Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hierover 2
hieruit 1
hiervan 1
hij 76
hijzelf 1
historisch 4
historische 5
Frequency    [«  »]
85 ook
82 heeft
77 hebben
76 hij
71 wij
65 god
65 jezus
Ioannes Paulus PP. II
Novo Millennio Ineunte

IntraText - Concordances

hij

   Chapter,  Paragraph
1 Inl,1 | richtte. Hiermee nodigt Hij hem uit . naar het diepe 2 Inl,1 | Christus is, binnengetreden. Hij is de eindbestemming van 3 Inl,1 | jubelen: "Dank de Heer, want Hij is goed, zijn liefde kent 4 I,4 | door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de 5 I,4 | David uw Redder geboren; Hij is de Messias, de Heer" ( 6 I,4 | zijn verbaasde stadgenoten. Hij paste de profetie van Jesaja 7 I,5 | en menselijk mysterie, is Hij fundament en centrum van 8 I,5 | centrum van de geschiedenis. Hij is er de zin en het uiteindelijke 9 I,7 | te danken voor alles wat Hij in de loop van de eeuwen, 10 I,10 | herhaalden wat Jezus deed toen hij "in hun midden een kind 11 I,13 | overwegen op Golgota, waar Hij zijn leven heeft gegeven 12 II,16 | Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft de Kerk immers 13 II,18 | te zijn (Lc 3,22), begint Hij te prediken dat de komst 14 II,19 | zijde" (ibid.) verzekerde hij hen van de overweldigende 15 II,19 | kwam enkel tot geloof nadat hij persoonlijk de verrezen 16 II,19 | cf. Joh 20,24-29). Hoewel hij Jezus' lichaam gezien en 17 II,19 | enkel door het geloof dat hij ten volle kon binnentreden 18 II,19 | mensen" over Hem zeggen. Hij krijgt als antwoord: "volgens 19 II,19 | is Jezus heel anders! Wat Hij van de zijnen verwacht, 20 II,20 | in dezelfde zin wanneer hij schrijft dat dit gesprek 21 II,20 | leerlingen plaats vond toen Hij "eens aan het bidden was" ( 22 II,20 | Woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen 23 II,20 | gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan 24 II,20 | Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid" ( 25 II,21 | zijn moeder Maria ontving Hij de menselijke natuur die, 26 II,22 | vlees geworden is" en dat Hij in alles het menselijk bestaan 27 II,22 | van de heerlijkheid die Hij bezit van alle eeuwigheid ( 28 II,23 | lichten" (Ps 67,2). En omdat Hij tezelfdertijd God en mens 29 II,23 | tezelfdertijd God en mens was heeft Hij ons ook het ware gelaat 30 II,23 | van de mens laten zien, "Hij heeft ten volle de mens 31 II,23 | Christus opgenomen en deelt hij in de intimiteit van het 32 II,24 | erkennen en het bewustzijn dat Hij zelf hiervan had. Is het 33 II,24 | wil verduidelijken wanneer hij de eerste woorden van Jezus 34 II,24 | van Jezus vermeldt, die Hij, toen Hij nauwelijks twaalf 35 II,24 | vermeldt, die Hij, toen Hij nauwelijks twaalf jaar was, 36 II,24 | bewust, zo blijkt het, dat Hij zich in een unieke relatie 37 II,24 | relatie bevindt met God, dat Hij namelijk de 'Zoon' is. Want 38 II,24 | niet ve rwon derlijk dat Hij, eens volwassen, op een 39 II,24 | ogenblik aan het bewustzijn dat Hij heeft van zichzelf: "De 40 II,24 | mogen aannemen dat terwijl "Hij een wijs en volwassen man 41 II,24 | inderdaad te doden want: "Hij tastte niet alleen de sabbat 42 II,24 | niet alleen de sabbat aan, Hij noemde ook nog God zijn 43 II,24 | zekerheid te ondermijnen die Hij bezit: de Zoon te zijn van 44 II,25 | alle scherpte voorstellen. Hij wordt overweldigd door het 45 II,25 | heel alleen met God, roept Hij Hem aan op zijn tedere, 46 II,25 | vertrouwvolle wijze: "Abba, Vader". Hij vraagt Hem, als het mogelijk 47 II,25 | zijn Vader richt, maakt Hij gebruik van de eerste verzen 48 II,26 | allen. Op het ogenblik dat Hij onze zonden op zich neemt, " 49 II,26 | zich neemt, "verlaten" als Hij zich voelt door zijn Vader, " 50 II,26 | door zijn Vader, "geeft Hij zich over" in de handen 51 II,26 | kennis en ervaring die alleen Hij van God bezat, ziet Hij, 52 II,26 | Hij van God bezat, ziet Hij, zelfs in dit uur van duisternis, 53 II,26 | gewicht van de zonde en Hij lijdt er onder. Alleen Hij, 54 II,26 | Hij lijdt er onder. Alleen Hij, die zijn Vader ziet en 55 II,27 | beulen (cf. Lc 23,34) terwijl Hij eveneens aan zijn Vader 56 II,28 | beeld van de gekruisigde. Hij is verrezen! "En als Christus 57 II,28 | zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en onder 58 II,28 | Na de doorstane angst is Hij verhoord. Hoewel Hij Gods 59 II,28 | is Hij verhoord. Hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij 60 II,28 | Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden 61 II,28 | gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij tot de voleinding was gekomen, 62 II,28 | voleinding was gekomen, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, 63 II,28 | liefde voor Christus liet hij blijken met een begrijpelijk 64 II,28 | gevoel van schaamte toen hij zei "Heer, Gij weet toch 65 III,30 | Christus tonen, voor wie Hij zich heeft overgeleverd, 66 III,35 | stevig in zijn handen draagt, Hij, de "Koning der koningen 67 III,38 | met zijn genade en nodigt Hij ons uit om alle hulpmiddelen 68 III,40 | niet voor zichzelf houden; hij moet Hem verkondigen. We 69 IV,42 | door het "nieuwe gebod" dat Hij ons gegeven heeft, zouden 70 IV,49 | tegenwoordigheid van Gods Zoon. Hij gaf zijn Kerk een voorkeur 71 IV,54 | Jezus over zichzelf zegt als Hij zich laat kennen als "het 72 IV,54 | wereld" (Joh 8, 12) en als Hij aan zijn leerlingen vraagt 73 IV,55 | moet steeds meer worden wat Hij is: een naam van vrede en 74 IV,56 | zozeer bemind heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken" ( 75 IV,56 | van God die "waait waar Hij wil" (Joh 3,8) doorheen 76 Besl,58| In dit Cenakel verscheen Hij "de eerste dag van de week" (


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License