Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | hart het woord dat Jezus na zijn onderricht van de menigte,
2 Inl,1 | altum" (Lc 5,4). Petrus en zijn gezellen vertrouwden op
3 Inl,1 | Heer, want Hij is goed, zijn liefde kent geen grenzen" (
4 Inl,2 | we alleen maar dankbaar zijn voor "wat de liefde van
5 Inl,3 | en broederlijk verenigd zijn in het "breken van het Brood" (
6 Inl,3 | culturen. ~Het geworteld zijn van de Kerk in tijd en ruimte
7 I,4 | opzien naar Christus en zijn Kerk" (3). De ervaring van
8 I,4 | wereld en de mens is willen zijn, maar ook gelijk is geworden
9 I,4 | ook gelijk is geworden aan zijn schepsel "nadat God vroeger
10 I,4 | 2,11). Tweeduizend jaar zijn verstreken, maar meer dan
11 I,4 | levend die Jezus deed over zijn zending in de synagoge van
12 I,4 | Nazaret ten aanzien van zijn verbaasde stadgenoten. Hij
13 I,4 | 4,21). Tweeduizend jaar zijn voorbij, maar de zondaars
14 I,4 | vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs" (Lc 23,
15 I,5 | Israël om zo de geboorte van zijn Zoon in de schoot van Maria
16 I,5 | Als men Christus ziet in zijn goddelijk en menselijk mysterie,
17 I,5 | Joh 1,3; cf. Kol 1,15-16). Zijn Menswording, die haar bekroning
18 I,5 | onuitsprekelijk geheim waarin alles zijn oorsprong en voleinding
19 I,7 | bewerkt heeft door aan zijn Kerk zo een schare heiligen
20 I,7 | geschiedenis goed gekend zijn of om nederige figuren van
21 I,7 | blijkt de beste dimensie te zijn om het mysterie van de Kerk
22 I,8 | heiligen wilden treden, zijn in een niet aflatende stroom
23 I,8 | lijden en het gedragen zijn door Christus, een geschiedenis
24 I,8 | geheimvolle werking van God en zijn eindeloze liefde te bezingen: "
25 I,9 | Het zal niet makkelijk zijn, voor henzelf, noch voor
26 I,9 | bijzondere gave van Gods Geest zijn. Als men naar de jongeren
27 I,9 | Christus in volheid aanwezig zijn. Is Christus niet het geheim
28 I,9 | overtuigend antwoord en zijn ze bereid om zijn boodschap
29 I,9 | antwoord en zijn ze bereid om zijn boodschap te aanvaarden,
30 I,10 | in dit Jubeljaar. Elk had zijn eigen karakter en gaf een
31 I,10 | voetspoor van de kinderen zijn de meest verscheiden categorieën
32 I,10 | journalisten tot militairen. Deze zijn gekomen om de betekenis
33 I,10 | onweerstaanbare blijheid, zijn nog teruggekeerd voor het
34 I,10 | de personen die werkzaam zijn in deze sector herinnerd
35 I,11 | toch niet anders dan dat zijn . reële tegenwoordigheid.
36 I,11 | dan kunnen voorbijgaan aan zijn Moeder? Maria was aanwezig
37 I,12 | tonen: het sacrament te zijn van de eenheid (8). ~Ik
38 I,13 | Christus. geboorte en van zijn leven te Betlehem en te
39 I,13 | overwegen op Golgota, waar Hij zijn leven heeft gegeven voor
40 I,13 | die ook nu nog plaatsen zijn van pijn en rouw omwille
41 I,13 | plaatsen die even dierbaar zijn voor joden, christenen en
42 I,14 | van het Jubeljaar, dat in zijn oorspronkelijke bijbelse
43 I,14 | wenselijk dat de staten die lid zijn van deze organisaties, vooral
44 I,15 | nieuwe dynamiek ~15. Dit zijn enkele krachtlijnen uit
45 I,15 | willen terugbrengen tot zijn centrale kern, dan aarzel
46 I,15 | van Christus, beschouwd in zijn historische trekken en in
47 I,15 | historische trekken en in zijn mysterie, ontvangen in zijn
48 I,15 | zijn mysterie, ontvangen in zijn meervoudige aanwezigheid
