Het
gebed
32. Voor deze pedagogie van de heiligheid is er een christendom nodig dat zich
in de eerste plaats onderscheidt door de kunst van het gebed. Het Jubeljaar is
een jaar geweest van meer intens persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Maar
wij weten ook dat het gebed niet vanzelfsprekend is. Bidden moeten we leren en
net als de eerste leerlingen moeten we telkens opnieuw aan de goddelijke
Leermeester deze kunst vragen: "Heer, leer ons bidden" (Lc 11,1). In
het gebed voltrekt zich de dialoog met Christus die ons tot zijn
vertrouwelingen maakt: "Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en
Ik" (Joh 15,4). Deze wederkerigheid is het wezen zelf, de ziel van het
christelijk leven en zij is de voorwaarde van elk authentiek pastoraal leven.
Zij is in ons tot stand gebracht door de heilige Geest en opent ons, door en in
Christus, voor de beschouwing van het gelaat van de Vader. Deze
drievuldigheidslogica van het christelijk gebed aanleren, door haar
vóór alles in de liturgie ten volle te beleven, hoogtepunt en br
on v an het kerkelijk leven,(18) maar ook in de persoonlijke
gebedservaring, dat is het geheim van een werkelijk vitaal christendom dat geen
enkel motief heeft om de toekomst met vrees tegemoet te zien, omdat het
voortdurend tot de bron terugkeert en er zich in vernieuwt.
|