1025-drie | driee-licht | lie-schep | scheu-wijde | wijds-zwijg
bold = Main text
Chapter, Paragraph grey = Comment text
1 II,27(15) | complètes, Paris 1996, p. 1025. ~
2 I,5(4) | Zielzorg, Guimardstraat 1, 1040 Brussel, Jg. 13, nr. 1,
3 Inl,1 | liefde kent geen grenzen" (Ps 118,1). ~
4 I,4(2) | n. 3; AAS 91(1999), p. 132; 121 Kerkelijke Documentatie,
5 II,27(15) | Le carnet jaune, 6 juli 1897: Oeuvres complètes, Paris
6 IV,45(32) | Sulpice Sévère: CSEL 29, 193. ~
7 III,37(24)| N. 18: AAS 77 (1985), p. 224. ~
8 III,33(19)| Orationis formas (15 oktober 1989): AAS 82 (1990), pp. 362-
9 IV,57(45) | adveniente (10 november 199'), nr. 36, AAS 87 (1995),
10 IV,56(41) | en verkondiging, 19 mei 1991, nr. 82: AAS 84 (1992),
11 IV,56(41) | mei 1991, nr. 82: AAS 84 (1992), p. 444; Kerkelijke Documentatie,
12 I,11(7) | adveniente , 10 november, 1994, Wereldkerkdocumenten 24,
13 IV,45(30) | Vaticaanstad 15 augustus 1997, art. 5: De samenwerkingsorganen
14 Inl,1 | Jezus" (cf. Apk 22,17.20; 1Kor 16,22). ~Het is onmogelijk
15 Besl,59 | zegen. ~Vaticaan, 6 januari 2001, plechtigheid van de Openbaring
16 III,37(24)| N. 18: AAS 77 (1985), p. 224. ~
17 IV,53(38) | Romains, Intr. Éd. Funk, I, 252. ?.. ~
18 III,37(25)| Ibid., nr. 31: l.c., p. 258. ~
19 II,21(11) | Denzinger-Hünermann, 1999, pp. 301-302; La Foi catholique,
20 II,21(11) | Denzinger-Hünermann, 1999, pp. 301-302; La Foi catholique, n. 313. ~
21 II,21(11) | 302; La Foi catholique, n. 313. ~
22 III,33 | 33. Is het feit dat we heden
23 III,33(19)| 1989): AAS 82 (1990), pp. 362-379; La Documentation catholique
24 III,33(19)| AAS 82 (1990), pp. 362-379; La Documentation catholique
25 III,39 | Luisteren naar het Woord ~39. Ongetwijfeld zijn het primaat
26 IV,42(28) | Ms B, 3v°: Theresia van Lisieux, Oeuvres
27 IV,56(41) | nr. 82: AAS 84 (1992), p. 444; Kerkelijke Documentatie,
28 II,21 | Concilie van Chalcedon (451): "Eén persoon in twee naturen".
29 IV,47 | 47. Een bijzondere aandacht
30 IV,53 | Een concreet teken ~53. Om een teken te geven van
31 III,41(26)| Apologie, 50, 13: PL 1, 534. ~
32 IV,54 | Dialoog en missie ~54. Een nieuwe eeuw is aangevangen,
33 III,30(16)| De Orat. Dom. 23: PL 4, 553; cf. Lumen Gentium, nr.
34 IV,56 | 56. Maar deze dialoog kan niet
35 IV,57 | de lijn van het Concilie ~57. Dierbare broeders en zusters,
36 Besl,58 | DUC in ALTUM! ~58. Laten wij nu hoopvol verdergaan!
37 Besl,59 | 59. Geliefde broeders en zusters,
38 I,15 | koninkrijk van God" (Lc 9,62). Wanneer het om het Rijk
39 II,23 | aanschijn over ons lichten" (Ps 67,2). En omdat Hij tezelfdertijd
40 III,35(22)| Ibid, nr. 2: l.c., p. 714. ~
41 III,35(21)| nr. 19: AAS 90 (1998), p. 724; 121 Kerkelijke Documentatie,
42 III,36(23)| ibid, nr. 35: l.c., p. 734. ~
43 III,37(24)| N. 18: AAS 77 (1985), p. 224. ~
44 II,27(14) | N. 78 Catharina van Siënna, Dialogue
45 IV,56(41) | 19 mei 1991, nr. 82: AAS 84 (1992), p. 444; Kerkelijke
46 Inl,2 | in aeternum cantabo" (Ps 89,2). ~Tevens moet alles wat
47 III,35(21)| 31 mei 1998), nr. 19: AAS 90 (1998), p. 724; 121 Kerkelijke
48 I,4(2) | november1998); n. 3; AAS 91(1999), p. 132; 121 Kerkelijke
49 I,8(6) | Amsterdam 1984, XVIII,5 1 blz. 921; cf. Tweede Vaticaans Oecumenisch
50 II,21(11) | enseignons donc tous unanimement à confesser un seul et même
51 IV,50 | niet als een vernederende aalmoes, ma ar a ls een echt broederlijk
52 I,5 | we de Vader en de Geest aanbeden, de ene en onverdeelde Drie-eenheid,
53 III,40 | Kor 9,22). Terwijl ik deze aanbevelingen formuleer, denk ik vooral
54 I,12 | eenheid (8). ~Ik had ook aanbevolen dat men in het programma
55 II,21 | Thomas knielt de Kerk neer en aanbidt ze de verrezen Heer in de
56 I,10 | positieve boodschappen zouden aanbieden, getuigend van morele gezondheid
57 III,31 | pedagogie zullen in het rijke aanbod aan eenieder, de tra diti
58 III,35 | wachten in het millennium dat aanbreekt, maar wij zijn zeker dat
59 III,29 | een onmiddellijk objectief aandient, staan we voor de brede
60 I,10 | gelegenheid geboden om met aandrang te vragen dat men het economisch
61 III,36 | Domini' zou ik dus willen aandringen opdat de deelname aan de
62 I,9 | bevoorrechte dialoog mocht aangaan, gebaseerd op wederzijdse
63 III,30 | noemen, wordt iedere gedoopte aangebod en. ~Maar de gave houdt
64 Inl,3 | Incarnatie. Daarom is de tijd aangebroken voor elke Kerk om na te
65 IV,55 | Tweede Vaticaans Concilie is aangegeven. (40) In de jaren die aan
66 I,4 | Jezus te Betlehem hebben aangekondigd: "Vandaag is in de stad
67 III,40 | culturen en volkeren waar het aangenomen en geworteld is. In dit
68 III,29 | pastorale oriëntaties die aangepast zijn aan de situatie van
