Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | weerklinkt in ons hart het woord dat Jezus na zijn onderricht
2 Inl,1 | ze vingen zo'n massa vis dat hun netten ervan scheurden" (
3 Inl,1 | bewerkt. Maar het staat vast dat "een stroom van leven",
4 Inl,1 | is het water van de Geest dat de dorst lest en ons nieuw
5 Inl,3 | Het is vooral in elke Kerk dat het mysterie van het ene
6 Inl,3 | deze brief er toe bijdragen dat de Kerk zich steeds meer
7 I,4 | 2000 drukte ik de wens uit dat de viering van tweeduizend
8 I,4 | genade, het is de verrassing dat God niet enkel de schepper
9 I,4 | heeft ons laten aanvoelen dat er ook na tweeduizend jaar
10 I,4 | Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling
11 I,4 | dit . heden. van het heil dat op het Kruis de deuren van
12 I,5 | Het lijdt geen twijfel dat het samenvallen van dit
13 I,5 | doorheen de geschiedenis dat God een verbond heeft willen
14 I,5 | en Beeld van de Vader is, dat "alles ontstaan is" (Joh
15 I,6 | gewetensonderzoek voorbereid, wetend dat de Kerk die ook uit zondaars
16 I,8 | wonder van de genade peilen dat zich in de harten voltrekt?
17 I,9 | niet geaarzeld te vragen dat ze een radicale keuze zouden
18 I,10 | om met aandrang te vragen dat men het economisch en sociaal
19 I,10 | economisch en sociaal onevenwicht dat bestaat in de wereld van
20 I,10 | solidariteit en het respect dat aan elke mens verschuldigd
21 I,10 | christelijke visie op het plan dat God vanaf de oorsprong met
22 I,10 | die ze dragen en gevraagd dat ze naast prettige ontspanning,
23 I,11 | bijzondere betekenis hebben. En dat was ook zo! Als de Eucharistie
24 I,11 | het toch niet anders dan dat zijn . reële tegenwoordigheid.
25 I,11 | maar vooral op het ogenblik dat ik, in aanwezigheid van
26 I,12 | dimensie ~12. Men zal begrijpen dat ik spontaan vooral over
27 I,12 | Daarbij vergeet ik echter niet dat ik zelf heb gewild dat de
28 I,12 | niet dat ik zelf heb gewild dat de viering van het Jubeljaar
29 I,12 | plaatshebben. Het is daar dat de meeste gelovigen de bijzondere
30 I,12 | nochtans ook betekenisvol dat veel bisdommen het verlangen
31 I,12 | Ik had ook aanbevolen dat men in het programma van
32 I,12 | wat ons bezielt is de hoop dat weggeleid worden door de
33 I,13 | de vurige wens uitdrukken dat er spoedig een rechtvaardige
34 I,14 | lijn van het Jubeljaar, dat in zijn oorspronkelijke
35 I,14 | gelukkig te mogen vaststellen dat de parlementen van meerdere
36 I,14 | hoogste schuldenlast. Ik hoop dat de respectieve regeringen
37 I,14 | gebleken. Het is wenselijk dat de staten die lid zijn van
38 I,14 | talrijke landen afhangt, en dat zware consequenties heeft
39 I,15 | aanzet het enthousiasme dat we hebben beleefd te investeren
40 I,15 | Het is echter belangrijk dat, wat we met Gods hulp voorstellen,
41 II,18 | timmerman" (Mt 13,55) en dat van "de timmerman" zelf,
42 II,18 | die begon op het ogenblik dat de jonge man uit Galilea
43 II,18 | begint Hij te prediken dat de komst van het Rijk Gods
44 II,18 | dramatische ontknoping op Golgota. Dat is het uur van de duisternis;
45 II,19 | Het gelaat van Christus dat de apostelen na de verrijzenis
46 II,19 | werkelijkheid enkel door het geloof dat hij ten volle kon binnentreden
