Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Novo Millennio Ineunte

IntraText CT - Text

  • IV. GETUIGEN VAN DE LIEFDE
    • 56
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

56. Maar deze dialoog kan niet gebeuren op de grondslag van religieuze onverschilligheid. Als christenen hebben wij de plicht een dialoog te voeren door het volledige getuigenis van de hoop die in ons leeft (1 Pt 3, 15) aan te bieden. Wij moeten niet vrezen dat de identiteit van de andere mens gekwetst wordt door datgene wat in feite de vreugdevolle aankondiging van een gave is die aan allen wordt aangeboden in de grootste eerbied voor de vrijheid van eenieder: de gave van de openbaring van Gods Liefde die "de wereld zozeer bemind heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken" (Joh 3,16). Dit alles, zoals ook de verklaring Dominus Iesus het onlangs onderlijnd heeft, kan niet in dialoogvorm gebeuren, alsof het voor ons alleen om een loutere 'mening' ging, terwijl het voor ons in feite een genade is die ons met vreugde vervult, een goed nieuws dat wij moeten verkondigen.
De Kerk mag zich dus niet onttrekken aan de missionaire activiteit bij alle volkeren. Het is zonder meer de prioritaire taak van de missio ad gentes te verkondigen dat de mens juist in Christus, "de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh 14,6), het heil vindt. De interreligieuze dialoog "mag niet eenvoudig de verkondiging vervangen, maar moet op deze verkondiging gericht zijn". (41) Anderzijds belet de missionaire plicht ons niet in dialoog te treden, met een hart dat diep openstaat om te luisteren. Wij weten immers dat, ten aanzien van het mysterie van de genade, met haar oneindig rijke dimensies en implicaties voor het leven en de geschiedenis van de mens, de Kerk zelf nooit zal ophouden haar zoektocht te verdiepen met de steun en de bijstand van de Trooster, de Geest van Waarheid (cf. Joh 14,17), die de Kerk juist tot de "volheid van de waarheid" (Joh 16,13) zal leiden.
Dit beginsel ligt niet alleen aan de basis van de onuitputtelijke theologische verdieping van de christelijke waarheid, maar ook van de christelijke dialoog met wijsgerige stelsels, culturen, godsdiensten. Vaak wekt de Geest van God die "waait waar Hij wil" (Joh 3,8) doorheen de universele menselijke ervaring, ondanks haar talrijke contradicties, tekenen van zijn aanwezigheid die ook de leerlingen van Christus zelf helpen om dieper die boodschap te verstaan, waarvan zij de dragers zijn. Heeft het Tweede Vaticaans Concilie niet juist in deze nederige en vertrouwvolle houding van openheid het "lezen van de tekenen van de tijd" (42) ter harte genomen? Door een zorgvuldige en aandachtige "onderscheiding" om de "echte tekenen van de tegenwoordigheid van het plan van God" (43) te zien, erkent de Kerk dat zij niet alleen veel heeft geschonken, maar ook heel wat heeft "ontvangen van de geschiedenis en van de ontwikkeling van de hele mensheid". (44) Het Concilie heeft ons ook uitgenodigd om ten opzichte van de and ere godsdiensten deze houding van openheid en tezelfdertijd van aandachtige onderscheiding aan te nemen. Het komt ons toe getrouw verder te gaan in de lijn van deze leer.




41 Congregatie voor de Evangelisatie van de volkeren en de Pauselijke raad voor de interreligieuze dialoog, Dialoog en verkondiging, 19 mei 1991, nr. 82: AAS 84 (1992), p. 444; Kerkelijke Documentatie, jg 19, nr. 9.


42 Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag, Gaudium et Spes, nr. 4.


43 Ibid., nr. 11.


44 Ibid., nr. 44.





Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License