1025-drie | driee-licht | lie-schep | scheu-wijde | wijds-zwijg
bold = Main text
Chapter, Paragraph grey = Comment text
1503 Inl,1 | vis dat hun netten ervan scheurden" (Lc 5,6).~Duc in altum!
1504 II,26 | gelijktijdige aanwezigheid van twee schijnbaar onverenigbare elementen
1505 II,22 | geworden" (Joh 1,14). Deze schitterende uitdrukking van het Christusmysterie
1506 III,33 | gemeenschappen moeten "authentieke scholen" van gebed worden, waar
1507 III,40 | vooral verheugd over de schoonheid van het veelvormige gelaat
1508 I,4 | zichzelf: "Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling
1509 II,20 | dezelfde zin wanneer hij schrijft dat dit gesprek met de leerlingen
1510 III,33 | in staat geschiedenis te schrijven volgens Gods plan (19). ~
1511 IV,55 | vrede te waarborgen en het schrikbeeld van godsdienstoorlogen die
1512 I,7 | geloofsgetuigen ~7. Maar dit levendig schuldbewustzijn heeft ons niet verhinderd
1513 IV,42 | uitgeroepen als expert in de scientia amoris: "Ik begreep dat
1514 II,17(9) | Ignoratio enim Scripturarum ignoratio Christi est":
1515 IV,54(39) | multis locis in Sanctis Scripturis allegorice sol appellatus
1516 I,10 | die werkzaam zijn in deze sector herinnerd aan de grote verantwoordelijkheid
1517 IV,50 | vormen treft men vaak aan in sectoren en bij mensen die niet van
1518 III,33 | gestage ontwikkeling van de secularisatie - een diffuse nood aan spiritualiteit
1519 IV,46 | comsumptiementaliteit en het secularisme voortvloeit. Het is dringend
1520 IV,54(39) | quod suum lumen non habeat, sed ab Unigenito Dei Filio,
1521 III,41 | geweest, Sanguis martyrum - semen christianorum: (26) deze
1522 II,21(11) | changement, sans division, sans séparation. (?) Il n'est ni partagé
1523 II,24 | zal niet in staat zijn de serene zekerheid te ondermijnen
1524 IV,45(32) | Brief 23, 36 aan Sulpice Sévère: CSEL 29, 193. ~
1525 II,27 | Vader aan Catharina van Siëna dat in de ziel van de heiligen
1526 II,27(14) | N. 78 Catharina van Siënna, Dialogue de la Divine Providence ~
1527 IV,48 | profetische, ontroerende signalen laten zien. Maar er is nog
1528 Inl,1 | menigte, vanuit de boot van Simon, tot deze apostel richtte.
1529 I,13 | vreugde halt gehouden op de Sinaï waar de gave van de Decaloog
1530 III,39 | van de Kerk onderlijnd. Sindsdien werd er heel wat vooruitgang
1531 IV,54(39) | Zoals bijvoorbeeld Sint-Augustinus: "Luna intelligitur Ecclesia,
1532 I,9 | richtte vanaf het plein van Sint-Jan van Lateranen en het Sint-Pietersplein.
1533 I,12 | ontmoeting in de Basiliek van Sint-Paulus, op 18 januari 2000, toen
1534 I,6 | vergeten, toen ik in de Sint-Pietersbasiliek, het oog gericht op de Gekruisigde,
1535 I,15 | aarzel ik niet om die te situeren in de contemplatie van het
1536 I,15 | Wie de hand aan de ploeg slaat en dan nog eens omkijkt,
1537 I,13 | vreselijke herinnering aan de slachtoffers van de uitroeiingskampen
1538 I,14 | grotere macht hebben, erin slagen om de nodige consensus te
1539 II,27 | doodstrijd was daarom niet minder smartelijk. Het is een mysterie, maar
1540 II,25 | paradox komt tot uiting in die smartelijke kreet van schijnbare wanhoop,
1541 IV,48 | is tegelijk openbaring en smeekgebed. Dit gebed openbaart ons
1542 III,33 | uitdrukking komt in het smeken om hulp, maar ook in dankzegging,
1543 IV,44 | bijzonder noodzakelijk om snel en efficiënt te kunnen antwoorden
1544 IV,44 | moet bieden temidden van de snelle veranderingen van onze tijd. ~
1545 Besl,59 | zijn daardoor onze benen soepeler geworden voor de tocht die
1546 IV,54(39) | Sanctis Scripturis allegorice sol appellatus est": Enarr.
1547 IV,50 | mensen bekwaam te maken solidair te zijn met allen die lijden,
1548 II,23 | de nadruk gelegd op deze soteriologische dimensie van het mysterie
1549 IV,43 | voortdurend een valstrik spannen en naijver, carrièrezucht
1550 III,40 | enkel de zaak van een groep 'specialisten' zal zijn maar die de verantwoordelijkheid
1551 II,23(13) | vertaald door C. J. De Vogel) Spectrum Utrecht ~
1552 IV,53 | enkele schijn van economische speculatie aanwezig zou zijn voor zulk
1553 IV,48 | ondeelbaar. De verdeeldheid speelt zich af op het terrein van
1554 I,10 | met . de wereld van het spektakel. , die een grote aantrekkingskracht
1555 IV,47 | dienen een actieve rol te spelen om hun rechten in Kerk en
1556 IV,48 | oecumenisch engagement bevorderen! Spijtig genoeg, achtervolgt de droevige
1557 III,35 | generatie laten zien wat de spil van de geschiedenis is,
1558 IV,45(32) | omnem fidelem Spiritus Dei spirat": Brief 23, 36 aan Sulpice
1559 Inl,3 | een nieuw elan voor een spiritueel en pastoraal engagement
1560 III,30 | was het niet om een soort spirituele noot aan de ecclesiologie
1561 IV,45(32) | pendeamus, quia in omnem fidelem Spiritus Dei spirat": Brief 23, 36
1562 I,14 | bereiken om te komen tot een spoedige oplossing voor een probleem
