Chapter, Paragraph
1 I,4 | schepper van de wereld en de mens is willen zijn, maar ook
2 I,10 | het respect dat aan elke mens verschuldigd is. ~De kinderen,
3 II,20 | bloed" verwijst naar de mens en zijn gewone manier van
4 II,21 | waarachtig God en waarachtig mens! Zoals de apostel Thomas
5 II,23 | Hij tezelfdertijd God en mens was heeft Hij ons ook het
6 II,23 | ook het ware gelaat van de mens laten zien, "Hij heeft ten
7 II,23 | Hij heeft ten volle de mens aan hemzelf geopenbaard". (12) ~
8 II,23 | Jezus is "de nieuwe mens" (cf. Ef 4,24; Kol 3,10)
9 II,23 | Hierbij wordt de verloste mens in Christus opgenomen en
10 II,23 | Zoon van God waarachtig mens geworden is dat de mens
11 II,23 | mens geworden is dat de mens in staat is in Hem en door
12 II,25 | van het mysterie kan de mens slechts in aanbidding neerknielen. ~
13 II,25 | alleen het gelaat van de mens aannemen, maar ook het "
14 II,25 | ongeluk nadert, en er is geen mens die mij helpt" (Ps 22,5.
15 IV,49 | zich in zekere zin met elke mens heeft verenigd". (36) Volgens
16 IV,51 | onbewoonbaar en vijandig voor de mens zouden worden? Hoe onverschillig
17 IV,51 | einde. De dienst aan de mens dwingt ons om, bij tij en
18 IV,53 | en van de promotie van de mens, die hun wortels vinden
19 IV,56 | identiteit van de andere mens gekwetst wordt door datgene
20 IV,56 | gentes te verkondigen dat de mens juist in Christus, "de Weg,
21 IV,56 | en de geschiedenis van de mens, de Kerk zelf nooit zal
22 Besl,58| tweeduizend jaar geleden mens werd, zet ook vandaag nog
|