Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Novo Millennio Ineunte

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


1025-drie | driee-licht | lie-schep | scheu-wijde | wijds-zwijg

                                                            bold = Main text
     Chapter,  Paragraph                                    grey = Comment text
1001 III,40 | Wee mij als ik het evange lie niet verkondigde" (I Kor 1002 I,5 | Gij zijt God" (4). Met dit lied, duizend maal herhaald, 1003 IV,49 | maar een uitnodiging om lief te hebben; het is eigenlijk 1004 III,33 | het gebed als een echte liefdesdialoog kan uitgroeien en de menselijke 1005 IV,42 | maken (Hnd 4,32). Door deze liefdesgemeenschap op te bouwen, manifesteert 1006 IV,49 | dient zichtbaar te worden, liefst met een nog grotere kracht 1007 IV,50 | de menselijke waardigheid liggen. Hoe is het mogelijk dat 1008 II,25 | Het gelaat van een lijdende ~25. Wanneer we Christus' 1009 II,27 | getuigenis! Overigens, het lijdensverhaal uit de evangelies ondersteunt 1010 IV,45 | ons aan: "Laat ons aan de lippen van alle gelovigen hangen, 1011 III,34 | herwaarderen en vooral tot liturgisch gebed op te voeden. Een 1012 IV,54(39) | Unigenito Dei Filio, qui multis locis in Sanctis Scripturis allegorice 1013 I,4 | vooral aan de dimensie van de lofprijzing. Daar ligt de oorsprong 1014 IV,52 | liefde en ook niet met de "logica" van de Menswording, en 1015 IV,48 | tijd toen de Kerk met twee longen ademhaalde, de christenen 1016 III,36 | engagement dat men niet mag loslaten, niet enkel om aan een gebod 1017 IV,56 | het voor ons alleen om een loutere 'mening' ging, terwijl het 1018 IV,50 | vernederende aalmoes, ma ar a ls een echt broederlijk delen 1019 II,28 | sterfelijk leven heeft Hij onder luid geroep en onder tranen gebeden 1020 I,15 | om zich over te geven aan luiheid. Heel wat dingen wachten 1021 IV,52 | Dit ethische en sociale luik is een absoluut noodzakelijke 1022 IV,47 | in zijn oorspronkelijke luister is hersteld door de openbaring 1023 III,33 | aanbidding, contemplatie, luisterbereidheid, vurige genegenheid tot 1024 IV,54(39) | bijvoorbeeld Sint-Augustinus: "Luna intelligitur Ecclesia, quod 1025 IV,54 | Het gaat om het "mysterium lunae", het "mysterie van de maan"; 1026 IV,44 | Vaticaans Concilie veel gebeurd m.b.t. de hervorming van de 1027 Besl,58 | evangelisatie. ~De heilige Maagd begeleidt ons op die weg. 1028 II,18 | onthutsende feit vernomen van de maagdelijke geboorte van Jezus, zoon 1029 Besl,58 | tocht te begeven: "Ga dan, maak alle volkeren tot leerling; 1030 I,13 | Verbond plaatsvond. Een maand later ging ik weer op weg 1031 I,6 | ontroerende liturgie van 12 maart 2000 kunnen vergeten, toen 1032 III,31 | zijn veelvuldig en op de maat van ieders roeping. Ik dank 1033 I,14 | vooral degene die een grotere macht hebben, erin slagen om de 1034 III,29 | naïef perspectief dat er een magische formule zou bestaan tegenover 1035 II,21(11) | divisé en deux personnes, mais il est un seul et même Fils 1036 I,9 | vriendschap. Het zal niet makkelijk zijn, voor henzelf, noch 1037 I,4 | nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot 1038 IV,53 | het hart van de Catholica manifesteerde, terug naar de wereld door 1039 Inl,1 | Kerk en de Geest geroepen "Marana tha" - "Kom, Heer Jezus" ( 1040 I,15 | het woord van Jezus tot Marta in herinnering brengen: " 1041 III,41 | nieuw leven geweest, Sanguis martyrum - semen christianorum: (26) 1042 IV,43 | eerder gevels zonder ziel of maskers zijn, dan een uitdrukking 1043 Inl,1 | en ze vingen zo'n massa vis dat hun netten ervan 1044 II,26 | vooral, en dat in veel hogere mate, een gruwelijke zielenpijn. 1045 IV,51 | vereisten van de ethiek. In deze materies doet men soms beroep op 1046 II,20 | zijn spoor willen stappen? Matteüs geeft ons een duidelijke 1047 III,37 | Want in Hem toont God zijn medelijdend hart en worden wij met Hem 1048 IV,52 | verleid om het welzijn van hun medemensen te verwaarlozen, maar zijn 1049 IV,45(30) | over vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het 1050 I,10 | erover hoorde of er via de media op afstand aan deelnam. 1051 III,33(19)| sur quelques aspects de la méditation chrétienne, Orationis formas ( 1052 I,15 | gelatenheid. Wat we hebben meegemaakt moet integendeel . een nieuwe 1053 III,38 | ervaren dan wat de leerlingen meemaakten in de evangelieperikoop 1054 II,16 | bijzondere periode mochten meemaken en blijft onze blik meer 1055 I,14 | vaststellen dat de parlementen van meerdere Staten-schuldeisers onlangs 1056 I,15 | mysterie, ontvangen in zijn meervoudige aanwezigheid in de Kerk 1057 I,9 | Daarom heb ik me laten meeslepen door hun enthousiasme en 1058 I,9 | en communio ontroerd die meestal tijdens deze ontmoetingen 1059 I,12 | plaatshebben. Het is daar dat de meeste gelovigen de bijzondere 1060 III,38 | Natuurlijk vraagt God dat we echt meewerken met zijn