1563 I,12 | Men zal begrijpen dat ik spontaan vooral over het Jubeljaar
1564 IV,53 | gebeuren liet zien van een spontane uitwisseling van gaven tot
1565 IV,51 | bedreigd wordt, voor het spookbeeld van catastrofale oorlogen?
1566 IV,45 | Heilige Paulinus van Nola spoort ons aan: "Laat ons aan de
1567 I,10 | fabrieksarbeiders, landbouwers en sportlui, kunstenaars en universiteitsprofessoren,
1568 IV,51 | moeten deze aspecten ter sprake komen als de Kerk het over
1569 II,20 | manier van kennen. Maar sprekend over Jezus volstaat deze
1570 III,35 | het mysterie van de tijd staa t en die een voorafbeelding
1571 I,4 | aanzien van zijn verbaasde stadgenoten. Hij paste de profetie van
1572 I,14 | Het is wenselijk dat de staten die lid zijn van deze organisaties,
1573 I,14 | parlementen van meerdere Staten-schuldeisers onlangs een substantiële
1574 II,18 | Hem steeds op weg langs steden en dorpen, vergezeld van
1575 II,25 | waarom hebt U Mij in de steek gelaten?" (Mc 15,34). Kan
1576 Besl,58 | nieuwe evangelisatie". Ik stel haar weerom voor als het
1577 II,24 | ook nog God zijn Vader en stelde zo zichzelf met God gelijk" (
1578 IV,51 | manier de motieven van de stellingname van de Kerk uit te leggen
1579 IV,56 | christelijke dialoog met wijsgerige stelsels, culturen, godsdiensten.
1580 Besl,58 | voorgesteld en aanroepen als de "Ster van de nieuwe evangelisatie".
1581 II,28 | Hebreeën: "In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft Hij onder luid
1582 III,36 | gekenmerkt zal zijn door een sterke vermenging van culturen
1583 II,28 | het hart! Deze ervaring sterkt de Kerk om haar weg verder
1584 II,27 | diepste smart gedompeld, stervend om vergeving bidt voor zijn
1585 IV,48 | en elkaar wederzijds te steunen als ledematen van het éne
1586 III,35 | zijn zeker dat Christus het stevig in zijn handen draagt, Hij,
1587 II,24 | en de mensen" (Lc 2,52), stilaan ook in Hem het bewustzijn
1588 II,28 | gebeurt op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag, het bebloede gelaat
1589 II,28 | gelaat mogen we niet blijven stilstaan bij het beeld van de gekruisigde.
1590 II,20 | vanuit de genade. Enkel in stilte en gebed kan in ons een
1591 III,29 | door de grondlijnen uit te stippelen voor de actuele verkondiging
1592 I,12 | spreek, gezien vanuit de Stoel van Petrus. Daarbij vergeet
1593 IV,43 | en waarvan het licht ook straalt op het gelaat van onze broeders
1594 Besl,59 | richtend op wat voor me ligt, streef ik naar het doel: de prijs
1595 III,35 | Kerk in al haar handelen streeft, en tevens de bron waaruit
1596 II,19 | het bekende tafereel in de streek van Caesarea van Filippus (
1597 I,15 | bekoring door ernaar te streven te . zijn. voor we . doen. .
1598 IV,45 | participatieregels de hiërarchische structuur van de Kerk illustreert
1599 III,39 | theologische en bijbelse studies op toegelegd. Vooral de
1600 IV,48 | aan de Kerk van Christus, stuwen hen onophoudelijk voort
1601 I,14 | Staten-schuldeisers onlangs een substantiële vermindering hebben goedgekeurd
1602 II,21(11) | A la suite des saints Pères, nous enseignons
1603 IV,45(32) | spirat": Brief 23, 36 aan Sulpice Sévère: CSEL 29, 193. ~
1604 III,33(19)| Doctrine de la Foi, Lettre sur quelques aspects de la méditation
1605 III,34 | tot allerlei religieuze surrogaten en zelfs extravagante vormen
1606 IV,54(39) | intelligitur Ecclesia, quod suum lumen non habeat, sed ab
1607 I,7 | kader van het Colosseum, symbool van vervolgingen in de eerste
1608 I,9 | gebaseerd op wederzijdse sympathie en diep onderling begrip.
1609 I,10 | van het jaar, was er de sympathieke ontmoeting met . de wereld
1610 III,37 | bedreven". (25) Toen de Synode, waarover ik zojuist sprak,
1611 II,24 | mysterie spreekt. In de synoptische evangelies wordt dit veelvuldig
1612 II,18 | evenwel uit te groeien tot een systematisch en gedetailleerd verslag.
1613 II,19 | te geven in het bekende tafereel in de streek van Caesarea
1614 IV,52 | vooral de leken die deze taken moeten behartigen om zo
1615 III,40 | ruimte geven als een nieuw talent (cf. Mt 25,15) dat de Heer
1616 I,8 | een niet aflatende stroom talloze kinderen van de Kerk naar
1617 II,18 | worden de gegevens veel talrijker, zonder evenwel uit te groeien
1618 I,4 | intensiteit die ons bijna tastbaar Gods barmhartigheid liet
1619 II,24 | inderdaad te doden want: "Hij tastte niet alleen de sabbat aan,
1620 IV,50 | economische, culturele en technologische evolutie. Deze biedt grote
1621 II,25 | roept Hij Hem aan op zijn tedere, vertrouwvolle wijze: "Abba,
1622 II,27 | door de vereniging en de tederheid van de liefde die haar geschonk
1623 III,36 | ook het meest natuurlijk tegengif tegen de ve reenzaming.
1624 IV,50 | binnen, getekend door vele tegenstellingen binnen de economische, culturele
1625 II,26 | Jezus tezelfder tijd twee zo tegenstrijdige erva ringen kon beleven
1626 II,27 | zichzelf die schijnbare tegenstrijdigheid van zaligheid en lijden
