Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | Nogmaals weerklinkt in ons hart het woord dat Jezus
2 Inl,1 | woord wordt ook vandaag tot ons gericht en nodigt ons uit
3 Inl,1 | tot ons gericht en nodigt ons uit om dankbaar voor het
4 Inl,1 | Geest dat de dorst lest en ons nieuw maakt (cf. Joh 4,14).
5 Inl,1 | Vader die zich nogmaals aan ons heeft geopenbaard in Christus.
6 Inl,3 | broeders en zusters, moeten we ons richten op de toekomst.
7 I,4 | momenten een intensiteit die ons bijna tastbaar Gods barmhartigheid
8 I,4 | einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon" (
9 I,4 | Ja, het jubileum heeft ons laten aanvoelen dat er ook
10 I,6 | van het geheugen ~6. Opdat ons hart steeds zuiverder zou
11 I,6 | Bruidegom. ~Sinds lang hadden we ons op dit gewetensonderzoek
12 I,6 | Wetenschappelijke samenkomsten hebben ons geholpen om die aspecten
13 I,6 | van het geheugen. heeft ons gesterkt op de weg van de
14 I,6 | van de toekomst. Ze heeft ons nederiger gemaakt en waakzamer
15 I,7 | levendig schuldbewustzijn heeft ons niet verhinderd de Heer
16 I,7 | bijzonder in de eeuw die achter ons ligt, bewerkt heeft door
17 I,7 | mogen verliezen; ze moet ons ononderbroken dankbaar stemmen
18 I,7 | ononderbroken dankbaar stemmen en ons steeds opnieuw tot navolging
19 I,8 | zwijgen en in aanbidding ons nederig toe te vertrouwen
20 I,9 | huidige maatschappij, dreigt ons soms een soort pessimisme
21 I,9 | jubileum van de jongeren heeft ons de verrassing geschonken
22 I,11 | is van Christus die onder ons aanwezig komt, kon het toch
23 I,12 | misschien lang, maar wat ons bezielt is de hoop dat weggeleid
24 I,13 | leven heeft gegeven voor ons. Op die plaatsen, die ook
25 I,15 | laat veel herinneringen bij ons achter. Maar als we de grote
26 I,15 | de grote erfenis die het ons heeft nagelaten willen terugbrengen
27 I,15 | verzadiging, nog minder mag het ons leiden tot een houding van
28 I,15 | een nieuwe dynamiek in ons doen ontstaan. , die ons
29 I,15 | ons doen ontstaan. , die ons ertoe aanzet het enthousiasme
30 I,15 | initiatieven. Jezus zelf waarschuwt ons: "Wie de hand aan de ploeg
31 I,15 | Heel wat dingen wachten op ons en daarom moeten we een
32 I,15 | voor we . doen. . Laat ons het woord van Jezus tot
33 I,15 | absolute fundament is van heel ons pastoraal handelen. ~
34 II,16 | Ditzelfde verlangen bezielt ons in dit Jubeljaar. Zoals
35 II,16 | over . Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft de Kerk
36 II,16 | nieuwe millennium? ~Maar ons getuigenis zou ongetwijfeld
37 II,16 | van het Jubeljaar gaan we ons gewoon dagelijks leven hernemen
38 II,17 | Heilige Schrift, willen we ons openstellen voor de werking
39 II,17 | is een geloofsvisie tot ons gekomen, gedragen door een
40 II,17 | getuigenis. De evangelies geven ons inderdaad, ondanks de complexiteit
41 II,17 | waarheidsgetrouw getuigenis waarin we ons volle vertrouwen kunnen
42 II,18 | verhaal tonen de evangelies ons de Man van Nazaret, die
43 II,18 | verschijningen. Ze laten ons zien hoe de leerlingen,
44 II,19 | van alle tijden, brengt ons tot de kern die de diepte
45 II,20 | gekomen? Wat wordt er van ons gevraagd indien we met een
46 II,20 | willen stappen? Matteüs geeft ons een duidelijke aanwijzing
47 II,20 | gelijklopende getuigenissen maken er ons op attent dat wij, met onze
48 II,20 | in stilte en gebed kan in ons een waarachtige, trouwe
49 II,20 | vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan
50 II,23 | Christus. In Hem heeft God ons waarachtig gezegend en laat
