Chapter, Paragraph
1 Inl | INLEIDING ~Aan mijn broeders in het bisschopsambt,
2 Inl,2 | zetten. Van bij het begin van mijn pontificaat, zag ik het
3 I,9 | gebruik willen maken om hen mijn hartelijkste dank te betuigen.
4 I,13 | 13. Overigens, hoe zou ik mijn persoonlijk jubileum langs
5 I,13 | gemeenschappen. Groot was mijn emotie bij het gebed aan
6 II,20 | hebben jou dit onthuld, maar mijn Vader in de hemel" (Mt 16,
7 II,21 | verheerlijkt. "Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met
8 II,21 | je hand om de opening in mijn zijde te voelen" (Joh 20,
9 II,21 | onophoudelijk herhaalt: "Mijn Heer! Mijn God!" (Joh 20,
10 II,21 | onophoudelijk herhaalt: "Mijn Heer! Mijn God!" (Joh 20,28). ~
11 II,23 | 23. "Tot U zegt mijn hart: 'Ik zocht uw gelaat.'
12 II,24 | Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest zijn?" (Lc 2,
13 II,25 | sabachtani?". Dat betekent: "Mijn God, mijn God, waarom hebt
14 II,25 | Dat betekent: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in
15 II,27 | ze het onbev lekte Lam, mijn enige Zoon, die op het kruis
16 II,27 | Vader in uw handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46). ~
17 III,29 | de voorstellen die ik in mijn apostolische brief Tertio
18 Besl,59| allen, vanuit de grond van mijn hart, mijn zegen. ~Vaticaan,
19 Besl,59| de grond van mijn hart, mijn zegen. ~Vaticaan, 6 januari
20 Besl,59| drieëntwintigste jaar van mijn pontificaat. ~Johannes Paulus
|