De
volheid der tijden
5. Het lijdt geen twijfel dat het samenvallen van dit Jubeljaar met het
binnentreden in een nieuw millennium, zonder zich te verliezen in allerlei
eindtijdvoorstellingen, heeft bijgedragen tot een beter begrijpen van het
mysterie van Christus tegen de wijde horizon van de heilsgeschiedenis. Het
christendom is een godsdienst die zich invoegt in de geschiedenis! Het is
inderdaad doorheen de geschiedenis dat God een verbond heeft willen sluiten met
Israël om zo de geboorte van zijn Zoon in de schoot van Maria voor te
bereiden "toen de volheid van de tijd gekomen was" (Gal 4,4). Als men
Christus ziet in zijn goddelijk en menselijk mysterie, is Hij fundament en
centrum van de geschiedenis. Hij is er de zin en het uiteindelijke doel van.
Het is inderdaad door Hem, die Woord en Beeld van de Vader is, dat "alles
ontstaan is" (Joh 1,3; cf. Kol 1,15-16). Zijn Menswording, die haar
bekroning vindt in het Paasmysterie en in de gave van de Geest, is het kloppend
hart van de tijd, het mysterievolle uur waarin het Rijk Gods nabij komt (cf. Mc
1,15) en zich zelfs inplant in de geschiedenis, als zaad bestemd om uit te
groeien tot een grote boom (cf. Mc 4,30-32).
"Christus toen, Christus vandaag, Christus morgen en immer voort, Gij zijt
God" (4). Met dit lied, duizend maal herhaald, hebben we dit jaar
Christus beschouwd, zoals de Apokalyps Hem voorstelt: "Ik ben de alfa en
de omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde" (Apk 22,13).
En Christus beschouwend, hebben we de Vader en de Geest aanbeden, de ene en
onverdeelde Drie-eenheid, onuitsprekelijk geheim waarin alles zijn oorsprong en
voleinding heeft.
|