 III,33 | openbaren" (Joh 14,21). Het gaat om een weg die totaal
390 III,33 | vergeten van Sint Jan van het Kruis en van de Heilige
391 III,33 | tot uitdrukking komt in het smeken om hulp, maar ook
392 III,33 | waarachtige 'dwaasheid' van het hart. Het gaat dus om een
393 III,33 | dwaasheid' van het hart. Het gaat dus om een intens gebed
394 III,33 | nochtans niet afkeert van het engagement in de tijd: het
395 III,33 | het engagement in de tijd: het hart openen voor Gods liefde
396 III,33 | openen voor Gods liefde opent het ook voor de liefde tot de
397 III,33 | tot de broeders en stelt het in staat geschiedenis te
398 III,34 | contemplatieve ervaring en het is belangrijk dat zij er
399 III,34 | dat eenvoudige christenen het kunnen stellen met een oppervlakkig
400 III,34 | vervullen. In een tijd dat het geloof sterk wordt uitgedaagd,
401 III,34 | gevaar'. Zij lopen inderdaad het gevaar dat hun geloof geleidelijk
402 III,34 | deze van de lauden waarmee het openbaar gebed van de Kerk
403 III,34 | oriënteren. Hoe mooi zou het zijn als niet alleen de
404 III,34 | zouden doordrongen zijn! Met het nodige doorzicht dient men
405 III,34 | Eucharistieviering met eventueel het bidden van lauden en vespers,
406 III,34 | vespers, is wellicht meer het overwegen waard dan men
407 III,34 | overwegen waard dan men in het algemeen denkt. De ervaring
408 III,34 | geëngageerde groepen, die voor het merendeel uit leken bestaan,
409 III,35 | gaan naar de liturgie, "het hoogtepunt waarnaar de Kerk
410 III,35 | twintigste eeuw, vooral sinds het Concilie, was er grote vooruitgang
411 III,35 | Christus' verrijzenis is het oorspronkelijk gegeven waarop
412 III,35 | oorspronkelijk gegeven waarop het christelijk geloof steunt (
413 III,35 | een gebeurtenis die in het centrum van het mysterie
414 III,35 | gebeurtenis die in het centrum van het mysterie van de tijd staa
415 III,35 | gebeurtenissen ons wachten in het millennium dat aanbreekt,
416 III,35 | zijn zeker dat Christus het stevig in zijn handen draagt,
417 III,35 | geschiedenis is, waaraan het mysterie van de oorsprong
418 III,36 | 36. Zoals ik het reeds deed in de apostolische
419 III,36 | elke gedoopte werkelijk het hart van de zondag zou zijn.
420 III,36 | van de zondag zou zijn. Het is een engagement dat men
421 III,36 | gebod te voldoen, maar omdat het noodzakelijk is voor ieder
422 III,36 | zelfs in de landen waar het christendom van oudsher
423 III,36 | samengebracht rond de tafel van het Woord en het Brood des Levens.
424 III,36 | de tafel van het Woord en het Brood des Levens. De zondagseucharistie
425 III,36 | zondagseucharistie is dan ook het meest natuurlijk tegengif
426 III,37 | Het sacrament van de verzoening ~
427 III,37 | gemeenschappen de praktijk van het sacrament van de verzoening
428 III,37 | paenitentia hierover. Ze was het resultaat van de bijeenkomst
429 III,37 | inspanningen te leveren om het hoofd te bieden aan de crisis
430 III,37 | bieden aan de crisis van 'het zondebesef' in de huidige
431 III,37 | verzoend. Wij dienen opnieuw het gelaat van Christus te ontdekken,
432 III,37 | Christus te ontdekken, ook in het boetesacrament, als "de
433 III,37 | van de zware zonden die na het doopsel werden bedreven". (25)
434 III,37 | hadden allen de crisis van het sacram ent voor ogen, vooral
435 III,37 | Als vele gelovigen, en in het bijzonder talrijke jongeren,
436 III,37 | sacrament ontvingen, is het waarschijnlijk nodig dat
437 III,37 | creativiteit en volharding het opnieuw aanreiken en in
438 III,37 | waarde herstellen. We mogen het niet opgeven, beste broeders
439 III,37 | opgeven, beste broeders in het priesterschap, in tijden
440 III,37 | kostbare - komen van Hem die het hart van de mensen goed
441 III,38 | Het primaat van de genade ~38.
442 III,38 | ruim plaats wil geven aan het persoonlijk en gemeenschappelijk
443 III,38 | wezenlijk aspect eerbiedigen van het christelijk leven: het primaat
444 III,38 | van het christelijk leven: het primaat van de genade. Steeds
