Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | wat komt: "Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag
2 Inl,1 | grote herder van de schapen" is (Heb 13,20). Vanuit een
3 Inl,1 | velen werden opgenomen, is het Volk van God in Rome,
4 Inl,1 | heilige deur' die Christus is, binnengetreden. Hij is
5 Inl,1 | is, binnengetreden. Hij is de eindbestemming van de
6 Inl,1 | 17.20; 1Kor 16,22). ~Het is onmogelijk om te evalueren
7 Inl,1 | Kerk heeft doordrenkt. Het is het water van de Geest dat
8 Inl,1 | maakt (cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige liefde van
9 Inl,1 | Dank de Heer, want Hij is goed, zijn liefde kent geen
10 Inl,3 | voornemens en concrete daden. Het is een opgave waartoe ik alle
11 Inl,3 | het Brood" (cf. Hnd 2,42), is "de ene, heilige, katholieke
12 Inl,3 | werkt ze zich uit" (1). Het is vooral in elke Kerk dat
13 Inl,3 | van de Incarnatie. Daarom is de tijd aangebroken voor
14 I,4 | Christus. Het christendom is genade, het is de verrassing
15 I,4 | christendom is genade, het is de verrassing dat God niet
16 I,4 | van de wereld en de mens is willen zijn, maar ook gelijk
17 I,4 | willen zijn, maar ook gelijk is geworden aan zijn schepsel "
18 I,4 | geschiedenis geen afbreuk is gedaan aan de frisheid van
19 I,4 | hebben aangekondigd: "Vandaag is in de stad van David uw
20 I,4 | David uw Redder geboren; Hij is de Messias, de Heer" (Lc
21 I,4 | toe op zichzelf: "Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord
22 I,5 | heilsgeschiedenis. Het christendom is een godsdienst die zich
23 I,5 | in de geschiedenis! Het is inderdaad doorheen de geschiedenis
24 I,5 | goddelijk en menselijk mysterie, is Hij fundament en centrum
25 I,5 | van de geschiedenis. Hij is er de zin en het uiteindelijke
26 I,5 | uiteindelijke doel van. Het is inderdaad door Hem, die
27 I,5 | Woord en Beeld van de Vader is, dat "alles ontstaan is" (
28 I,5 | is, dat "alles ontstaan is" (Joh 1,3; cf. Kol 1,15-
29 I,5 | in de gave van de Geest, is het kloppend hart van de
30 I,6 | bestaat, "tezelfdertijd heilig is en steeds weer geroepen
31 I,7 | uitdrukking te brengen. Het is een boodschap die geen woorden
32 I,7 | in de eerste eeuwen. Dit is een erfenis die we niet
33 I,9 | bijblijven dan andere, dan is het zeker wel deze stroom
34 I,9 | geheugen te wissen. Het is onmogelijk om de eucharistieviering
35 I,9 | Vergata te vergeten. ~Hier is nog eens gebleken hoe de
36 I,9 | in volheid aanwezig zijn. Is Christus niet het geheim
37 I,9 | diepe vreugde van het hart? Is Christus niet de beste vriend
38 I,9 | zelfs als ze veeleisend is en getekend door het Kruis.
39 I,10 | aan elke mens verschuldigd is. ~De kinderen, met hun onweerstaanbare
40 I,10 | het meest heeft ontroerd is die met . de gevangenen
41 I,10 | berouw en hoop. Voor hen is het jubileum op heel bijzondere
42 I,11 | de Eucharistie het offer is van Christus die onder ons
43 I,12 | Kerken zou plaatshebben. Het is daar dat de meeste gelovigen
44 I,12 | verbonden aan het Jubeljaar. Het is nochtans ook betekenisvol
45 I,12 | lang, maar wat ons bezielt is de hoop dat weggeleid worden
46 I,14 | uitvoering brengen. Daarentegen is de kwestie van de multilaterale
47 I,14 | problematischer gebleken. Het is wenselijk dat de staten
