|
III. OPNIEUW VANUIT
CHRISTUS VERTREKKEN
29. "Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de
voleinding van de wereld" (Mt 28,20). Deze zekerheid, geliefde broeders en
zusters, heeft de Kerk gedurende tweeduizend jaar begeleid en zij werd weer in
onze harten verlevendigd door de viering van het Jubeljaar. We dienen er een
vernieuwd elan voor ons christelijk leven uit te putten en er zelfs een
inspirerende kracht van te maken voor ons verder op weg zijn. Bewust van de
tegenwoordigheid van de Verrezen Heer onder ons, stellen wij vandaag de vraag,
die tot Petrus werd gericht in Jeruzalem, onmiddellijk na zijn pinkstertoespraak:
"Wat moeten wij doen?" (Hnd 2,37).
Wij hebben ons met optimisme en vertrouwen die vraag gesteld maar we hebben ons
niet laten verleiden door een naïef perspectief dat er een magische
formule zou bestaan tegenover de grote uitdagingen van onze tijd. Neen, geen
formule zal ons redden, maar een Persoon en de zekerheid die ze in ons hart
legt: Ik ben met u.
Het gaat er dan niet om een "nieuw programma" te ontwerpen. Het
programma is er reeds; het programma dat gebaseerd is op het evangelie en de
levende Traditie. Uiteindelijk is het gericht op Christus zelf: Hem dienen we
te kennen, te beminnen, na te volgen om in Hem het trinitaire leven te beleven
en om met Hem de geschiedenis om te vormen tot aan de voltooiing in het hemelse
Jeruzalem. Het is een programma dat niet verandert met de wisseling van de
tijden en culturen, zelfs al houdt het rekening met tijd en cultuur om te komen
tot een waarachtige dialoog en daadwerkelijke communicatie. Dit programma van
oudsher is ons programma voor het derde millennium.
Het is evenwel noodzakelijk dat het vertaald wordt in pastorale
oriëntaties die aangepast zijn aan de situatie van elke gemeenschap. Het
Jubeljaar bood ons de uitzonderlijke kans om gedurende enkele jaren een
gemeenschappelijke weg voor heel de Kerk te bewandelen: een weg van
uitdrukkelijke catechese rond het thema van de Drie-eenheid, samen met
aangepaste pastorale inzet om een vruchtbare jubileumervaring mogelijk te
maken. Ik ben dankbaar voor het hartelijke antwoord dat gegeven werd op de
voorstellen die ik in mijn apostolische brief Tertio millennio adveniente had
geformuleerd. Nu er zich niet meer een onmiddellijk objectief aandient, staan
we voor de brede en veeleisende horizon van de gewone pastoraal. Midden de
universele en onvervreemdbare gegevens, is het noodzakelijk dat het unieke
programma van het Evangelie gestalte krijgt in iedere kerkelijke realiteit,
zoals het altijd al is geweest. Precies in de lokale Kerken kunnen de concrete
elementen van een programma vastgelegd worden - doelstellingen en werkmethodes,
vorming en waardering van het personeel, het zoeken naar de vereiste middelen,
- die het mogelijk maken om bij de verkondiging van Christus mensen te
bereiken, gemeenschappen te vormen en naar de diepte toe te handelen door te
getuigen van de evangelische waarden over maatschappij en cultuur.
Ik roep dus met klem de herders van de lokale Kerken op, om geholpen door de
verschillende geledingen van het godsvolk, met vertrouwen de etappes van de
komende weg uit te tekenen en hierbij de opties van elke diocesane gemeenschap
in harmonie te brengen met deze van de naburige Kerken en met deze van de
universele Kerk.
Deze harmonie zal bevorderd worden door collegiaal te werken, zoals dit vandaag
vanzelfsprekend is geworden voor de bisschoppen in de Bisschoppenconferenties
en in de Synodes. Ligt hierin ook niet de betekenis van de continentale
bijeenkomsten van de Bisschoppensynode, die de voorbereiding van het Jubeljaar
gestalte gaven, door de grondlijnen uit te stippelen voor de actuele
verkondiging van het Evangelie in een veelvoudige context en in verschillende
culturen? Laten wij dit rijk patrimo nium niet vallen, maar concreet
operationeel maken.
We staan dus voor het heropnemen van een bezielend pastoraal werk. Een werk
waar wij allen bij betrokken zijn. Graag wil ik toch enkele pastorale
prioriteiten aangeven voor een gemeenschappelijke opbouw en oriëntatie.
Vanuit de ondervinding van het Jubeljaar zijn ze voor mij heel duidelijk
geworden.
|