Chapter, Paragraph
1 Inl,2 | 2. Daarom wil ik u graag uitnodigen om samen
2 Inl,2 | van mijn pontificaat, zag ik het heilig Jaar 2000 als
3 Inl,2 | Oecumenisch Concilie zag ik deze viering als een providentieel
4 Inl,3 | Het is een opgave waartoe ik alle lokale Kerken wil uitnodigen.
5 Inl,3 | ontwikkelen. Daarom wil ik, vanuit het dienstambt van
6 I,4 | het Jubeljaar 2000 drukte ik de wens uit dat de viering
7 I,4 | geschenk" (Jak 1,17) uitgaat. ~Ik denk eerst en vooral aan
8 I,4 | rouwmoedige moordenaar: "Ik beloof je, vandaag nog zul
9 I,5 | Apokalyps Hem voorstelt: "Ik ben de alfa en de omega,
10 I,6 | 2000 kunnen vergeten, toen ik in de Sint-Pietersbasiliek,
11 I,8 | barmhartigheid te ontvangen. Ik ben onder de indruk gekomen
12 I,8 | talrijke vieringen. Vaak ben ik blijven kijken naar de lange
13 I,8 | deur te kunnen binnengaan. Ik probeerde me een beeld te
14 I,9 | zwaar op de proef gesteld. Ik zou van deze brief gebruik
15 I,9 | stroom van jongeren waarmee ik een bevoorrechte dialoog
16 I,9 | eerste welkomstgroet die ik tot hen richtte vanaf het
17 I,9 | Sint-Pietersplein. Daarna heb ik ze zien uitzwermen over
18 I,9 | door het Kruis. Daarom heb ik me laten meeslepen door
19 I,9 | hun enthousiasme en heb ik niet geaarzeld te vragen
20 I,9 | ken voor geloof en leven. Ik heb ze een prachtige taak
21 I,10 | Allerhande pelgrims ~10. Ik kan natuurlijk niet uitweiden
22 I,10 | arbeid, had een groot elan. Ik heb ze gevraagd de spiritualiteit
23 I,10 | Coeli. . In hun ogen las ik lijden maar ook berouw en
24 I,10 | de geest van de mensen. Ik heb de personen die werkzaam
25 I,11 | vooral op het ogenblik dat ik, in aanwezigheid van een
26 I,12 | 12. Men zal begrijpen dat ik spontaan vooral over het
27 I,12 | Petrus. Daarbij vergeet ik echter niet dat ik zelf
28 I,12 | vergeet ik echter niet dat ik zelf heb gewild dat de viering
29 I,12 | zijn van de eenheid (8). ~Ik had ook aanbevolen dat men
30 I,12 | christelijke confessies. Ik denk meer in het bijzonder
31 I,13 | 13. Overigens, hoe zou ik mijn persoonlijk jubileum
32 I,13 | Heilig Land kunnen vergeten? Ik had die willen beginnen
33 I,13 | geloof" (cf. Rm 4,11-16). Ik heb echter vrede moeten
34 I,13 | heilsgeschiedenis. Zo heb ik met vreugde halt gehouden
35 I,13 | plaatsvond. Een maand later ging ik weer op weg naar de berg
36 I,13 | werden door de Verlosser. Ik kan moeilijk de ontroering
37 I,13 | ontroering uitdrukken die ik voelde toen ik de plaatsen
38 I,13 | uitdrukken die ik voelde toen ik de plaatsen vereerde van
39 I,13 | Betlehem en te Nazaret, en toen ik de Eucharistie heb gevierd
40 I,13 | waar ze werd ingesteld. Ik heb het mysterie van het
41 I,13 | het heersende geweld, heb ik mogen ervaren hoe ik op
42 I,13 | heb ik mogen ervaren hoe ik op buitengewoon hartelijke
43 I,13 | broederlijkheid en vrede, beschouw ik als een van de mooiste gaven
44 I,13 | gaven van het Jubeljaar. Als ik terugdenk aan de sfeer die
45 I,13 | terugdenk aan de sfeer die ik in deze dagen heb beleefd,
46 I,13 | deze dagen heb beleefd, kan ik niet anders dan de vurige
47 I,14 | voorbereidende jaren deed ik reeds een oproep tot een
48 I,14 | die hun waren onttrokken. Ik ben gelukkig te mogen vaststellen
49 I,14 | de hoogste schuldenlast. Ik hoop dat de respectieve
50 I,15 | centrale kern, dan aarzel ik niet om die te situeren
51 I,15 | reflectie voor te leggen, wil ik me eerst met u bezinnen
52 II,19 | heeft: "En jullie, wie ben Ik volgens jullie?" (Mt 16,
53 II,23 | Tot U zegt mijn hart: 'Ik zocht uw gelaat.' Uw gelaat
54 II,23 | gelaat.' Uw gelaat blijf ik zoeken" (Ps 27,8). De aloude
55 II,24 | Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest zijn?" (
56 II,24 | De Vader is in mij en ik ben in de Vader" (Joh 10,
57 II,27 | Het is een mysterie, maar ik kan u verzekeren dat ik
58 II,27 | ik kan u verzekeren dat ik er toch iets van begrijp,