1627 I,14 | die de wereld nog steeds teisteren. Op dit vlak krijgt de kwestie
1628 II,20 | geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben
1629 Besl,59 | de alledaagse grijsheid terecht. Integendeel, als onze pelgrimstocht
1630 IV,48 | verdeeldheid speelt zich af op het terrein van de geschiedenis, in
1631 I,15 | ons heeft nagelaten willen terugbrengen tot zijn centrale kern,
1632 I,13 | van het Jubeljaar. Als ik terugdenk aan de sfeer die ik in deze
1633 I,14 | herstellen tussen de mensen in de teruggave van de materiële goederen
1634 I,10 | onweerstaanbare blijheid, zijn nog teruggekeerd voor het jubileum van de
1635 III,32 | voortdurend tot de bron terugkeert en er zich in vernieuwt. ~
1636 III,30 | dat u zich heiligt" (1 Tes 4,3). Het gaat om een engagement
1637 IV,46 | alles, behoud het goede" (1 Tess 5, 19-21). ~
1638 III,41 | staan? We waren wellicht teveel geneigd over martelaren
1639 III,31 | een misvatting zou zijn tevreden te zijn met een middelmatig
1640 II,26 | het mogelijk was dat Jezus tezelfder tijd twee zo tegenstrijdige
1641 Inl,1 | de Geest geroepen "Marana tha" - "Kom, Heer Jezus" (cf.
1642 III,29 | uitdrukkelijke catechese rond het thema van de Drie-eenheid, samen
1643 II,27 | dit mysterie kan naast het theologisch onderzoek ook het patrimonium
1644 IV,50 | gemeenschappen de armen "zich thuis voelen". Is deze levensstijl
1645 IV,51 | mens dwingt ons om, bij tij en ontij, te verkondigen
1646 IV,46 | van God te zoeken door de tijdelijke realiteit te beheren en
1647 II,16 | jaar geleden, stellen onze tijdgenoten, vaak onbewust, aan de hedendaagse
1648 II,16 | te laten schijnen in elk tijdperk van de geschiedenis en zijn
1649 III,41 | eeuwen van de christelijke tijdrekening. Hun gedachtenis in het
1650 III,30 | zin van het woord als het toebehoren aan Hem, die de Heilige
1651 IV,42 | liefde die Ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar
1652 III,39 | theologische en bijbelse studies op toegelegd. Vooral de evangelisatie
1653 IV,47 | dit punt kan de Kerk niet toegeven aan de druk van een zekere
1654 III,34 | edelmoedige toewijding op toeleggen. Maar men vergist zich als
1655 IV,49 | als aan haar orthodoxie, toetst de Kerk haar getrouwheid
1656 III,33 | Geest, en zich kinderlijk toevertrouwend aan het hart van de Vader.
1657 III,40 | Mt 25,15) dat de Heer ons toevertrouwt opdat wij het vrucht laten
1658 III,37 | hebben velen opnieuw hun toevlucht genomen tot de sacramentele
1659 I,6 | de Gekruisigde, mij tot tolk heb gemaakt van de Kerk
1660 II,22 | onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van
1661 II,16 | enkel over . Christus. maar toon ons wie Hij is. Heeft de
1662 II,18 | ontstaat tussen Jezus en de toonaangevende groepen van de religieuze
1663 III,41 | onvermoede kijk gegeven, ze toonde ons dat onze tijd uitzonderlijk
1664 I,9 | de eucharistieviering van Tor Vergata te vergeten. ~Hier
1665 II,21(11) | Pères, nous enseignons donc tous unanimement à confesser
1666 III,39 | antieke en de altijd actuel e tr aditie van de lectio divina
1667 III,31 | aanbod aan eenieder, de tra diti onele vormen van persoonlijke -
1668 IV,48 | heilzame aanklacht van onze traagheid en onze bekrompenheid van
1669 III,33 | in de streken die vroeger traditioneel christelijk waren, bieden
1670 II,28 | onder luid geroep en onder tranen gebeden en gesmeekt tot
1671 IV,50 | appelleren talrijk. Onze wereld treedt het nieuwe millennium binnen,
1672 IV,50 | plaatsen. Deze nieuwe vormen treft men vaak aan in sectoren
1673 III,29 | te volgen om in Hem het trinitaire leven te beleven en om met
1674 Inl,1 | voortdurend ontspringt aan de "troon van het Lam" (cf. Apk 22,
1675 I,4 | niet? - vinden nog steeds troost in dit . heden. van het
1676 IV,56 | steun en de bijstand van de Trooster, de Geest van Waarheid (
1677 II,20 | in ons een waarachtige, trouwe en c oherente kennis van
1678 II,19 | van dit gelaat. Dit was trouwens een ervaring die ook de
1679 IV,51 | de Kerk op die gebieden tussenkomt. Toch moeten deze aspecten
1680 III,37 | lagen, zijn in deze korte tussentijd, niet verdwenen. Vooral
1681 I,5 | tijden ~5. Het lijdt geen twijfel dat het samenvallen van
1682 II,24 | Evenmin mogen we eraan twijfelen dat Jezus in zijn historisch
1683 IV,46 | bevorderen van verscheidene types van verenigingen heel belangrijk
1684 II,16 | ongetwijfeld geholpen om dit uitdrukkelijker te doen. Bij het einde van
1685 IV,50 | voorbije millennia reeds vele uitdrukkingen heeft gekend, maar die vandaag
1686 III,33 | vaststellen, die zich grotendeels uitdrukt in een vernieuwde nood aan
1687 III,31 | Zoals het Concilie het zelf uitdrukte, mag men dit volmaaktheidsideaal
1688 III,34 | 34. Uiteraard worden gelovigen die een
1689 III,34 | opvoeding tot gebed wordt uiterst belangrijk in ieder pastoraal