48 I,15 | Wanneer het om het Rijk gaat, is er geen tijd om achterom
49 I,15 | voor na het Jubeljaar. ~Het is echter belangrijk dat, wat
50 I,15 | en het gebed. Onze tijd is een tijd van . altijd in
51 I,15 | alles, maar slechts één ding is nodig" (Lc 10,41-42). Vooraleer
52 I,15 | die het absolute fundament is van heel ons pastoraal handelen. ~
53 II,16 | Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft de Kerk immers niet
54 II,17 | Schrift over Hem zegt; zij is immers van het begin tot
55 II,17 | Door hun bemiddeling is een geloofsvisie tot ons
56 II,17(9)| ignoratio Christi est": Comm. In Is., Prol.: PL 24, 17. ~
57 II,18 | van het Rijk Gods nabij is, door er in woorden en in
58 II,18 | ontknoping op Golgota. Dat is het uur van de duisternis;
59 II,19 | pertinent antwoord, maar hoever is dit nog verwijderd van de
60 II,19 | bepaald. In werkelijkheid is Jezus heel anders! Wat Hij
61 II,19 | van de zijnen verwacht, is juist die bijkomende stap
62 II,20 | 20. Hoe is Petrus tot dit geloof gekomen?
63 II,20 | openbaringsgenade" van de Vader is daartoe vereist (cf. ibid).
64 II,20 | dat dit slechts mogelijk is vanuit de genade. Enkel
65 II,20 | Johannes: "Ja, het Woord is vlees geworden! Hij is onder
66 II,20 | Woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen
67 II,21 | eenheid van deze twee polen is de identiteit van Christus
68 II,21 | Christus te vinden. Dit is de klassieke formulering
69 II,21 | naturen". Die ene persoon is het eeuwige Woord, Zoon
70 II,21 | verwoording - hoe menselijk ook - is wat de inhoud van de leer
71 II,21 | enigszins te vatten. Jezus is waarachtig God en waarachtig
72 II,22 | 22. "Het Woord is vlees geworden" (Joh 1,14).
73 II,22 | het vlees, [..] geboren is uit het geslacht van David" (
74 II,22 | hedendaagse cultuur doordringt, is vooral het geloof in de
75 II,22 | waarlijk "vlees geworden is" en dat Hij in alles het
76 II,22 | 15). Vanuit dit oogpunt is de menswording van de Zoon
77 II,22 | 1 Pe 3,18). ~Anderzijds is deze ontlediging van de
78 II,22 | geen doel op zichzelf, ze is eerder gericht op de totale
79 II,22 | de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus " (Fil 2,
80 II,23 | geopenbaard". (12) ~Jezus is "de nieuwe mens" (cf. Ef
81 II,23 | van de menswording. Het is enkel omdat de Zoon van
82 II,23 | waarachtig mens geworden is dat de mens in staat is
83 II,23 | is dat de mens in staat is in Hem en door Hem werkelijk
84 II,24 | dat Hij zelf hiervan had. Is het niet juist dàt wat Lucas
85 II,24 | heeft uitgesproken? Jezus is er zich duidelijk van bewust,
86 II,24 | dat Hij namelijk de 'Zoon' is. Want wanneer zijn moeder
87 II,24 | moest zijn?" (Lc 2,49). Het is dan ook niet ve rwon derlijk
88 II,24 | van zichzelf: "De Vader is in mij en ik ben in de Vader" (
89 II,25 | vraagt Hem, als het mogelijk is, deze beker van Hem weg
90 II,25 | want ongeluk nadert, en er is geen mens die mij helpt" (
91 II,26 | kreet van Jezus op het kruis is geen kreet van wanhoop maar
92 II,26 | ook intens mee verbonden is, kan ten volle beseffen
93 II,26 | van de Vader. Zijn lijden is dan ook veel meer dan louter
94 II,26 | lichamelijk lijden; het is eerst en vooral, en dat
95 II,26 | die van nature de bron is van vreugde en zaligheid,
96 II,26 | onverenigbare elementen is in werkelijkheid ingebed
