Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | verscheidenheid van haar gaven en de eenheid van haar zending. ~
2 I,12 | sacrament te zijn van de eenheid (8). ~Ik had ook aanbevolen
3 II,21 | intieme en onlosmakelijke eenheid van deze twee polen is de
4 II,26 | verwerken: enerzijds de diepe eenheid en verbondenheid met zijn
5 III,30| volk dat deel heeft aan de eenheid van Vader, Zoon en de heilige
6 III,33| de mystici beleefd als "eenheid met de Bruidegom". Kunnen
7 III,36| rol van sacrament van de eenheid kan uitoefenen. ~
8 IV,42 | instrument van de intieme eenheid met God en van de eenheid
9 IV,42 | eenheid met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht". (27) ~
10 IV,43 | staat te zijn; in de diepe eenheid van het Mystiek Lichaam,
11 IV,46 | alle gaven van de Geest. De eenheid van de Kerk is geen eenvormigheid,
12 IV,48 | de Kerk als mysterie van eenheid. "Ik geloof in de ene Kerk":
13 IV,48 | Als zijn Lichaam, in de eenheid die een gave van de Geest
14 IV,48 | Dit gebed openbaart ons de eenheid van Christus met zijn Vader,
15 IV,48 | Vader, die de bron van de eenheid van de Kerk is, en tegelijk
16 IV,48 | einde van de tijd. Deze eenheid, die zich concreet realiseert
17 IV,48 | onophoudelijk voort naar de volle eenheid. (35) ~Het gebed van Christus
18 IV,48 | samen op weg te gaan, in de eenheid van het geloof en in eerbied
|