49 I,15 | van . altijd in beweging zijn. wat vaak uitloopt op activisme
50 I,15 | door ernaar te streven te . zijn. voor we . doen. . Laat
51 II,16 | tijdperk van de geschiedenis en zijn gelaat ook te laten oplichten
52 II,16 | eerst toe zouden komen zelf zijn gelaat te contempleren.
53 II,17 | tot het einde vervuld van zijn mysterie. In het Oude Testament
54 II,18 | gedurende de dertig jaren van zijn leven te Nazaret (cf. Lc
55 II,18 | Mc 6,3). Ze spreken over zijn religie uze ~bewogenheid,
56 II,18 | ertoe aanzette jaarlijks met zijn familie op bedevaart te
57 II,18 | regelmatig de synagoge van zijn stad te bezoeken (cf. Lc
58 II,18 | 16). ~Voor de periode van zijn openbaar leven, die begon
59 II,18 | bewust "de geliefde Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint Hij te
60 II,18 | zieken die beroep doen op zijn genezende kracht, van mensen
61 II,18 | voordeel. ~De evangelieverhalen zijn vervolgens eensgezind over
62 II,18 | religieuze samenleving van zijn tijd. Dit mondt uit in de
63 II,19 | geleefd. In het tonen van "zijn handen en zijn zijde" (ibid.)
64 II,19 | tonen van "zijn handen en zijn zijde" (ibid.) verzekerde
65 II,19 | overweldigende realiteit van zijn nieuw leven. Gemakkelijk
66 II,19 | voor hen zeker niet geweest zijn om dit in geloof te aanvaarden.
67 II,19 | moeizame geestelijke zoektocht zijn de leerlingen van Emmaüs
68 II,19 | balans te willen opmaken van zijn zending en ondervraagt zijn
69 II,19 | zijn zending en ondervraagt zijn leerlingen over wat "de
70 II,19 | de diepste realiteit van zijn persoon te maken heeft: "
71 II,20 | groeiende overtuiging in zijn spoor willen stappen? Matteüs
72 II,20 | verwijst naar de mens en zijn gewone manier van kennen.
73 II,20 | geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we
74 II,20 | komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de
75 II,21 | goddelijke heerlijkheid en zijn woontent onder de mensen!
76 II,21 | de Vader. De twee naturen zijn de goddelijke natuur en
77 II,21 | begrippen en woorden erg beperkt zijn. De dogmatische verwoording -
78 II,21 | Christus uitgenodigd om zijn wonden aan te raken, en
79 II,21 | van Jezus te erkennen. Van zijn moeder Maria ontving Hij
80 II,21 | verheerlijkt. "Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar
81 II,21 | verrezen Heer in de volheid van zijn goddelijke heerlijkheid
82 II,22 | verheerlijking van Christus tot in zijn menselijkheid toe: ~"Daarom
83 II,23 | waarachtig gezegend en laat God "zijn aanschijn over ons lichten" (
84 II,23 | mensheid oproept te delen in zijn goddelijk leven. In het
85 II,24 | vanuit hun geïnspireerd zijn, in staat waren, in Jezus'
86 II,24 | woorden de ware betekenis van zijn persoon te erkennen en het
87 II,24 | Zoon' is. Want wanneer zijn moeder Hem wijst op de angst
88 II,24 | Ik bij mijn Vader moest zijn?" (Lc 2,49). Het is dan
89 II,24 | vervulling zou komen in zijn totaal verheerlijkte menselijkheid.
90 II,24 | eraan twijfelen dat Jezus in zijn historisch bestaan zich
91 II,24 | zich reeds bewust was van zijn identiteit als Zoon van
92 II,24 | Hij noemde ook nog God zijn Vader en stelde zo zichzelf
93 II,24 | Maar zelfs het drama van zijn lijden en zijn dood zal
94 II,24 | drama van zijn lijden en zijn dood zal niet in staat zijn
95 II,24 | zijn dood zal niet in staat zijn de serene zekerheid te ondermijnen
