Het
primaat van de genade
38. De pastorale programmering die ruim plaats wil geven aan het persoonlijk en
gemeenschappelijk gebed, zal een wezenlijk aspect eerbiedigen van het
christelijk leven: het primaat van de genade. Steeds weer worden we bekoord om
in iedere pastorale actie de resultaten afhankelijk te maken van onze
bekwaamheid en programmering. Natuurlijk vraagt God dat we echt meewerken met
zijn genade en nodigt Hij ons uit om alle hulpmiddelen van verstand en wil ten
dienste te stellen van het koninkrijk. Maar wij dienen er ons voor te hoeden te
vergeten dat "wij zonder Christus niets kunnen doen" (cf. Joh 15,5).
Het gebed doet ons precies in deze waarheid leven. Het herinnert er ons steeds
aan dat Christus in het centrum staat van ons innerlijk leven en van de
heiligheid. Als we dit principe niet eerbiedigen, moeten we niet verwonderd
zijn dat pastorale projecten mislukken en dat ze ontmoediging en frustratie in
ons hart achterlaten. Wij ervaren dan wat de leerlingen meemaakten in de
evangelieperikoop over de wonderbare visvangst : "De hele nacht hebben wij
ons al afgetobd zonder iets te vangen" (Lc 5,5). Dit is het uur van
geloof, van gebed, van dialoog met God, die het hart opent voor de genadestroom
en die het mogelijk maakt dat het woord van Christus ons in al zijn kracht
doordringt: Duc in altum! Bij deze visvangst was het Petrus die woorden van geloof
sprak: "Op uw woord zal ik de netten uitgooien" (ibid.). Vandaag is
het de opvolger van Petrus, die bij het begin van dit millennium de hele Kerk
uitnodigt om deze geloofsdaad te stellen, vanuit een vernieuwde inzet voor het
gebed.
|