51 II,23 | God "zijn aanschijn over ons lichten" (Ps 67,2). En omdat
52 II,23 | God en mens was heeft Hij ons ook het ware gelaat van
53 II,24 | helder naar voor. Ze reiken ons een aantal elementen aan
54 II,24 | aantal elementen aan die ons helpen om het 'grensgebied'
55 II,25 | in de Olijfhof kunnen we ons in alle scherpte voorstellen.
56 II,25 | heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat
57 II,27 | heiligen zouden kunnen noemen, ons een hulp bieden. Deze helpen
58 II,27 | hulp bieden. Deze helpen ons om gemakkelijker op de intuïtie
59 III,29 | een vernieuwd elan voor ons christelijk leven uit te
60 III,29 | kracht van te maken voor ons verder op weg zijn. Bewust
61 III,29 | van de Verrezen Heer onder ons, stellen wij vandaag de
62 III,29 | Hnd 2,37). ~Wij hebben ons met optimisme en vertrouwen
63 III,29 | vraag gesteld maar we hebben ons niet laten verleiden door
64 III,29 | Neen, geen formule zal ons redden, maar een Persoon
65 III,29 | en de zekerheid die ze in ons hart legt: Ik ben met u. ~
66 III,29 | programma van oudsher is ons programma voor het derde
67 III,29 | gemeenschap. Het Jubeljaar bood ons de uitzonderlijke kans om
68 III,30 | een opdracht in die heel ons christelijk leven moet bepalen "
69 III,31 | dat, indien het doopsel ons waarlijk binnenvoert in
70 III,32 | kunst vragen: "Heer, leer ons bidden" (Lc 11,1). In het
71 III,32 | dialoog met Christus die ons tot zijn vertrouwelingen
72 III,32 | pastoraal leven. Zij is in ons tot stand gebracht door
73 III,32 | de heilige Geest en opent ons, door en in Christus, voor
74 III,33 | Oosten als in het Westen, kan ons op dat gebied veel leren.
75 III,34 | openbaar gebed van de Kerk ons uitnodigt onze dag toe te
76 III,35 | niet welke gebeurtenissen ons wachten in het millennium
77 III,38 | zijn genade en nodigt Hij ons uit om alle hulpmiddelen
78 III,38 | koninkrijk. Maar wij dienen er ons voor te hoeden te vergeten
79 III,38 | Joh 15,5). ~Het gebed doet ons precies in deze waarheid
80 III,38 | leven. Het herinnert er ons steeds aan dat Christus
81 III,38 | in het centrum staat van ons innerlijk leven en van de
82 III,38 | ontmoediging en frustratie in ons hart achterlaten. Wij ervaren
83 III,38 | De hele nacht hebben wij ons al afgetobd zonder iets
84 III,38 | dat het woord van Christus ons in al zijn kracht doordringt:
85 III,39 | aditie van de lectio divina ons in staat stelt, doorheen
86 III,39 | levende woord te vatten dat ons oproept, oriënteert en ons
87 III,39 | ons oproept, oriënteert en ons bestaan vorm geeft. ~
88 III,40 | Het Woord verkondigen ~40. Ons voeden met het Woord, opdat
89 III,40 | dit Jubeljaar hebben wij ons vooral verheugd over de
90 III,40 | toekomst die Gods Geest ons voorbereidt. ~We dienen
91 III,40 | cf. Mt 25,15) dat de Heer ons toevertrouwt opdat wij het
92 III,41 | gedachtenis in het Jubeljaar heeft ons een onvermoede kijk gegeven,
93 III,41 | kijk gegeven, ze toonde ons dat onze tijd uitzonderlijk
94 III,41 | hun voorbeeld hebben zij ons de weg naar de toekomst
95 III,41 | gewezen en "geëffend". Aan ons nu om, met Gods genade,
96 IV,42 | het "nieuwe gebod" dat Hij ons gegeven heeft, zouden geïnspireerd
97 IV,42 | hemelse Vader. Ze is in ons hart uitgestort door de
98 IV,42 | door de Geest die Jezus ons schenkt (cf. Rom 5,5), om
99 IV,42 | schenkt (cf. Rom 5,5), om ons zo "één van hart en ziel"
100 IV,43 | de grote uitdaging voor ons in het millennium dat we
101 IV,43 | van de Drie-eenheid die in ons woont en waarvan het licht