genade en nodigt 1061 Besl,59 | hun het grote nieuws te melden: "Wij hebben de Heer gezien!" ( 1062 IV,45(31) | iuniori Dominus revelat quod melius est". ~ 1063 II,28 | van vreugde. "Dulcis Jesu memoria, dans vera cordis gaudia"; 1064 I,13 | en bij het bezoek aan het memoriaal van Yad Vachem, vreselijke 1065 I,8 | indruk gekomen van de grote menigten op het Sint-Pietersplein 1066 IV,56 | ons alleen om een loutere 'mening' ging, terwijl het voor 1067 II,22 | historisch karakter van Jezus' mens-zijn af te zwakken of zelfs weg 1068 IV,51 | misprijzen voor de fundamentele mensenrechten van zovele personen, vooral 1069 III,34 | geëngageerde groepen, die voor het merendeel uit leken bestaan, bevestigt 1070 I,12 | Anglicaanse Communio en een metropoliet van het Oecumenisch Patriarchaat 1071 III,31 | tevreden te zijn met een middelmatig leven vanuit een minimalistische 1072 III,34 | sterk wordt uitgedaagd, zijn middelmatige christenen, 'christenen 1073 I,10 | politici en journalisten tot militairen. Deze zijn gekomen om de 1074 IV,47 | die ruim verspreid en soms militant. We dienen ervoor te zorgen, 1075 III,31 | middelmatig leven vanuit een minimalistische ethiek en een oppervlakkige 1076 IV,50 | levensomstandigheden die sterk beneden het minimum van de menselijke waardigheid 1077 IV,51 | Die eisen worden vaak het minst begrepen. Men wordt zelfs 1078 III,38 | dat pastorale projecten mislukken en dat ze ontmoediging en 1079 I,12 | oecumene blijft lastig, misschien lang, maar wat ons bezielt 1080 IV,54 | Dialoog en missie ~54. Een nieuwe eeuw is 1081 IV,56 | prioritaire taak van de missio ad gentes te verkondigen 1082 III,31 | van zijn Geest, het een misvatting zou zijn tevreden te zijn 1083 I,9 | een bevoorrechte dialoog mocht aangaan, gebaseerd op wederzijdse 1084 II,16 | deze bijzondere periode mochten meemaken en blijft onze 1085 II,18 | beantwoorden aan de wetten van de moderne historische wetenschap. 1086 III,37 | met een nieuwe pastorale moed in de dagelijkse pedagogie 1087 I,11 | nieuw millennium, aan haar moederlijke zorg heb toevertrouwd. ~ 1088 III,40 | waarden. Vandaag dient men moedig een situatie onder ogen 1089 I,12 | volledige communio aan te moedigen, dan de gemeenschappelijke 1090 I,13 | door de Verlosser. Ik kan moeilijk de ontroering uitdrukken 1091 III,36 | in de eenzaamheid en in moeilijke omstandigheden. De zondagsplicht 1092 II,18 | evangelisten hebben zich inderdaad moeite gedaan om de trekken van 1093 II,19 | aanvaarden. Slechts na een moeizame geestelijke zoektocht zijn 1094 II,19 | ervaring die ook de leerlingen moesten doormaken tijdens het historische 1095 I,4 | dimensies en bereikte op sommige momenten een intensiteit die ons 1096 II,18 | samenleving van zijn tijd. Dit mondt uit in de uiteindelijke 1097 III,34 | wijden en te oriënteren. Hoe mooi zou het zijn als niet alleen 1098 II,23 | psalmist kon niet beter en mooier verhoord worden dan in het 1099 I,13 | beschouw ik als een van de mooiste gaven van het Jubeljaar. 1100 I,4 | geopend voor de rouwmoedige moordenaar: "Ik beloof je, vandaag 1101 IV,48 | punten van het geloof en de moraal, de samenwerking in de liefde, 1102 I,10 | aanbieden, getuigend van morele gezondheid en in staat om 1103 Besl,58 | weerom voor als het lichtend morgenrood en de veilige gids op onze 1104 I,13 | voor joden, christenen en moslims. ~ 1105 III,32 | christendom dat geen enkel motief heeft om de toekomst met 1106 III,40 | mondialisering en een wisselende mozaïek van volkeren en culturen. 1107 IV,42(28) | Ms B, 3v°: Theresia van Lisieux, 1108 I,14 | Daarentegen is de kwestie van de multilaterale schuldenlast van de armste 1109 IV,54(39) | Unigenito Dei Filio, qui multis locis in Sanctis Scripturis 1110 IV,46 | dramatisch geworden door de mutaties in de sociale context en 1111 II,20 | oherente kennis van het myst erie rijpen en zich ontwikkelen. 1112 I,5 | kloppend hart van de tijd, het mysterievolle uur waarin het Rijk Gods 1113 IV,45(30) | priesters, Ecclesiae de mysterio, Vaticaanstad 15 augustus 1114 III,33 | onuitsprekelijke vreugde leidt, door de mystici beleefd als "eenheid met 1115 IV,43 | de diepe eenheid van het Mystiek Lichaam, voor onze broeder 1116 IV,49 | hebben mij opgenomen, ik was naakt en jullie hebben mij gekleed, 1117 IV,57 | de plaatselijke Kerken. Naarmate de jaren voorbijgaan, verliezen 1118 I,14 | belangrijke tijd voor de naastenliefde. In de voorbereidende jaren 1119 III,29 | brengen met deze van de naburige Kerken en met deze van de 1120 II,25 | ver van mij, want ongeluk nadert, en er is geen mens die 1121 I,15 | erfenis die het ons heeft nagelaten willen terugbrengen tot 1122 III,29 | laten verleiden door een naïef perspectief dat er een magische 1123 IV,43 | een valstrik spannen en naijver, carrièrezucht en wantrouwen 1124 IV,53 | ook een concreet werk nalaat dat in zekere zin de vrucht 1125 II,22 | verleend die boven