Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | de harten heeft bewerkt. Maar het staat vast dat "een
2 Inl,2 | God. Toch kunnen we alleen maar dankbaar zijn voor "wat
3 Inl,3 | herdenken van het verleden maar ook een profetie voor de
4 I,4 | de mens is willen zijn, maar ook gelijk is geworden aan
5 I,4 | Tweeduizend jaar zijn verstreken, maar meer dan ooit blijft de
6 I,4 | Tweeduizend jaar zijn voorbij, maar de zondaars die nood hebben
7 I,6 | van de aflaat te bekomen, maar ook voor de Kerk in haar
8 I,7 | De geloofsgetuigen ~7. Maar dit levendig schuldbewustzijn
9 I,8 | bijzondere gebeuren zien we. Maar wie kan het wonder van de
10 I,9 | hartelijkste dank te betuigen. Maar meer dan de aantallen heeft
11 I,9 | het voor jongeren hoort, maar ook bezonnen, verlangend
12 I,10 | enkel aan wie erbij was, maar ook aan wie erover hoorde
13 I,10 | op afstand aan deelnam. Maar hoe zouden we kunnen voorbijgaan
14 I,10 | In hun ogen las ik lijden maar ook berouw en hoop. Voor
15 I,11 | betekenisvolle congressen, maar vooral op het ogenblik dat
16 I,12 | lastig, misschien lang, maar wat ons bezielt is de hoop
17 I,13 | en dochters van de Kerk, maar ook door de Israëlitische
18 I,15 | herinneringen bij ons achter. Maar als we de grote erfenis
19 I,15 | en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig" (
20 II,16 | niet enkel over . Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft
21 II,16 | het nieuwe millennium? ~Maar ons getuigenis zou ongetwijfeld
22 II,17 | op een gesluierde wijze, maar in het Nieuwe Testament
23 II,18 | historische wetenschap. Maar geleidelijk aan krijgen
24 II,18 | het uur van de duisternis; maar daarop volgt een nieuwe
25 II,19 | woorden van de Heer. We kunnen maar echt tot bij Jezus komen
26 II,19 | een pertinent antwoord, maar hoever is dit nog verwijderd
27 II,19 | boeiden, opgemerkt hebben, maar het was nog niet in staat
28 II,20 | hebben jou dit onthuld, maar mijn Vader in de hemel" (
29 II,20 | gewone manier van kennen. Maar sprekend over Jezus volstaat
30 II,20 | Jezus' gelaat zullen komen, maar dat dit slechts mogelijk
31 II,21 | zonder enige vermenging maar ook zonder een mogelijke
32 II,21 | omgevormd en verheerlijkt. "Kijk maar, hier zijn mijn handen;
33 II,21 | zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met
34 II,22 | zwakken of zelfs weg te duwen. Maar het behoort wezenlijk en
35 II,24 | cf. Mt 11,27; Lc 1,22); maar vooral in het evangelie
36 II,24 | de proef gesteld worden. Maar zelfs het drama van zijn
37 II,25 | te nemen (cf. Mc 14,36). Maar de Vader schijnt de kreet
38 II,25 | gelaat van de mens aannemen, maar ook het "gelaat" van de
39 II,25 | onnoembare smart ontkennen, maar we mogen ook niet het volgende
40 II,26 | is geen kreet van wanhoop maar wel het gebed van de Zoon
41 II,27 | vreugden van de Drie-eenheid, maar zijn doodstrijd was daarom
42 II,27 | smartelijk. Het is een mysterie, maar ik kan u verzekeren dat
43 II,28 | aan de wereld geschonken. Maar bij het beschouwen van Christus'
44 II,28 | verloochening bitter weende, maar zich daarna terug op weg
45 III,29 | vertrouwen die vraag gesteld maar we hebben ons niet laten
46 III,29 | formule zal ons redden, maar een Persoon en de zekerheid
47 III,29 | patrimo nium niet vallen, maar concreet operationeel maken. ~
