De
internationale schuld
14. Het Jubeljaar - hoe kon het anders - was ook een belangrijke tijd voor de
naastenliefde. In de voorbereidende jaren deed ik reeds een oproep tot een
grotere en actievere aandacht voor de problemen van de armoede die de wereld
nog steeds teisteren. Op dit vlak krijgt de kwestie van de internationale
schuld van de arme landen een bijzondere betekenis. Een edelmoedig gebaar naar
deze landen toe, lag in de lijn van het Jubeljaar, dat in zijn oorspronkelijke
bijbelse vorm precies een tijd was waar de gemeenschap het engagement opnam om
de rechtvaardigheid en de solidariteit te herstellen tussen de mensen in de
teruggave van de materiële goederen die hun waren onttrokken. Ik ben
gelukkig te mogen vaststellen dat de parlementen van meerdere
Staten-schuldeisers onlangs een substantiële vermindering hebben
goedgekeurd van de bilaterale schuld die weegt op de armste landen met de
hoogste schuldenlast. Ik hoop dat de respectieve regeringen spoedig deze
parlementaire besluiten tot uitvoering brengen. Daarentegen is de kwestie van
de multilaterale schuldenlast van de armste landen ten aanzien van de
financiële internationale organismen, eerder nog problematischer gebleken.
Het is wenselijk dat de staten die lid zijn van deze organisaties, vooral
degene die een grotere macht hebben, erin slagen om de nodige consensus te
bereiken om te komen tot een spoedige oplossing voor een probleem waarvan het
ontwikkelingsproces van talrijke landen afhangt, en dat zware consequenties
heeft voor de economische en existentiële situatie van ontelbare mensen.
|