De
verscheidenheid van roepingen
46. Dit perspectief van de communio is nauw verbonden met de bekwaamheid van de
christelijke gemeenschap om ruimte te geven aan alle gaven van de Geest. De
eenheid van de Kerk is geen eenvormigheid, maar een organische integratie van
een gewettigde verscheidenheid. Het gaat om de werkelijkheid van de vele
ledematen, verenigd in een enkel lichaam, het unieke Lichaam van Christus (cf.
1 Kor 12,12). Daarom is het noodzakelijk dat de Kerk van het derde millennium
allen die het doopsel en het vormsel ontvingen, aanspoort om bewust te worden
van hun actieve verantwoordelijkheid in het leven van de Kerk. Naast het
gewijde ambt, kunnen allerlei bedieningen, expliciet ingesteld of eenvoudigweg
erkend, openbloeien voor het welzijn van heel de gemeenschap om zo een steun te
zijn in de vele noden: van de catechese tot de liturgische animatie, van de
opvoeding van jongeren tot de meest verscheiden vormen van de caritas.
Ongetwijfeld moeten we ons edelmoedig inspannen, vooral door het onophoudelijk
gebed tot de Heer van de oogst (cf. Mt 9,38) om roepingen tot het priesterschap
en tot het Godgewijde leven te bevorderen. Dit is een zeer belangrijk probleem
voor het leven van de Kerk in alle werelddelen. In sommige landen die van
oudsher geëvangeliseerd zijn, is dit probleem werkelijk dramatisch
geworden door de mutaties in de sociale context en door de religieuze dorheid
die uit de comsumptiementaliteit en het secularisme voortvloeit. Het is
dringend nodig om een breed opgezette roepingenpastoraal te realiseren die de
parochies, opvoedingsmilieus en de families bereikt. Die pastoraal moet een
meer bewuste reflectie bevorderen over de wezenlijke waarden in het leven, die
uitmonden in het antwoord van elkeen aan Gods oproep, vooral wanneer deze
uitnodigt tot een totale gave van zichzelf en tot de inzet met al zijn krachten
voor de zaak van het koninkrijk.
In deze context krijgen ook alle andere roepingen die uiteindelijk geworteld
zijn in het nieuwe leven dat men in het doopsel ontvangt, hun eigen betekenis.
In het bijzonder zullen we steeds beter de roeping die eigen is aan de leken
dienen te ontdekken. Als zodanig zijn de leken geroepen om "het koninkrijk
van God te zoeken door de tijdelijke realiteit te beheren en ze op God af te
stemmen" (33) en ook "om door hun activiteit hun deel van de
zending" op te nemen "(...) in de Kerk en in de wereld (...) met het
oog op de evangelisatie en de heiliging van de mensen". (34)
In eenzelfde perspectief is het bevorderen van verscheidene types van
verenigingen heel belangrijk voor de communio. Het gaat dan zowel om de meer
traditionele als de meer recente vormen van kerkelijke bewegingen. Zij blijven
aan de Kerk een vitaliteit geven die gave is van God en teken van een
authentieke "lente van de Geest". Het is natuurlijk nodig dat deze
verenigingen en bewegingen, zowel op het vlak van de universele Kerk als in de
plaatselijke Kerken, in volledige harmonie met de Kerk en in gehoorzaamheid aan
de richtlijnen van de herders optreden. Maar de aansporing van de apostel, zo
veeleisend en beslist, is ook tot allen gericht: "Blus de Geest niet uit,
kleineer de profetische gaven niet, keur alles, behoud het goede" (1 Tess
5, 19-21).
|