Chapter, Paragraph
1 I,4 | aanvoelen, van wie "elke goede gave en elk volmaakt geschenk" (
2 I,5 | het Paasmysterie en in de gave van de Geest, is het kloppend
3 I,6 | roepen en de bijzondere gave van de aflaat te bekomen,
4 I,9 | voor de Kerk een bijzondere gave van Gods Geest zijn. Als
5 I,13 | gehouden op de Sinaï waar de gave van de Decaloog en het Eerste
6 II,18 | herkennen en hoe ze van Hem de gave van de Geest ontvangen (
7 III,30 | heiligen (cf. Ef 5,25-26). Deze gave die we 'objectief' kunnen
8 III,30 | gedoopte aangebod en. ~Maar de gave houdt op haar beurt een
9 III,35 | verrezen Heer en van de gave van de Geest, een echt wekelijks
10 III,35 | Christus aan de apostelen de gave van de Geest en de vrede
11 IV,43 | en te waarderen als een gave van God. Het is niet alleen
12 IV,46 | uitnodigt tot een totale gave van zichzelf en tot de inzet
13 IV,46 | een vitaliteit geven die gave is van God en teken van
14 IV,48 | Lichaam, in de eenheid die een gave van de Geest is, is zij
15 IV,48 | kwetsbaarheid waarmee wij de gave ontvangen die voortdurend
16 IV,48 | tegelijk ook de voortdurende gave die de Kerk op een geheimzinnige
17 IV,48 | het noodzakelijk is deze gave te ontvangen en ze op een
18 IV,56 | vreugdevolle aankondiging van een gave is die aan allen wordt aangeboden
19 IV,56 | vrijheid van eenieder: de gave van de openbaring van Gods
20 Besl,58| over hen de levenwekkende gave van de Geest uit te "blazen"
|