97 II,27 | aanwezig kan zijn: "En de ziel is vervuld van zaligheid en
98 II,27 | niet minder smartelijk. Het is een mysterie, maar ik kan
99 II,28 | houden, want in dit gelaat is Gods leven verborgen aanwezig
100 II,28 | leven verborgen aanwezig en is het heil aan de wereld geschonken.
101 II,28 | van de gekruisigde. Hij is verrezen! "En als Christus
102 II,28 | verrezen! "En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking
103 II,28 | Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud
104 II,28 | redden. Na de doorstane angst is Hij verhoord. Hoewel Hij
105 II,28 | voleinding was gekomen, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen,
106 II,28 | Christus ontmoette: "Voor mij is leven Christus en sterven
107 II,28 | cordis gaudia"; hoe zoet is de herinnering aan Jezus,
108 II,28 | verkondigen: "Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag
109 III,29 | ontwerpen. Het programma is er reeds; het programma
110 III,29 | programma dat gebaseerd is op het evangelie en de levende
111 III,29 | levende Traditie. Uiteindelijk is het gericht op Christus
112 III,29 | het hemelse Jeruzalem. Het is een programma dat niet verandert
113 III,29 | Dit programma van oudsher is ons programma voor het derde
114 III,29 | het derde millennium. ~Het is evenwel noodzakelijk dat
115 III,29 | onvervreemdbare gegevens, is het noodzakelijk dat het
116 III,29 | realiteit, zoals het altijd al is geweest. Precies in de lokale
117 III,29 | vandaag vanzelfsprekend is geworden voor de bisschoppen
118 III,30 | perspectief van de heiligheid. Is dit niet de uiteindelijke
119 III,30 | Nu het Jubeljaar voorbij is, herneemt het leven zijn
120 III,30 | aan Hem, die de Heilige is bij uitstek, de "driemaal
121 III,30 | Zeggen dat de Kerk heilig is, betekent dat we haar gezicht
122 III,30 | leven moet bepalen "want dit is de wil van God: dat u zich
123 III,31 | weinig operationeel te zijn. Is het mogelijk de heiligheid
124 III,31 | van de heiligheid stellen, is in de praktijk een keuze
125 III,31 | hemelse Vader onverdeeld goed is" (Mt. 5,48). ~Zoals het
126 III,31 | richting ontwikkelen. Het is evenwel vanzelfsprekend
127 III,31 | naar heiligheid persoonlijk is, en dat het een echte pedagogie
128 III,31 | heiligheid vereist, die in staat is zich aan te passen aan het
129 III,32 | pedagogie van de heiligheid is er een christendom nodig
130 III,32 | het gebed. Het Jubeljaar is een jaar geweest van meer
131 III,32 | gebed niet vanzelfsprekend is. Bidden moeten we leren
132 III,32 | 4). Deze wederkerigheid is het wezen zelf, de ziel
133 III,32 | christelijk leven en zij is de voorwaarde van elk authentiek
134 III,32 | authentiek pastoraal leven. Zij is in ons tot stand gebracht
135 III,32 | persoonlijke gebedservaring, dat is het geheim van een werkelijk
136 III,33 | 33. Is het feit dat we heden ten
137 III,33 | weg die totaal gedragen is door de genade, maar evenwel
138 III,34 | contemplatieve ervaring en het is belangrijk dat zij er zich
139 III,34 | bidden van lauden en vespers, is wellicht meer het overwegen
140 III,35 | van Christus' verrijzenis is het oorspronkelijk gegeven
141 III,35 | en die een voorafbeelding is van de jongste dag waarop
142 III,35 | spil van de geschiedenis is, waaraan het mysterie van