1690 II,27 | kinderlijke overgave tot het uiterste aanbiedt: "Vader in uw handen
1691 I,4 | volmaakt geschenk" (Jak 1,17) uitgaat. ~Ik denk eerst en vooral
1692 IV,53 | Nadat de rekeningen van de uitgaven zijn afgesloten, zal het
1693 III,34 | dat het geloof sterk wordt uitgedaagd, zijn middelmatige christenen, '
1694 Inl,3 | de jongste maanden vaak uitgekeken naar het nieuwe millennium.
1695 II,18 | twaalf apostelen, door Hem uitgekozen (cf. Mc 3,13-19), van een
1696 IV,42 | die ik tot kerklerares heb uitgeroepen als expert in de scientia
1697 IV,49 | niemand van onze liefde kan uitgesloten worden sinds "de Zoon van
1698 III,40 | ieder volk niet ontkend maar uitgezuiverd en tot volheid worden gebracht. ~
1699 III,38 | uw woord zal ik de netten uitgooien" (ibid.). Vandaag is het
1700 III,33 | echte liefdesdialoog kan uitgroeien en de menselijke persoon
1701 III,39 | beluisteren van het Woord uitgroeit tot een levende ontmoeting
1702 II,25 | van deze paradox komt tot uiting in die smartelijke kreet
1703 IV,48 | onze tocht verder zetten, uitkijkend naar het ogenblik waarop
1704 I,15 | beweging zijn. wat vaak uitloopt op activisme en het risico
1705 II,26 | anderzijds een doodstrijd die uitmondt in een kreet van verlatenheid.
1706 III,36 | sacrament van de eenheid kan uitoefenen. ~
1707 I,10 | grote aantrekkingskracht uitoefent op de geest van de mensen.
1708 I,13 | aan de slachtoffers van de uitroeiingskampen van de nazi's. Deze bedevaart,
1709 II,25 | wanneer Jezus op het kruis uitroept: "Eloi, Eloi, lema sabachtani?".
1710 II,19 | dimensie van die "Rabbi", wiens uitspraken hen zo sterk boeiden, opgemerkt
1711 IV,48 | in de geloofsbelijdenis uitspreken vindt zijn ultieme grondslag
1712 III,30 | Hem, die de Heilige is bij uitstek, de "driemaal Heilige" (
1713 I,14 | parlementaire besluiten tot uitvoering brengen. Daarentegen is
1714 I,10 | Ik kan natuurlijk niet uitweiden over de details van elke
1715 IV,43 | geestelijke groei, kunnen de uitwendige middelen om de communio
1716 IV,48 | leerlingen van Christus, zonder uitzondering, met volle stem kunnen zingen: "
1717 III,41 | toonde ons dat onze tijd uitzonderlijk rijk is aan getuigen die,
1718 III,33 | vereist en ook pijnlijke uitzuiveringen (de "donkere nacht") kent,
1719 I,9 | Sint-Pietersplein. Daarna heb ik ze zien uitzwermen over de stad, blij zoals
1720 IV,48 | geloofsbelijdenis uitspreken vindt zijn ultieme grondslag in Christus, in
1721 II,21(11) | nous enseignons donc tous unanimement à confesser un seul et même
1722 IV,47 | wederzijds en totaal, uniek en onontbindbaar - aan het
1723 IV,54(39) | lumen non habeat, sed ab Unigenito Dei Filio, qui multis locis
1724 I,10 | sportlui, kunstenaars en universiteitsprofessoren, bisschoppen, priesters
1725 IV,48 | laten groeien. Het gebed "ut unum sint - opdat allen een zijn"
1726 I,13 | had die willen beginnen in Ur van de Chaldeeërs, om me
1727 IV,48 | laten groeien. Het gebed "ut unum sint - opdat allen
1728 II,23(13) | C. J. De Vogel) Spectrum Utrecht ~
1729 II,18 | spreken over zijn religie uze ~bewogenheid, die Hem ertoe
1730 I,13 | aan het memoriaal van Yad Vachem, vreselijke herinnering
1731 IV,54 | de beschouwingen van de Vaders, die door dit beeld de afhankelijkheid
1732 III,29 | dit rijk patrimo nium niet vallen, maar concreet operationeel
1733 IV,43 | die ons voortdurend een valstrik spannen en naijver, carrièrezucht
1734 III,38 | afgetobd zonder iets te vangen" (Lc 5,5). Dit is het uur
1735 III,31 | tijd om opnieuw aan allen vastberaden de 'hoge waarde' van het
1736 Inl,3 | ontvangen nu omzetten in vaste voornemens en concrete daden.
1737 III,29 | elementen van een programma vastgelegd worden - doelstellingen
1738 I,15 | efficiënt pastoraal programma vastleggen voor na het Jubeljaar. ~
1739 IV,47 | onderhuidse en radicale crisis vaststelt van deze fundamentele instelling.
1740 IV,45(30) | Ecclesiae de mysterio, Vaticaanstad 15 augustus 1997, art. 5:
1741 III,30 | ecclesiologie toe te voegen, maar veeleer om een intrinsieke en eigen
1742 III,40 | over de schoonheid van het veelvormige gelaat van de Kerk. Het
1743 III,29 | van het Evangelie in een veelvoudige context en in verschillende
1744 I,10 | jubileumbijeenkomst was veelzeggend. Ontelbare families, uit
1745 Besl,58 | lichtend morgenrood en de veilige gids op onze weg. Als echo
1746 I,4 | vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken
1747 II,28 | Dulcis Jesu memoria, dans vera cordis gaudia"; hoe zoet
1748 Inl,3 | zich aan te passen aan de veranderende contexten en de verschillende
1749 IV,44 | bieden temidden van de snelle veranderingen van onze tijd. ~
1750 III,29 | is een programma dat niet verandert met de wisseling van de
1751 II,17 | Christus zelf ook niet"(9). Verankerd in de Heilige Schrift, willen
1752 I,4 | Nazaret ten aanzien van zijn verbaasde stadgenoten. Hij paste de
1753 II,21(11) | et même Fils unique, Dieu Verbe, Seigneur Jésus Christ":