alle namen staat, opdat in de Naam 1126 II,21(11) | devons reconnaître en deux natures, sans confusion, sans changement, 1127 II,17 | gekomen, gedragen door een nauwkeurig historisch getuigenis. De 1128 IV,52 | evangelie en om op een steeds nauwkeurigere en meer organische wijze 1129 Besl,59 | contemplatie bij Maria moeten wij navolgen: na haar pelgrimstocht naar 1130 I,13 | uitroeiingskampen van de nazi's. Deze bedevaart, een gebeuren 1131 IV,43 | waarachtige, diepe vrie ndsc hap aan te bieden. In een 1132 I,13 | weer op weg naar de berg Nebo, om daarna de plaatsen te 1133 I,8 | zwijgen en in aanbidding ons nederig toe te vertrouwen aan de 1134 I,6 | de toekomst. Ze heeft ons nederiger gemaakt en waakzamer in 1135 II,26 | Hij onze zonden op zich neemt, "verlaten" als Hij zich 1136 III,29 | uitdagingen van onze tijd. Neen, geen formule zal ons redden, 1137 II,21 | Zoals Thomas knielt de Kerk neer en aanbidt ze de verrezen 1138 IV,49 | zijn aardse leven heeft neergelegd door allen die beroep op 1139 II,25 | mens slechts in aanbidding neerknielen. ~De doodstrijd van Jezus 1140 II,22 | omstandigheden heeft men eerder de neiging gehad het historisch karakter 1141 III,32 | Bidden moeten we leren en net als de eerste leerlingen 1142 IV,49 | zeker niet vergeten dat niemand van onze liefde kan uitgesloten 1143 IV,55(40) | Kerk ten opzichte van de niet- christelijke godsdiensten 1144 IV,53 | gemeenschap van Jeruzalem die aan niet-christenen het ontroerend gebeuren 1145 IV,51 | het er niet om gaat aan de niet-gelovigen de eisen van het geloof 1146 I,9 | gebracht van een jeugd die, niettegenstaande mogelijke ambiguïteiten, 1147 III,29 | Laten wij dit rijk patrimo nium niet vallen, maar concreet 1148 II,24 | alleen de sabbat aan, Hij noemde ook nog God zijn Vader en 1149 II,27 | traditie "de donkere nacht" noemt. Vaak hebben sommige heiligen 1150 IV,45 | de Heilige Paulinus van Nola spoort ons aan: "Laat ons 1151 IV,54(39) | Ecclesia, quod suum lumen non habeat, sed ab Unigenito 1152 IV,51 | kinderen? Talrijk zijn de noodsituaties waarvoor we als christen 1153 III,30 | meer dan ooit een pastorale noodzaak. ~Daartoe dienen we hoofdstuk 1154 IV,52 | sociale luik is een absoluut noodzakelijke dimensie van het christelijk 1155 IV,51 | caritas wordt op deze wijze noodzakelijkerwijze een dienst aan de cultuur, 1156 III,30 | om een soort spirituele noot aan de ecclesiologie toe 1157 IV,57 | worden als waardevolle en normatieve teksten van het Leergezag, 1158 IV,55(40) | christelijke godsdiensten Nostra aetate. ~ 1159 II,21(11) | confesser un seul et même Fils, notre Seigneur Jésus Christ, le 1160 I,4(2) | Incarnationis mysterium (29 november1998); n. 3; AAS 91(1999), p. 1161 I,5(4) | J.F. Frié, H. Noyens, J.P. Lécot, Christus toen, 1162 IV,42 | agapè) ontbreekt, zal alles nutteloos zijn. De apostel Paulus 1163 Besl,58 | ons open als een wijdse oceaan waarop wij ons wagen in 1164 I,11 | Als de Eucharistie het offer is van Christus die onder 1165 III,39 | blijkt uit haar plaats in het officieel gebed van de Kerk. De gelovigen 1166 II,20 | waarachtige, trouwe en c oherente kennis van het myst erie 1167 III,33(19)| chrétienne, Orationis formas (15 oktober 1989): AAS 82 (1990), pp. 1168 I,5 | voorstelt: "Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, 1169 II,21 | door de verrijzenis werd omgevormd en verheerlijkt. "Kijk maar, 1170 IV,49 | en jullie hebben naar me omgezien, ik was in de gevangenis 1171 I,15 | ploeg slaat en dan nog eens omkijkt, deugt niet voor het koninkrijk 1172 IV,45(32) | fidelium ore pendeamus, quia in omnem fidelem Spiritus Dei spirat": 1173 IV,45(31) | Regel III, 3: "Ideo autem omnes ad consilium vocari diximus, 1174 IV,45(32) | De omnium fidelium ore pendeamus, 1175 Inl,3 | die we hebben ontvangen nu omzetten in vaste voornemens en concrete 1176 III,32 | beleven, hoogtepunt en br on v an het kerkelijk leven,(18) 1177 III,39 | vooruitgang gemaakt in het onafgebroken beluisteren en aandachtig 1178 IV,50 | van de liefde is, gevaar onbegrepen te blijven of te verdrinken 1179 II,22 | het behoort wezenlijk en onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk 1180 II,27 | wordt. Zo volgen ze het onbev lekte Lam, mijn enige Zoon, 1181 IV,51 | brede zones van de planeet onbewoonbaar en vijandig voor de mens 1182 II,16 | stellen onze tijdgenoten, vaak onbewust, aan de hedendaagse gelovigen 1183 IV,48 | van de Geest is, is zij ondeelbaar. De verdeeldheid speelt 1184 IV,42 | hebben beschouwd, is het ondenkbaar dat onze pastorale plannen 1185 III,36 | communio wordt verkondigd en onderhouden. Precies door de deelname 1186 IV,47 | wij nu beleven, nu men een onderhuidse en radicale crisis vaststelt 1187 I,6 | geholpen om die aspecten te onderkennen waar, in de loop van de 1188 I,9 | wederzijdse sympathie en diep onderling begrip. Zo was het reeds 1189 II,24 | zijn de serene zekerheid te ondermijnen die Hij bezit: de Zoon te 1190 Inl,1 | woord dat Jezus na zijn onderricht van de menigte, vanuit de 1191 II,18 | voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen van de Kerk. Op basis van 1192 III,32 | zich in de eerste plaats onderscheidt door de kunst van het gebed. 