Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | eind van dit jaar mogen we opnieuw met het oude danklied
2 Inl,2 | onvermijdelijke zwakheden vertrouwen we toe aan God. Toch kunnen
3 Inl,2 | toe aan God. Toch kunnen we alleen maar dankbaar zijn
4 Inl,2 | Tevens moet alles wat we hebben zien gebeuren, opnieuw
5 Inl,3 | broeders en zusters, moeten we ons richten op de toekomst.
6 Inl,3 | richten op de toekomst. We hebben de jongste maanden
7 Inl,3 | profetie voor de toekomst. We moeten de genade die we
8 Inl,3 | We moeten de genade die we hebben ontvangen nu omzetten
9 I,4 | 4. "We danken U, Heer, God, Albeheerser" (
10 I,5 | duizend maal herhaald, hebben we dit jaar Christus beschouwd,
11 I,5 | Christus beschouwend, hebben we de Vader en de Geest aanbeden,
12 I,6 | Bruidegom. ~Sinds lang hadden we ons op dit gewetensonderzoek
13 I,7 | Christus. ~Overigens hebben we ter gelegenheid van het
14 I,7 | Dit is een erfenis die we niet mogen verliezen; ze
15 I,8 | bijzondere gebeuren zien we. Maar wie kan het wonder
16 I,10 | deelnam. Maar hoe zouden we kunnen voorbijgaan aan de
17 I,10 | daarmee te beginnen hebben we de aansporing van Jezus
18 I,10 | Mc 10,14). Meer nog, we herhaalden wat Jezus deed
19 I,10 | maakte van de houding die we moeten aannemen om het Rijk
20 I,11 | eucharistisch jaar" (7) en zo hebben we het pogen te beleven. ~Als
21 I,15 | bij ons achter. Maar als we de grote erfenis die het
22 I,15 | het licht op onze weg. ~We moeten nu vooruitkijken
23 I,15 | woord: "Duc in altum!". Wat we dit jaar hebben gedaan,
24 I,15 | houding van gelatenheid. Wat we hebben meegemaakt moet integendeel .
25 I,15 | aanzet het enthousiasme dat we hebben beleefd te investeren
26 I,15 | op ons en daarom moeten we een efficiënt pastoraal
27 I,15 | echter belangrijk dat, wat we met Gods hulp voorstellen,
28 I,15 | te doen om te doen. . We moeten weerstand bieden
29 I,15 | streven te . zijn. voor we . doen. . Laat ons het woord
30 II,16 | 16. "We zouden Jezus willen ontmoeten" (
31 II,16 | erg zwak overkomen, als we er niet eerst toe zouden
32 II,16 | einde van het Jubeljaar gaan we ons gewoon dagelijks leven
33 II,16 | leven hernemen en bewaren we al de ervaringen die we
34 II,16 | we al de ervaringen die we in deze bijzondere periode
35 II,17 | evangelies ~17. Wanneer we het gelaat van Christus
36 II,17 | Christus contempleren, worden we onvermijdelijk verwezen
37 II,17 | Heilige Schrift, willen we ons openstellen voor de
38 II,17 | van de Heilige Schrift; we willen ook luisteren naar
39 II,17 | waarheidsgetrouw getuigenis waarin we ons volle vertrouwen kunnen
40 II,18 | geleidelijk aan krijgen we een historisch betrouwbaar
41 II,19 | de woorden van de Heer. We kunnen maar echt tot bij
42 II,20 | van ons gevraagd indien we met een groeiende overtuiging
43 II,20 | zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid
44 II,24 | de Vader" (Joh 10,38). ~We mogen aannemen dat terwijl "
45 II,24 | menselijkheid. Evenmin mogen we eraan twijfelen dat Jezus
46 II,25 | een lijdende ~25. Wanneer we Christus' gelaat beschouwen
47 II,25 | gelaat beschouwen moeten we ook het meest paradoxale
48 II,25 | Jezus in de Olijfhof kunnen we ons in alle scherpte voorstellen.
49 II,25 | Kor 5,21). ~Nooit zullen we de ondoorgrondelijke diepte
50 II,25 | duisternis voorstellen? We willen zeker niet de werkelijkheid
51 II,25 | onnoembare smart ontkennen, maar we mogen ook niet het volgende
52 II,25 | psalm 22; die woorden moeten we begrijpen in het licht van
53 II,27 | het patrimonium van wat we de "beleefde theologie"
54 II,28 | van Christus' gelaat mogen we niet blijven stilstaan bij
55 III,29| viering van het Jubeljaar. We dienen er een vernieuwd
56 III,29| vertrouwen die vraag gesteld maar we hebben ons niet laten verleiden
57 III,29| Christus zelf: Hem dienen we te kennen, te beminnen,
58 III,29| objectief aandient, staan we voor de brede en veeleisende
59 III,29| concreet operationeel maken. ~We staan dus voor het heropnemen
60 III,30| noodzaak. ~Daartoe dienen we hoofdstuk V van de dogmatische
61 III,30| heilig is, betekent dat we haar gezicht als Bruid van
62 III,30| 5,25-26). Deze gave die we 'objectief' kunnen noemen,
63 III,32| vanzelfsprekend is. Bidden moeten we leren en net als de eerste
64 III,32| eerste leerlingen moeten we telkens opnieuw aan de goddelijke
65 III,32| vertrouwelingen maakt: "Laten we met elkaar verbonden blijven,
66 III,33| 33. Is het feit dat we heden ten dage in de wereld -
67 III,33| van de Vader. Dan hebben we een levendige ervaring van
68 III,35| In die richting moeten we verdergaan en vooral belang
69 III,37| bemoedigende evolutie mogen we niet verloren laten gaan.
70 III,37| zijn waarde herstellen. We mogen het niet opgeven,
71 III,38| genade. Steeds weer worden we bekoord om in iedere pastorale
72 III,38| Natuurlijk vraagt God dat we echt meewerken met zijn
73 III,38| en van de heiligheid. Als we dit principe niet eerbiedigen,
74 III,38| niet eerbiedigen, moeten we niet verwonderd zijn dat
75 III,39| Geliefde broeders en zusters, we dienen deze evolutie te
76 III,40| prioriteit voor de Kerk. We dienen er voortaan van uit
77 III,40| prediking na Pinksteren. Mogen we bezield worden door de woorden
78 III,40| hij moet Hem verkondigen. We dienen tot een nieuw apostolisch
79 III,40| Geest ons voorbereidt. ~We dienen met vertrouwen Christus
80 III,40| verzwijgen. Toch dienen we rekening te houden met de
81 III,41| waar wij nu voor staan? We waren wellicht teveel geneigd
82 IV,43 | ons in het millennium dat we beginnen, als wij trouw
83 IV,43 | Vanuit deze vraag zouden we onmiddellijk tot de actie
84 IV,43 | spiritualiteit van de communio zijn we in staat om vooral het positieve
85 IV,43 | spiritualiteit van de communio dat we aan de ander "een eigen
86 IV,44 | 44. Van hieruit dienen we in deze nieuwe eeuw meer
87 IV,44 | communio waar te maken. Dienen we niet vooral te denken aan
88 IV,46 | caritas. ~Ongetwijfeld moeten we ons edelmoedig inspannen,
89 IV,46 | In het bijzonder zullen we steeds beter de roeping
90 IV,47 | verspreid en soms militant. We dienen ervoor te zorgen,
91 IV,48 | Christus te richten, werden we bewuster gemaakt van de
92 IV,51 | de noodsituaties waarvoor we als christen niet ongevoelig
93 IV,52 | christelijk getuigenis: we dienen te weerstaan aan
|