69 III,29 | Drie-eenheid, samen met aangepaste pastorale inzet om een vruchtbare
70 III,31 | met de recentere vormen, aangereikt door verenigingen en bewegingen
71 IV,54 | 54. Een nieuwe eeuw is aangevangen, een nieuw millennium in
72 III,29 | enkele pastorale prioriteiten aangeven voor een gemeenschappelijke
73 II,20 | verwoord in de plechtige aanhef van het evangelie van Johannes: "
74 I,8 | Bij het zien van deze aanhoudende stroom van groepen kwam
75 IV,48 | ons steunt, een heilzame aanklacht van onze traagheid en onze
76 IV,56 | in feite de vreugdevolle aankondiging van een gave is die aan
77 IV,53 | die men ervaren heeft naar aanleiding van dit jubileum. ~
78 III,32 | van het christelijk gebed aanleren, door haar vóór alles in
79 Inl,3 | ene Godsvolk een gestalte aanneemt die haar in staat stelt
80 III,37 | en volharding het opnieuw aanreiken en in zijn waarde herstellen.
81 Besl,58 | dikwijls voorgesteld en aanroepen als de "Ster van de nieuwe
82 II,23 | gezegend en laat God "zijn aanschijn over ons lichten" (Ps 67,
83 II,19 | apostelen na de verrijzenis aanschouwde was hetzelfde als dit van
84 II,23 | verhoord worden dan in het aanschouwen van het gelaat van Christus.
85 III,37 | zojuist sprak, dit probleem aansneed, hadden allen de crisis
86 IV,46 | en het vormsel ontvingen, aanspoort om bewust te worden van
87 I,7 | steeds opnieuw tot navolging aansporen. ~
88 II,18 | kracht, van mensen die Hem aanspreken en die naar Hem luisteren,
89 I,9 | betuigen. Maar meer dan de aantallen heeft mij vooral de ernstige
90 III,33 | antwoord op deze vraag, vaak in aantrekkelijke vormen. Wij die de genade
91 I,10 | spektakel. , die een grote aantrekkingskracht uitoefent op de geest van
92 Inl,1 | 1. BIJ DE AANVANG VAN HET NIEUWE MILLENNIUM,
93 IV,49 | in het millennium dat nu aanvangt, dient zichtbaar te worden,
94 II,20 | geeft ons een duidelijke aanwijzing in de woorden waarmee Jezus
95 I,15 | ontstaan. , die ons ertoe aanzet het enthousiasme dat we
96 II,18 | bewogenheid, die Hem ertoe aanzette jaarlijks met zijn familie
97 IV,48 | christenen van Oost en West aanzetten om samen op weg te gaan,
98 IV,49 | Jezus zelf er tijdens zijn aardse leven heeft neergelegd door
99 II,24 | antwoordt Jezus zonder aarzeling: "Waarom hebben jullie Mij
100 IV,54(39) | suum lumen non habeat, sed ab Unigenito Dei Filio, qui
101 II,25 | tedere, vertrouwvolle wijze: "Abba, Vader". Hij vraagt Hem,
102 I,13 | begeven in de voetstappen van Abraham "onze vader in het geloof" (
103 IV,52 | ethische en sociale luik is een absoluut noodzakelijke dimensie van
104 IV,45 | vraag van Benedictus aan de abt van elk klooster om hem
105 III,38 | en frustratie in ons hart achterlaten. Wij ervaren dan wat de
106 I,15 | gaat, is er geen tijd om achterom te kijken en nog minder
107 IV,48 | bevorderen! Spijtig genoeg, achtervolgt de droevige erfenis van
108 I,15 | 42). Vooraleer bepaalde actieplannen aan uw reflectie voor te
109 I,14 | oproep tot een grotere en actievere aandacht voor de problemen
110 I,15 | zijn. wat vaak uitloopt op activisme en het risico inhoudt .
111 IV,52 | Vaticaans Concilie meer dan ooit actueel: "Door de christelijke boodschap
112 III,39 | de antieke en de altijd actuel e tr aditie van de lectio
113 IV,46(34) | lekenapostolaat, Apostolicam actuositatem, nr. 2. ~
114 IV,48 | de Kerk met twee longen ademhaalde, de christenen van Oost
115 IV,45 | want in alle christenen ademt de Geest van God". (32) ~
116 III,39 | en de altijd actuel e tr aditie van de lectio divina ons
117 IV,55(40) | christelijke godsdiensten Nostra aetate. ~
118 IV,52 | boodschap worden de mensen niet afgeleid van de uitbouw van de wereld
119 IV,53 | rekeningen van de uitgaven zijn afgesloten, zal het geld dat men gespaard
120 III,38 | nacht hebben wij ons al afgetobd zonder iets te vangen" (
121 II,21 | leer betreft, zorgvuldig afgewogen. Ze biedt de mogelijkheid
122 IV,51 | wezen en van de beschaving afhangen. ~
123 I,14 | ontwikkelingsproces van talrijke landen afhangt, en dat zware consequenties
124 III,38 | pastorale actie de resultaten afhankelijk te maken van onze bekwaamheid
125 IV,54 | Vaders, die door dit beeld de afhankelijkheid van de Kerk wilden tonen
126 III,33 | gebed dat zich nochtans niet afkeert van het engagement in de
127 I,4 | Apk 11,17). In de Bul tot afkondiging van het Jubeljaar 2000 drukte
128 I,8 | treden, zijn in een niet aflatende stroom talloze kinderen
129 IV,54 | veeleisende taak van dit licht de "afstraling" te zijn. Het gaat om het "
130 IV,45 | gerechtvaardigde pretentie afwijst, dan geeft de spiritualiteit
131 IV,42 | geschiedenis; maar als de liefde (agapè) ontbreekt, zal alles nutteloos