1193 II,27 | lijdensverhaal uit de evangelies ondersteunt de visie van de Kerk over 1194 III,33 | Wie mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, 1195 III,29 | en oriëntatie. Vanuit de ondervinding van het Jubeljaar zijn ze 1196 II,19 | opmaken van zijn zending en ondervraagt zijn leerlingen over wat " 1197 IV,57 | dat de Kerk zichzelf zou ondervragen over de receptie van het 1198 Inl,1 | dan ooit werd ze een volk onderweg, geleid door Hem die "de 1199 II,27 | kan naast het theologisch onderzoek ook het patrimonium van 1200 Inl,3 | dient haar vurigheid te onderzoeken en een nieuw elan voor een 1201 II,21 | Een ondoorgrondelijk mysterie ~21. Het Woord 1202 IV,54 | zwakheid zien die ons zo vaak ondoorzichtig maakt, met zoveel schaduwzijden. 1203 IV,49 | verenigd". (36) Volgens de ondubbelzinnige woorden van het evangelie, 1204 IV,56 | van de genade, met haar oneindig rijke dimensies en implicaties 1205 III,31 | aan eenieder, de tra diti onele vormen van persoonlijke - 1206 I,10 | het economisch en sociaal onevenwicht dat bestaat in de wereld 1207 IV,51 | solidariteit die uiteindelijk ongelijkheid schept tussen het ene leven 1208 II,25 | Blijf niet ver van mij, want ongeluk nadert, en er is geen mens 1209 II,19 | Jezus, met wie ze gedurende ongeveer drie jaren samen hadden 1210 IV,51 | waarvoor we als christen niet ongevoelig kunnen blijven. ~Bepaalde 1211 II,21 | mensen! In de intieme en onlosmakelijke eenheid van deze twee polen 1212 II,25 | de werkelijkheid van die onnoembare smart ontkennen, maar we 1213 IV,47 | wederzijds en totaal, uniek en onontbindbaar - aan het oorspronkelijke 1214 II,26 | werkelijkheid ingebed in de onpeilbare diepte van de hypostatische 1215 I,8 | geschiedenis met haar vreugde, onrust, lijden en het gedragen 1216 IV,50 | elementaire geneeskundige zorgen ontberen of geen huis hebben dat 1217 IV,42 | maar als de liefde (agapè) ontbreekt, zal alles nutteloos zijn. 1218 Inl,2 | bekeken en, in zekere zin, ontcijferd worden zodat wij zouden 1219 I,4 | zondaars die nood hebben aan ontferming - en wie heeft dit niet? - 1220 II,20 | en bloed hebben jou dit onthuld, maar mijn Vader in de hemel" ( 1221 II,18 | Geest, het voor de mensen onthutsende feit vernomen van de maagdelijke 1222 IV,51 | dwingt ons om, bij tij en ontij, te verkondigen dat al wie 1223 III,40 | waarden van ieder volk niet ontkend maar uitgezuiverd en tot 1224 II,25 | van die onnoembare smart ontkennen, maar we mogen ook niet 1225 II,18 | crisis, met de dramatische ontknoping op Golgota. Dat is het uur 1226 II,20 | eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van 1227 III,38 | projecten mislukken en dat ze ontmoediging en frustratie in ons hart 1228 II,16 | We zouden Jezus willen ontmoeten" (Joh 12,21). Dit verzoek 1229 II,28 | een bliksemflits Christus ontmoette: "Voor mij is leven Christus 1230 IV,50 | efficiënte wijze middelen te ontplooien, maar ook om mensen bekwaam 1231 IV,53 | aan niet-christenen het ontroerend gebeuren liet zien van een 1232 I,13 | Verlosser. Ik kan moeilijk de ontroering uitdrukken die ik voelde 1233 I,6 | geheel. Zij heeft zich de ontrouw willen herinneren van veel 1234 IV,51 | de biotechnologie, nooit ontslagen zijn van de eerbied voor 1235 I,10 | gevraagd dat ze naast prettige ontspanning, ook positieve boodschappen 1236 II,18 | de groeiende spanning die ontstaat tussen Jezus en de toonaangevende 1237 IV,56 | De Kerk mag zich dus niet onttrekken aan de missionaire activiteit 1238 I,14 | materiële goederen die hun waren onttrokken. Ik ben gelukkig te mogen 1239 IV,48 | verscheidenheid, door voor elkaar ontvankelijk te zijn en elkaar wederzijds 1240 III,34 | Deze roeping maakt hen ontvankelijker voor een contemplatieve 1241 II,21 | erkennen. Van zijn moeder Maria ontving Hij de menselijke natuur 1242 III,29 | een "nieuw programma" te ontwerpen. Het programma is er reeds; 1243 I,14 | een probleem waarvan het ontwikkelingsproces van talrijke landen afhangt, 1244 III,40 | een begin, een nauwelijks ontworpen icoon van de toekomst die 1245 I,5 | onverdeelde Drie-eenheid, onuitsprekelijk geheim waarin alles zijn 1246 III,33 | verschillende vormen tot onuitsprekelijke vreugde leidt, door de mystici 1247 I,5 | Geest aanbeden, de ene en onverdeelde Drie-eenheid, onuitsprekelijk 1248 II,26 | aanwezigheid van twee schijnbaar onverenigbare elementen is in werkelijkheid 1249 IV,50 | van de werken geeft een onvergelijkbare kracht aan de liefde van 1250 II,17 | contempleren, worden we onvermijdelijk verwezen naar wat de Heilige 1251 Inl,2 | edelmoedige inzet en onze onvermijdelijke zwakheden vertrouwen