1754 IV,50 | liefde om met een nieuwe verbeeldingskracht niet alleen op efficiënte
1755 II,18 | hoe de leerlingen, eerst verbijsterd en verstomd, daarna vervuld
1756 II,28 | dit gelaat is Gods leven verborgen aanwezig en is het heil
1757 II,17(10) | Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr. 19. ~
1758 IV,51 | maar wel om de waarden te verdedigen die gegrond zijn op de natuur
1759 IV,48 | Christus, in wie de Kerk niet verdeeld is (cf. 1 Kor 1,11-13).
1760 IV,48 | is, is zij ondeelbaar. De verdeeldheid speelt zich af op het terrein
1761 III,39 | Schrift. De eerbied die ze verdient, blijkt uit haar plaats
1762 IV,56 | onuitputtelijke theologische verdieping van de christelijke waarheid,
1763 IV,55 | bloed getekend hebben, te verdrijven. De naam van de enige God
1764 IV,50 | onbegrepen te blijven of te verdrinken in een vloed van woorden,
1765 II,24 | juist dàt wat Lucas wil verduidelijken wanneer hij de eerste woorden
1766 IV,47 | in de geschiedenis werd verduisterd door de "hardheid van het
1767 III,37 | deze korte tussentijd, niet verdwenen. Vooral in dit Jubeljaar
1768 I,13 | voelde toen ik de plaatsen vereerde van Christus. geboorte en
1769 IV,51 | eisen van het evangelie vereisen een bijzonder engagement.
1770 III,29 | personeel, het zoeken naar de vereiste middelen, - die het mogelijk
1771 III,30 | dat wil zeggen als "het verenigde volk dat deel heeft aan
1772 III,31 | de praktijk een keuze met vergaande gevolgen. Het drukt de overtuiging
1773 I,9 | eucharistieviering van Tor Vergata te vergeten. ~Hier is nog
1774 I,12 | Stoel van Petrus. Daarbij vergeet ik echter niet dat ik zelf
1775 II,27 | smart gedompeld, stervend om vergeving bidt voor zijn beulen (cf.
1776 II,18 | langs steden en dorpen, vergezeld van twaalf apostelen, door
1777 III,34 | toewijding op toeleggen. Maar men vergist zich als men denkt dat eenvoudige
1778 II,23 | nog, om te komen tot de 'vergoddelijking'. Hierbij wordt de verloste
1779 II,18 | definitief. Bij het einde van hun verhaal tonen de evangelies ons
1780 II,22 | eerder gericht op de totale verheerlijking van Christus tot in zijn
1781 II,21 | verrijzenis werd omgevormd en verheerlijkt. "Kijk maar, hier zijn mijn
1782 II,24 | zou komen in zijn totaal verheerlijkte menselijkheid. Evenmin mogen
1783 II,27 | gelijkaardigs beleef" (15). Welk een verhelderend getuigenis! Overigens, het
1784 III,40 | Jubeljaar hebben wij ons vooral verheugd over de schoonheid van het
1785 I,7 | schuldbewustzijn heeft ons niet verhinderd de Heer te danken voor alles
1786 III,31 | volmaaktheidsideaal niet verkeerd opvatten, alsof het een
1787 III,31 | christenen zalig en heilig te verklaren. Hierbij waren er veel leken
1788 III,40 | als ik het evange lie niet verkondigde" (I Kor 9,16). ~Deze passie
1789 Besl,59 | 25). ~Dit zijn de zozeer verlangde vruchten van het Jubeljaar
1790 I,9 | hoort, maar ook bezonnen, verlangend naar gebed en naar zingeving
1791 IV,43 | hun lijden te delen, hun verlangens aan te voelen en noden te
1792 I,9 | mogelijke ambiguïteiten, diep verlangt naar de authentieke waarden
1793 II,26 | onze zonden op zich neemt, "verlaten" als Hij zich voelt door
1794 II,26 | uitmondt in een kreet van verlatenheid. De gelijktijdige aanwezigheid
1795 II,22 | verheven; en Hem de naam verleend die boven alle namen staat,
1796 IV,52 | wereld en worden zij niet verleid om het welzijn van hun medemensen
1797 III,29 | werd weer in onze harten verlevendigd door de viering van het
1798 II,18 | het eerste uur hebben ze, verlicht door de Heilige Geest, het
1799 II,27 | vooral door de bijzondere verlichting die sommigen hebben ontvangen
1800 II,28 | van Petrus, die na zijn verloochening bitter weende, maar zich
1801 II,19 | waarvan het evangelie zelf het verloop schijnt aan te geven in
1802 III,37 | bemoedigende evolutie mogen we niet verloren laten gaan. Als vele gelovigen,
1803 I,8 | zonden te bekennen en de verlossende barmhartigheid te ontvangen.
1804 II,27 | zelfbewustzijn, wanneer vermeld wordt dat Jezus zelfs in
1805 II,24 | eerste woorden van Jezus vermeldt, die Hij, toen Hij nauwelijks
1806 I,14 | onlangs een substantiële vermindering hebben goedgekeurd van de
1807 IV,50 | helpend gebaar niet als een vernederende aalmoes, ma ar a ls een
1808 Inl,2 | zich te bezinnen over haar vernieuwing om met een nieuw elan haar
1809 III,32 | terugkeert en er zich in vernieuwt. ~
1810 III,31 | uitzonderlijke manier van leven zou veronderstellen die slechts voor enkele '
1811 I,10 | die op een steeds meer verontrustende wijze, de betekenis zelf
1812 IV,43 | carrièrezucht en wantrouwen veroorzaken. Laten wij ons geen illusies
1813 IV,48 | tegelijk een imperatief die ons verplicht, een kracht die ons steunt,
1814 I,12 | Geest die altijd voor nieuwe verrassingen kan zorgen. ~
1815 I,12 | tegenwoordigheid van de Verrezene en door de onuitputtelijke
