Chapter, Paragraph
1 Inl | INLEIDING ~Aan mijn broeders in het bisschopsambt,
2 Inl,1 | de Kerk een nieuwe etappe aan. Nogmaals weerklinkt in
3 Inl,1 | die voortdurend ontspringt aan de "troon van het Lam" (
4 Inl,1 | Vader die zich nogmaals aan ons heeft geopenbaard in
5 Inl,1 | geopenbaard in Christus. Aan het eind van dit jaar mogen
6 Inl,2 | zwakheden vertrouwen we toe aan God. Toch kunnen we alleen
7 Inl,2 | dit intens beleefd jaar, aan de Kerk heeft gezegd (cf.
8 Inl,3 | haar in staat stelt zich aan te passen aan de veranderende
9 Inl,3 | stelt zich aan te passen aan de veranderende contexten
10 Inl,3 | dit bijzonder genadejaar aan het Godsvolk heeft gezegd
11 I,4 | Ik denk eerst en vooral aan de dimensie van de lofprijzing.
12 I,4 | maar ook gelijk is geworden aan zijn schepsel "nadat God
13 I,4 | geschiedenis geen afbreuk is gedaan aan de frisheid van dit . heden. ,
14 I,4 | heden. , waarmee de engelen aan de herders de wondere gebeurtenis
15 I,4 | zondaars die nood hebben aan ontferming - en wie heeft
16 I,6 | waakzamer in onze gehechtheid aan het evangelie. ~
17 I,7 | ligt, bewerkt heeft door aan zijn Kerk zo een schare
18 I,7 | de kostbare herinnering aan de geloofsgetuigen in de
19 I,8 | nederig toe te vertrouwen aan de geheimvolle werking van
20 I,9 | een grote verscheidenheid aan mensen samen. Het indrukwekkende
21 I,9 | een bijzondere wijze terug aan de vreugdevolle en enthousiaste
22 I,9 | elke ware vriendschap? Als aan de jeugd het ware gelaat
23 I,10 | boodschap mee, niet enkel aan wie erbij was, maar ook
24 I,10 | wie erbij was, maar ook aan wie erover hoorde of er
25 I,10 | via de media op afstand aan deelnam. Maar hoe zouden
26 I,10 | zouden we kunnen voorbijgaan aan de feestelijke sfeer van
27 I,10 | uit te spreken: de dienst aan de vrede. ~De bijeenkomst
28 I,10 | solidariteit en het respect dat aan elke mens verschuldigd is. ~
29 I,10 | van de gezinnen, waar ze aan de wereld werden getoond
30 I,10 | in deze sector herinnerd aan de grote verantwoordelijkheid
31 I,11 | dit Heilig Jaar, gewijd aan de Menswording van het Woord.
32 I,11 | men dan kunnen voorbijgaan aan zijn Moeder? Maria was aanwezig
33 I,11 | in dit nieuw millennium, aan haar moederlijke zorg heb
34 I,12 | bijzonder de aflaat verbonden aan het Jubeljaar. Het is nochtans
35 I,12 | naar de volledige communio aan te moedigen, dan de gemeenschappelijke
36 I,12 | denk meer in het bijzonder aan het recente bezoek van Z.
37 I,12 | gemeenschappen hebben deelgenomen aan de verschillende ontmoetingen
38 I,13 | mijn emotie bij het gebed aan de Klaagmuur en bij het
39 I,13 | Klaagmuur en bij het bezoek aan het memoriaal van Yad Vachem,
40 I,13 | vreselijke herinnering aan de slachtoffers van de uitroeiingskampen
41 I,13 | Jubeljaar. Als ik terugdenk aan de sfeer die ik in deze
42 I,15 | waarschuwt ons: "Wie de hand aan de ploeg slaat en dan nog
43 I,15 | minder om zich over te geven aan luiheid. Heel wat dingen
44 I,15 | moeten weerstand bieden aan die bekoring door ernaar
45 I,15 | Vooraleer bepaalde actieplannen aan uw reflectie voor te leggen,
46 II,16 | 12,21). Dit verzoek werd aan de apostel Filippus gericht
47 II,16 | tijdgenoten, vaak onbewust, aan de hedendaagse gelovigen
48 II,17 | Geest (cf. Joh 15,26), die aan de oorsprong ligt van de
49 II,18 | geven die zou beantwoorden aan de wetten van de moderne
50 II,18 | wetenschap. Maar geleidelijk aan krijgen we een historisch
51 II,18 | geschriften, voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen
52 II,18 | de eisen en de kracht van aan te geven. De evangelies
53 II,18 | zending krijgen het evangelie "aan alle volkeren" te verkondigen (
54 II,19 | zelf het verloop schijnt aan te geven in het bekende
55 II,20 | plaats vond toen Hij "eens aan het bidden was" (Lc 9,18).
56 II,20 | Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld
57 II,21 | uitgenodigd om zijn wonden aan te raken, en zo de volwaardige