132 I,8(6) | Aurelius Agustinus, De Stad van God, (vertaald
133 I,4 | We danken U, Heer, God, Albeheerser" (Apk 11,17). In de Bul
134 Besl,58 | eeuw moet onze stap meer alert zijn wanneer wij weer op
135 II,23(13) | Athanasius van Alexandrie, Redevoeringen tegen de
136 I,5 | Hem voorstelt: "Ik ben de alfa en de omega, de eerste en
137 III,34 | overwegen waard dan men in het algemeen denkt. De ervaring van vele
138 Besl,59 | komen wij niet opnieuw in de alledaagse grijsheid terecht. Integendeel,
139 IV,54(39) | locis in Sanctis Scripturis allegorice sol appellatus est": Enarr.
140 I,10 | Allerhande pelgrims ~10. Ik kan natuurlijk
141 II,23 | ik zoeken" (Ps 27,8). De aloude verzuchting van de psalmist
142 IV,43 | waar de bedienaren voor het altaar, de Godgewijde personen,
143 IV,43 | dit zou een dwaling zijn. Alvorens concrete initiatieven te
144 I,9 | niettegenstaande mogelijke ambiguïteiten, diep verlangt naar de authentieke
145 I,8(6) | ingeleid door G. Wijdeveld), Ambo/Athenaeum-Polak&Van Gennep,
146 IV,42 | als expert in de scientia amoris: "Ik begreep dat de Kerk
147 I,8(6) | Athenaeum-Polak&Van Gennep, Baarn/Amsterdam 1984, XVIII,5 1 blz. 921;
148 IV,50 | van honger sterven, tot analfabetisme veroordeeld zijn, de meest
149 IV,56 | uitgenodigd om ten opzichte van de and ere godsdiensten deze houding
150 IV,46 | catechese tot de liturgische animatie, van de opvoeding van jongeren
151 I,9 | krachten van organisatoren en animatoren, zowel van de kant van de
152 III,39 | levende ontmoeting en dat de antieke en de altijd actuel e tr
153 IV,53(38) | S Ignace d'Antioche, Lettre aux Romains, Intr.
154 II,23 | grondslag gelegd voor een antropologie die haar eigen grenzen kan
155 IV,44 | snel en efficiënt te kunnen antwoorden op de problemen waaraan
156 II,24 | Jozef Hem hebben gezocht, antwoordt Jezus zonder aarzeling: "
157 I,5 | Christus beschouwd, zoals de Apokalyps Hem voorstelt: "Ik ben de
158 III,41(26)| Tertullianus, Apologie, 50, 13: PL 1, 534. ~
159 IV,46(34) | over het lekenapostolaat, Apostolicam actuositatem, nr. 2. ~
160 III,40 | We dienen tot een nieuw apostolisch elan te komen dat beleefd
161 IV,54(39) | Scripturis allegorice sol appellatus est": Enarr. in Ps 10,3:
162 IV,50 | noden die ons als christenen appelleren talrijk. Onze wereld treedt
163 IV,50 | vernederende aalmoes, ma ar a ls een echt broederlijk
164 I,10 | De bijeenkomst van de arbeiders op 1 mei, de traditionele
165 IV,45 | illustreert en de bekoring tot arbitrair handelen en niet gerechtvaardigde
166 III,41 | Gods woord, dat in goede a arde was gezaaid, het honderdvoudige
167 II,23(13) | Redevoeringen tegen de Arianen, (vertaald door C. J. De
168 I,14 | internationale schuld van de arme landen een bijzondere betekenis.
169 I,12 | patriarch en Katholicos van alle Armenië rs. ~Vele gelovigen uit
170 IV,53 | de hulp die aan talrijke armere broeders en zusters is geboden
171 IV,45(30) | Vaticaanstad 15 augustus 1997, art. 5: De samenwerkingsorganen
172 III,33(19)| Foi, Lettre sur quelques aspects de la méditation chrétienne,
173 II,23(13) | Athanasius van Alexandrie, Redevoeringen
174 I,8(6) | door G. Wijdeveld), Ambo/Athenaeum-Polak&Van Gennep, Baarn/Amsterdam
175 II,20 | getuigenissen maken er ons op attent dat wij, met onze menselijke
176 I,8 | die, naar het woord van Augustinus, haar pelgrimstocht voortzet "
177 IV,45(30) | mysterio, Vaticaanstad 15 augustus 1997, art. 5: De samenwerkingsorganen
178 I,13 | Woordliturgie. op 23 februari in de Aula Paulus VI. Dadelijk daarna
179 I,8(6) | Aurelius Agustinus, De Stad van God, (
180 IV,45(31) | Regel III, 3: "Ideo autem omnes ad consilium vocari
181 IV,52 | gebeuren op een wijze die de autonomie en de bevoegdheid van deze
182 IV,53(38) | Ignace d'Antioche, Lettre aux Romains, Intr. Éd. Funk,
183 III,33 | de Heilige Theresia van Avila? ~Ja, geliefde broeders
184 Besl,58 | te zetten voor het grote avontuur van de evangelisatie. ~De
185 I,8(6) | Athenaeum-Polak&Van Gennep, Baarn/Amsterdam 1984, XVIII,5
186 Inl,2 | 2000 als een belangrijk baken. Vijfendertig jaar na het
187 II,19 | geeft de indruk een eerste balans te willen opmaken van zijn
188 Inl,1 | cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige liefde van de Vader die
189 I,12 | oecumenische ontmoeting in de Basiliek van Sint-Paulus, op 18 januari
190 IV,47 | christelijke visie op het huwelijk, beantwoordt de relatie tussen een man
191 II,28 | en Stille Zaterdag, het bebloede gelaat van Jezus voor ogen
192 IV,43 | worden gevormd, waar de bedienaren voor het altaar, de Godgewijde
193 IV,46 | gewijde ambt, kunnen allerlei bedieningen, expliciet ingesteld of
194 IV,51 | van de vrede die zo vaak bedreigd wordt, voor het spookbeeld
