Chapter, Paragraph
1 I,10 | Gods binnen te treden (cf. Mt 18,2-4). ~In het voetspoor
2 II,18 | zoon van de timmerman" (Mt 13,55) en dat van "de timmerman"
3 II,18 | volkeren" te verkondigen (Mt 28,19). ~
4 II,19 | Caesarea van Filippus (cf. Mt 16,13-20). Jezus geeft de
5 II,19 | of een van de profeten" (Mt 16,14). Ongetwijfeld een
6 II,19 | ben Ik volgens jullie?" (Mt 16, 15). Enkel de geloofsbelijdenis
7 II,19 | Zoon van de levende God" (Mt 16,16). ~
8 II,20 | mijn Vader in de hemel" (Mt 16,17). De uitdrukking "
9 II,24 | veelvuldig onderlijnd (cf. Mt 11,27; Lc 1,22); maar vooral
10 III,29 | voleinding van de wereld" (Mt 28,20). Deze zekerheid,
11 III,31 | Vader onverdeeld goed is" (Mt. 5,48). ~Zoals het Concilie
12 III,40 | als een nieuw talent (cf. Mt 25,15) dat de Heer ons toevertrouwt
13 III,41 | honderdvoudige opgebracht (cf. Mt 13,3-23). Door hun voorbeeld
14 IV,46 | de Heer van de oogst (cf. Mt 9,38) om roepingen tot het
15 IV,47 | wat God sinds "het begin" (Mt 19, 18) heeft bedoeld. In
16 IV,49 | jullie kwamen naar me toe" (Mt 25, 35-3 6). Deze bladzijde
17 IV,54 | het licht van de wereld" (Mt 5, 14) te zijn. ~Dit is
18 Besl,58| Zoon en de heilige Geest (Mt 28, 19). Deze missionaire
|