Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | geboorte, breekt er voor de Kerk een nieuwe etappe aan. Nogmaals
2 Inl,1 | Met grote vreugde heeft de Kerk dit voorbije jaar het gelaat
3 Inl,1 | wereld; tot Hem hebben de Kerk en de Geest geroepen "Marana
4 Inl,1 | cf. Apk 22,1), de hele Kerk heeft doordrenkt. Het is
5 Inl,2 | providentieel gebeuren waarin de Kerk zou uitgenodigd worden zich
6 Inl,2 | intens beleefd jaar, aan de Kerk heeft gezegd (cf. Apk 2,
7 Inl,3 | katholieke en apostolische Kerk waarlijk aanwezig en werkt
8 Inl,3 | Het is vooral in elke Kerk dat het mysterie van het
9 Inl,3 | Het geworteld zijn van de Kerk in tijd en ruimte weerspiegelt
10 Inl,3 | tijd aangebroken voor elke Kerk om na te denken over wat
11 Inl,3 | grote Jubeljaar. Iedere Kerk dient haar vurigheid te
12 Inl,3 | er toe bijdragen dat de Kerk zich steeds meer manifesteert
13 Inl,3(1) | van de bisschoppen in de Kerk, Christus Dominus, nr. 11 ~
14 I,4 | opzien naar Christus en zijn Kerk" (3). De ervaring van het
15 I,6 | bekomen, maar ook voor de Kerk in haar geheel. Zij heeft
16 I,6 | voorbereid, wetend dat de Kerk die ook uit zondaars bestaat, "
17 I,6 | tolk heb gemaakt van de Kerk en vergiffenis heb gevraagd
18 I,6(5) | Dogmatische constitutie over de Kerk Lumen Gentium, n. 8 ~
19 I,7 | bewerkt heeft door aan zijn Kerk zo een schare heiligen en
20 I,7 | zijn om het mysterie van de Kerk tot uitdrukking te brengen.
21 I,8 | Een Kerk op weg ~8. Alsof ze in de
22 I,8 | talloze kinderen van de Kerk naar Rome getrokken, om
23 I,8 | concreet het beeld van de . Kerk op weg. voor ogen, de Kerk
24 I,8 | Kerk op weg. voor ogen, de Kerk die, naar het woord van
25 I,8(6) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium, n. 8. ~
26 I,9 | zowel van de kant van de Kerk als van de burgerlijke maatschappij,
27 I,9 | jongeren voor Rome en voor de Kerk een bijzondere gave van
28 I,12 | rijkdom en de gaven van elke Kerk en zelfs van elk land en
29 I,12 | katholiciteit. , opdat de enige Kerk van Christus op steeds welsprekender
30 I,12(8) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium, nr.1 ~
31 I,13 | zonen en dochters van de Kerk, maar ook door de Israëlitische
32 I,15 | meervoudige aanwezigheid in de Kerk en in de wereld, verkondigd
33 II,16 | ons wie Hij is. Heeft de Kerk immers niet de opdracht
34 II,18 | onderscheidingsvermogen van de Kerk. Op basis van deze getuigenissen
35 II,19 | Petrus, en met hem van de Kerk van alle tijden, brengt
36 II,21 | apostel Thomas wordt de Kerk telkens opnieuw door Christus
37 II,21 | Zoals Thomas knielt de Kerk neer en aanbidt ze de verrezen
38 II,22 | onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk dat het Woord waarlijk "
39 II,23(12) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd,
40 II,24 | zelfbewustzijn te betreden. De Kerk twijfelt er niet aan dat
41 II,27 | ondersteunt de visie van de Kerk over Jezus' zelfbewustzijn,
42 II,28 | Heer ~28. Weliswaar zal de Kerk nooit ophouden, zoals dit
43 II,28 | 7-9). ~Voortaan houdt de Kerk haar ogen gevestigd op de
44 II,28 | Tweeduizend jaar later beleeft de Kerk die gebeurtenissen opnieuw
45 II,28 | Christus' gelaat bewondert de Kerk, zijn Bruid, haar schat,
46 II,28 | Deze ervaring sterkt de Kerk om haar weg verder te zetten,
47 III,29 | broeders en zusters, heeft de Kerk gedurende tweeduizend jaar
48 III,29 | gemeenschappelijke weg voor heel de Kerk te bewandelen: een weg van
49 III,29 | met deze van de universele Kerk. ~Deze harmonie zal bevorderd
50 III,30 | dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen gentium, gewijd aan "
51 III,30 | De herontdekking van de Kerk als "mysterie", dat wil
52 III,30 | Js 6,3). Zeggen dat de Kerk heilig is, betekent dat
53 III,30(17)| Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr. 40. ~
54 III,31 | en bewegingen die door de Kerk erkend zijn. ~
55 III,33 | mystieke traditie van de Kerk, zowel in het Oosten als
56 III,34 | het openbaar gebed van de Kerk ons uitnodigt onze dag toe
57 III,35 | het hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen streeft,
58 III,35 | zondag te vieren, wil de Kerk aan "iedere generatie laten
59 III,36 | de Heer ook de dag van de Kerk (23) die zo op krachtige
60 III,38 | van dit millennium de hele Kerk uitnodigt om deze geloofsdaad
61 III,39 | woord voor het leven van de Kerk onderlijnd. Sindsdien werd
62 III,39 | het officieel gebed van de Kerk. De gelovigen en de religieuze