96 II,24 | die Hij bezit: de Zoon te zijn van de hemelse Vader. ~
97 II,25 | meest paradoxale aspect van zijn mysterie durven onder ogen
98 II,25 | het zich in het uur van zijn dood op het kruis manifesteert.
99 II,25 | God, roept Hij Hem aan op zijn tedere, vertrouwvolle wijze: "
100 II,25 | Vader schijnt de kreet van zijn Zoon niet te willen horen.
101 II,25 | beklemmende "waarom" dat Jezus tot zijn Vader richt, maakt Hij gebruik
102 II,26 | van de Zoon die in liefde zijn leven aan zijn Vader aanbiedt
103 II,26 | in liefde zijn leven aan zijn Vader aanbiedt voor het
104 II,26 | als Hij zich voelt door zijn Vader, "geeft Hij zich over"
105 II,26 | zich over" in de handen van zijn Vader. Zijn ogen blijven
106 II,26 | de handen van zijn Vader. Zijn ogen blijven op zijn Vader
107 II,26 | Vader. Zijn ogen blijven op zijn Vader gevestigd. Juist omwille
108 II,26 | er onder. Alleen Hij, die zijn Vader ziet en er ook intens
109 II,26 | de liefde van de Vader. Zijn lijden is dan ook veel meer
110 II,26 | eenheid en verbondenheid met zijn Vader, die van nature de
111 II,27 | vreugde en lijden aanwezig kan zijn: "En de ziel is vervuld
112 II,27 | van de Drie-eenheid, maar zijn doodstrijd was daarom niet
113 II,27 | stervend om vergeving bidt voor zijn beulen (cf. Lc 23,34) terwijl
114 II,27 | terwijl Hij eveneens aan zijn Vader zijn totale kinderlijke
115 II,27 | eveneens aan zijn Vader zijn totale kinderlijke overgave
116 II,28 | antwoord van de Vader op zijn gehoorzaamheid, zoals geschreven
117 II,28 | Hebreeën: "In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij
118 II,28 | voetspoor van Petrus, die na zijn verloochening bitter weende,
119 II,28 | daarna terug op weg begaf; zijn liefde voor Christus liet
120 II,28 | gelaat bewondert de Kerk, zijn Bruid, haar schat, haar
121 III,29 | maken voor ons verder op weg zijn. Bewust van de tegenwoordigheid
122 III,29 | Jeruzalem, onmiddellijk na zijn pinkstertoespraak: "Wat
123 III,29 | oriëntaties die aangepast zijn aan de situatie van elke
124 III,29 | wij allen bij betrokken zijn. Graag wil ik toch enkele
125 III,29 | ondervinding van het Jubeljaar zijn ze voor mij heel duidelijk
126 III,30 | voorbij is, herneemt het leven zijn gewone gang, maar het oproepen
127 III,30 | oproep tot heiligheid", in zijn volle betekenis te herontdekken.
128 III,30 | of staat zij ook behoren, zijn geroepen tot de volheid
129 III,31 | wekken weinig operationeel te zijn. Is het mogelijk de heiligheid
130 III,31 | Christus en de inwoning van zijn Geest, het een misvatting
131 III,31 | het een misvatting zou zijn tevreden te zijn met een
132 III,31 | misvatting zou zijn tevreden te zijn met een middelmatig leven
133 III,31 | zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader
134 III,31 | heiligheid zou haalbaar zijn. De wegen naar de heiligheid
135 III,31 | wegen naar de heiligheid zijn veelvuldig en op de maat
136 III,31 | die door de Kerk erkend zijn. ~
137 III,32 | met Christus die ons tot zijn vertrouwelingen maakt: "
138 III,33 | nu ook rijkelijk aanwezig zijn in de streken die vroeger
139 III,34 | gebed dat niet in staat zou zijn hun leven te vervullen.
140 III,34 | sterk wordt uitgedaagd, zijn middelmatige christenen, '
141 III,34 | oriënteren. Hoe mooi zou het zijn als niet alleen de religieuze