we 1252 III,41 | Jubeljaar heeft ons een onvermoede kijk gegeven, ze toonde 1253 IV,51 | mens zouden worden? Hoe onverschillig blijven voor de problemen 1254 IV,56 | grondslag van religieuze onverschilligheid. Als christenen hebben wij 1255 III,29 | Midden de universele en onvervreemdbare gegevens, is het noodzakelijk 1256 I,10 | is. ~De kinderen, met hun onweerstaanbare blijheid, zijn nog teruggekeerd 1257 II,18 | daarna vervuld met een onzegbare vreugde, Hem levend en stralend 1258 IV,43 | beschouwen als "een van de onzen", hun vreugde en hun lijden 1259 II,22 | cf. Heb 4,15). Vanuit dit oogpunt is de menswording van de 1260 IV,46 | gebed tot de Heer van de oogst (cf. Mt 9,38) om roepingen 1261 IV,51 | spookbeeld van catastrofale oorlogen? Hoe niet aandachtig zijn 1262 III,35 | Christus' verrijzenis is het oorspronkelijk gegeven waarop het christelijk 1263 II,28 | allen die Hem gehoorzamen, oorzaak geworden van eeuwige redding" ( 1264 IV,48 | ademhaalde, de christenen van Oost en West aanzetten om samen 1265 III,29 | voor een gemeenschappelijke opbouw en oriëntatie. Vanuit de 1266 IV,48 | en smeekgebed. Dit gebed openbaart ons de eenheid van Christus 1267 III,33 | liefhebben en Mij aan hem openbaren" (Joh 14,21). Het gaat om 1268 II,20 | manier van kennen niet. Een "openbaringsgenade" van de Vader is daartoe 1269 IV,46 | of eenvoudigweg erkend, openbloeien voor het welzijn van heel 1270 II,21 | En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen" ( 1271 IV,56 | treden, met een hart dat diep openstaat om te luisteren. Wij weten 1272 II,17 | Heilige Schrift, willen we ons openstellen voor de werking van de Geest ( 1273 III,33 | menselijke persoon totaal laat opgaan in de goddelijke Geliefde, 1274 Inl,3 | concrete daden. Het is een opgave waartoe ik alle lokale Kerken 1275 III,41 | gezaaid, het honderdvoudige opgebracht (cf. Mt 13,3-23). Door hun 1276 IV,43 | verantwoordelijken worden opgeleid, waar families en gemeenschappen 1277 II,19 | uitspraken hen zo sterk boeiden, opgemerkt hebben, maar het was nog 1278 III,40 | jaren heb ik vele keren opgeroepen tot een nieuwe evangelisatie. 1279 II,28 | En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder 1280 III,37 | herstellen. We mogen het niet opgeven, beste broeders in het priesterschap, 1281 IV,46 | dringend nodig om een breed opgezette roepingenpastoraal te realiseren 1282 IV,53 | de wereld naar Rome doen opkijken, naar de Kerk die "voorgaat 1283 II,19 | uit de vragen die bij hen opkwamen telkens wanneer zij ge conf 1284 II,16 | zijn gelaat ook te laten oplichten voor de generaties van het 1285 II,19 | eerste balans te willen opmaken van zijn zending en ondervraagt 1286 I,14 | gemeenschap het engagement opnam om de rechtvaardigheid en 1287 III,31 | heiligheid van God, door de opname in Christus en de inwoning 1288 I,12 | bezoek van Z.H. Karekin II, opperste patriarch en Katholicos 1289 III,34 | het kunnen stellen met een oppervlakkig gebed dat niet in staat 1290 III,31 | minimalistische ethiek en een oppervlakkige godsdienstigheid. Als men 1291 I,9 | en naar zingeving en naar oprechte vriendschap. Het zal niet 1292 II,20 | onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid 1293 IV,49 | armen als opdracht. Door die optie legt men getuigenis af van 1294 III,29 | te tekenen en hierbij de opties van elke diocesane gemeenschap 1295 IV,44 | instrumenten van de communio te optimaliseren. Vandaag de dag zijn zij 1296 III,29 | 37). ~Wij hebben ons met optimisme en vertrouwen die vraag 1297 IV,46 | richtlijnen van de herders optreden. Maar de aansporing van 1298 III,31 | volmaaktheidsideaal niet verkeerd opvatten, alsof het een uitzonderlijke 1299 IV,46 | realiseren die de parochies, opvoedingsmilieus en de families bereikt. 1300 IV,43 | communio bevorderen en deze als opvoedkundig beginsel laten gelden overal 1301 I,9 | vriend en tevens degene die opvoedt tot elke ware vriendschap? 1302 IV,52 | de geschiedenis. In dit opzicht blijft de leer van het Tweede 1303 I,4 | authentieke hoop voor hen die opzien naar Christus en zijn Kerk" (3). 1304 III,30(16)| Cyprianus, De Orat. Dom. 23: PL 4, 553; cf. 1305 III,33(19)| la méditation chrétienne, Orationis formas (15 oktober 1989): 1306 IV,45(32) | De omnium fidelium ore pendeamus, quia in omnem 1307 IV,44 | van de Romeinse Curie, de organisatie van de Synodes en de werking 1308 I,14 | staten die lid zijn van deze organisaties, vooral degene die een grotere 1309 I,9 | heeft soms de krachten van organisatoren en animatoren, zowel van 1310 I,14 | financiële internationale organismen, eerder nog problematischer 1311 III,39 | vatten dat ons oproept, oriënteert en ons bestaan vorm geeft. ~ 1312 I,12 | samenkomsten plaats gehad met de orthodoxe patriarchen en hoofden van 1313 IV,49 | evangelie, evenzeer als aan haar orthodoxie, toetst de Kerk haar getrouwheid 1314 IV,48 | wijze in Hem ontvangt t