Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dagen 1
dan 7
dat 89
de 1416
decaan 1
decorum 1
decretale 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
1416 de
690 van
467 en
336 het
Ioannes Paulus PP. II
Pastor Bonus

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-1000 | 1001-1416

     Part,  Article
1 I,1 | Romeinse Curie” ~Art. 1 - De Romeinse Curie is het geheel 2 I,1 | Dicasterieen en van Instituten die de Paus behulpzaam zijn bij 3 I,1 | Paus behulpzaam zijn bij de uiteofening van zijn hoogste 4 I,1 | welzijn en ten dienste van de universele Kerk en van de 5 I,1 | de universele Kerk en van de paticuliere Kerken, waardoor 6 I,1 | Kerken, waardoor tevens de geloofseenheid en de communio 7 I,1 | tevens de geloofseenheid en de communio van het volk Gods 8 I,1 | volk Gods gesterkt wordt en de eigen zending van de Kerk 9 I,1 | en de eigen zending van de Kerk in de wereld bevorderd 10 I,1 | eigen zending van de Kerk in de wereld bevorderd wordt. ~ 11 I,2 | Over de structuur van de Dicasterien ~ 12 I,2 | Over de structuur van de Dicasterien ~Art. 2 - § 13 I,2 | het Staatssecretariaat, de Congregaties, de Rechtbanken, 14 I,2 | Staatssecretariaat, de Congregaties, de Rechtbanken, de Raden en 15 I,2 | Congregaties, de Rechtbanken, de Raden en de Bureaus, namelijk 16 I,2 | Rechtbanken, de Raden en de Bureaus, namelijk de Apostolische 17 I,2 | en de Bureaus, namelijk de Apostolische Kamer, de Administratie 18 I,2 | namelijk de Apostolische Kamer, de Administratie van het Patrimonium 19 I,2 | van het Patrimonium van de Apostolische Stoel, de Prefectuur 20 I,2 | van de Apostolische Stoel, de Prefectuur van de Heilige 21 I,2 | Stoel, de Prefectuur van de Heilige Stoel. ~§ 2. De 22 I,2 | de Heilige Stoel. ~§ 2. De Dicasterien zijn rechtens 23 I,2 | onderling gelijk. ~§ 3. Tot de Instituten van de Romeinse 24 I,2 | 3. Tot de Instituten van de Romeinse Curie behoren echter 25 I,2 | behoren echter eveneens de Prefectuur van het Pauselijk 26 I,2 | Pauselijk Huis en het Bureau van de Litugische Vieringen van 27 I,2 | Litugische Vieringen van de Paus. ~ 28 I,3 | structuur hebben, bestaan de Dicasterien uit een Kardinaal-Prefect 29 I,3 | ondersteunend Secretariaat. De Dicasterien worden bijgestaan 30 I,3 | aantal Beambten verrichten de werkzaamheden. ~§ 2. Overeenkomstig 31 I,3 | werkzaamheden. ~§ 2. Overeenkomstig de bijzondere aard van bepaalde 32 I,3 | worden toegevoegd. ~§ 3. De eigenlijke leden echter 33 I,3 | van een Congregatie zijn de Kardinalen en de Bisschoppen. ~ 34 I,3 | Congregatie zijn de Kardinalen en de Bisschoppen. ~ 35 I,4 | Art.4 - De Prefect of de Voorzitter 36 I,4 | Art.4 - De Prefect of de Voorzitter bestuurt een 37 I,4 | leidt het en handelt in de persoon ervan (vertegenwoordig 38 I,4 | vertegenwoordig deze). ~De Secretaris, in samenwerking 39 I,4 | Secretaris, in samenwerking met de Ondersecretaris, helpt de 40 I,4 | de Ondersecretaris, helpt de Prefect of de Voorzitter 41 I,4 | Ondersecretaris, helpt de Prefect of de Voorzitter bij het besturen 42 I,4 | Voorzitter bij het besturen van de aangelegenheden en van de 43 I,4 | de aangelegenheden en van de personen van het Dicasterie. ~ 44 I,5 | Art. 5 - § 1. De Prefect of de Voorzitter, 45 I,5 | 5 - § 1. De Prefect of de Voorzitter, de leden van 46 I,5 | Prefect of de Voorzitter, de leden van de vergadering, 47 I,5 | Voorzitter, de leden van de vergadering, de Secretaris 48 I,5 | leden van de vergadering, de Secretaris en de verdere 49 I,5 | vergadering, de Secretaris en de verdere Hogere Bestuurders 50 I,5 | Hogere Bestuurders en ook de Consultoren worden door 51 I,5 | Consultoren worden door de Paus voor vijf jaren benoemd. ~§ 52 I,5 | vijfenzeventigste levensjaar wordt de Kardinalen-voorzitters verzocht 53 I,5 | Kardinalen-voorzitters verzocht om de afstand van hun ambt aan 54 I,5 | afstand van hun ambt aan de Paus aan te bieden, die 55 I,5 | overwegende een voorziening treft. De andere Bestuurders en ook 56 I,5 | andere Bestuurders en ook de Secretarissen verliezen 57 I,5 | vijfenzeventigste levensjaar; de Leden bij het bereiken van 58 I,6 | Bij het overlijden van de Paus zijn alle Bestuurders 59 I,6 | Bestuurders en Leden van de Dicasterien van hun taak 60 I,6 | van hun taak ontslagen. De Kamerheer van de Romeinse 61 I,6 | ontslagen. De Kamerheer van de Romeinse Kerk en de Hogere 62 I,6 | van de Romeinse Kerk en de Hogere Penitentiarius zijn ( 63 I,6 | uitgezonderd; zij nemen de gewone aangelegenheden waar, 64 I,6 | Kardinalencollege voorlegt, waarover aan de Paus gerapporteerd moet 65 I,6 | gerapporteerd moet worden. ~De Secretarissen wijden zich 66 I,6 | aan het gewone bestuur van de Dicasterien, alleen de gewone 67 I,6 | van de Dicasterien, alleen de gewone zaken verzorgend; 68 I,6 | verzorgend; zij behoeven waarlijk de bevestiging van de Paus 69 I,6 | waarlijk de bevestiging van de Paus binnen drie maanden 70 I,7 | Art. 7 - De leden van de vergadering 71 I,7 | Art. 7 - De leden van de vergadering worden genomen 72 I,7 | Kardinalen wonende of in de Stad of buiten de Stad, 73 I,7 | of in de Stad of buiten de Stad, waaraan voorzover 74 I,7 | deskundigheid genieten in de aangelegenheden waarover 75 I,7 | regel echter, dat zaken die de uitoefening van regeermacht 76 I,7 | voorbehouden zijn aan hen die door de heilige ordo (wijding) getekend 77 I,8 | Art. 8 - De Consultoren worden ook uit 78 I,8 | ook rekeninghoudend met de universaliteitsbeginsel. ~ 79 I,9 | Art. 9 - De Beambten worden uit de Christengelovigen, 80 I,9 | De Beambten worden uit de Christengelovigen, clerici 81 I,9 | kennis, in het bezit van de passende studie-diploma' 82 I,9 | verschillende regionen van de wereld, opdat het universele 83 I,9 | universele karakter van de kerk tot uitdrukking komt. 84 I,9 | kerk tot uitdrukking komt. De geschiktheid van kandidaten 85 I,9 | passende wijzen met het oog op de opportuniteit te blijken. ~ 86 I,9 | opportuniteit te blijken. ~De particuliere Kerken, de 87 I,9 | De particuliere Kerken, de Bestuurders van de Instituten 88 I,9 | Kerken, de Bestuurders van de Instituten van gewijd leven 89 I,9 | van gewijd leven en van de Societeiten van apostolisch 90 I,9 | apostolisch leven laten niet na om de Heilige Stoel hulp te bieden; 91 I,9 | leden, als dat nodig is, in de Romeinse Curie worden ontboden. ~ 92 I,10 | geordend, veilig en volgens de regels van deze tijd worden 93 I,10 | tijd worden bewaard. ~Over de werkwijze ~ 94 I,11 | van groter belang zijn aan de algemene vergadering voorbehouden, 95 I,11 | voorbehouden, overeenkomstig de aard van ieder Dicasterie. ~§ 96 I,11 | ieder Dicasterie. ~§ 2. Voor de plenaire bijeenkomsten, 97 I,11 | voor andere vragem die naar de mening van de Prefect of 98 I,11 | vragem die naar de mening van de Prefect of van de Voorzitter 99 I,11 | mening van de Prefect of van de Voorzitter behandeld moeten 100 I,11 | bijeengeroepen worden. Voor de gewone bijeenkomsten is 101 I,11 | is echter voldoende, dat de Leden die in de Stad verbijven 102 I,11 | voldoende, dat de Leden die in de Stad verbijven bijeengeroepen 103 I,11 | Aan alle zittingen van de vergadering neemt de Secretaris 104 I,11 | van de vergadering neemt de Secretaris deel met het 105 I,12 | Art. 12 - De Consultoren en degenen