22. "Het Woord is vlees geworden" (Joh 1,14). Deze
schitterende uitdrukking van het Christusmysterie door Johannes weerklinkt in
het gehele Nieuwe Testament. Ook de apostel Paulus zegt in dezelfde lijn dat de
Zoon van God, "naar het vlees, [..] geboren is uit het geslacht van
David" (Rom 1,3; cf. 9,5).
Nu het rationalisme talrijke kringen van de hedendaagse cultuur doordringt, is
vooral het geloof in de goddelijkheid van Christus een probleem; in andere
historische en culturele omstandigheden heeft men eerder de neiging gehad het
historisch karakter van Jezus' mens-zijn af te zwakken of zelfs weg te duwen.
Maar het behoort wezenlijk en onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk dat het
Woord waarlijk "vlees geworden is" en dat Hij in alles het menselijk
bestaan heeft gedeeld, behalve in de zonde (cf. Heb 4,15). Vanuit dit oogpunt
is de menswording van de Zoon van God een echte kenosis, een "ontlediging"
van de heerlijkheid die Hij bezit van alle eeuwigheid (cf. Fil 2,6-8; 1 Pe
3,18).
Anderzijds is deze ontlediging van de Zoon van God geen doel op zichzelf, ze is
eerder gericht op de totale verheerlijking van Christus tot in zijn menselijkheid
toe:
"Daarom ook heeft God Hem hoog verheven; en Hem de naam verleend die boven
alle namen staat, opdat in de Naam van Jezus iedere knie zich zou buigen in de
hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot eer van God,
de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus " (Fil 2,9-11).
|