59 II,27 | Vader in uw handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46). ~
60 II,28 | Heer, Gij weet toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,15-
61 III,29 | 29. "Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen,
62 III,29 | die ze in ons hart legt: Ik ben met u. ~Het gaat er
63 III,29 | jubileumervaring mogelijk te maken. Ik ben dankbaar voor het hartelijke
64 III,29 | werd op de voorstellen die ik in mijn apostolische brief
65 III,29 | maatschappij en cultuur. ~Ik roep dus met klem de herders
66 III,29 | betrokken zijn. Graag wil ik toch enkele pastorale prioriteiten
67 III,30 | Eerst en vooral aarzel ik niet te zeggen dat iedere
68 III,30 | gezuiverd en vernieuwd worden? ~Ik wens dat velen die aan het
69 III,31 | maat van ieders roeping. Ik dank de Heer, die mij de
70 III,32 | verbonden blijven, jullie en Ik" (Joh 15,4). Deze wederkerigheid
71 III,33 | Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij
72 III,34 | programma. Persoonlijk voorzie ik tijdens de catecheses op
73 III,36 | 36. Zoals ik het reeds deed in de apostolische
74 III,36 | brief 'Dies Domini' zou ik dus willen aandringen opdat
75 III,37 | sacrament van de verzoening ~37. Ik vraag ook dringend om met
76 III,37 | Bisschoppensynode over deze kwestie. Ik deed toen een oproep om
77 III,37 | Maar meer nog heb ik u uitgenodigd om Christus
78 III,37 | Toen de Synode, waarover ik zojuist sprak, dit probleem
79 III,38 | sprak: "Op uw woord zal ik de netten uitgooien" (ibid.).
80 III,40 | culturen. De voorbije jaren heb ik vele keren opgeroepen tot
81 III,40 | evangelisatie. Vandaag herhaal ik deze oproep en nodig u uit
82 III,40 | van Paulus: "Wee mij als ik het evange lie niet verkondigde" (
83 III,40 | het voorbeeld van Paulus: "Ik ben alles wat je maar wilt
84 III,40 | redden" (I Kor 9,22). Terwijl ik deze aanbevelingen formuleer,
85 III,40 | aanbevelingen formuleer, denk ik vooral aan de jongerenpastoraal.
86 III,40 | jongerenpastoraal. Zoals ik reeds zei, gaven de jongeren
87 IV,42 | worden: "Met de liefde die Ik jullie heb toegedragen,
88 IV,42 | voorvoeld, deze heilige die ik tot kerklerares heb uitgeroepen
89 IV,42 | in de scientia amoris: "Ik begreep dat de Kerk een
90 IV,42 | hart van liefde brandde. Ik begreep dat alleen de Liefde
91 IV,42 | Kerk doet handelen (...). Ik begreep dat de Liefde alle
92 IV,48 | als mysterie van eenheid. "Ik geloof in de ene Kerk":
93 IV,48 | zoals U, Vader, in mij en Ik in U" (Joh 17,21) - is tegelijk
94 IV,48 | horizon na dit Jubeljaar richt ik mij heel hoopvol naar de
95 IV,49 | willen identificeren: "Want ik had honger en jullie hebben
96 IV,49 | hebben me te eten gegeven, ik had dorst en jullie hebben
97 IV,49 | hebben me te drinken gegeven, ik was vreemdeling en jullie
98 IV,49 | jullie hebben mij opgenomen, ik was naakt en jullie hebben
99 IV,49 | jullie hebben mij gekleed, ik was ziek en jullie hebben
100 IV,49 | hebben naar me omgezien, ik was in de gevangenis en
101 IV,51 | het over de liefde heeft. Ik wil hier spreken over de
102 IV,53 | vereisten van het evangelie, heb ik gewild dat het Jubeljaar
103 IV,53 | in de loop van dit jaar - ik denk dan in het bijzonder
104 IV,57 | Dit is de reden waarom ik, in het vooruitzicht van
105 IV,57 | geweest van deze bezinning. Ik wens dat een gelijkaardig
106 IV,57 | Jubeljaar geëindigd is, voel ik meer dan ooit de plicht
107 Besl,58| op die weg. Aan haar heb ik, enkele maanden geleden,
108 Besl,58| van de voorbije jaren, heb ik haar dikwijls voorgesteld
109 Besl,58| de nieuwe evangelisatie". Ik stel haar weerom voor als
110 Besl,58| zelf (cf. Joh 19,26) zeg ik opnieuw aan Maria: "Vrouw,
111 Besl,58| ziehier uw kinderen" en ik bied haar de kinderlijke
112 Besl,59| wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs
113 Besl,59| Geest! ~Met deze wens geef ik allen, vanuit de grond van
|