195 III,37 | die na het doopsel werden bedreven". (25) Toen de Synode, waarover
196 Besl,58 | leven. Elke zondag is een beetje als het samenzijn in het
197 IV,57 | ons te oriënteren bij het beg in van deze eeuw. ~
198 II,28 | zich daarna terug op weg begaf; zijn liefde voor Christus
199 Besl,58 | evangelisatie. ~De heilige Maagd begeleidt ons op die weg. Aan haar
200 II,18 | Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint Hij te prediken dat de komst
201 II,18 | zijn openbaar leven, die begon op het ogenblik dat de jonge
202 IV,48 | katholieke Kerk, ondanks de begrensdheid van al wat menselijk is,
203 II,27 | dat ik er toch iets van begrijp, omdat ikzelf iets gelijkaardigs
204 II,28 | liet hij blijken met een begrijpelijk gevoel van schaamte toen
205 I,9 | sympathie en diep onderling begrip. Zo was het reeds vanaf
206 II,21 | Wij weten wel dat onze begrippen en woorden erg beperkt zijn.
207 II,22 | menselijk bestaan heeft gedeeld, behalve in de zonde (cf. Heb 4,15).
208 IV,52 | leken die deze taken moeten behartigen om zo hun eigen roeping
209 I,10 | economische mondialisering zou beheersen in functie van de solidariteit
210 IV,46 | tijdelijke realiteit te beheren en ze op God af te stemmen" (33)
211 IV,45 | beoefenen van communio moet behoed en verruimd worden, dag
212 I,7 | boodschap die geen woorden behoeft. Ze toont op een levende
213 II,22 | zelfs weg te duwen. Maar het behoort wezenlijk en onbetwistbaar
214 III,30 | welke stand of staat zij ook behoren, zijn geroepen tot de volheid
215 II,18 | van "de timmerman" zelf, behorend tot een familie (cf. Mc
216 IV,46 | gaven niet, keur alles, behoud het goede" (1 Tess 5, 19-
217 I,10 | jubileum komen vragen: van bejaarde, zieke en gehandicapte mensen,
218 Inl,2 | hebben zien gebeuren, opnieuw bekeken en, in zekere zin, ontcijferd
219 I,8 | belijden, hun zonden te bekennen en de verlossende barmhartigheid
220 II,25 | als het mogelijk is, deze beker van Hem weg te nemen (cf.
221 II,25 | het oog verliezen: bij het beklemmende "waarom" dat Jezus tot zijn
222 III,38 | genade. Steeds weer worden we bekoord om in iedere pastorale actie
223 IV,43 | 2) te dragen en door de bekoringen van het egoïsme te overwinnen
224 IV,48 | van onze traagheid en onze bekrompenheid van hart. Juist op dit gebed
225 I,5 | Zijn Menswording, die haar bekroning vindt in het Paasmysterie
226 IV,50 | ontplooien, maar ook om mensen bekwaam te maken solidair te zijn
227 II,27 | ikzelf iets gelijkaardigs beleef" (15). Welk een verhelderend
228 II,27 | patrimonium van wat we de "beleefde theologie" van de heiligen
229 III,41 | andere manier, het Evangelie beleefden midden vijandigheid en vervolging,
230 IV,56 | gericht zijn". (41) Anderzijds belet de missionaire plicht ons
231 IV,42 | het mysterie van de Kerk belichaamt en tot uitdrukking brengt.
232 III,33 | levendige ervaring van Christus' belofte ; "Wie mij liefheeft zal
233 I,4 | rouwmoedige moordenaar: "Ik beloof je, vandaag nog zul je bij
234 II,17 | cf. 1 Joh 1,1). ~Door hun bemiddeling is een geloofsvisie tot
235 II,28 | Gij weet toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,15-17). Ze
236 III,29 | dienen we te kennen, te beminnen, na te volgen om in Hem
237 III,37 | sacramentele boetvaardigheid. Deze bemoedigende evolutie mogen we niet verloren
238 II,24 | God. Johannes bevestigt en benadrukt zelfs dat Jezus juist daarom
239 IV,50 | levensomstandigheden die sterk beneden het minimum van de menselijke
240 IV,45 | Betekenisvol is de vraag van Benedictus aan de abt van elk klooster
241 Besl,59 | was, zijn daardoor onze benen soepeler geworden voor de
242 IV,45 | 45. Het beoefenen van communio moet behoed
243 II,19 | geschiedenis van Israël hebben bepaald. In werkelijkheid is Jezus
244 III,30 | ons christelijk leven moet bepalen "want dit is de wil van
245 I,5 | schoot van Maria voor te bereiden "toen de volheid van de
246 IV,46 | opvoedingsmilieus en de families bereikt. Die pastoraal moet een
247 I,4 | deze vitale dimensies en bereikte op sommige momenten een
248 I,13 | ging ik weer op weg naar de berg Nebo, om daarna de plaatsen
249 IV,42 | een geloof bezitten "om bergen te verzetten", maar wij
250 III,31 | radicaal karakter van de Bergrede voorhouden. "Jullie zullen
251 III,41 | christianorum: (26) deze beroemde 'wetmatigheid', door Tertullianus
252 III,33 | de goddelijke Geliefde, beroerd door het contact met de
253 I,10 | ogen las ik lijden maar ook berouw en hoop. Voor hen is het
254 Besl,58 | gesteund door de hoop die "niet beschaamd wordt" (Rom 5, 5). ~In het
255 IV,51 | menselijk wezen en van de beschaving afhangen. ~