47 II,20 | zin wanneer hij schrijft dat dit gesprek met de leerlingen
48 II,20 | getuigenissen maken er ons op attent dat wij, met onze menselijke
49 II,20 | gelaat zullen komen, maar dat dit slechts mogelijk is
50 II,21 | scheiding (11). ~Wij weten wel dat onze begrippen en woorden
51 II,22 | Paulus zegt in dezelfde lijn dat de Zoon van God, "naar het
52 II,22 | tot het geloof van de Kerk dat het Woord waarlijk "vlees
53 II,22 | waarlijk "vlees geworden is" en dat Hij in alles het menselijk
54 II,22 | God, de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus " (Fil
55 II,23 | waarachtig mens geworden is dat de mens in staat is in Hem
56 II,24 | Kerk twijfelt er niet aan dat de evangelisten, vanuit
57 II,24 | erkennen en het bewustzijn dat Hij zelf hiervan had. Is
58 II,24 | van bewust, zo blijkt het, dat Hij zich in een unieke relatie
59 II,24 | relatie bevindt met God, dat Hij namelijk de 'Zoon' is.
60 II,24 | gezocht? Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest
61 II,24 | ook niet ve rwon derlijk dat Hij, eens volwassen, op
62 II,24 | ogenblik aan het bewustzijn dat Hij heeft van zichzelf: "
63 II,24 | 38). ~We mogen aannemen dat terwijl "Hij een wijs en
64 II,24 | van het goddelijk mysterie dat tot vervulling zou komen
65 II,24 | mogen we eraan twijfelen dat Jezus in zijn historisch
66 II,24 | bevestigt en benadrukt zelfs dat Jezus juist daarom verworpen
67 II,25 | Eloi, lema sabachtani?". Dat betekent: "Mijn God, mijn
68 II,25 | het beklemmende "waarom" dat Jezus tot zijn Vader richt,
69 II,26 | van allen. Op het ogenblik dat Hij onze zonden op zich
70 II,26 | het is eerst en vooral, en dat in veel hogere mate, een
71 II,26 | gesteld hoe het mogelijk was dat Jezus tezelfder tijd twee
72 II,27 | aan Catharina van Siëna dat in de ziel van de heiligen
73 II,27 | maar ik kan u verzekeren dat ik er toch iets van begrijp,
74 II,27 | zelfbewustzijn, wanneer vermeld wordt dat Jezus zelfs in de diepste
75 II,28 | zei "Heer, Gij weet toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,
76 III,29 | door een naïef perspectief dat er een magische formule
77 III,29 | er reeds; het programma dat gebaseerd is op het evangelie
78 III,29 | Jeruzalem. Het is een programma dat niet verandert met de wisseling
79 III,29 | is evenwel noodzakelijk dat het vertaald wordt in pastorale
80 III,29 | het hartelijke antwoord dat gegeven werd op de voorstellen
81 III,29 | gegevens, is het noodzakelijk dat het unieke programma van
82 III,30 | aarzel ik niet te zeggen dat iedere pastoraal dient te
83 III,30 | vernieuwd worden? ~Ik wens dat velen die aan het jubileum
84 III,30 | de Kerk als "mysterie", dat wil zeggen als "het verenigde
85 III,30 | als "het verenigde volk dat deel heeft aan de eenheid
86 III,30 | Heilige" (cf. Js 6,3). Zeggen dat de Kerk heilig is, betekent
87 III,30 | Kerk heilig is, betekent dat we haar gezicht als Bruid
88 III,30 | want dit is de wil van God: dat u zich heiligt" (1 Tes 4,
89 III,30 | Het gaat om een engagement dat zich niet beperkt tot sommige
90 III,31 | drukt de overtuiging uit dat, indien het doopsel ons
91 III,31 | evenwel vanzelfsprekend dat iedere weg naar heiligheid
92 III,31 | heiligheid persoonlijk is, en dat het een echte pedagogie