die 106 I,12 | gelijkgesteld zijn, dienen de voorgestelde aangelegenheden 107 I,12 | Bij gelegenheid en volgens de aard van ieder Dicasterie 108 I,12 | ieder Dicasterie kunnen de Consultoren bijeengeroepen 109 I,12 | worden, die, hoewel zijn van de Consultoren geen deel uitmaken, 110 I,13 | Art. 13 - De Dicasterien behandelen overeenkomstig 111 I,13 | behandelen overeenkomstig de eigen competentie van elk 112 I,13 | competentie van elk ervan de zaken, die wegens hun bijzonder 113 I,13 | hun natuur of rechtens aan de Apostolische Stoel zijn 114 I,13 | voorbehouden, en zaken die de competentie grenzen van 115 I,13 | competentie grenzen van de afzonderlijke Bisschoppen 116 I,13 | afzonderlijke Bisschoppen en van de vergaderingen ervan overstijgen, 117 I,13 | ook die zaken die hen door de Paus zijn toevertrouwd; 118 I,13 | toevertrouwd; zij bestuderen de zwaardere problemen van 119 I,13 | zwaardere problemen van de huidige tijd, zodat de pastorale 120 I,13 | van de huidige tijd, zodat de pastorale actie van de Kerk 121 I,13 | zodat de pastorale actie van de Kerk werkdadig bevorderd 122 I,13 | word met inachtneming van de verschuldigde verhouding 123 I,13 | verschuldigde verhouding jegens de particuliere Kerken; zij 124 I,13 | initiatieven voor het welzijn van de universele Kerk, zij behandelen 125 I,13 | zij behandelen tenslotte de zaken die Christengelovigen 126 I,13 | Christengelovigen op eigen recht aan de Apostolische Stoel voorleggen. ~ 127 I,14 | Art. 14 - De competentie van de Dicasterieen 128 I,14 | 14 - De competentie van de Dicasterieen wordt op basis 129 I,14 | Dicasterieen wordt op basis van de materie bepaald, tenzij 130 I,15 | Art. 15 - De aangelegenheden dienen behandeld 131 I,15 | behandeld te worden volgens de rechtsgang, zowel de universele 132 I,15 | volgens de rechtsgang, zowel de universele als bijzondere 133 I,15 | universele als bijzondere van de Romeinse Curie, en volgens 134 I,15 | Romeinse Curie, en volgens de normen van ieder afzonderlijk 135 I,15 | pastorale overwegingen, met de geest gesteld zijnde op 136 I,15 | gesteld zijnde op zowel de rechtvaardigheid als op 137 I,15 | rechtvaardigheid als op het welzijn van de Kerk en vooral op het zielenheil. ~ 138 I,16 | is gewoonte om zich tot de Romeinse Curie te richten, 139 I,16 | Curie te richten, behalve in de officiele Latijnse taal, 140 I,16 | officiele Latijnse taal, ook in de huidige breed bekende talen. ~ 141 I,17 | aangaat, voorgelegd, zodat de tekst door voorgestelde 142 I,17 | gemeenschappelijk beraad wordt in de uitvoering ervan gemeenschappelijk 143 I,18 | dienen ter bevestiging aan de Paus te worden voorgelegd; 144 I,18 | voorgelegd; behalve die waarvoor de Bestuurders van de Dicasterien 145 I,18 | waarvoor de Bestuurders van de Dicasterien een bijzondere 146 I,18 | ontvangen en uitgezonderd de uitspraken van de Rechtbank 147 I,18 | uitgezonderd de uitspraken van de Rechtbank van de Romeinse 148 I,18 | uitspraken van de Rechtbank van de Romeinse Rota en van de 149 I,18 | de Romeinse Rota en van de Hoogste Rechtbank van de 150 I,18 | de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur, 151 I,18 | Apostolische Signatuur, die binnen de grenzen van hun bevoegdheid 152 I,18 | wetgevende kracht kunnen de Dicasterien niet vaststellen 153 I,18 | vaststellen noch derogeren die de voorschriften van het universele 154 I,18 | uitdrukkelijke bevestiging van de Paus. ~ Dit geldt nu plechtig, 155 I,18 | tenzij dit van te voren door de Bestuurders van de Dicasterien 156 I,18 | door de Bestuurders van de Dicasterien aan de Paus 157 I,18 | Bestuurders van de Dicasterien aan