1816 IV,48 | eerste millennium heeft verrijkt in volheid opnieuw mag hervatten.
1817 IV,45 | communio moet behoed en verruimd worden, dag na dag, op elk
1818 Besl,58 | schenkt. In dit Cenakel verscheen Hij "de eerste dag van de
1819 II,18 | Hem verder in een reeks verschijningen. Ze laten ons zien hoe de
1820 I,10 | respect dat aan elke mens verschuldigd is. ~De kinderen, met hun
1821 II,18 | systematisch en gedetailleerd verslag. Gesterkt door het getuigenis "
1822 IV,47 | cultuur, ook al is die ruim verspreid en soms militant. We dienen
1823 III,39 | verdiepen en de Bijbel meer te verspreiden in de families. Het is vooral
1824 IV,56 | dieper die boodschap te verstaan, waarvan zij de dragers
1825 III,38 | om alle hulpmiddelen van verstand en wil ten dienste te stellen
1826 III,40 | van het eerste begin te versterken en u te laten doordringen
1827 III,39 | dienen deze evolutie te verstevigen en te verdiepen en de Bijbel
1828 II,18 | leerlingen, eerst verbijsterd en verstomd, daarna vervuld met een
1829 I,4 | Tweeduizend jaar zijn verstreken, maar meer dan ooit blijft
1830 IV,50 | zinloosheid van het bestaan, die verstrikt zijn in drugs, eenzaam door
1831 III | OPNIEUW VANUIT CHRISTUS VERTREKKEN ~
1832 I,8 | vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God" (6). Alleen de
1833 III,39 | gemeenschappen zijn meer en meer vertrouwd geraakt met de Heilige Schrift
1834 III,32 | Christus die ons tot zijn vertrouwelingen maakt: "Laten we met elkaar
1835 I,15 | naar het diepe varen. , vertrouwend op Christus. woord: "Duc
1836 IV,45 | elementen door de uitnodiging om vertrouwvol en open de waardigheid en
1837 IV,56 | eenvoudig de verkondiging vervangen, maar moet op deze verkondiging
1838 II,18 | De evangelieverhalen zijn vervolgens eensgezind over de groeiende
1839 III,41 | beleefden midden vijandigheid en vervolging, en heel vaak tot het hoogste
1840 II,19 | het geloof ~19. "Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de
1841 IV,56 | genade is die ons met vreugde vervult, een goed nieuws dat wij
1842 IV,52 | welzijn van hun medemensen te verwaarlozen, maar zijn zij sterker met
1843 II,19 | anders! Wat Hij van de zijnen verwacht, is juist die bijkomende
1844 IV,55 | pluralisme zoals men die kan verwachten in de samenleving van het
1845 IV,43 | plan en als wij op de diepe verwachtingen van de wereld een antwoord
1846 II,26 | erva ringen kon beleven en verwerken: enerzijds de diepe eenheid
1847 II,17 | worden we onvermijdelijk verwezen naar wat de Heilige Schrift
1848 II,19 | maar hoever is dit nog verwijderd van de waarheid. Het volk
1849 II,20 | uitdrukking "vlees en bloed" verwijst naar de mens en zijn gewone
1850 IV,57 | om naar het Concilie te verwijzen als de grote genade waarvan
1851 III,38 | eerbiedigen, moeten we niet verwonderd zijn dat pastorale projecten
1852 II,21 | beperkt zijn. De dogmatische verwoording - hoe menselijk ook - is
1853 II,24 | zelfs dat Jezus juist daarom verworpen en veroordeeld werd: men
1854 I,15 | geenszins een gevoel van verzadiging, nog minder mag het ons
1855 Inl,3 | elk van deze Kerken die, verzameld rond hun bisschop, luisteren
1856 I,7 | in de twintigste eeuw te verzamelen. Wij hebben ze herdacht
1857 II,19 | handen en zijn zijde" (ibid.) verzekerde hij hen van de overweldigende
1858 II,27 | mysterie, maar ik kan u verzekeren dat ik er toch iets van
1859 II,25 | Hij gebruik van de eerste verzen van psalm 22; die woorden
1860 II,16 | ontmoeten" (Joh 12,21). Dit verzoek werd aan de apostel Filippus
1861 III,37 | hart en worden wij met Hem verzoend. Wij dienen opnieuw het
1862 II,23 | zoeken" (Ps 27,8). De aloude verzuchting van de psalmist kon niet
1863 IV,42 | draagwijdte ervan niet kan verzwakken. Ook in deze nieuwe eeuw
1864 III,34 | dat hun geloof geleidelijk verzwakt en dat ze zich laten verleiden
1865 III,40 | evangelische boodschap te verzwijgen. Toch dienen we rekening
1866 III,34 | het bidden van lauden en vespers, is wellicht meer het overwegen
1867 I,13 | februari in de Aula Paulus VI. Dadelijk daarna vond de
1868 I,10 | wie erover hoorde of er via de media op afstand aan
1869 Inl,1 | voorbije tweeduizend jaar vierden sinds Jezus' geboorte, breekt
1870 III,35 | jaar maar elke zondag te vieren, wil de Kerk aan "iedere
1871 I,8 | gelegenheid van de talrijke vieringen. Vaak ben ik blijven kijken
1872 IV,51 | planeet onbewoonbaar en vijandig voor de mens zouden worden?
1873 III,41 | Evangelie beleefden midden vijandigheid en vervolging, en heel vaak
1874 Inl,2 | als een belangrijk baken. Vijfendertig jaar na het Tweede Vaticaans
1875 Inl,1 | de netten uit: "... en ze vingen zo'n massa vis dat hun netten
1876 II,21 | handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de
1877 Inl,1 | en ze vingen zo'n massa vis dat hun netten ervan scheurden" (
1878 III,32 | geheim van een werkelijk vitaal christendom dat geen enkel