ot a an het einde van de tijd. 1315 IV,50 | vormen van armoede bij de oudere plaatsen. Deze nieuwe vormen 1316 IV,43 | onmiddellijk tot de actie kunnen overgaan. Maar dit zou een dwaling 1317 II,27 | zijn totale kinderlijke overgave tot het uiterste aanbiedt: " 1318 II,16 | zou ongetwijfeld erg zwak overkomen, als we er niet eerst toe 1319 Besl,59 | elan van de apostel Paulus overnemen: "Me richtend op wat voor 1320 II,23 | die haar eigen grenzen kan overstijgen en die haar eigen contradicties 1321 III,37 | van de verzoening op een overtuigende en daadwerkelijke manier 1322 I,9 | een soort pessimisme te overvallen. Het jubileum van de jongeren 1323 II,25 | scherpte voorstellen. Hij wordt overweldigd door het vooruitzicht van 1324 II,19 | verzekerde hij hen van de overweldigende realiteit van zijn nieuw 1325 II,18 | Nazaret, die de dood heeft overwonnen; ze wijzen met nadruk op 1326 III,40 | wilt om in elk geval een paar mensen te redden" (I Kor 1327 II,16 | ter gelegenheid van het Paasfeest op bedevaart naar Jeruzalem 1328 I,5 | haar bekroning vindt in het Paasmysterie en in de gave van de Geest, 1329 III,37 | exhortatie Reconciliatio et paenitentia hierover. Ze was het resultaat 1330 I,13 | door de Israëlitische en Palestijnse gemeenschappen. Groot was 1331 I,4 | zul je bij Mij zijn in het paradijs" (Lc 23,43). ~ 1332 II,25 | gruwelijke scherpte van deze paradox komt tot uiting in die smartelijke 1333 II,27 | Jezus op het kruis, in een paradoxaal samengaan van zaligheid 1334 II,25 | moeten we ook het meest paradoxale aspect van zijn mysterie 1335 I,14 | mogen vaststellen dat de parlementen van meerdere Staten-schuldeisers 1336 III,34 | communiteiten maar ook de parochiale gemeenschappen steeds meer 1337 IV,46 | roepingenpastoraal te realiseren die de parochies, opvoedingsmilieus en de 1338 II,21(11) | séparation. (?) Il n'est ni partagé ni divisé en deux personnes, 1339 IV,45 | Met dit doel moeten de participatieorganen die door het kerkelijk recht 1340 IV,45 | formulering van precieze participatieregels de hiërarchische structuur 1341 IV,45(30) | samenwerkingsorganen in de particuliere Kerk, p. 28. ~ 1342 II,28 | gebeurtenissen opnieuw alsof ze pas nu plaats hadden. In Christus' 1343 III,40 | verkondigde" (I Kor 9,16). ~Deze passie kan enkel een nieuwe missionaire 1344 I,8 | de harten voltrekt? Het past hierover te zwijgen en in 1345 I,4 | verbaasde stadgenoten. Hij paste de profetie van Jesaja toe 1346 I,12 | H. Karekin II, opperste patriarch en Katholicos van alle Armenië 1347 I,12 | metropoliet van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, in aanwezigheid 1348 I,12 | plaats gehad met de orthodoxe patriarchen en hoofden van christelijke 1349 III,29 | culturen? Laten wij dit rijk patrimo nium niet vallen, maar concreet 1350 II,27 | theologisch onderzoek ook het patrimonium van wat we de "beleefde 1351 IV,45 | raadgeving". (31) En de Heilige Paulinus van Nola spoort ons aan: " 1352 IV,57(45) | Cf Paus Johannes Paulus II, Apostolische 1353 IV,56(41) | Evangelisatie van de volkeren en de Pauselijke raad voor de interreligieuze 1354 I,7 | heiligverklaring. Of het nu ging om pausen die door de geschiedenis 1355 II,22 | eeuwigheid (cf. Fil 2,6-8; 1 Pe 3,18). ~Anderzijds is deze 1356 IV,45(32) | De omnium fidelium ore pendeamus, quia in omnem fidelem Spiritus 1357 III,35 | Pasen niet alleen een keer per jaar maar elke zondag te 1358 II,21(11) | A la suite des saints Pères, nous enseignons donc tous 1359 IV,55 | godsdienstoorlogen die zovele perioden van de geschiedenis met 1360 III,29 | vorming en waardering van het personeel, het zoeken naar de vereiste 1361 II,21(11) | partagé ni divisé en deux personnes, mais il est un seul et 1362 II,19 | 16,14). Ongetwijfeld een pertinent antwoord, maar hoever is 1363 I,9 | dreigt ons soms een soort pessimisme te overvallen. Het jubileum 1364 III,37 | ontdekken als mysterium pietatis. Want in Hem toont God zijn 1365 III,33 | engagement vereist en ook pijnlijke uitzuiveringen (de "donkere 1366 II,24 | menselijk zelfbewustzijn het pijnlijkst op de proef gesteld worden. 1367 III,29 | Jeruzalem, onmiddellijk na zijn pinkstertoespraak: "Wat moeten wij doen?" ( 1368 IV,57 | Congres dat in het Vaticaan plaatshad, is een moment geweest van 1369 I,12 | in de lokale Kerken zou plaatshebben. Het is daar dat de meeste 1370 III,36 | kleine kudde" (Lc 12,32). Dit plaatst hen voor de uitdaging om 1371 I,10 | in hun midden een kind plaatste" en het tot het beeld maakte 1372 I,13 | Decaloog en het Eerste Verbond plaatsvond. Een maand later ging ik 1373 IV,51 | waardoor brede zones van de planeet onbewoonbaar en vijandig 1374 IV,52 | vraagstuk dat voortaan een planetair vraagstuk is. ~Dit ethische 1375 IV,42 | ondenkbaar dat onze pastorale plannen niet door het "nieuwe gebod" 1376 II,20 | unieke wijze verwoord in de plechtige aanhef van het evangelie 1377 Besl,59 | Vaticaan, 6 januari 2001, plechtigheid van de Openbaring van de 1378 I,9 | tot hen richtte vanaf het plein van Sint-Jan van Lateranen 1379 IV,52 | wijze ertoe leiden ons niet plichtsgetrouw te engageren in de uitbouw 1380 I,15 | ons: "Wie de hand aan de ploeg slaat en dan nog eens omkijkt, 1381 IV,55 | uitgesproken cultureel en religieus pluralisme zoals men die kan verwachten 1382 I,11 | en zo hebben we het pogen te beleven. ~Als men de 1383 II,21 | onlosmakelijke eenheid van deze twee polen is de identiteit van Christus 1384 I,10 | priesters en Godgewijden, politici en journalisten tot militairen. 