de Paus is medegedeeld. ~ 158 I,19 | ontvangen, dat overeenkomstig de materie bevoegd is, onverminderd 159 I,19 | moeten worden, worden aan de competente Rechtbanken voorgelegd, 160 I,19 | voorgelegd, onverminderd de voorschriften van de art. 161 I,19 | onverminderd de voorschriften van de art. 52 en 53. ~ 162 I,20 | worden, als die ontstaan, aan de Hoogste Rechtbank van de 163 I,20 | de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur voorgelegd, 164 I,20 | Signatuur voorgelegd, tenzij het de Paus behaagde daar op andere 165 I,21 | bevoegd zijn, worden door de Dicasterien die het aangaat 166 I,21 | plaatsvinden, wordt door de Bestuurder van het Dicasterie 167 I,21 | Bestuurder van het Dicasterie dat de zaak begon te behandelen, 168 I,21 | vergadering bijeengeroepen. Als de onderhavige materie dit 169 I,21 | dit echter vraagt, wordt de zaak voorgelegd aan de plenaire 170 I,21 | wordt de zaak voorgelegd aan de plenaire vergadering van 171 I,21 | plenaire vergadering van de Dicasterien die het aangaat. ~ 172 I,21 | Dicasterien die het aangaat. ~De Bestuurder van het Dicasterie 173 I,21 | Bestuurder van het Dicasterie die de bijeenkomst samenroept, 174 I,21 | bijeenkomst samenroept, zit de bijeenkomst voor, ofwel 175 I,21 | Secretaris, wanneer alleen de Secretarissen bijeenkomen. ~§ 176 I,21 | beraadslagingen vereisen. ~Over de bijeenkomsten van de Kardinalen ~ 177 I,21 | Over de bijeenkomsten van de Kardinalen ~ 178 I,22 | Art. 22 - Op bevel van de Paus komen de Kardinalen 179 I,22 | bevel van de Paus komen de Kardinalen die Dicasterien 180 I,22 | belangrijke vragen te onderzoeken, de werkzaamheden te coordineren, 181 I,23 | Art. 23 - Als het de Paus behaagt heeft, kunnen 182 I,23 | aangelegenheden van algemene aard door de Kardinalen in een algemeen 183 I,23 | Consistorie bijeen volgens de eigen wet geschikt worden 184 I,24 | Over de bijeenkomst van Kardinalen 185 I,24 | economische aangelegenheden van de Apostolische Stoel ~Art. 186 I,24 | Apostolische Stoel ~Art. 24 - De vergadering bestaat uit 187 I,24 | verschillende delen van de wereld, die voor vijf jaar 188 I,24 | die voor vijf jaar door de Paus zijn benoemd. ~ 189 I,25 | Art. 25 - § 1. De vergadering wordt gewoonlijk 190 I,25 | twee maal per jaar door de Kardinaal van het Staatssecretariaat 191 I,25 | Staatssecretariaat bijeengeroepen om de economische en organisatorische 192 I,25 | aangelegenheden die het beheer van de Heilige Stoel betreffen, 193 I,25 | vergadering behandelt ook de gang van zaken van het bijzondere 194 I,25 | opgericht is en zetelt in de Staat van Vaticaanstad, 195 I,25 | Staat van Vaticaanstad, om de haar toevertrouwde oeconomische 196 I,26 | De verhoudingen met de particuliere 197 I,26 | De verhoudingen met de particuliere Kerken ~Art. 198 I,26 | Veelvuldige contacten worden met de particuliere Kerken en de 199 I,26 | de particuliere Kerken en de vergaderingen van Bisschoppen 200 I,26 | rechtens gepubliceerd zijn, de algemene documenten of de 201 I,26 | de algemene documenten of de documenten die hun particuliere 202 I,26 | het bijzonder aangaan, aan de diocesane Bisschoppen medegedeeld. ~§ 203 I,26 | Bisschoppen medegedeeld. ~§ 3. De aan de Dicasterien voorgelegde 204 I,26 | medegedeeld. ~§ 3. De aan de Dicasterien voorgelegde 205 I,27 | Art. 27 - De Dicasterien laten het niet 206 I,27 | Dicasterien laten het niet na om de Pauselijke Legaten te raadplegen 207 I,27 | inzake aangelegenheden die de particuliere Kerken aangaan, 208 I,27 | alsook aan dezelfde Legaten de genomen besluiten mede te 209 I,28 | Over deAd Limina”- bezoeken ~Art. 210 I,28 | Art. 28 - Overeenkomstig