142 III,34 | gebedsklimaat zouden doordrongen zijn! Met het nodige doorzicht
143 III,35 | jongste dag waarop Christus in zijn heerlijkheid zal wederkeren.
144 III,35 | dat aanbreekt, maar wij zijn zeker dat Christus het stevig
145 III,35 | dat Christus het stevig in zijn handen draagt, Hij, de "
146 III,35 | heren" (Apk 19,16). Door zijn Pasen niet alleen een keer
147 III,35 | van de wereld verbonden zijn". (22) ~
148 III,36 | het hart van de zondag zou zijn. Het is een engagement dat
149 III,36 | binnen dat gekenmerkt zal zijn door een sterke vermenging
150 III,36 | aanwezig is. In vele streken zijn of worden de christenen
151 III,37 | pietatis. Want in Hem toont God zijn medelijdend hart en worden
152 III,37 | grondslag van deze crisis lagen, zijn in deze korte tussentijd,
153 III,37 | opnieuw aanreiken en in zijn waarde herstellen. We mogen
154 III,37 | Heer - en de sacramenten zijn de meest kostbare - komen
155 III,38 | dat we echt meewerken met zijn genade en nodigt Hij ons
156 III,38 | moeten we niet verwonderd zijn dat pastorale projecten
157 III,38 | woord van Christus ons in al zijn kracht doordringt: Duc in
158 III,39 | Woord ~39. Ongetwijfeld zijn het primaat van de heiligheid
159 III,39 | religieuze gemeenschappen zijn meer en meer vertrouwd geraakt
160 III,40 | dienaars van het Woord" zouden zijn in zending en evangelisatie,
161 III,40 | groep 'specialisten' zal zijn maar die de verantwoordelijkheid
162 III,41 | Zal het ook niet het geval zijn voor de eeuw en het millennium
163 IV,42 | woorden van de Heer daarover zijn zo duidelijk dat men de
164 IV,42 | nieuwe eeuw zal veel nodig zijn voor de tocht van de Kerk
165 IV,42 | ontbreekt, zal alles nutteloos zijn. De apostel Paulus zelf
166 IV,42 | zelf herinnert hieraan in zijn hymne aan de liefde: ook
167 IV,43 | beginnen, als wij trouw willen zijn aan Gods plan en als wij
168 IV,43 | Maar dit zou een dwaling zijn. Alvorens concrete initiatieven
169 IV,43 | tot aandacht in staat te zijn; in de diepe eenheid van
170 IV,43 | spiritualiteit van de communio zijn we in staat om vooral het
171 IV,43 | gevels zonder ziel of maskers zijn, dan een uitdrukking van
172 IV,44 | plan van Jezus zelf met zijn Kerk. (29) Juist daarom,
173 IV,44 | optimaliseren. Vandaag de dag zijn zij bijzonder noodzakelijk
174 IV,45 | communio moet helder zichtbaar zijn in de betrekkingen tussen
175 IV,45 | kerkelijk recht voorzien zijn, zoals priesterraden en
176 IV,45 | parlementaire democratie. Het zijn consultatieve en geen beslissingsorganen; (30)
177 IV,45 | beslissingsorganen; (30) maar daarom zijn zij niet minder betekenisvol
178 IV,46 | gemeenschap om zo een steun te zijn in de vele noden: van de
179 IV,46 | oudsher geëvangeliseerd zijn, is dit probleem werkelijk
180 IV,46 | zichzelf en tot de inzet met al zijn krachten voor de zaak van
181 IV,46 | die uiteindelijk geworteld zijn in het nieuwe leven dat
182 IV,46 | te ontdekken. Als zodanig zijn de leken geroepen om "het
183 IV,47 | maar dat door Christus in zijn oorspronkelijke luister
184 IV,47 | bruidsliefde van Christus voor zijn Kerk (cf. Ef 5,32). ~Op
185 IV,47 | een overtuigend voorbeeld zijn hoe het huwelijk kan beleefd
186 IV,47 | kinderen die meer kwetsbaar zijn. De families zelf dienen
187 IV,47 | zich steeds meer bewust te zijn van hun verantwoordelijkheid
188 IV,48 | geloofsbelijdenis uitspreken vindt zijn ultieme grondslag in Christus,
