Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wie 17
wiens 1
wierpen 1
wij 71
wijd 1
wijde 1
wijden 1
Frequency    [«  »]
82 heeft
77 hebben
76 hij
71 wij
65 god
65 jezus
64 zich
Ioannes Paulus PP. II
Novo Millennio Ineunte

IntraText - Concordances

wij

   Chapter,  Paragraph
1 Inl,1 | Jubeljaar ten einde loopt waarin wij de voorbije tweeduizend 2 Inl,2 | ontcijferd worden zodat wij zouden luisteren naar wat 3 I,6 | geschitterd heeft. Hoe zouden wij de ontroerende liturgie 4 I,7 | twintigste eeuw te verzamelen. Wij hebben ze herdacht op 7 5 I,9 | ontmoetingen tot uitdrukking kwam. ~Wij denken op een bijzondere 6 II,20 | maken er ons op attent dat wij, met onze menselijke krachten 7 II,21 | mogelijke scheiding (11). ~Wij weten wel dat onze begrippen 8 II,25 | tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods gerechtigheid 9 III,29 | Heer onder ons, stellen wij vandaag de vraag, die tot 10 III,29 | pinkstertoespraak: "Wat moeten wij doen?" (Hnd 2,37). ~Wij 11 III,29 | wij doen?" (Hnd 2,37). ~Wij hebben ons met optimisme 12 III,29 | verschillende culturen? Laten wij dit rijk patrimo nium niet 13 III,29 | pastoraal werk. Een werk waar wij allen bij betrokken zijn. 14 III,32 | gemeenschappelijk gebed. Maar wij weten ook dat het gebed 15 III,33 | in aantrekkelijke vormen. Wij die de genade bezitten in 16 III,33 | Verlosser van de wereld, wij hebben de plicht te tonen 17 III,33 | met de Bruidegom". Kunnen wij, temidden van zoveel lichtende 18 III,35 | heerlijkheid zal wederkeren. Wij weten niet welke gebeurtenissen 19 III,35 | millennium dat aanbreekt, maar wij zijn zeker dat Christus 20 III,36 | consequent christelijk leven. Wij treden een millennium binnen 21 III,37 | medelijdend hart en worden wij met Hem verzoend. Wij dienen 22 III,37 | worden wij met Hem verzoend. Wij dienen opnieuw het gelaat 23 III,38 | van het koninkrijk. Maar wij dienen er ons voor te hoeden 24 III,38 | hoeden te vergeten dat "wij zonder Christus niets kunnen 25 III,38 | in ons hart achterlaten. Wij ervaren dan wat de leerlingen 26 III,38 | De hele nacht hebben wij ons al afgetobd zonder iets 27 III,40 | voeden met het Woord, opdat wij "dienaars van het Woord" 28 III,40 | In dit Jubeljaar hebben wij ons vooral verheugd over 29 III,40 | een edelmoedige openheid. Wij moeten dit hartverwarmend 30 III,40 | Heer ons toevertrouwt opdat wij het vrucht laten dragen. ~ 31 III,41 | 41. Mogen wij in deze hoopgevende, vernieuwde 32 III,41 | eeuw en het millennium waar wij nu voor staan? We waren 33 IV,42 | bewaren" (Joh 13,35). Indien wij, geliefde broeders en zusters, 34 IV,42 | hymne aan de liefde: ook als wij de taal van mensen en engelen 35 IV,42 | bergen te verzetten", maar wij hebben de liefde niet, dan 36 IV,43 | millennium dat we beginnen, als wij trouw willen zijn aan Gods 37 IV,43 | zijn aan Gods plan en als wij op de diepe verwachtingen 38 IV,43 | wantrouwen veroorzaken. Laten wij ons geen illusies maken: 39 IV,45 | te komen. ~Daartoe moeten wij die oude wijsheid beleven 40 IV,47 | het historische moment dat wij nu beleven, nu men een onderhuidse 41 IV,48 | 48. Hoe dringend moeten wij nu de communio in het delicate 42 IV,48 | geloof in de ene Kerk": wat wij in de geloofsbelijdenis 43 IV,48 | menselijke kwetsbaarheid waarmee wij de gave ontvangen die voortdurend 44 IV,48 | vruchten voortbrengen. Laten wij dus vol vertrouwen onze 45 IV,48 | naar het ogenblik waarop wij samen met alle leerlingen 46 IV,49 | armsten ons kan leiden. Als wij werkelijk uitgaan van de 47 IV,49 | beschouwing van Christus, moeten wij Hem ook kunnen ontdekken 48 IV,50 | eindeloos groter wanneer wij de nieuwe vormen van armoede 49 IV,50 | ervaren. ~Daartoe dienen wij zo te handelen dat in alle 50 IV,51 | uitdagingen ~51. Hoe kunnen wij overigens de ogen sluiten 51 IV,54 | niet allen zien dit licht. Wij hebben de prachtige en veeleisende 52 IV,54 | ons doet huiveren wanneer wij onze zwakheid zien die ons 53 IV,54 | zending is mogelijk, als wij in het licht van Christus 54 IV,55 | In dit perspectief staan wij ook voor de grote uitdaging 55 IV,55 | interreligieuze dialoog die wij ook in deze nieuwe eeuw 56 IV,56 | onverschilligheid. Als christenen hebben wij de plicht een dialoog te 57 IV,56 | Pt 3, 15) aan te bieden. Wij moeten niet vrezen dat de 58 IV,56 | vervult, een goed nieuws dat wij moeten verkondigen. ~De 59 IV,56 | openstaat om te luisteren. Wij weten immers dat, ten aanzien 60 IV,57 | geeft ons een kompas, waarop wij kunnen vertrouwen, om ons 61 Besl,58| DUC in ALTUM! ~58. Laten wij nu hoopvol verdergaan! Een 62 Besl,58| een wijdse oceaan waarop wij ons wagen in het vertrouwen 63 Besl,58| vandaag nog zijn werk verder: wij moeten een doordringende 64 Besl,58| in contact te treden dat wij dit Jubeljaar hebben gevierd? 65 Besl,58| Nu nodigt Christus die wij beschouwd en bemind hebben, 66 Besl,58| het eerste uur kenmerkte: wij kunnen vertrouwen op de 67 Besl,58| meer alert zijn wanneer wij weer op de wegen van de 68 Besl,59| van het Jubeljaar komen wij niet opnieuw in de alledaagse 69 Besl,59| tocht die op ons wacht. Wij moeten het elan van de apostel 70 Besl,59| contemplatie bij Maria moeten wij navolgen: na haar pelgrimstocht 71 Besl,59| grote nieuws te melden: "Wij hebben de Heer gezien!" (


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License