63 III,40 | een prioriteit voor de Kerk. We dienen er voortaan van
64 III,40 | missionaire geest in de Kerk oproepen die niet enkel
65 III,40 | veelvormige gelaat van de Kerk. Het is wellicht maar een
66 III,41 | gevierd werden! Voor de Kerk is het bloed van de martelaren
67 IV,42 | niveau van de universele Kerk en van de plaatselijke Kerken,
68 IV,42 | van het mysterie van de Kerk belichaamt en tot uitdrukking
69 IV,42 | bouwen, manifesteert de Kerk zich als "sacrament", dit
70 IV,42 | zijn voor de tocht van de Kerk in de geschiedenis; maar
71 IV,42 | werkelijk het "hart" van de kerk, zoals de Heilige Theresia
72 IV,42 | amoris: "Ik begreep dat de Kerk een hart had en dat dit
73 IV,42 | Liefde de ledematen van de Kerk doet handelen (...). Ik
74 IV,42(27) | Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr. 1. ~
75 IV,43 | van communio ~43. Van de Kerk het huis en de school van
76 IV,44 | van Jezus zelf met zijn Kerk. (29) Juist daarom, dienen
77 IV,44 | de problemen waaraan de Kerk het hoofd moet bieden temidden
78 IV,44(29) | Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, Hfst III. ~
79 IV,45 | heel het weefsel van elke Kerk. De communio moet helder
80 IV,45(30) | samenwerkingsorganen in de particuliere Kerk, p. 28. ~
81 IV,45 | hiërarchische structuur van de Kerk illustreert en de bekoring
82 IV,46 | Geest. De eenheid van de Kerk is geen eenvormigheid, maar
83 IV,46 | het noodzakelijk dat de Kerk van het derde millennium
84 IV,46 | verantwoordelijkheid in het leven van de Kerk. Naast het gewijde ambt,
85 IV,46 | probleem voor het leven van de Kerk in alle werelddelen. In
86 IV,46 | op te nemen "(...) in de Kerk en in de wereld (...) met
87 IV,46(33) | Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr. 31. ~
88 IV,46 | bewegingen. Zij blijven aan de Kerk een vitaliteit geven die
89 IV,46 | het vlak van de universele Kerk als in de plaatselijke Kerken,
90 IV,46 | volledige harmonie met de Kerk en in gehoorzaamheid aan
91 IV,47 | bruidsliefde van Christus voor zijn Kerk (cf. Ef 5,32). ~Op dit punt
92 IV,47 | 32). ~Op dit punt kan de Kerk niet toegeven aan de druk
93 IV,47 | spelen om hun rechten in Kerk en samenleving te waarborgen. ~
94 IV,48 | bewuster gemaakt van de Kerk als mysterie van eenheid. "
95 IV,48 | eenheid. "Ik geloof in de ene Kerk": wat wij in de geloofsbelijdenis
96 IV,48 | grondslag in Christus, in wie de Kerk niet verdeeld is (cf. 1
97 IV,48 | tussen de kinderen van de Kerk; ze is een gevolg van onze
98 IV,48 | bron van de eenheid van de Kerk is, en tegelijk ook de voortdurende
99 IV,48 | voortdurende gave die de Kerk op een geheimzinnige wijze
100 IV,48 | realiseert in de katholieke Kerk, ondanks de begrensdheid
101 IV,48 | gaven die eigen zijn aan de Kerk van Christus, stuwen hen
102 IV,48 | uitwisseling van gaven die de Kerk van het eerste millennium
103 IV,48 | herinnering aan de tijd toen de Kerk met twee longen ademhaalde,
104 IV,48(35) | Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr. 8. ~
105 IV,49 | haar orthodoxie, toetst de Kerk haar getrouwheid als bruid
106 IV,49 | Gods Zoon. Hij gaf zijn Kerk een voorkeur voor de armen
107 IV,49(36) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd,
108 IV,51 | zelfs wrevelig wanneer de Kerk op die gebieden tussenkomt.
109 IV,51 | ter sprake komen als de Kerk het over de liefde heeft.
110 IV,51 | van de stellingname van de Kerk uit te leggen en daarbij
111 IV,52 | door de sociale leer van de Kerk wordt voorgesteld. ~Men
112 IV,53 | Rome doen opkijken, naar de Kerk die "voorgaat in de liefde" (38)
113 IV,54 | de afhankelijkheid van de Kerk wilden tonen met betrekking
114 IV,55 | Jubeljaar voorafgingen, heeft de Kerk, onder meer door ontmoetingen
115 IV,55(40) | Verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-
116 IV,56 | moeten verkondigen. ~De Kerk mag zich dus niet onttrekken
117 IV,56 | geschiedenis van de mens, de Kerk zelf nooit zal ophouden
118 IV,56 | cf. Joh 14,17), die de Kerk juist tot de "volheid van
119 IV,56(42) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag,
120 IV,56 | te zien, erkent de Kerk dat zij niet alleen veel
121 IV,57 | jubileum, had gevraagd dat de Kerk zichzelf zou ondervragen
122 IV,57 | binnen de Traditie van de Kerk. Nu het Jubeljaar geëindigd
123 IV,57 | grote genade waarvan de Kerk in de twintigste eeuw heeft
124 Besl,58 | genegenheid van heel de Kerk aan. ~
125 Besl,59 | dankzegging van heel de Kerk zich richten tot de Vader,
|