Chapter, Paragraph
1 I,4 | barmhartigheid liet aanvoelen, van wie "elke goede gave en elk
2 I,4 | hebben aan ontferming - en wie heeft dit niet? - vinden
3 I,8 | bijzondere gebeuren zien we. Maar wie kan het wonder van de genade
4 I,9 | voor henzelf, noch voor wie hen hebben gadegeslagen,
5 I,10 | boodschap mee, niet enkel aan wie erbij was, maar ook aan
6 I,10 | erbij was, maar ook aan wie erover hoorde of er via
7 I,15 | Jezus zelf waarschuwt ons: "Wie de hand aan de ploeg slaat
8 II,16 | Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft de Kerk immers
9 II,17 | nadruk kon bevestigen: "Wie de Schrift niet kent, kent
10 II,19 | hetzelfde als dit van Jezus, met wie ze gedurende ongeveer drie
11 II,19 | maken heeft: "En jullie, wie ben Ik volgens jullie?" (
12 III,30| van Christus tonen, voor wie Hij zich heeft overgeleverd,
13 III,33| van Christus' belofte ; "Wie mij liefheeft zal ondervinden
14 III,40| Godsvolk dient te engageren. Wie Christus werkelijk ontmoet
15 IV,48 | grondslag in Christus, in wie de Kerk niet verdeeld is (
16 IV,49 | gelaat van al diegenen met wie Hijzelf zich heeft willen
17 IV,51 | ontij, te verkondigen dat al wie genieten van de nieuwe mogelijkheden
|