Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | visvangst: "Duc in altum" (Lc 5,4). Petrus en zijn gezellen
2 Inl,1 | ons nieuw maakt (cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige
3 I,4 | 4. "We danken U, Heer, God,
4 I,4 | in vervulling gegaan" (Lc 4,21). Tweeduizend jaar zijn
5 I,4(3) | Ibid. n. 4; l.c. p. 133; 121 Kerkelijke
6 I,5 | de tijd gekomen was" (Gal 4,4). Als men Christus ziet
7 I,5 | tijd gekomen was" (Gal 4,4). Als men Christus ziet
8 I,5 | tot een grote boom (cf. Mc 4,30-32). ~"Christus toen,
9 I,10 | binnen te treden (cf. Mt 18,2-4). ~In het voetspoor van
10 I,13 | vader in het geloof" (cf. Rm 4,11-16). Ik heb echter vrede
11 II,18 | van Jeruzalem (cf. Lc 2,4) en die Hem er toe bracht
12 II,18 | stad te bezoeken (cf. Lc 4,16). ~Voor de periode van
13 II,22 | behalve in de zonde (cf. Heb 4,15). Vanuit dit oogpunt
14 II,23 | de nieuwe mens" (cf. Ef 4,24; Kol 3,10) die de verloste
15 III,30 | dat u zich heiligt" (1 Tes 4,3). Het gaat om een engagement
16 III,30(16)| Cyprianus, De Orat. Dom. 23: PL 4, 553; cf. Lumen Gentium,
17 III,30(16)| cf. Lumen Gentium, nr. 4. ~
18 III,32 | blijven, jullie en Ik" (Joh 15,4). Deze wederkerigheid is
19 IV,42 | hart en ziel" te maken (Hnd 4,32). Door deze liefdesgemeenschap
20 IV,56(42) | vandaag, Gaudium et Spes, nr. 4. ~
|