143 III,36 | de zondag zou zijn. Het is een engagement dat men niet
144 III,36 | maar omdat het noodzakelijk is voor ieder bewust en consequent
145 III,36 | christendom van oudsher aanwezig is. In vele streken zijn of
146 III,36 | Levens. De zondagseucharistie is dan ook het meest natuurlijk
147 III,36 | tegen de ve reenzaming. Zij is de bevoor rech te plaats
148 III,37 | dit sacrament ontvingen, is het waarschijnlijk nodig
149 III,37 | Heer van de geschiedenis is. ~
150 III,38 | te vangen" (Lc 5,5). Dit is het uur van geloof, van
151 III,38 | uitgooien" (ibid.). Vandaag is het de opvolger van Petrus,
152 III,39 | verspreiden in de families. Het is vooral noodzakelijk dat
153 III,40 | zending en evangelisatie, is zeker bij het begin van
154 III,40 | christelijke samenleving' voorbij is, een samenleving die ondanks
155 III,40 | aangenomen en geworteld is. In dit Jubeljaar hebben
156 III,40 | gelaat van de Kerk. Het is wellicht maar een begin,
157 III,41 | gevierd werden! Voor de Kerk is het bloed van de martelaren
158 III,41 | door Tertullianus verwoord, is door de geschiedenis bevestigd.
159 III,41 | tijd uitzonderlijk rijk is aan getuigen die, op een
160 IV,42 | Christus hebben beschouwd, is het ondenkbaar dat onze
161 IV,42 | resoluut moet inzetten, is de "communio" (koinonia),
162 IV,42 | brengt. Deze gemeenschap is de vrucht en de uitdrukking
163 IV,42 | van de hemelse Vader. Ze is in ons hart uitgestort door
164 IV,42 | 1 Kor 13,2). De liefde is werkelijk het "hart" van
165 IV,42 | insluit, dat de Liefde alles is". (28) ~
166 IV,43 | van de communio maken: dat is de grote uitdaging voor
167 IV,43 | spiritualiteit van de communio is vooreerst een blik van het
168 IV,43 | als een gave van God. Het is niet alleen een geschenk
169 IV,43 | het ontvangen heeft, het is tevens een . geschenk. dat
170 IV,43 | geschenk. dat mij gegeven is. Uiteindelijk betekent een
171 IV,44 | evangelische inspiratie. ~Er is sinds het Tweede Vaticaans
172 IV,45 | in alles wat essentieel is en zich uitgenodigd weten
173 IV,45 | onderwerp van discussie is, naar elkaar toe te groeien
174 IV,45 | beluisteren. Betekenisvol is de vraag van Benedictus
175 IV,46 | perspectief van de communio is nauw verbonden met de bekwaamheid
176 IV,46 | De eenheid van de Kerk is geen eenvormigheid, maar
177 IV,46 | cf. 1 Kor 12,12). Daarom is het noodzakelijk dat de
178 IV,46 | leven te bevorderen. Dit is een zeer belangrijk probleem
179 IV,46 | oudsher geëvangeliseerd zijn, is dit probleem werkelijk dramatisch
180 IV,46 | secularisme voortvloeit. Het is dringend nodig om een breed
181 IV,46 | beter de roeping die eigen is aan de leken dienen te ontdekken.
182 IV,46 | In eenzelfde perspectief is het bevorderen van verscheidene
183 IV,46 | vitaliteit geven die gave is van God en teken van een
184 IV,46 | lente van de Geest". Het is natuurlijk nodig dat deze
185 IV,46 | zo veeleisend en beslist, is ook tot allen gericht: "
186 IV,47 | de gezinspastoraal. Zij is nog meer noodzakelijk in
187 IV,47 | oorspronkelijke luister is hersteld door de openbaring
188 IV,47 | waardigheid van sacrament, is ook het "grote mysterie"
189 IV,47 | een zekere cultuur, ook al is die ruim verspreid en soms
190 IV,47 | het evangelie doordrongen is, dat christelijke families