445 III,38 | ten dienste te stellen van het koninkrijk. Maar wij dienen
446 III,38 | kunnen doen" (cf. Joh 15,5). ~Het gebed doet ons precies in
447 III,38 | in deze waarheid leven. Het herinnert er ons steeds
448 III,38 | steeds aan dat Christus in het centrum staat van ons innerlijk
449 III,38 | vangen" (Lc 5,5). Dit is het uur van geloof, van gebed,
450 III,38 | van dialoog met God, die het hart opent voor de genadestroom
451 III,38 | voor de genadestroom en die het mogelijk maakt dat het woord
452 III,38 | die het mogelijk maakt dat het woord van Christus ons in
453 III,38 | Bij deze visvangst was het Petrus die woorden van geloof
454 III,38 | uitgooien" (ibid.). Vandaag is het de opvolger van Petrus,
455 III,38 | opvolger van Petrus, die bij het begin van dit millennium
456 III,38 | een vernieuwde inzet voor het gebed. ~
457 III,39 | Luisteren naar het Woord ~39. Ongetwijfeld
458 III,39 | Woord ~39. Ongetwijfeld zijn het primaat van de heiligheid
459 III,39 | primaat van de heiligheid en het gebed slechts mogelijk vanuit
460 III,39 | beluisteren van Gods woord. Het Tweede Vaticaans Concilie
461 III,39 | betekenis van Gods woord voor het leven van de Kerk onderlijnd.
462 III,39 | wat vooruitgang gemaakt in het onafgebroken beluisteren
463 III,39 | blijkt uit haar plaats in het officieel gebed van de Kerk.
464 III,39 | vanuit de aandacht voor het Woord van God. Geliefde
465 III,39 | verspreiden in de families. Het is vooral noodzakelijk dat
466 III,39 | vooral noodzakelijk dat het beluisteren van het Woord
467 III,39 | dat het beluisteren van het Woord uitgroeit tot een
468 III,39 | doorheen de bijbeltekst, het levende woord te vatten
469 III,40 | Het Woord verkondigen ~40. Ons
470 III,40 | verkondigen ~40. Ons voeden met het Woord, opdat wij "dienaars
471 III,40 | opdat wij "dienaars van het Woord" zouden zijn in zending
472 III,40 | evangelisatie, is zeker bij het begin van het nieuwe millennium,
473 III,40 | zeker bij het begin van het nieuwe millennium, een prioriteit
474 III,40 | vele zwakheden, eigen aan het menselijke, zich uitdrukkelijk
475 III,40 | oproep en nodig u uit om het elan van het eerste begin
476 III,40 | nodig u uit om het elan van het eerste begin te versterken
477 III,40 | Paulus: "Wee mij als ik het evange lie niet verkondigde" (
478 III,40 | verantwoordelijkheid van alle leden van het Godsvolk dient te engageren.
479 III,40 | weg die ieder persoon in het geloof gaat en met aandacht
480 III,40 | volheid worden gebracht. ~Het christendom van het derde
481 III,40 | gebracht. ~Het christendom van het derde millennium zal steeds
482 III,40 | deze eis tot inculturatie. Het zal tegelijkertijd zichzelf
483 III,40 | kerkelijke traditie, en het gelaat aannemen van de ontelbare
484 III,40 | culturen en volkeren waar het aangenomen en geworteld
485 III,40 | verheugd over de schoonheid van het veelvormige gelaat van de
486 III,40 | veelvormige gelaat van de Kerk. Het is wellicht maar een begin,
487 III,40 | taal van eenieder, naar het voorbeeld van Paulus: "Ik
488 III,40 | zei, gaven de jongeren in het Jubeljaar blijk van een
489 III,40 | ons toevertrouwt opdat wij het vrucht laten dragen. ~
490 III,41 | gedragen en geleid worden door het lichtend voorbeeld van vele
491 III,41 | geloofsgetuigen die tijdens het Jubeljaar gevierd werden!
492 III,41 | werden! Voor de Kerk is het bloed van de martelaren
493 III,41 | geschiedenis bevestigd. Zal het ook niet het geval zijn
494 III,41 | bevestigd. Zal het ook niet het geval zijn voor de eeuw
495 III,41 | geval zijn voor de eeuw en het millennium waar wij nu voor
496 III,41 | als iets ver weg, alsof het een categorie uit het verleden
497 III,41 | alsof het een categorie uit het verleden betrof, vooral
498 III,41 | tijdrekening. Hun gedachtenis in het Jubeljaar heeft ons een
499 III,41 | op een of andere manier, het Evangelie beleefden midden
500 III,41 | vervolging, en heel vaak tot het hoogste getuigenis met hun
1-500 | 501-729 |