1879 I,4 | zich gemoduleerd naar deze vitale dimensies en bereikte op
1880 IV,46 | blijven aan de Kerk een vitaliteit geven die gave is van God
1881 IV,50 | of te verdrinken in een vloed van woorden, waaraan de
1882 IV,45(31) | autem omnes ad consilium vocari diximus, quia saepe iuniori
1883 III,30 | de ecclesiologie toe te voegen, maar veeleer om een intrinsieke
1884 IV,57 | Jubeljaar geëindigd is, voel ik meer dan ooit de plicht
1885 I,13 | ontroering uitdrukken die ik voelde toen ik de plaatsen vereerde
1886 II,26 | verlaten" als Hij zich voelt door zijn Vader, "geeft
1887 IV,56 | de plicht een dialoog te voeren door het volledige getuigenis
1888 I,8 | op weg ~8. Alsof ze in de voetsporen van de heiligen wilden treden,
1889 I,13 | concreet te begeven in de voetstappen van Abraham "onze vader
1890 II,23(13) | vertaald door C. J. De Vogel) Spectrum Utrecht ~
1891 IV,48 | voortbrengen. Laten wij dus vol vertrouwen onze tocht verder
1892 III,36 | enkel om aan een gebod te voldoen, maar omdat het noodzakelijk
1893 I,13 | bedevaart plaats, de weg volgend van de heilsgeschiedenis.
1894 II,25 | maar we mogen ook niet het volgende uit het oog verliezen: bij
1895 III,37 | vertrouwen, creativiteit en volharding het opnieuw aanreiken en
1896 III,34 | nodige doorzicht dient men de volkse gebedsvormen te herwaarderen
1897 I,4 | elke goede gave en elk volmaakt geschenk" (Jak 1,17) uitgaat. ~
1898 II,20 | krachten alleen, nooit tot de volmaakte contemplatie van Jezus'
1899 III,30 | christelijk leven en de volmaaktheid van de liefde". (17) ~
1900 III,31 | zelf uitdrukte, mag men dit volmaaktheidsideaal niet verkeerd opvatten,
1901 II,20 | Maar sprekend over Jezus volstaat deze manier van kennen niet.
1902 III,29 | om te vormen tot aan de voltooiing in het hemelse Jeruzalem.
1903 II,21 | wonden aan te raken, en zo de volwaardige en waarachtige menselijkheid
1904 III,32 | gebed aanleren, door haar vóór alles in de liturgie ten
1905 III,35 | de tijd staa t en die een voorafbeelding is van de jongste dag waarop
1906 IV,55 | aan het grote Jubeljaar voorafgingen, heeft de Kerk, onder meer
1907 I,15 | is nodig" (Lc 10,41-42). Vooraleer bepaalde actieplannen aan
1908 I,6 | op dit gewetensonderzoek voorbereid, wetend dat de Kerk die
1909 I,14 | de naastenliefde. In de voorbereidende jaren deed ik reeds een
1910 III,40 | toekomst die Gods Geest ons voorbereidt. ~We dienen met vertrouwen
1911 II,18 | luisteren, al of niet tot eigen voordeel. ~De evangelieverhalen zijn
1912 IV,43 | spiritualiteit van de communio is vooreerst een blik van het hart naar
1913 IV,53 | opkijken, naar de Kerk die "voorgaat in de liefde" (38) om zo
1914 II,18 | beroep deden op geschriften, voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen
1915 IV,49 | een nog grotere kracht dan voorheen, tot welke graad van toewijding
1916 III,31 | karakter van de Bergrede voorhouden. "Jullie zullen dus onverdeeld
1917 IV,49 | Zoon. Hij gaf zijn Kerk een voorkeur voor de armen als opdracht.
1918 Inl,3 | ontvangen nu omzetten in vaste voornemens en concrete daden. Het is
1919 I,5 | zoals de Apokalyps Hem voorstelt: "Ik ben de alfa en de omega,
1920 IV,48 | de toekomst hun vruchten voortbrengen. Laten wij dus vol vertrouwen
1921 IV,48 | Kerk is, en tegelijk ook de voortdurende gave die de Kerk op een
1922 Besl,58 | ons, elk van onze Kerken voortgaat, zijn talrijk. Maar er is
1923 Besl,58 | uitgestort en die ons vandaag voortstuw t om verder op weg te gaan,
1924 I,8 | Augustinus, haar pelgrimstocht voortzet "begeleid door de vervolgingen
1925 I,15 | onze weg. ~We moeten nu vooruitkijken en . naar het diepe varen. ,
1926 IV,42 | van Lisieux het reeds had voorvoeld, deze heilige die ik tot
1927 III,32 | christelijk leven en zij is de voorwaarde van elk authentiek pastoraal
1928 IV,55 | dialoog belangrijk om de voorwaarden voor de vrede te waarborgen
1929 III,34 | pastoraal programma. Persoonlijk voorzie ik tijdens de catecheses
1930 IV,45 | door het kerkelijk recht voorzien zijn, zoals priesterraden
1931 III,29 | doelstellingen en werkmethodes, vorming en waardering van het personeel,
1932 IV,46 | allen die het doopsel en het vormsel ontvingen, aanspoort om
1933 IV,49 | drinken gegeven, ik was vreemdeling en jullie hebben mij opgenomen,
1934 III,32 | heeft om de toekomst met vrees tegemoet te zien, omdat
1935 II,27 | had Jezus deel aan alle vreugden van de Drie-eenheid, maar
1936 IV,56 | bieden. Wij moeten niet vrezen dat de identiteit van de
1937 IV,43 | ze een waarachtige, diepe vrie ndsc hap aan te bieden.
1938 I,9 | Is Christus niet de beste vriend en tevens degene die opvoedt
1939 II,28 | uitdrukkelijk gebeurt op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag, het
1940 III,29 | aangepaste pastorale inzet om een vruchtbare jubileumervaring mogelijk
1941 Inl,2 | gezegd (cf. Apk 2,7.11;17, vv.) ~