1385 IV,51 | dienst aan de cultuur, de politiek, de economie, de familie, 1386 III,37 | bevorderen. In 1984 handelde de postsynodale exhortatie Reconciliatio 1387 III,33(19)| Cf. Congregation pour la Doctrine de la Foi, Lettre 1388 IV,45 | door de formulering van precieze participatieregels de hiërarchische 1389 II,18 | Lc 3,22), begint Hij te prediken dat de komst van het Rijk 1390 IV,45 | en niet gerechtvaardigde pretentie afwijst, dan geeft de spiritualiteit 1391 I,10 | en gevraagd dat ze naast prettige ontspanning, ook positieve 1392 IV,45 | recht voorzien zijn, zoals priesterraden en pastorale raden, steeds 1393 Besl,59 | streef ik naar het doel: de prijs van de hemelse roeping die 1394 III,38 | de heiligheid. Als we dit principe niet eerbiedigen, moeten 1395 IV,56 | volkeren. Het is zonder meer de prioritaire taak van de missio ad gentes 1396 III,40 | het nieuwe millennium, een prioriteit voor de Kerk. We dienen 1397 III,29 | ik toch enkele pastorale prioriteiten aangeven voor een gemeenschappelijke 1398 I,8 | te kunnen binnengaan. Ik probeerde me een beeld te vormen van 1399 I,14 | internationale organismen, eerder nog problematischer gebleken. Het is wenselijk 1400 I,10 | saneren en met beslistheid het proces van de economische mondialisering 1401 III,38 | verwonderd zijn dat pastorale projecten mislukken en dat ze ontmoediging 1402 II,17(9) | Christi est": Comm. In Is., Prol.: PL 24, 17. ~ 1403 IV,53 | van de caritas en van de promotie van de mens, die hun wortels 1404 Inl,2 | ik deze viering als een providentieel gebeuren waarin de Kerk 1405 I,12 | Stad heeft zo nogmaals haar providentiële rol vervuld als plaats waar 1406 III,34 | woensdag een bezinning over de psalmen, te beginnen met deze van 1407 IV,56 | hoop die in ons leeft (1 Pt 3, 15) aan te bieden. Wij 1408 IV,47 | Kerk (cf. Ef 5,32). ~Op dit punt kan de Kerk niet toegeven 1409 IV,48 | confrontatie over de wezenlijke punten van het geloof en de moraal, 1410 III,29 | christelijk leven uit te putten en er zelfs een inspirerende 1411 II,21(11) | Christ Seigneur, Fils unique, que nous devons reconnaître 1412 III,33(19)| Doctrine de la Foi, Lettre sur quelques aspects de la méditation 1413 IV,54(39) | ab Unigenito Dei Filio, qui multis locis in Sanctis 1414 IV,56(41) | volkeren en de Pauselijke raad voor de interreligieuze 1415 IV,45 | de jongste tot een betere raadgeving". (31) En de Heilige Paulinus 1416 IV,45 | nodigen ook de jongsten te raadplegen: "Dikwijls inspireert de 1417 II,19 | diepte van het mysterie raakt: "U bent de Messias, de 1418 II,19 | religieuze dimensie van die "Rabbi", wiens uitspraken hen zo 1419 III,31 | Dit betekent hem het radicaal karakter van de Bergrede 1420 II,21 | uitgenodigd om zijn wonden aan te raken, en zo de volwaardige en 1421 IV,51 | perspectief van een ecologische ramp waardoor brede zones van 1422 II,22 | Rom 1,3; cf. 9,5). ~Nu het rationalisme talrijke kringen van de 1423 II,20 | Petrus' geloofsbelijdenis reageerde: "Niet vlees en bloed hebben 1424 IV,53 | geleverd voor een gepaste realisatie van dit jubileumgebeuren. ~ 1425 IV,48 | eenheid, die zich concreet realiseert in de katholieke Kerk, ondanks 1426 III,31 | dienen samen te gaan met de recentere vormen, aangereikt door 1427 IV,57 | zou ondervragen over de receptie van het Concilie. (45) Is 1428 III,36 | reenzaming. Zij is de bevoor rech te plaats waar telkens opnieuw 1429 IV,45 | participatieorganen die door het kerkelijk recht voorzien zijn, zoals priesterraden 1430 I,13 | uitdrukken dat er spoedig een rechtvaardige oplossing mag gevonden worden 1431 I,14 | het engagement opnam om de rechtvaardigheid en de solidariteit te herstellen 1432 III,37 | postsynodale exhortatie Reconciliatio et paenitentia hierover. 