Chapter, Paragraph
1 Inl,2 | 2. Daarom wil ik u graag uitnodigen om samen
2 I,4 | 4. "We danken U, Heer, God, Albeheerser" (
3 I,4 | is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling
4 I,15 | leggen, wil ik me eerst met u bezinnen over het mysterie
5 II,19 | van het mysterie raakt: "U bent de Messias, de Zoon
6 II,23 | 23. "Tot U zegt mijn hart: 'Ik zocht
7 II,25 | God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?" (
8 II,25 | Onze vaderen vertrouwden op U, vertrouwden op U, en U
9 II,25 | vertrouwden op U, vertrouwden op U, en U hebt hen gered; Blijf
10 II,25 | U, vertrouwden op U, en U hebt hen gered; Blijf niet
11 II,27 | een mysterie, maar ik kan u verzekeren dat ik er toch
12 II,28 | Heer, Gij weet toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,15-17).
13 III,29| ons hart legt: Ik ben met u. ~Het gaat er dan niet om
14 III,30| dit is de wil van God: dat u zich heiligt" (1 Tes 4,3).
15 III,37| Maar meer nog heb ik u uitgenodigd om Christus
16 III,40| ik deze oproep en nodig u uit om het elan van het
17 III,40| eerste begin te versterken en u te laten doordringen van
18 IV,48 | allen één mogen zijn zoals U, Vader, in mij en Ik in
19 IV,48 | Vader, in mij en Ik in U" (Joh 17,21) - is tegelijk
|