20. Hoe is Petrus tot dit geloof gekomen? Wat wordt er van
ons gevraagd indien we met een groeiende overtuiging in zijn spoor willen
stappen? Matteüs geeft ons een duidelijke aanwijzing in de woorden waarmee
Jezus op Petrus' geloofsbelijdenis reageerde: "Niet vlees en bloed hebben
jou dit onthuld, maar mijn Vader in de hemel" (Mt 16,17). De uitdrukking
"vlees en bloed" verwijst naar de mens en zijn gewone manier van
kennen. Maar sprekend over Jezus volstaat deze manier van kennen niet. Een
"openbaringsgenade" van de Vader is daartoe vereist (cf. ibid). Lucas
spreekt in dezelfde zin wanneer hij schrijft dat dit gesprek met de leerlingen
plaats vond toen Hij "eens aan het bidden was" (Lc 9,18). Deze twee
gelijklopende getuigenissen maken er ons op attent dat wij, met onze menselijke
krachten alleen, nooit tot de volmaakte contemplatie van Jezus' gelaat zullen
komen, maar dat dit slechts mogelijk is vanuit de genade. Enkel in stilte en
gebed kan in ons een waarachtige, trouwe en c oherente kennis van het myst erie
rijpen en zich ontwikkelen. Dit mysterie wordt op een unieke wijze verwoord in
de plechtige aanhef van het evangelie van Johannes: "Ja, het Woord is
vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn
heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader
ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid" (Joh 1,14).
|