93 III,32 | er een christendom nodig dat zich in de eerste plaats
94 III,32 | gebed. Maar wij weten ook dat het gebed niet vanzelfsprekend
95 III,32 | persoonlijke gebedservaring, dat is het geheim van een werkelijk
96 III,32 | werkelijk vitaal christendom dat geen enkel motief heeft
97 III,33 | 33. Is het feit dat we heden ten dage in de
98 III,33 | in het Westen, kan ons op dat gebied veel leren. Zij toont
99 III,33 | dus om een intens gebed dat zich nochtans niet afkeert
100 III,34 | ervaring en het is belangrijk dat zij er zich met edelmoedige
101 III,34 | vergist zich als men denkt dat eenvoudige christenen het
102 III,34 | met een oppervlakkig gebed dat niet in staat zou zijn hun
103 III,34 | te vervullen. In een tijd dat het geloof sterk wordt uitgedaagd,
104 III,34 | lopen inderdaad het gevaar dat hun geloof geleidelijk verzwakt
105 III,34 | geleidelijk verzwakt en dat ze zich laten verleiden
106 III,35 | wachten in het millennium dat aanbreekt, maar wij zijn
107 III,35 | aanbreekt, maar wij zijn zeker dat Christus het stevig in zijn
108 III,35 | mysterie van de oorsprong en dat van de uiteindelijke bestemming
109 III,36 | zijn. Het is een engagement dat men niet mag loslaten, niet
110 III,36 | treden een millennium binnen dat gekenmerkt zal zijn door
111 III,37 | het waarschijnlijk nodig dat de herders met meer vertrouwen,
112 III,38 | programmering. Natuurlijk vraagt God dat we echt meewerken met zijn
113 III,38 | voor te hoeden te vergeten dat "wij zonder Christus niets
114 III,38 | herinnert er ons steeds aan dat Christus in het centrum
115 III,38 | we niet verwonderd zijn dat pastorale projecten mislukken
116 III,38 | pastorale projecten mislukken en dat ze ontmoediging en frustratie
117 III,38 | en die het mogelijk maakt dat het woord van Christus ons
118 III,39 | Het is vooral noodzakelijk dat het beluisteren van het
119 III,39 | een levende ontmoeting en dat de antieke en de altijd
120 III,39 | levende woord te vatten dat ons oproept, oriënteert
121 III,40 | voortaan van uit te gaan dat ook in landen met een oude
122 III,40 | apostolisch elan te komen dat beleefd wordt als een dagelijks
123 III,40 | gestalte krijgt op die wijze dat de eigen waarden van ieder
124 III,40 | nieuw talent (cf. Mt 25,15) dat de Heer ons toevertrouwt
125 III,41 | kijk gegeven, ze toonde ons dat onze tijd uitzonderlijk
126 III,41 | In hen heef t Gods woord, dat in goede a arde was gezaaid,
127 IV,42 | zal iedereen kunnen zien dat je leerlingen van mij bent:
128 IV,42 | beschouwd, is het ondenkbaar dat onze pastorale plannen niet
129 IV,42 | door het "nieuwe gebod" dat Hij ons gegeven heeft, zouden
130 IV,42 | daarover zijn zo duidelijk dat men de draagwijdte ervan
131 IV,42 | scientia amoris: "Ik begreep dat de Kerk een hart had en
132 IV,42 | de Kerk een hart had en dat dit hart van liefde brandde.
133 IV,42 | liefde brandde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen
134 IV,42 | handelen (...). Ik begreep dat de Liefde alle andere roepingen
135 IV,42 | roepingen in zich insluit, dat de Liefde alles is". (28) ~
136 IV,43 | school van de communio maken: dat is de grote uitdaging voor
137 IV,43 | voor ons in het millennium dat we beginnen, als wij trouw
