Het
gelaat van de Zoon
24. Het wezen van de goddelijke en de menselijke natuur komt in de evangelies
helder naar voor. Ze reiken ons een aantal elementen aan die ons helpen om het
'grensgebied' van het mysterie van Jezus' zelfbewustzijn te betreden. De Kerk
twijfelt er niet aan dat de evangelisten, vanuit hun geïnspireerd zijn, in
staat waren, in Jezus' woorden de ware betekenis van zijn persoon te erkennen
en het bewustzijn dat Hij zelf hiervan had. Is het niet juist dàt wat
Lucas wil verduidelijken wanneer hij de eerste woorden van Jezus vermeldt, die
Hij, toen Hij nauwelijks twaalf jaar was, in de tempel van Jeruzalem heeft
uitgesproken? Jezus is er zich duidelijk van bewust, zo blijkt het, dat Hij
zich in een unieke relatie bevindt met God, dat Hij namelijk de 'Zoon' is. Want
wanneer zijn moeder Hem wijst op de angst en de pijn, waarmede zij en Jozef Hem
hebben gezocht, antwoordt Jezus zonder aarzeling: "Waarom hebben jullie
Mij gezocht? Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest zijn?" (Lc
2,49). Het is dan ook niet ve rwon derlijk dat Hij, eens volwassen, op een
duidelijke manier over de diepte van dit mysterie spreekt. In de synoptische
evangelies wordt dit veelvuldig onderlijnd (cf. Mt 11,27; Lc 1,22); maar vooral
in het evangelie van Johannes. Jezus twijfelt geen ogenblik aan het bewustzijn
dat Hij heeft van zichzelf: "De Vader is in mij en ik ben in de
Vader" (Joh 10,38).
We mogen aannemen dat terwijl "Hij een wijs en volwassen man werd, die
steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen" (Lc 2,52), stilaan ook
in Hem het bewustzijn groeide van het goddelijk mysterie dat tot vervulling zou
komen in zijn totaal verheerlijkte menselijkheid. Evenmin mogen we eraan
twijfelen dat Jezus in zijn historisch bestaan zich reeds bewust was van zijn
identiteit als Zoon van God. Johannes bevestigt en benadrukt zelfs dat Jezus
juist daarom verworpen en veroordeeld werd: men zocht Hem inderdaad te doden
want: "Hij tastte niet alleen de sabbat aan, Hij noemde ook nog God zijn
Vader en stelde zo zichzelf met God gelijk" (Joh 5,18). In Getsemane en
Golgota zal Jezus' menselijk zelfbewustzijn het pijnlijkst op de proef gesteld
worden. Maar zelfs het drama van zijn lijden en zijn dood zal niet in staat
zijn de serene zekerheid te ondermijnen die Hij bezit: de Zoon te zijn van de
hemelse Vader.
|