31. Deze elementaire waarheid in herinnering brengen en er
het fundament van de pastorale programmatie van maken bij het begin van het
nieuw millennium, kan op het eerste zicht de schijn wekken weinig operationeel
te zijn. Is het mogelijk de heiligheid te "programmeren"? Welke
betekenis kan dit woord hebben in een pastoraal plan?
De pastorale programmatie in het teken van de heiligheid stellen, is in de
praktijk een keuze met vergaande gevolgen. Het drukt de overtuiging uit dat,
indien het doopsel ons waarlijk binnenvoert in de heiligheid van God, door de
opname in Christus en de inwoning van zijn Geest, het een misvatting zou zijn
tevreden te zijn met een middelmatig leven vanuit een minimalistische ethiek en
een oppervlakkige godsdienstigheid. Als men aan een doopleerling de vraag
stelt: "Wil je gedoopt worden?", vraagt men hem tezelfdertijd:
"Wil je heilig worden?". Dit betekent hem het radicaal karakter van
de Bergrede voorhouden. "Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals
jullie hemelse Vader onverdeeld goed is" (Mt. 5,48).
Zoals het Concilie het zelf uitdrukte, mag men dit volmaaktheidsideaal niet
verkeerd opvatten, alsof het een uitzonderlijke manier van leven zou
veronderstellen die slechts voor enkele 'genieën' in de heiligheid zou
haalbaar zijn. De wegen naar de heiligheid zijn veelvuldig en op de maat van
ieders roeping. Ik dank de Heer, die mij de mogelijkheid schonk, om de voorbije
jaren talrijke christenen zalig en heilig te verklaren. Hierbij waren er veel
leken die heilig werden in de meest gewone levensomstandigheden. Het wordt tijd
om opnieuw aan allen vastberaden de 'hoge waarde' van het dagdagelijkse
christelijke leven voor te houden: heel het leven van de kerkelijke gemeenschap
en van christelijke families moet zich in deze richting ontwikkelen. Het is evenwel
vanzelfsprekend dat iedere weg naar heiligheid persoonlijk is, en dat het een
echte pedagogie van de heiligheid vereist, die in staat is zich aan te passen
aan het ritme van elke persoon. In deze pedagogie zullen in het rijke aanbod
aan eenieder, de tra diti onele vormen van persoonlijke - en groepszorg dienen
samen te gaan met de recentere vormen, aangereikt door verenigingen en
bewegingen die door de Kerk erkend zijn.
|