256 I,13 | broederlijkheid en vrede, beschouw ik als een van de mooiste
257 I,5 | Apk 22,13). En Christus beschouwend, hebben we de Vader en de
258 IV,54 | dat zo geliefd was in de beschouwingen van de Vaders, die door
259 IV,50 | geen huis hebben dat hen beschut? ~Het beeld van de armoede
260 II,26 | verbonden is, kan ten volle beseffen wat het betekent zich, in
261 IV,49 | Deze liefde is op een even beslissende wijze kenschetsend voor
262 IV,45 | zijn consultatieve en geen beslissingsorganen; (30) maar daarom zijn zij
263 IV,46 | apostel, zo veeleisend en beslist, is ook tot allen gericht: "
264 I,10 | arbeid zou saneren en met beslistheid het proces van de economische
265 Besl,59 | dat het Jubeljaar wordt besloten om ons verder open te stellen
266 I,14 | spoedig deze parlementaire besluiten tot uitvoering brengen.
267 I,13 | gevonden worden voor de bestaande problemen in deze heilige
268 IV,53 | dat men gespaard heeft, besteed worden voor caritatieve
269 I,5 | de geschiedenis, als zaad bestemd om uit te groeien tot een
270 III,35 | dat van de uiteindelijke bestemming van de wereld verbonden
271 IV,43 | realiseren, slechts weinig betekenen. Het zouden eerder gevels
272 II,24 | Jezus' zelfbewustzijn te betreden. De Kerk twijfelt er niet
273 IV,45(30) | Instructie over vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen
274 II,21 | wat de inhoud van de leer betreft, zorgvuldig afgewogen. Ze
275 IV,54 | de Kerk wilden tonen met betrekking tot Christus, de Zon waarvan
276 III,41 | categorie uit het verleden betrof, vooral verbonden met de
277 III,29 | werk waar wij allen bij betrokken zijn. Graag wil ik toch
278 II,18 | krijgen we een historisch betrouwbaar zicht op de Man van Nazaret.
279 II,18 | gelaat vast te leggen, vanuit betrouwbare getuigenissen (cf. Lc 1,
280 I,9 | mijn hartelijkste dank te betuigen. Maar meer dan de aantallen
281 IV,51 | doet men soms beroep op een betwistbare solidariteit die uiteindelijk
282 II,27 | vergeving bidt voor zijn beulen (cf. Lc 23,34) terwijl Hij
283 II,27 | aanbiedt: "Vader in uw handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46). ~
284 III,41 | is door de geschiedenis bevestigd. Zal het ook niet het geval
285 II,17 | Hiëronymus met nadruk kon bevestigen: "Wie de Schrift niet kent,
286 II,24 | zich in een unieke relatie bevindt met God, dat Hij namelijk
287 IV,52 | wijze die de autonomie en de bevoegdheid van deze laatste eerbiedigt,
288 III,36 | ve reenzaming. Zij is de bevoor rech te plaats waar telkens
289 I,9 | jongeren waarmee ik een bevoorrechte dialoog mocht aangaan, gebaseerd
290 IV,50 | mogelijkheden aan enkele bevoorrechten, maar tegelijkertijd blijven
291 III,29 | Kerk. ~Deze harmonie zal bevorderd worden door collegiaal te
292 Besl,59 | het geheim van haar Zoon bewaarde (cf. Lc 2, 51). ~Moge de
293 III,29 | weg voor heel de Kerk te bewandelen: een weg van uitdrukkelijke
294 II,18 | spreken over zijn religie uze ~bewogenheid, die Hem ertoe aanzette
295 II,28 | hadden. In Christus' gelaat bewondert de Kerk, zijn Bruid, haar
296 I,13 | plaatsen te bezoeken die bewoond en geheiligd werden door
297 IV,46 | pastoraal moet een meer bewuste reflectie bevorderen over
298 IV,48 | Christus te richten, werden we bewuster gemaakt van de Kerk als
299 II,26 | ervaring die alleen Hij van God bezat, ziet Hij, zelfs in dit
300 III,40 | na Pinksteren. Mogen we bezield worden door de woorden van
301 III,29 | voor het heropnemen van een bezielend pastoraal werk. Een werk
302 I,8 | zijn eindeloze liefde te bezingen: "Misericordias Domini in
303 I,15 | herinnering brengen: "Je maakt je bezorgd en druk over van alles,
304 II,27 | gedompeld, stervend om vergeving bidt voor zijn beulen (cf. Lc
305 Besl,58 | ziehier uw kinderen" en ik bied haar de kinderlijke genegenheid
306 III,39 | verstevigen en te verdiepen en de Bijbel meer te verspreiden in de
307 III,39 | staat stelt, doorheen de bijbeltekst, het levende woord te vatten
308 I,9 | 2000 één beeld sterker zal bijblijven dan andere, dan is het zeker
309 III,29 | betekenis van de continentale bijeenkomsten van de Bisschoppensynode,
310 I,5 | eindtijdvoorstellingen, heeft bijgedragen tot een beter begrijpen
311 III,34 | extravagante vormen van bijgeloof. ~De opvoeding tot gebed
312 II,19 | zijnen verwacht, is juist die bijkomende stap naar de kennis die
313 IV,56 | verdiepen met de steun en de bijstand van de Trooster, de Geest
314 IV,54(39) | Zoals bijvoorbeeld Sint-Augustinus: "Luna intelligitur
315 I,14 | hebben goedgekeurd van de bilaterale schuld die weegt op de armste
316 I,8 | de heilige deur te kunnen binnengaan. Ik probeerde me een beeld
317 Inl,1 | heilige deur' die Christus is, binnengetreden. Hij is de eindbestemming