58 II,21 | de menselijke natuur die, aan de dood overgeleverd, door
59 II,23 | heeft ten volle de mens aan hemzelf geopenbaard". (12) ~
60 II,24 | ons een aantal elementen aan die ons helpen om het 'grensgebied'
61 II,24 | De Kerk twijfelt er niet aan dat de evangelisten, vanuit
62 II,24 | Jezus twijfelt geen ogenblik aan het bewustzijn dat Hij heeft
63 II,24 | tastte niet alleen de sabbat aan, Hij noemde ook nog God
64 II,25 | alleen met God, roept Hij Hem aan op zijn tedere, vertrouwvolle
65 II,25 | niet te willen horen. Om aan de mensheid het gelaat van
66 II,26 | die in liefde zijn leven aan zijn Vader aanbiedt voor
67 II,27 | Voorzienigheid), toont God de Vader aan Catharina van Siëna dat
68 II,27 | Olijfhof had Jezus deel aan alle vreugden van de Drie-eenheid,
69 II,27 | 34) terwijl Hij eveneens aan zijn Vader zijn totale kinderlijke
70 II,28 | aanwezig en is het heil aan de wereld geschonken. Maar
71 II,28 | geschreven staat in de brief aan de Hebreeën: "In de dagen
72 II,28 | hoe zoet is de herinnering aan Jezus, de bron van de ware
73 II,28 | derde millennium Christus aan de wereld te verkondigen: "
74 III,29 | jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (
75 III,29 | geschiedenis om te vormen tot aan de voltooiing in het hemelse
76 III,29 | oriëntaties die aangepast zijn aan de situatie van elke gemeenschap.
77 III,30 | Ik wens dat velen die aan het jubileum deelgenomen
78 III,30 | Kerk, Lumen gentium, gewijd aan "de universele oproep tot
79 III,30 | concilievaders zoveel belang aan dit onderwerp hebben gehecht,
80 III,30 | een soort spirituele noot aan de ecclesiologie toe te
81 III,30 | verenigde volk dat deel heeft aan de eenheid van Vader, Zoon
82 III,30 | woord als het toebehoren aan Hem, die de Heilige is bij
83 III,31 | godsdienstigheid. Als men aan een doopleerling de vraag
84 III,31 | Het wordt tijd om opnieuw aan allen vastberaden de 'hoge
85 III,31 | vereist, die in staat is zich aan te passen aan het ritme
86 III,31 | staat is zich aan te passen aan het ritme van elke persoon.
87 III,31 | zullen in het rijke aanbod aan eenieder, de tra diti onele
88 III,32 | moeten we telkens opnieuw aan de goddelijke Leermeester
89 III,33 | secularisatie - een diffuse nood aan spiritualiteit vaststellen,
90 III,33 | uitdrukt in een vernieuwde nood aan gebed, niet een "teken van
91 III,33 | kinderlijk toevertrouwend aan het hart van de Vader. Dan
92 III,33 | zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren" (Joh 14,21).
93 III,35 | en vooral belang hechten aan de Eucharistie op zondag
94 III,35 | Eucharistie op zondag en aan de zondag zelf, als een
95 III,35 | ritmeert de herinnering aan die "eerste dag na de sabbat" (
96 III,35 | waarop de verrezen Christus aan de apostelen de gave van
97 III,35 | zondag te vieren, wil de Kerk aan "iedere generatie laten
98 III,36 | aandringen opdat de deelname aan de Eucharistie voor elke
99 III,36 | loslaten, niet enkel om aan een gebod te voldoen, maar
100 III,36 | Precies door de deelname aan de Eucharistie wordt de
101 III,37 | leveren om het hoofd te bieden aan de crisis van 'het zondebesef'
102 III,37 | wereld. De motieven die aan de grondslag van deze crisis
103 III,38 | die ruim plaats wil geven aan het persoonlijk en gemeenschappelijk
104 III,38 | herinnert er ons steeds aan dat Christus in het centrum
105 III,40 | haar vele zwakheden, eigen aan het menselijke, zich uitdrukkelijk
106 III,40 | blijven in absolute trouw aan de evangelische boodschap
107 III,40 | met vertrouwen Christus aan allen te verkondigen: aan
108 III,40 | aan allen te verkondigen: aan volwassenen, families, jongeren,
109 III,40 | formuleer, denk ik vooral aan de jongerenpastoraal. Zoals
110 III,41 | tijd uitzonderlijk rijk is aan getuigen die, op een of
111 III,41 | toekomst gewezen en "geëffend". Aan ons nu om, met Gods genade,
112 IV,42 | de liefde die ontspringt aan het hart van de hemelse
