|
II. EEN GELAAT OM TE
CONTEMPLEREN
16. "We zouden Jezus willen ontmoeten" (Joh 12,21).
Dit verzoek werd aan de apostel Filippus gericht door enkele Grieken die ter
gelegenheid van het Paasfeest op bedevaart naar Jeruzalem waren gekomen.
Ditzelfde verlangen bezielt ons in dit Jubeljaar. Zoals die pelgrims
tweeduizend jaar geleden, stellen onze tijdgenoten, vaak onbewust, aan de
hedendaagse gelovigen dezelfde vraag: spreek niet enkel over . Christus. maar
toon ons wie Hij is. Heeft de Kerk immers niet de opdracht gekregen het licht
van Christus te laten schijnen in elk tijdperk van de geschiedenis en zijn
gelaat ook te laten oplichten voor de generaties van het nieuwe millennium?
Maar ons getuigenis zou ongetwijfeld erg zwak overkomen, als we er niet eerst
toe zouden komen zelf zijn gelaat te contempleren. Het Jubeljaar heeft
ongetwijfeld geholpen om dit uitdrukkelijker te doen. Bij het einde van het
Jubeljaar gaan we ons gewoon dagelijks leven hernemen en bewaren we al de
ervaringen die we in deze bijzondere periode mochten meemaken en blijft onze
blik meer dan ooit gevestigd op het gelaat van de Heer.
|