102 IV,43 | egoïsme te overwinnen die ons voortdurend een valstrik
103 IV,43 | wantrouwen veroorzaken. Laten wij ons geen illusies maken: zonder
104 IV,45 | Paulinus van Nola spoort ons aan: "Laat ons aan de lippen
105 IV,45 | Nola spoort ons aan: "Laat ons aan de lippen van alle gelovigen
106 IV,46 | Ongetwijfeld moeten we ons edelmoedig inspannen, vooral
107 IV,48 | erfenis van het verleden ons nog altijd over de drempel
108 IV,48 | smeekgebed. Dit gebed openbaart ons de eenheid van Christus
109 IV,48 | gebed van Christus herinnert ons eraan dat het noodzakelijk
110 IV,48 | tegelijk een imperatief die ons verplicht, een kracht die
111 IV,48 | verplicht, een kracht die ons steunt, een heilzame aanklacht
112 IV,48 | eigen bekwaamheid, steunt ons vertrouwen om ook in de
113 IV,49 | dienstbaarheid. Zij dwingt ons tot een engagement in een
114 IV,49 | de liefde voor de armsten ons kan leiden. Als wij werkelijk
115 IV,50 | onze tijd zijn de noden die ons als christenen appelleren
116 IV,50 | communicatie-maatschappij ons dagelijks blootstelt. De
117 IV,51 | dienst aan de mens dwingt ons om, bij tij en ontij, te
118 IV,52 | eschatologisch aspect maakt ons wel bewust van het relatieve
119 IV,52 | geschiedenis, maar het mag ons op geen enkele wijze ertoe
120 IV,52 | enkele wijze ertoe leiden ons niet plichtsgetrouw te engageren
121 IV,54 | Dit is een zending die ons doet huiveren wanneer wij
122 IV,54 | wij onze zwakheid zien die ons zo vaak ondoorzichtig maakt,
123 IV,54 | van Christus gaan staan en ons openen voor zijn genade
124 IV,54 | openen voor zijn genade die ons tot nieuwe mensen maakt. ~
125 IV,56 | getuigenis van de hoop die in ons leeft (1 Pt 3, 15) aan te
126 IV,56 | gebeuren, alsof het voor ons alleen om een loutere 'mening'
127 IV,56 | ging, terwijl het voor ons in feite een genade is die
128 IV,56 | feite een genade is die ons met vreugde vervult, een
129 IV,56 | belet de missionaire plicht ons niet in dialoog te treden,
130 IV,56 | Het Concilie heeft ons ook uitgenodigd om ten opzichte
131 IV,56 | onderscheiding aan te nemen. Het komt ons toe getrouw verder te gaan
132 IV,57 | Tweede Vaticaans Concilie ons toch een grote rijkdom gegeven
133 IV,57 | mogen genieten: het geeft ons een kompas, waarop wij kunnen
134 IV,57 | wij kunnen vertrouwen, om ons te oriënteren bij het beg
135 Besl,58| nieuw millennium ligt voor ons open als een wijdse oceaan
136 Besl,58| wijdse oceaan waarop wij ons wagen in het vertrouwen
137 Besl,58| beschouwd en bemind hebben, ons nogmaals uit ons op tocht
138 Besl,58| hebben, ons nogmaals uit ons op tocht te begeven: "Ga
139 Besl,58| missionaire opdracht leidt ons binnen in het derde millennium
140 Besl,58| derde millennium en roept ons tegelijk op tot dezelfde
141 Besl,58| Pinksteren is uitgestort en die ons vandaag voortstuw t om verder
142 Besl,58| De wegen waarop ieder van ons, elk van onze Kerken voortgaat,
143 Besl,58| dat de verrezen Christus ons weerom schenkt. In dit Cenakel
144 Besl,58| heilige Maagd begeleidt ons op die weg. Aan haar heb
145 Besl,59| heilige deur wordt achter ons gesloten. Maar dit gebeurt
146 Besl,59| geworden voor de tocht die op ons wacht. Wij moeten het elan
147 Besl,59| verrezen Jezus, die met ons op weg ging zoals met de
148 Besl,59| het Brood" (Lc 24, 35), ons waakzaam vinden en bereid
149 Besl,59| van het Jubeljaar 2000 dat ons zo levendig het Mysterie
150 Besl,59| Jubeljaar wordt besloten om ons verder open te stellen voor
|