113 IV,42 | herinnert hieraan in zijn hymne aan de liefde: ook als wij de
114 IV,43 | als wij trouw willen zijn aan Gods plan en als wij op
115 IV,43 | te delen, hun verlangens aan te voelen en noden te beantwoorden,
116 IV,43 | waarachtige, diepe vrie ndsc hap aan te bieden. In een spiritualiteit
117 IV,43 | spiritualiteit van de communio dat we aan de ander "een eigen plaats"
118 IV,44 | we niet vooral te denken aan de specifieke diensttaken
119 IV,44 | voortdurend getoetst te worden aan de waarheid van een authentieke
120 IV,45 | die zonder afbreuk te doen aan de gezagsvolle taak van
121 IV,45 | de vraag van Benedictus aan de abt van elk klooster
122 IV,45(30)| medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
123 IV,45 | Paulinus van Nola spoort ons aan: "Laat ons aan de lippen
124 IV,45 | spoort ons aan: "Laat ons aan de lippen van alle gelovigen
125 IV,45 | van de communio een ziel aan deze institutionele elementen
126 IV,45(32)| Dei spirat": Brief 23, 36 aan Sulpice Sévère: CSEL 29,
127 IV,46 | gemeenschap om ruimte te geven aan alle gaven van de Geest.
128 IV,46 | het antwoord van elkeen aan Gods oproep, vooral wanneer
129 IV,46 | de roeping die eigen is aan de leken dienen te ontdekken.
130 IV,46 | bewegingen. Zij blijven aan de Kerk een vitaliteit geven
131 IV,46 | Kerk en in gehoorzaamheid aan de richtlijnen van de herders
132 IV,47 | uniek en onontbindbaar - aan het oorspronkelijke plan
133 IV,47 | kan de Kerk niet toegeven aan de druk van een zekere cultuur,
134 IV,48 | de gaven die eigen zijn aan de Kerk van Christus, stuwen
135 IV,48 | hervatten. Moge de herinnering aan de tijd toen de Kerk met
136 IV,49 | Christus doet schijnen. Aan deze bladzijde van het evangelie,
137 IV,49 | evangelie, evenzeer als aan haar orthodoxie, toetst
138 IV,50 | biedt grote mogelijkheden aan enkele bevoorrechten, maar
139 IV,50 | nieuwe vormen treft men vaak aan in sectoren en bij mensen
140 IV,50 | boodschap van het koninkrijk aan te bieden? Zonder deze vorm
141 IV,50 | een onvergelijkbare kracht aan de liefde van de woorden. ~
142 IV,51 | wezen vanaf de conceptie tot aan zijn natuurlijk einde.
143 IV,51 | natuurlijk einde. De dienst aan de mens dwingt ons om, bij
144 IV,51 | uit te leggen en daarbij aan te tonen dat het er niet
145 IV,51 | dat het er niet om gaat aan de niet-gelovigen de eisen
146 IV,51 | noodzakelijkerwijze een dienst aan de cultuur, de politiek,
147 IV,52 | realiseren, zonder ooit aan de bekoring toe te geven
148 IV,52 | we dienen te weerstaan aan de bekoring van een intimistische
149 IV,52 | eschatologische spanning eigen aan het christendom. Dit eschatologisch
150 IV,53 | denk dan in het bijzonder aan de hulp die aan talrijke
151 IV,53 | bijzonder aan de hulp die aan talrijke armere broeders
152 IV,53 | geboden om hen toe te laten aan het jubileum deel te nemen -)
153 IV,53 | gemeenschap van Jeruzalem die aan niet-christenen het ontroerend
154 IV,53 | in de liefde" (38) om zo aan Petrus een offergave aan
155 IV,53 | aan Petrus een offergave aan te bieden. Vandaag keert
156 IV,54 | Joh 8, 12) en als Hij aan zijn leerlingen vraagt op
157 IV,55 | aangegeven. (40) In de jaren die aan het grote Jubeljaar voorafgingen,
158 IV,56 | in ons leeft (1 Pt 3, 15) aan te bieden. Wij moeten niet
159 IV,56 | aankondiging van een gave is die aan allen wordt aangeboden in
160 IV,56 | zich dus niet onttrekken aan de missionaire activiteit
161 IV,56 | beginsel ligt niet alleen aan de basis van de onuitputtelijke
162 IV,56 | aandachtige onderscheiding aan te nemen. Het komt ons toe
163 Besl,58 | vooral een ruim hart om aan Gods plan mee te werken.
164 Besl,58 | communio wordt elke dag gevoed aan de tafel van het eucharistisch
165 Besl,58 | van de week" (Joh 20,19) aan de zijnen om over hen de
166 Besl,58 | begeleidt ons op die weg. Aan haar heb ik, enkele maanden
167 Besl,58 | Joh 19,26) zeg ik opnieuw aan Maria: "Vrouw, ziehier uw
168 Besl,58 | genegenheid van heel de Kerk aan. ~
|