191 IV,48 | signalen laten zien. Maar er is nog een lange weg af te
192 IV,48 | wie de Kerk niet verdeeld is (cf. 1 Kor 1,11-13). Als
193 IV,48 | die een gave van de Geest is, is zij ondeelbaar. De verdeeldheid
194 IV,48 | een gave van de Geest is, is zij ondeelbaar. De verdeeldheid
195 IV,48 | kinderen van de Kerk; ze is een gevolg van onze menselijke
196 IV,48 | en Ik in U" (Joh 17,21) - is tegelijk openbaring en smeekgebed.
197 IV,48 | van de eenheid van de Kerk is, en tegelijk ook de voortdurende
198 IV,48 | begrensdheid van al wat menselijk is, werkt ook in verschillende
199 IV,48 | eraan dat het noodzakelijk is deze gave te ontvangen en
200 IV,48 | opdat allen een zijn" is tegelijk een imperatief
201 IV,48 | stem kunnen zingen: "Wat is het toch goed, wat is het
202 IV,48 | Wat is het toch goed, wat is het heerlijk om als broeders
203 IV,49 | binnenkerkelijke communio, is de liefde van nature gericht
204 IV,49 | alle mensen. Deze liefde is op een even beslissende
205 IV,49 | 35-3 6). Deze bladzijde is niet zo maar een uitnodiging
206 IV,49 | uitnodiging om lief te hebben; het is eigenlijk een bladzijde
207 IV,49 | woorden van het evangelie, is er in de persoon van de
208 IV,50 | waardigheid liggen. Hoe is het mogelijk dat er in onze
209 IV,50 | initiatief vereist. Dit is een tijd voor de liefde
210 IV,50 | armen "zich thuis voelen". Is deze levensstijl niet de
211 IV,50 | eerste vorm van de liefde is, gevaar onbegrepen te blijven
212 IV,51 | controversiële domeinen, is het belangrijk op een geëigende
213 IV,52 | 52. Het is duidelijk dat dit alles
214 IV,52 | een planetair vraagstuk is. ~Dit ethische en sociale
215 IV,52 | ethische en sociale luik is een absoluut noodzakelijke
216 IV,52 | spiritualiteit die niet in harmonie is met de eisen van de liefde
217 IV,53 | armere broeders en zusters is geboden om hen toe te laten
218 IV,53 | caritas in het Jubeljaar is. Vele pelgrims hebben immers,
219 IV,53 | caritatieve doeleinden. Het is immers belangrijk dat geen
220 IV,54 | missie ~54. Een nieuwe eeuw is aangevangen, een nieuw millennium
221 IV,54 | Mt 5, 14) te zijn. ~Dit is een zending die ons doet
222 IV,54 | schaduwzijden. Maar deze zending is mogelijk, als wij in het
223 IV,55 | Tweede Vaticaans Concilie is aangegeven. (40) In de jaren
224 IV,55 | van het nieuwe millennium, is zo'n dialoog belangrijk
225 IV,55 | steeds meer worden wat Hij is: een naam van vrede en een
226 IV,56 | aankondiging van een gave is die aan allen wordt aangeboden
227 IV,56 | ons in feite een genade is die ons met vreugde vervult,
228 IV,56 | activiteit bij alle volkeren. Het is zonder meer de prioritaire
229 IV,57 | al zijn oriëntaties! Dit is de reden waarom ik, in het
230 IV,57 | receptie van het Concilie. (45) Is dit gebeurd? Het Congres
231 IV,57 | het Vaticaan plaatshad, is een moment geweest van deze
232 IV,57 | noch van hun glans. Het is nodig dat zij op een gepaste
233 IV,57 | het Jubeljaar geëindigd is, voel ik meer dan ooit de
234 Besl,58 | Geest zelf die op Pinksteren is uitgestort en die ons vandaag
235 Besl,58 | voortgaat, zijn talrijk. Maar er is geen enkele afstand tussen
236 Besl,58 | Woord van leven. Elke zondag is een beetje als het samenzijn
237 Besl,59 | levende deur die Christus is, wijd open te houden. ~Na
|