138 IV,43 | is tevens een . geschenk. dat mij gegeven is. Uiteindelijk
139 IV,43 | spiritualiteit van de communio dat we aan de ander "een eigen
140 IV,46 | Daarom is het noodzakelijk dat de Kerk van het derde millennium
141 IV,46 | zijn in het nieuwe leven dat men in het doopsel ontvangt,
142 IV,46 | Het is natuurlijk nodig dat deze verenigingen en bewegingen,
143 IV,47 | in het historische moment dat wij nu beleven, nu men een
144 IV,47 | oorspronkelijke plan van God dat in de geschiedenis werd
145 IV,47 | hardheid van het hart", maar dat door Christus in zijn oorspronkelijke
146 IV,47 | evangelie doordrongen is, dat christelijke families een
147 IV,48 | Jezus in het Cenakel - "dat ze allen één mogen zijn
148 IV,48 | Christus herinnert ons eraan dat het noodzakelijk is deze
149 IV,48 | het Oosten, met de wens dat de uitwisseling van gaven
150 IV,49 | eeuw en in het millennium dat nu aanvangt, dient zichtbaar
151 IV,49 | mag zeker niet vergeten dat niemand van onze liefde
152 IV,49 | het zaad van het Godsrijk dat Jezus zelf er tijdens zijn
153 IV,50 | liggen. Hoe is het mogelijk dat er in onze tijd nog mensen
154 IV,50 | ontberen of geen huis hebben dat hen beschut? ~Het beeld
155 IV,50 | die lijden, op een wijze dat een helpend gebaar niet
156 IV,50 | dienen wij zo te handelen dat in alle christelijke gemeenschappen
157 IV,51 | en ontij, te verkondigen dat al wie genieten van de nieuwe
158 IV,51 | en daarbij aan te tonen dat het er niet om gaat aan
159 IV,52 | 52. Het is duidelijk dat dit alles zal moeten gerealiseerd
160 IV,52 | van het sociale vraagstuk dat voortaan een planetair vraagstuk
161 IV,53 | evangelie, heb ik gewild dat het Jubeljaar zelf (samen
162 IV,53 | een concreet werk nalaat dat in zekere zin de vrucht
163 IV,53 | afgesloten, zal het geld dat men gespaard heeft, besteed
164 IV,53 | Het is immers belangrijk dat geen enkele schijn van economische
165 IV,53 | 44-45). ~Het initiatief dat zal opgenomen worden, zal
166 IV,53 | de wereld door dit teken dat de vrucht en de levende
167 IV,54 | mysterie van de maan"; dat zo geliefd was in de beschouwingen
168 IV,56 | Wij moeten niet vrezen dat de identiteit van de andere
169 IV,56 | wereld zozeer bemind heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft
170 IV,56 | vervult, een goed nieuws dat wij moeten verkondigen. ~
171 IV,56 | ad gentes te verkondigen dat de mens juist in Christus, "
172 IV,56 | te treden, met een hart dat diep openstaat om te luisteren.
173 IV,56 | luisteren. Wij weten immers dat, ten aanzien van het mysterie
174 IV,56 | te zien, erkent de Kerk dat zij niet alleen veel heeft
175 IV,57 | grote jubileum, had gevraagd dat de Kerk zichzelf zou ondervragen
176 IV,57 | dit gebeurd? Het Congres dat in het Vaticaan plaatshad,
177 IV,57 | deze bezinning. Ik wens dat een gelijkaardig initiatief
178 IV,57 | hun glans. Het is nodig dat zij op een gepaste wijze
179 IV,57 | gepaste wijze worden gelezen, dat zij gekend en begrepen worden
180 Besl,58| opnieuw in contact te treden dat wij dit Jubeljaar hebben
181 Besl,58| samenzijn in het Cenakel dat de verrezen Christus ons
182 Besl,59| vruchten van het Jubeljaar 2000 dat ons zo levendig het Mysterie
183 Besl,59| gesteld. ~Moge op dit ogenblik dat het Jubeljaar wordt besloten
|