318 IV,49 | de liefde! ~49. Vanuit de binnenkerkelijke communio, is de liefde van
319 III,31 | het doopsel ons waarlijk binnenvoert in de heiligheid van God,
320 II,18 | bedoeling een volledige biografie van Jezus te geven die zou
321 IV,51 | vooral op het gebied van de biotechnologie, nooit ontslagen zijn van
322 I,12 | ook betekenisvol dat veel bisdommen het verlangen hebben gevoeld
323 Inl,3 | die, verzameld rond hun bisschop, luisteren naar het Woord
324 IV,44 | daarmee nauw verbonden, de bisschoppelijke collegialiteit? Het gaat
325 Inl | Aan mijn broeders in het bisschopsambt,de priesters en de diakens,
326 II,28 | die na zijn verloochening bitter weende, maar zich daarna
327 Besl,58 | gave van de Geest uit te "blazen" en hen op weg te zetten
328 I,9 | uitzwermen over de stad, blij zoals het voor jongeren
329 IV,50 | efficiëntste manier om de blijde boodschap van het koninkrijk
330 I,10 | met hun onweerstaanbare blijheid, zijn nog teruggekeerd voor
331 III,40 | jongeren in het Jubeljaar blijk van een edelmoedige openheid.
332 II,28 | liefde voor Christus liet hij blijken met een begrijpelijk gevoel
333 II,28 | weg naar Damascus in een bliksemflits Christus ontmoette: "Voor
334 IV,50 | communicatie-maatschappij ons dagelijks blootstelt. De liefde van de werken
335 IV,46 | ook tot allen gericht: "Blus de Geest niet uit, kleineer
336 I,8(6) | Amsterdam 1984, XVIII,5 1 blz. 921; cf. Tweede Vaticaans
337 II,19 | uitspraken hen zo sterk boeiden, opgemerkt hebben, maar
338 III,37 | te ontdekken, ook in het boetesacrament, als "de gewone weg om vergiffenis
339 III,37 | genomen tot de sacramentele boetvaardigheid. Deze bemoedigende evolutie
340 I,10 | liefde voor het leven in te boezemen. ~
341 III,29 | gemeenschap. Het Jubeljaar bood ons de uitzonderlijke kans
342 I,10 | ontspanning, ook positieve boodschappen zouden aanbieden, getuigend
343 I,5 | te groeien tot een grote boom (cf. Mc 4,30-32). ~"Christus
344 Inl,1 | van de menigte, vanuit de boot van Simon, tot deze apostel
345 Inl,3 | 3. Bovenal, geliefde broeders en zusters,
346 III,32 | te beleven, hoogtepunt en br on v an het kerkelijk leven,(18)
347 II,18 | Lc 2,4) en die Hem er toe bracht regelmatig de synagoge van
348 I,9 | talrijke jubileumvieringen brachten een grote verscheidenheid
349 IV,42 | dat dit hart van liefde brandde. Ik begreep dat alleen de
350 IV,46 | is dringend nodig om een breed opgezette roepingenpastoraal
351 Inl,1 | vierden sinds Jezus' geboorte, breekt er voor de Kerk een nieuwe
352 IV,43 | Mystiek Lichaam, voor onze broeder of zuster in het geloof
353 I,13 | bedevaart, een gebeuren van broederlijkheid en vrede, beschouw ik als
354 I,9 | met de problemen en de broosheid die hen kenmerken in de
355 IV,47 | mysterie" uitgedrukt van de bruidsliefde van Christus voor zijn Kerk (
356 II,22 | Jezus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en
357 I,13 | mogen ervaren hoe ik op buitengewoon hartelijke wijze werd ontvangen,
358 I,8 | van God" (6). Alleen de buitenkant van dit bijzondere gebeuren
359 II,19 | tafereel in de streek van Caesarea van Filippus (cf. Mt 16,
360 IV,53 | heeft, besteed worden voor caritatieve doeleinden. Het is immers
361 II,27(15) | Derniers Entretiens. Le carnet jaune, 6 juli 1897: Oeuvres
362 IV,43 | valstrik spannen en naijver, carrièrezucht en wantrouwen veroorzaken.
363 IV,51 | voor het spookbeeld van catastrofale oorlogen? Hoe niet aandachtig
364 III,34 | Persoonlijk voorzie ik tijdens de catecheses op woensdag een bezinning
365 II,17 | redactie en hun oorspronkelijke catechetische bedoeling, een waarheidsgetrouw
366 III,41 | iets ver weg, alsof het een categorie uit het verleden betrof,
367 I,10 | zijn de meest verscheiden categorieën van volwassenen de barmhartigheid
368 IV,53 | ware in het hart van de Catholica manifesteerde, terug naar
369 IV,54(39) | est": Enarr. in Ps 10,3: CCCL 38, 42. ~
370 I,15 | willen terugbrengen tot zijn centrale kern, dan aarzel ik niet
371 I,13 | willen beginnen in Ur van de Chaldeeërs, om me bijna concreet te
372 II,21(11) | natures, sans confusion, sans changement, sans division, sans séparation. (?)
373 III,33(19)| aspects de la méditation chrétienne, Orationis formas (15 oktober
374 IV,51 | noodsituaties waarvoor we als christen niet ongevoelig kunnen blijven. ~
375 II,17(9) | enim Scripturarum ignoratio Christi est": Comm. In Is., Prol.:
376 III,41 | Sanguis martyrum - semen christianorum: (26) deze beroemde 'wetmatigheid',
377 IV,49 | eigenlijk een bladzijde van een christologie die een lichtstraal op het
378 II,22 | schitterende uitdrukking van het Christusmysterie door Johannes weerklinkt