189 IV,48 | cf. 1 Kor 1,11-13). Als zijn Lichaam, in de eenheid die
190 IV,48 | dat ze allen één mogen zijn zoals U, Vader, in mij en
191 IV,48 | eenheid van Christus met zijn Vader, die de bron van de
192 IV,48 | als de gaven die eigen zijn aan de Kerk van Christus,
193 IV,48 | unum sint - opdat allen een zijn" is tegelijk een imperatief
194 IV,48 | voor elkaar ontvankelijk te zijn en elkaar wederzijds te
195 IV,48 | kerkgemeenschappen die uit de Reformatie zijn ontstaan, voortgezet te
196 IV,49 | sinds "de Zoon van God door zijn menswording zich in zekere
197 IV,49 | tegenwoordigheid van Gods Zoon. Hij gaf zijn Kerk een voorkeur voor de
198 IV,49 | eigen stijl van Gods liefde, zijn voorzienigheid, zijn barmhartigheid.
199 IV,49 | liefde, zijn voorzienigheid, zijn barmhartigheid. Zo zaait
200 IV,49 | dat Jezus zelf er tijdens zijn aardse leven heeft neergelegd
201 IV,50 | 50. In onze tijd zijn de noden die ons als christenen
202 IV,50 | analfabetisme veroordeeld zijn, de meest elementaire geneeskundige
203 IV,50 | mogelijkheden verstoken zijn, maar die wanhopig zijn
204 IV,50 | zijn, maar die wanhopig zijn om de zinloosheid van het
205 IV,50 | het bestaan, die verstrikt zijn in drugs, eenzaam door hoge
206 IV,50 | bekwaam te maken solidair te zijn met allen die lijden, op
207 IV,51 | oorlogen? Hoe niet aandachtig zijn voor het misprijzen voor
208 IV,51 | vooral van kinderen? Talrijk zijn de noodsituaties waarvoor
209 IV,51 | vanaf de conceptie tot aan zijn natuurlijk einde. De dienst
210 IV,51 | biotechnologie, nooit ontslagen zijn van de eerbied voor de fundamentele
211 IV,51 | getuigenis efficiënt zou zijn, vooral in deze delicate
212 IV,51 | te verdedigen die gegrond zijn op de natuur zelf van elk
213 IV,52 | christelijke stijl: het zijn vooral de leken die deze
214 IV,52 | medemensen te verwaarlozen, maar zijn zij sterker met allen verbonden
215 IV,53 | rekeningen van de uitgaven zijn afgesloten, zal het geld
216 IV,53 | speculatie aanwezig zou zijn voor zulk een betekenisvol
217 IV,53 | slechts een kleine beek zijn, maar die beek zal in de
218 IV,53 | levende herinnering wil zijn van de communio die men
219 IV,54 | licht de "afstraling" te zijn. Het gaat om het "mysterium
220 IV,54 | Joh 8, 12) en als Hij aan zijn leerlingen vraagt op hun
221 IV,54 | de wereld" (Mt 5, 14) te zijn. ~Dit is een zending die
222 IV,54 | staan en ons openen voor zijn genade die ons tot nieuwe
223 IV,56 | zozeer bemind heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken" (
224 IV,56 | deze verkondiging gericht zijn". (41) Anderzijds belet
225 IV,56 | contradicties, tekenen van zijn aanwezigheid die ook de
226 IV,56 | waarvan zij de dragers zijn. Heeft het Tweede Vaticaans
227 IV,57 | grote rijkdom gegeven in al zijn oriëntaties! Dit is de reden
228 Besl,58| werd, zet ook vandaag nog zijn werk verder: wij moeten
229 Besl,58| moet onze stap meer alert zijn wanneer wij weer op de wegen
230 Besl,58| van onze Kerken voortgaat, zijn talrijk. Maar er is geen
231 Besl,58| nauw met elkaar verbonden zijn. Die communio wordt elke
232 Besl,59| pelgrimstocht authentiek was, zijn daardoor onze benen soepeler
233 Besl,59| waakzaam vinden en bereid om zijn gelaat te herkennen en zo
234 Besl,59| gezien!" (Joh 20,25). ~Dit zijn de zozeer verlangde vruchten
|