Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | onmogelijk om te evalueren wat de genade in de loop van het jaar
2 Inl,3 | de toekomst. We moeten de genade die we hebben ontvangen
3 I,4 | Christus. Het christendom is genade, het is de verrassing dat
4 I,8 | wie kan het wonder van de genade peilen dat zich in de harten
5 I,12 | gelovigen de bijzondere genade hebben mogen ontvangen,
6 II,18 | woorden en in tekenen van genade en barmhartigheid de eisen
7 II,20 | slechts mogelijk is vanuit de genade. Enkel in stilte en gebed
8 II,20 | vervuld als Hij was van genade en waarheid" (Joh 1,14). ~
9 III,30| jubileumaflaat als een bijzondere genade, door Christus aangeboden,
10 III,30| deelgenomen hebben, deze genade ontvangen hebben, in het
11 III,33| aantrekkelijke vormen. Wij die de genade bezitten in Christus te
12 III,33| totaal gedragen is door de genade, maar evenwel een sterk
13 III,38| Het primaat van de genade ~38. De pastorale programmering
14 III,38| leven: het primaat van de genade. Steeds weer worden we bekoord
15 III,38| echt meewerken met zijn genade en nodigt Hij ons uit om
16 III,41| Aan ons nu om, met Gods genade, in hun spoor te stappen. ~
17 IV,54 | en ons openen voor zijn genade die ons tot nieuwe mensen
18 IV,56 | het voor ons in feite een genade is die ons met vreugde vervult,
19 IV,56 | van het mysterie van de genade, met haar oneindig rijke
20 IV,57 | te verwijzen als de grote genade waarvan de Kerk in de twintigste
|