379 I,10 | de gevangenen van Regina Coeli. . In hun ogen las ik lijden
380 III,29 | zal bevorderd worden door collegiaal te werken, zoals dit vandaag
381 IV,44 | verbonden, de bisschoppelijke collegialiteit? Het gaat om werkelijkheden
382 I,7 | gemeenschappen, in het kader van het Colosseum, symbool van vervolgingen
383 II,17(9) | ignoratio Christi est": Comm. In Is., Prol.: PL 24, 17. ~
384 I,5(4) | liturgie, Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg,
385 III,29 | dialoog en daadwerkelijke communicatie. Dit programma van oudsher
386 IV,50 | woorden, waaraan de huidige communicatie-maatschappij ons dagelijks blootstelt.
387 III,34 | niet alleen de religieuze communiteiten maar ook de parochiale gemeenschappen
388 II,17 | ons inderdaad, ondanks de complexiteit van hun redactie en hun
389 IV,46 | religieuze dorheid die uit de comsumptiementaliteit en het secularisme voortvloeit.
390 IV,51 | menselijk wezen vanaf de conceptie tot aan zijn natuurlijk
391 III,30 | te herontdekken. Als de concilievaders zoveel belang aan dit onderwerp
392 II,19 | opkwamen telkens wanneer zij ge conf ronteerd werden met de daden
393 II,21(11) | donc tous unanimement à confesser un seul et même Fils, notre
394 I,12 | hoofden van christelijke confessies. Ik denk meer in het bijzonder
395 IV,48 | worden. De theologische confrontatie over de wezenlijke punten
396 II,21(11) | reconnaître en deux natures, sans confusion, sans changement, sans division,
397 III,33(19)| Cf. Congregation pour la Doctrine de la Foi,
398 I,11 | bijzonder betekenisvolle congressen, maar vooral op het ogenblik
399 I,14 | erin slagen om de nodige consensus te bereiken om te komen
400 III,36 | is voor ieder bewust en consequent christelijk leven. Wij treden
401 I,14 | landen afhangt, en dat zware consequenties heeft voor de economische
402 IV,45(31) | 3: "Ideo autem omnes ad consilium vocari diximus, quia saepe
403 I,12 | Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, in aanwezigheid van vertegenwoordigers
404 IV,45 | parlementaire democratie. Het zijn consultatieve en geen beslissingsorganen; (30)
405 III,34 | ontvankelijker voor een contemplatieve ervaring en het is belangrijk
406 Inl,3 | passen aan de veranderende contexten en de verschillende culturen. ~
407 I,7 | religieuzen, van het ene continent der aarde tot het andere,
408 III,29 | niet de betekenis van de continentale bijeenkomsten van de Bisschoppensynode,
409 IV,51 | vooral in deze delicate en controversiële domeinen, is het belangrijk
410 II,28 | Jesu memoria, dans vera cordis gaudia"; hoe zoet is de
411 III,41 | hoopgevende, vernieuwde en creatieve missionaire geest gedragen
412 III,37 | herders met meer vertrouwen, creativiteit en volharding het opnieuw
413 IV,45 | niet geïnspireerd door de criteria van de parlementaire democratie.
414 IV,45(32) | 36 aan Sulpice Sévère: CSEL 29, 193. ~
415 IV,55 | context van meer uitgesproken cultureel en religieus pluralisme
416 IV,44 | hervorming van de Romeinse Curie, de organisatie van de Synodes
417 III,30(16)| Cyprianus, De Orat. Dom. 23: PL 4,
418 IV,53(38) | S Ignace d'Antioche, Lettre aux Romains,
419 I,11 | wereldepiscopaat, in een uitdrukkelijke daad van vertrouwen het leven
420 Besl,59 | pelgrimstocht authentiek was, zijn daardoor onze benen soepeler geworden
421 I,14 | tot uitvoering brengen. Daarentegen is de kwestie van de multilaterale
422 II,18 | van de duisternis; maar daarop volgt een nieuwe dageraad,
423 IV,42 | De woorden van de Heer daarover zijn zo duidelijk dat men
424 I,13 | februari in de Aula Paulus VI. Dadelijk daarna vond de eigenlijke
425 III,31 | de 'hoge waarde' van het dagdagelijkse christelijke leven voor
426 III,33 | het feit dat we heden ten dage in de wereld - ondanks de
427 III,37 | nieuwe pastorale moed in de dagelijkse pedagogie van de christelijke
428 III,30 | en eigen dynamiek in het daglicht te stellen. De herontdekking
429 II,28 | Paulus, die op weg naar Damascus in een bliksemflits Christus
430 Inl,1 | we opnieuw met het oude danklied jubelen: "Dank de Heer,
431 II,28 | vreugde. "Dulcis Jesu memoria, dans vera cordis gaudia"; hoe
432 II,24 | hiervan had. Is het niet juist dàt wat Lucas wil verduidelijken
433 IV,56 | mens gekwetst wordt door datgene wat in feite de vreugdevolle
434 I,10 | op 1 mei, de traditionele datum van het feest van de arbeid,
435 I,13 | Sinaï waar de gave van de Decaloog en het Eerste Verbond plaatsvond.
436 I,10 | de media op afstand aan deelnam. Maar hoe zouden we kunnen
437 I,9 | Het indrukwekkende aantal deelnemers heeft soms de krachten van
438 II,23 | in Christus opgenomen en deelt hij in de intimiteit van