1433 II,21(11) | unique, que nous devons reconnaître en deux natures, sans confusion, 1434 II,17 | de complexiteit van hun redactie en hun oorspronkelijke catechetische 1435 I,4 | in de stad van David uw Redder geboren; Hij is de Messias, 1436 II,28 | oorzaak geworden van eeuwige redding" (Heb 5,7-9). ~Voortaan 1437 IV,57 | zijn oriëntaties! Dit is de reden waarom ik, in het vooruitzicht 1438 II,23(13) | Athanasius van Alexandrie, Redevoeringen tegen de Arianen, (vertaald 1439 II,18 | volgen Hem verder in een reeks verschijningen. Ze laten 1440 I,11 | niet anders dan dat zijn . reële tegenwoordigheid. in het 1441 III,36 | natuurlijk tegengif tegen de ve reenzaming. Zij is de bevoor rech te 1442 IV,48 | kerkgemeenschappen die uit de Reformatie zijn ontstaan, voortgezet 1443 IV,45(31) | Regel III, 3: "Ideo autem omnes 1444 II,18 | en die Hem er toe bracht regelmatig de synagoge van zijn stad 1445 I,14 | hoop dat de respectieve regeringen spoedig deze parlementaire 1446 I,10 | met . de gevangenen van Regina Coeli. . In hun ogen las 1447 II,24 | evangelies helder naar voor. Ze reiken ons een aantal elementen 1448 IV,53 | jubileumgebeuren. ~Nadat de rekeningen van de uitgaven zijn afgesloten, 1449 IV,52 | maakt ons wel bewust van het relatieve karakter van de geschiedenis, 1450 II,18 | 3). Ze spreken over zijn religie uze ~bewogenheid, die Hem 1451 III,36 | vermenging van culturen en religies, zelfs in de landen waar 1452 IV,42 | de plaatselijke Kerken, resoluut moet inzetten, is de "communio" ( 1453 I,14 | schuldenlast. Ik hoop dat de respectieve regeringen spoedig deze 1454 III,37 | paenitentia hierover. Ze was het resultaat van de bijeenkomst van de 1455 III,38 | iedere pastorale actie de resultaten afhankelijk te maken van 1456 IV,45(31) | quia saepe iuniori Dominus revelat quod melius est". ~ 1457 Besl,59 | apostel Paulus overnemen: "Me richtend op wat voor me ligt, streef 1458 IV,46 | in gehoorzaamheid aan de richtlijnen van de herders optreden. 1459 I,8 | blijven kijken naar de lange rijen van pelgrims die geduldig 1460 III,33 | godsdiensten die nu ook rijkelijk aanwezig zijn in de streken 1461 II,20 | kennis van het myst erie rijpen en zich ontwikkelen. Dit 1462 II,26 | twee zo tegenstrijdige erva ringen kon beleven en verwerken: 1463 I,15 | uitloopt op activisme en het risico inhoudt . te doen om te 1464 III,31 | zich aan te passen aan het ritme van elke persoon. In deze 1465 III,35 | Sinds tweeduizend jaar ritmeert de herinnering aan die " 1466 I,13 | vader in het geloof" (cf. Rm 4,11-16). Ik heb echter 1467 III,29 | maatschappij en cultuur. ~Ik roep dus met klem de herders 1468 I,6 | de barmhartigheid af te roepen en de bijzondere gave van 1469 IV,46 | nodig om een breed opgezette roepingenpastoraal te realiseren die de parochies, 1470 IV,53(38) | Ignace d'Antioche, Lettre aux Romains, Intr. Éd. Funk, I, 252. ?.. ~ 1471 IV,44 | t. de hervorming van de Romeinse Curie, de organisatie van 1472 II,19 | telkens wanneer zij ge conf ronteerd werden met de daden of de 1473 I,13 | plaatsen zijn van pijn en rouw omwille van het heersende 1474 I,4 | Gods heeft geopend voor de rouwmoedige moordenaar: "Ik beloof je, 1475 I,12 | Katholicos van alle Armenië rs. ~Vele gelovigen uit andere 1476 II,24 | Het is dan ook niet ve rwon derlijk dat Hij, eens volwassen, 1477 II,25 | uitroept: "Eloi, Eloi, lema sabachtani?". Dat betekent: "Mijn God, 1478 III,37 | allen de crisis van het sacram ent voor ogen, vooral in 1479 III,37 | toevlucht genomen tot de sacramentele boetvaardigheid. Deze bemoedigende 1480 IV,45(31) | consilium vocari diximus, quia saepe iuniori Dominus revelat 1481 II,21(11) | A la suite des saints Pères, nous enseignons donc 1482 IV,53 | religieus gebeuren. Het saldo zal dienen voor een nieuw 1483 IV,44 | die hun grondslag en hun samenhang krijgen vanuit het plan 1484 I,10 | van de eerste belangrijke samenkomst, met zovele kinderen? Door 1485 I,5 | lijdt geen twijfel dat het samenvallen van dit Jubeljaar met het 1486 IV,48 | geloof en de moraal, de samenwerking in de liefde, en vooral 1487 IV,45(30) | augustus 1997, art. 5: De samenwerkingsorganen in de particuliere Kerk, 1488 Besl,58 | zondag is een beetje als het samenzijn in het Cenakel dat de verrezen 1489 IV,54(39) | Filio, qui multis locis in Sanctis Scripturis allegorice sol 1490 I,10 | wereld van de arbeid zou saneren en met beslistheid het proces 1491 III,41 | van nieuw leven geweest, Sanguis martyrum - semen christianorum: (26) 1492 II,28 | begrijpelijk gevoel van schaamte toen hij zei "Heer, Gij 1493 I,6 | van de geschiedenis een schaduw hebben geworpen op het gelaat 1494 IV,54 | ondoorzichtig maakt, met zoveel schaduwzijden. Maar deze zending is mogelijk, 1495 Inl,1 | de grote herder van de schapen" is (Heb 13,20). Vanuit 1496 I,7 | door aan zijn Kerk zo een schare heiligen en martelaren te 1497 II,28 | de Kerk, zijn Bruid, haar schat, haar bron van vreugde. " 1498 III,40 | hartverwarmend getuigenis naar waarde schatten en hun enthousiasme ruimte 1499 II,21 | ook zonder een mogelijke scheiding (11). ~Wij weten wel dat 1500 I,4 | verrassing dat God niet enkel de schepper van de wereld en de mens 1501 I,4 | gelijk is geworden aan zijn schepsel "nadat God vroeger vele 1502 IV,51 | uiteindelijk ongelijkheid schept tussen het ene leven en


1025-drie | driee-licht | lie-schep | scheu-wijde | wijds-zwijg

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License