Chapter, Paragraph
1 Inl,2 | aan God. Toch kunnen we alleen maar dankbaar zijn voor "
2 I,6 | vergiffenis. Dit gebeurde niet alleen bij hen die zich over hun
3 I,8 | vertroostingen van God" (6). Alleen de buitenkant van dit bijzondere
4 II,20 | onze menselijke krachten alleen, nooit tot de volmaakte
5 II,24 | doden want: "Hij tastte niet alleen de sabbat aan, Hij noemde
6 II,25 | beproeving die Hem wacht en, heel alleen met God, roept Hij Hem aan
7 II,25 | schenken, moest Jezus niet alleen het gelaat van de mens aannemen,
8 II,26 | unieke kennis en ervaring die alleen Hij van God bezat, ziet
9 II,26 | zonde en Hij lijdt er onder. Alleen Hij, die zijn Vader ziet
10 III,30| heilige Geest", (16) kon alleen maar leiden tot de herontdekking
11 III,33| ontmoeting met Christus niet alleen tot uitdrukking komt in
12 III,34| mooi zou het zijn als niet alleen de religieuze communiteiten
13 III,35| 16). Door zijn Pasen niet alleen een keer per jaar maar elke
14 IV,42 | brandde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen van
15 IV,43 | gave van God. Het is niet alleen een geschenk voor diegene
16 IV,50 | verbeeldingskracht niet alleen op efficiënte wijze middelen
17 IV,56 | gebeuren, alsof het voor ons alleen om een loutere 'mening'
18 IV,56 | Dit beginsel ligt niet alleen aan de basis van de onuitputtelijke
19 IV,56 | erkent de Kerk dat zij niet alleen veel heeft geschonken, maar
|