439 II,18 | nieuwe dageraad, stralend en definitief. Bij het einde van hun verhaal
440 IV,45 | criteria van de parlementaire democratie. Het zijn consultatieve
441 II,18 | door het getuigenis "uit den hoge" en zich ervan bewust "
442 II,21(11) | Concilie van Chalcedon, Denzinger-Hünermann, 1999, pp. 301-302; La Foi
443 II,24 | is dan ook niet ve rwon derlijk dat Hij, eens volwassen,
444 II,27(15) | Derniers Entretiens. Le carnet jaune,
445 II,18 | gekend hebben gedurende de dertig jaren van zijn leven te
446 I,10 | natuurlijk niet uitweiden over de details van elke gebeurtenis in
447 I,15 | en dan nog eens omkijkt, deugt niet voor het koninkrijk
448 I,4 | heil dat op het Kruis de deuren van het Rijk Gods heeft
449 II,21(11) | Seigneur, Fils unique, que nous devons reconnaître en deux natures,
450 IV,56 | onderlijnd heeft, kan niet in dialoogvorm gebeuren, alsof het voor
451 IV,43 | alleen een geschenk voor diegene die het ontvangen heeft,
452 III,40 | met het Woord, opdat wij "dienaars van het Woord" zouden zijn
453 Inl,3 | Daarom wil ik, vanuit het dienstambt van Petrus, tot besluit
454 IV,49 | gericht op een universele dienstbaarheid. Zij dwingt ons tot een
455 III,38 | van verstand en wil ten dienste te stellen van het koninkrijk.
456 IV,52 | gemeenschappen tot louter sociale diensten te herleiden. In het bijzonder
457 IV,44 | denken aan de specifieke diensttaken van de communio, namelijk
458 IV,45(30) | van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae
459 IV,56 | Christus zelf helpen om dieper die boodschap te verstaan,
460 I,13 | heilige plaatsen die even dierbaar zijn voor joden, christenen
461 III,33 | van de secularisatie - een diffuse nood aan spiritualiteit
462 I,15 | alles, maar slechts één ding is nodig" (Lc 10,41-42).
463 I,15 | geven aan luiheid. Heel wat dingen wachten op ons en daarom
464 III,29 | hierbij de opties van elke diocesane gemeenschap in harmonie
465 IV,45 | alles wat onderwerp van discussie is, naar elkaar toe te groeien
466 III,31 | aanbod aan eenieder, de tra diti onele vormen van persoonlijke -
467 II,16 | Jeruzalem waren gekomen. Ditzelfde verlangen bezielt ons in
468 III,39 | tr aditie van de lectio divina ons in staat stelt, doorheen
469 II,21(11) | Christ, le même parfait en divinité et parfait en humanité,
470 II,21(11) | Il n'est ni partagé ni divisé en deux personnes, mais
471 II,21(11) | confusion, sans changement, sans division, sans séparation. (?) Il
472 IV,45(31) | omnes ad consilium vocari diximus, quia saepe iuniori Dominus
473 I,13 | niet enkel door de zonen en dochters van de Kerk, maar ook door
474 III,33(19)| Cf. Congregation pour la Doctrine de la Foi, Lettre sur quelques
475 III,33(19)| 1990), pp. 362-379; La Documentation catholique 87 (1990), pp.
476 II,24 | men zocht Hem inderdaad te doden want: "Hij tastte niet alleen
477 IV,53 | worden voor caritatieve doeleinden. Het is immers belangrijk
478 III,29 | programma vastgelegd worden - doelstellingen en werkmethodes, vorming
479 III,30(16)| Cyprianus, De Orat. Dom. 23: PL 4, 553; cf. Lumen
480 IV,51 | delicate en controversiële domeinen, is het belangrijk op een
481 II,21(11) | saints Pères, nous enseignons donc tous unanimement à confesser
482 Besl,58 | alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader,
483 III,31 | godsdienstigheid. Als men aan een doopleerling de vraag stelt: "Wil je
484 Inl,1 | 22,1), de hele Kerk heeft doordrenkt. Het is het water van de
485 III,40 | versterken en u te laten doordringen van de ijver van de apostolische
486 Besl,58 | werk verder: wij moeten een doordringende blik hebben om dit te zien
487 II,19 | ook de leerlingen moesten doormaken tijdens het historische
488 II,28 | de dood kon redden. Na de doorstane angst is Hij verhoord. Hoewel
489 III,34 | doordrongen zijn! Met het nodige doorzicht dient men de volkse gebedsvormen
490 II,18 | door Johannes de Doper liet dopen, worden de gegevens veel
491 IV,46 | context en door de religieuze dorheid die uit de comsumptiementaliteit
492 II,18 | steeds op weg langs steden en dorpen, vergezeld van twaalf apostelen,
493 III,35 | het stevig in zijn handen draagt, Hij, de "Koning der koningen
494 IV,42 | zo duidelijk dat men de draagwijdte ervan niet kan verzwakken.
495 IV,56 | verstaan, waarvan zij de dragers zijn. Heeft het Tweede Vaticaans
496 II,24 | gesteld worden. Maar zelfs het drama van zijn lijden en zijn
497 IV,46 | is dit probleem werkelijk dramatisch geworden door de mutaties
498 II,18 | uiteindelijke crisis, met de dramatische ontknoping op Golgota. Dat
499 IV,48 | verleden ons nog altijd over de drempel van het nieuwe millennium
500 II,19 | wie ze gedurende ongeveer drie jaren samen hadden geleefd.
|