18. De evangelies hebben niet de bedoeling een volledige
biografie van Jezus te geven die zou beantwoorden aan de wetten van de moderne
historische wetenschap. Maar geleidelijk aan krijgen we een historisch
betrouwbaar zicht op de Man van Nazaret. De evangelisten hebben zich inderdaad
moeite gedaan om de trekken van dit gelaat vast te leggen, vanuit betrouwbare
getuigenissen (cf. Lc 1,3) terwijl ze tevens beroep deden op geschriften,
voorgelegd aan het waakzame onderscheidingsvermogen van de Kerk. Op basis van
deze getuigenissen van het eerste uur hebben ze, verlicht door de Heilige
Geest, het voor de mensen onthutsende feit vernomen van de maagdelijke geboorte
van Jezus, zoon van Maria, de echtgenote van Jozef. Van de mensen die Hem
gekend hebben gedurende de dertig jaren van zijn leven te Nazaret (cf. Lc
3,23), hebben ze een aantal gegevens vernomen over het leven van "de zoon
van de timmerman" (Mt 13,55) en dat van "de timmerman" zelf,
behorend tot een familie (cf. Mc 6,3). Ze spreken over zijn religie uze
bewogenheid, die Hem ertoe aanzette jaarlijks met zijn familie op bedevaart te
gaan naar de tempel van Jeruzalem (cf. Lc 2,4) en die Hem er toe bracht
regelmatig de synagoge van zijn stad te bezoeken (cf. Lc 4,16).
Voor de periode van zijn openbaar leven, die begon op het ogenblik dat de jonge
man uit Galilea zich in de Jordaan door Johannes de Doper liet dopen, worden de
gegevens veel talrijker, zonder evenwel uit te groeien tot een systematisch en
gedetailleerd verslag. Gesterkt door het getuigenis "uit den hoge" en
zich ervan bewust "de geliefde Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint Hij te
prediken dat de komst van het Rijk Gods nabij is, door er in woorden en in
tekenen van genade en barmhartigheid de eisen en de kracht van aan te geven. De
evangelies tonen Hem steeds op weg langs steden en dorpen, vergezeld van twaalf
apostelen, door Hem uitgekozen (cf. Mc 3,13-19), van een groep vrouwen die voor
Hem zorgden (cf. Lc 8,2-3), van een menigte mensen die Hem zoeken of Hem
volgen, van zieken die beroep doen op zijn genezende kracht, van mensen die Hem
aanspreken en die naar Hem luisteren, al of niet tot eigen voordeel.
De evangelieverhalen zijn vervolgens eensgezind over de groeiende spanning die
ontstaat tussen Jezus en de toonaangevende groepen van de religieuze samenleving
van zijn tijd. Dit mondt uit in de uiteindelijke crisis, met de dramatische
ontknoping op Golgota. Dat is het uur van de duisternis; maar daarop volgt een
nieuwe dageraad, stralend en definitief. Bij het einde van hun verhaal tonen de
evangelies ons de Man van Nazaret, die de dood heeft overwonnen; ze wijzen met
nadruk op het lege graf en ze volgen Hem verder in een reeks verschijningen. Ze
laten ons zien hoe de leerlingen, eerst verbijsterd en verstomd, daarna vervuld
met een onzegbare vreugde, Hem levend en stralend herkennen en hoe ze van Hem
de gave van de Geest ontvangen (cf. Joh 20,22) en de zending krijgen het
evangelie "aan alle volkeren" te verkondigen (Mt 28,19).
|