48 III,30 | leven zijn gewone gang, maar het oproepen tot heiligheid
49 III,30 | ecclesiologie toe te voegen, maar veeleer om een intrinsieke
50 III,30 | Geest", (16) kon alleen maar leiden tot de herontdekking
51 III,30 | iedere gedoopte aangebod en. ~Maar de gave houdt op haar beurt
52 III,32 | gemeenschappelijk gebed. Maar wij weten ook dat het gebed
53 III,32 | het kerkelijk leven,(18) maar ook in de persoonlijke gebedservaring,
54 III,33 | gedragen is door de genade, maar evenwel een sterk geestelijk
55 III,33 | de "donkere nacht") kent, maar die onder verschillende
56 III,33 | komt in het smeken om hulp, maar ook in dankzegging, lof,
57 III,34 | toewijding op toeleggen. Maar men vergist zich als men
58 III,34 | religieuze communiteiten maar ook de parochiale gemeenschappen
59 III,35 | millennium dat aanbreekt, maar wij zijn zeker dat Christus
60 III,35 | alleen een keer per jaar maar elke zondag te vieren, wil
61 III,36 | aan een gebod te voldoen, maar omdat het noodzakelijk is
62 III,37 | de huidige cultuur. (24) Maar meer nog heb ik u uitgenodigd
63 III,38 | stellen van het koninkrijk. Maar wij dienen er ons voor te
64 III,40 | specialisten' zal zijn maar die de verantwoordelijkheid
65 III,40 | ieder volk niet ontkend maar uitgezuiverd en tot volheid
66 III,40 | de Kerk. Het is wellicht maar een begin, een nauwelijks
67 III,40 | Paulus: "Ik ben alles wat je maar wilt om in elk geval een
68 IV,42 | Kerk in de geschiedenis; maar als de liefde (agapè) ontbreekt,
69 IV,42 | om bergen te verzetten", maar wij hebben de liefde niet,
70 IV,43 | de actie kunnen overgaan. Maar dit zou een dwaling zijn.
71 IV,44 | Bisschoppenconferenties. Maar er blijft nog veel te doen
72 IV,45 | beslissingsorganen; (30) maar daarom zijn zij niet minder
73 IV,46 | Kerk is geen eenvormigheid, maar een organische integratie
74 IV,46 | van de herders optreden. Maar de aansporing van de apostel,
75 IV,47 | hardheid van het hart", maar dat door Christus in zijn
76 IV,48 | ontroerende signalen laten zien. Maar er is nog een lange weg
77 IV,49 | Deze bladzijde is niet zo maar een uitnodiging om lief
78 IV,50 | aan enkele bevoorrechten, maar tegelijkertijd blijven miljoenen
79 IV,50 | mogelijkheden verstoken zijn, maar die wanhopig zijn om de
80 IV,50 | uitdrukkingen heeft gekend, maar die vandaag ongetwijfeld
81 IV,50 | middelen te ontplooien, maar ook om mensen bekwaam te
82 IV,51 | het geloof op te dringen, maar wel om de waarden te verdedigen
83 IV,52 | karakter van de geschiedenis, maar het mag ons op geen enkele
84 IV,52 | medemensen te verwaarlozen, maar zijn zij sterker met allen
85 IV,53 | slechts een kleine beek zijn, maar die beek zal in de grote
86 IV,53 | geschiedenis loopt. Een kleine, maar betekenisvolle beek: het
87 IV,54 | het licht van Christus. Maar niet allen zien dit licht.
88 IV,54 | met zoveel schaduwzijden. Maar deze zending is mogelijk,
89 IV,56 | 56. Maar deze dialoog kan niet gebeuren
90 IV,56 | verkondiging vervangen, maar moet op deze verkondiging
91 IV,56 | de christelijke waarheid, maar ook van de christelijke
92 IV,56 | alleen veel heeft geschonken, maar ook heel wat heeft "ontvangen
93 Besl,58| voortgaat, zijn talrijk. Maar er is geen enkele afstand
94 Besl,59| wordt achter ons gesloten. Maar dit gebeurt om meer dan
|