45. Het beoefenen van communio moet behoed en verruimd
worden, dag na dag, op elk niveau, in heel het weefsel van elke Kerk. De
communio moet helder zichtbaar zijn in de betrekkingen tussen de bisschoppen,
de priesters en de diakens, tussen de herders en heel het volk van God, tussen
clerus en religieuzen, tussen kerkelijke verenigingen en bewegingen. Met dit doel
moeten de participatieorganen die door het kerkelijk recht voorzien zijn, zoals
priesterraden en pastorale raden, steeds beter functioneren. Zoals men weet,
worden deze raden niet geïnspireerd door de criteria van de parlementaire
democratie. Het zijn consultatieve en geen beslissingsorganen; (30)
maar daarom zijn zij niet minder betekenisvol of belangrijk. Want de theologie
en de spiritualiteit van de communio nodigen uit tot een goed naar elkaar
luisteren van herders en gelovigen, zodat zij één blijven in
alles wat essentieel is en zich uitgenodigd weten om in alles wat onderwerp van
discussie is, naar elkaar toe te groeien om zo tot een wijze en door allen
gedragen keuze te komen.
Daartoe moeten wij die oude wijsheid beleven die zonder afbreuk te doen aan de
gezagsvolle taak van de herders, deze toch uitnodigt om zoveel mogelijk het
hele volk van God te beluisteren. Betekenisvol is de vraag van Benedictus aan
de abt van elk klooster om hem uit te nodigen ook de jongsten te raadplegen:
"Dikwijls inspireert de Heer de jongste tot een betere raadgeving".
(31) En de Heilige Paulinus van Nola spoort ons aan: "Laat ons aan
de lippen van alle gelovigen hangen, want in alle christenen ademt de Geest van
God". (32)
Wanneer de juridische wijsheid door de formulering van precieze
participatieregels de hiërarchische structuur van de Kerk illustreert en
de bekoring tot arbitrair handelen en niet gerechtvaardigde pretentie afwijst,
dan geeft de spiritualiteit van de communio een ziel aan deze institutionele
elementen door de uitnodiging om vertrouwvol en open de waardigheid en de
verantwoordelijkheid van elk lid van het Godsvolk ten volle te waarderen.
|