Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | 3. Bovenal, geliefde broeders
2 I,4(2) | mysterium (29 november1998); n. 3; AAS 91(1999), p. 132; 121
3 I,5 | alles ontstaan is" (Joh 1,3; cf. Kol 1,15-16). Zijn
4 II,18 | getuigenissen (cf. Lc 1,3) terwijl ze tevens beroep
5 II,18 | leven te Nazaret (cf. Lc 3,23), hebben ze een aantal
6 II,18 | tot een familie (cf. Mc 6,3). Ze spreken over zijn religie
7 II,18 | geliefde Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint Hij te prediken
8 II,18 | door Hem uitgekozen (cf. Mc 3,13-19), van een groep vrouwen
9 II,18 | Hem zorgden (cf. Lc 8,2-3), van een menigte mensen
10 II,22 | geslacht van David" (Rom 1,3; cf. 9,5). ~Nu het rationalisme
11 II,22 | eeuwigheid (cf. Fil 2,6-8; 1 Pe 3,18). ~Anderzijds is deze
12 II,23 | mens" (cf. Ef 4,24; Kol 3,10) die de verloste mensheid
13 III,30 | driemaal Heilige" (cf. Js 6,3). Zeggen dat de Kerk heilig
14 III,30 | u zich heiligt" (1 Tes 4,3). Het gaat om een engagement
15 III,41 | honderdvoudige opgebracht (cf. Mt 13,3-23). Door hun voorbeeld
16 IV,45(31)| Regel III, 3: "Ideo autem omnes ad consilium
17 IV,49 | naar me toe" (Mt 25, 35-3 6). Deze bladzijde is niet
18 IV,54(39)| appellatus est": Enarr. in Ps 10,3: CCCL 38, 42. ~
19 IV,56 | hoop die in ons leeft (1 Pt 3, 15) aan te bieden. Wij
20 IV,56 | Zoon heeft geschonken" (Joh 3,16). Dit alles, zoals ook
21 IV,56 | waait waar Hij wil" (Joh 3,8) doorheen de universele
22 Besl,59 | Jezus tot mij richt" (Fil 3, 13-14). En ook de contemplatie
|