1942 IV,56 | wekt de Geest van God die "waait waar Hij wil" (Joh 3,8)
1943 Besl,59 | Brood" (Lc 24, 35), ons waakzaam vinden en bereid om zijn
1944 II,18 | geschriften, voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen
1945 I,6 | ons nederiger gemaakt en waakzamer in onze gehechtheid aan
1946 III,34 | wellicht meer het overwegen waard dan men in het algemeen
1947 III,29 | werkmethodes, vorming en waardering van het personeel, het zoeken
1948 IV,57 | gekend en begrepen worden als waardevolle en normatieve teksten van
1949 IV,51 | van een ecologische ramp waardoor brede zones van de planeet
1950 II,17 | catechetische bedoeling, een waarheidsgetrouw getuigenis waarin we ons
1951 II,24 | op de angst en de pijn, waarmede zij en Jozef Hem hebben
1952 IV,53 | zekere zin de vrucht en het waarmerk van de caritas in het Jubeljaar
1953 III,35 | liturgie, "het hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen
1954 III,37 | bedreven". (25) Toen de Synode, waarover ik zojuist sprak, dit probleem
1955 III,37 | sacrament ontvingen, is het waarschijnlijk nodig dat de herders met
1956 I,15 | initiatieven. Jezus zelf waarschuwt ons: "Wie de hand aan de
1957 Inl,3 | daden. Het is een opgave waartoe ik alle lokale Kerken wil
1958 III,35 | streeft, en tevens de bron waaruit al haar kracht voortvloeit". (20)
1959 I,9 | prachtige taak toevertrouwd: . wachters in de morgen. te worden (
1960 I,8 | van pelgrims die geduldig wachtten om de heilige deur te kunnen
1961 Besl,58 | wijdse oceaan waarop wij ons wagen in het vertrouwen op de
1962 IV,50 | verstoken zijn, maar die wanhopig zijn om de zinloosheid van
1963 IV,43 | naijver, carrièrezucht en wantrouwen veroorzaken. Laten wij ons
1964 Inl,1 | heeft doordrenkt. Het is het water van de Geest dat de dorst
1965 III,35 | in zijn heerlijkheid zal wederkeren. Wij weten niet welke gebeurtenissen
1966 III,32 | en Ik" (Joh 15,4). Deze wederkerigheid is het wezen zelf, de ziel
1967 I,9 | mocht aangaan, gebaseerd op wederzijdse sympathie en diep onderling
1968 III,40 | de woorden van Paulus: "Wee mij als ik het evange lie
1969 IV,45 | elk niveau, in heel het weefsel van elke Kerk. De communio
1970 I,14 | de bilaterale schuld die weegt op de armste landen met
1971 II,28 | zijn verloochening bitter weende, maar zich daarna terug
1972 IV,54 | waarvan de maan het licht weerkaatst. (39) Op deze wijze wordt
1973 Inl,3 | de Kerk in tijd en ruimte weerspiegelt in laatste instantie de
1974 IV,52 | getuigenis: we dienen te weerstaan aan de bekoring van een
1975 I,15 | om te doen. . We moeten weerstand bieden aan die bekoring
1976 I,12 | ons bezielt is de hoop dat weggeleid worden door de tegenwoordigheid
1977 I,5(4) | Christus vandaag, Zacheüs, wegwijs in liturgie, Interdiocesane
1978 III,35 | gave van de Geest, een echt wekelijks Pasen. (21) Sinds tweeduizend
1979 III,31 | het eerste zicht de schijn wekken weinig operationeel te zijn.
1980 IV,56 | culturen, godsdiensten. Vaak wekt de Geest van God die "waait
1981 II,27 | gelijkaardigs beleef" (15). Welk een verhelderend getuigenis!
1982 I,9 | het reeds vanaf de eerste welkomstgroet die ik tot hen richtte vanaf
1983 I,12 | Kerk van Christus op steeds welsprekender wijze haar mysterie zou
1984 I,14 | problematischer gebleken. Het is wenselijk dat de staten die lid zijn
1985 IV,46 | leven van de Kerk in alle werelddelen. In sommige landen die van
1986 IV,57(45) | 36, AAS 87 (1995), p. 28, Werelddocumenten 24, Licap, Brussel.
1987 I,11 | van een groot deel van het wereldepiscopaat, in een uitdrukkelijke daad
1988 I,11(7) | adveniente , 10 november, 1994, Wereldkerkdocumenten 24, Licap, Brussel, nr.
1989 IV,44 | collegialiteit? Het gaat om werkelijkheden die hun grondslag en hun
1990 III,29 | worden - doelstellingen en werkmethodes, vorming en waardering van
1991 I,10 | Ik heb de personen die werkzaam zijn in deze sector herinnerd
1992 IV,48 | de christenen van Oost en West aanzetten om samen op weg
1993 III,33 | in het Oosten als in het Westen, kan ons op dat gebied veel
1994 I,6 | gewetensonderzoek voorbereid, wetend dat de Kerk die ook uit
1995 I,6 | om zich te zuiveren" (5). Wetenschappelijke samenkomsten hebben ons
1996 III,41 | christianorum: (26) deze beroemde 'wetmatigheid', door Tertullianus verwoord,
1997 II,18 | zou beantwoorden aan de wetten van de moderne historische
1998 I,15 | dit jaar hebben gedaan, wettigt geenszins een gevoel van
1999 II,19 | dimensie van die "Rabbi", wiens uitspraken hen zo sterk
2000 Inl,1 | het woord van Christus en wierpen de netten uit: "... en ze
2001 Besl,59 | levende deur die Christus is, wijd open te houden. ~Na de geestdrift
2002 I,5 | mysterie van Christus tegen de wijde horizon van de heilsgeschiedenis.
2003 III,34 | uitnodigt onze dag toe te wijden en te oriënteren. Hoe mooi
2004 I,8(6) | vertaald en ingeleid door G. Wijdeveld), Ambo/Athenaeum-Polak&Van
|