de eerbiedwaardige traditie 211 I,28 | eerbiedwaardige traditie en volgens de rechtsvoorschriften, verlangen 212 I,28 | rechtsvoorschriften, verlangen de Bisschoppen die particuliere 213 I,28 | particuliere Kerken voorzitten, op de vastgestelde tijd, het bezoek 214 I,28 | vastgestelde tijd, het bezoek van de Apostelen, en leggen bij 215 I,28 | bij die gelegenheid aan de Paus het verslag over de 216 I,28 | de Paus het verslag over de staat van het bisdom voor. ~ 217 I,29 | zijn voor het leven van de Kerk van bijzonder belang, 218 I,29 | hoogtepunt bewerken van de relatie van ieder particuliere 219 I,29 | ieder particuliere Kerk met de Paus. Hij behandelt dan 220 I,29 | Episcopaat ontvangt, met hen de aangelegenheden die het 221 I,29 | aangelegenheden die het welzijn van de Kerken en het herdersambt 222 I,29 | Kerken en het herdersambt van de Bischoppen aangaan, en hij 223 I,29 | waardoor op zekere wijze de band van de hierarchische 224 I,29 | zekere wijze de band van de hierarchische gemeenschap 225 I,29 | gemeenschap wordt versterkt en ook de eenheid van het college 226 I,30 | Art 30 - DeAd Limina”-bezoeken betreffen 227 I,30 | bezoeken betreffen ook de Dicasterien van de Romeinse 228 I,30 | betreffen ook de Dicasterien van de Romeinse Curie. Hiermee 229 I,30 | Curie. Hiermee wordt immers de vruchtbare dialoog tussen 230 I,30 | vruchtbare dialoog tussen de Bisschoppen en de Apostolische 231 I,30 | tussen de Bisschoppen en de Apostolische Stoel verbeterd 232 I,30 | welzijn en welvaart van de Kerken en ook voor het bewaren 233 I,30 | ook voor het bewaren van de gemeenschappelijke discipline 234 I,30 | gemeenschappelijke discipline van de Kerken. ~ 235 I,31 | oprechte zorg en passend worden de bezoeken gehouden, zodat 236 I,31 | bezoeken gehouden, zodat de drie principiele graden 237 I,31 | weten het pelgrimsbezoek aan de graven va de Prinsen der 238 I,31 | pelgrimsbezoek aan de graven va de Prinsen der Apostelen en 239 I,31 | Prinsen der Apostelen en de verering ervan, de samenkomst 240 I,31 | Apostelen en de verering ervan, de samenkomst met de Paus, 241 I,31 | ervan, de samenkomst met de Paus, en ook de gesprekken 242 I,31 | samenkomst met de Paus, en ook de gesprekken bij de Dicasterien 243 I,31 | en ook de gesprekken bij de Dicasterien van de Roeminse 244 I,31 | gesprekken bij de Dicasterien van de Roeminse Curie, dat deze 245 I,32 | doel wordt het rapport over de staat van het bisdom zes 246 I,32 | bisdom zes maanden voor de vastgestelde tijd van het 247 I,32 | tijd van het bezoek aan de Heilige Stoel gezonden. 248 I,32 | Heilige Stoel gezonden. Door de bevoegde Dicasterien wordt 249 I,32 | hun opmerkingen worden aan de bijzondere hiervoor opgerichte 250 I,32 | aangelegenheden, die in de gesprekken onder ogen moeten 251 I,33 | werk van al degenen die bij de Romeinse Curie en bij de 252 I,33 | de Romeinse Curie en bij de andere instituten van de 253 I,33 | de andere instituten van de Heilige Stoel werken, verrichten 254 I,33 | voor zover deelnemend aan de universele zending van de 255 I,33 | de universele zending van de Paus, dient door allen de 256 I,33 | de Paus, dient door allen de volledige gewetensplicht 257 I,34 | Art. 34 - De onderscheiden Dicasterien 258 I,34 | samen; want allen die in de Romeinse Curie werken, moeten 259 I,34 | derhalve altijd bereid om de werkzaamheden te verrichten 260 I,35 | Alhoewel alle werkzaamheden van de Instituten van de Heilige 261 I,35 | werkzaamheden van de Instituten van de Heilige Stoel een meewerken 262 I,35 | apostolische werk betekenen, wijden de priester zich overeenkomstig 263 I,35 | overeenkomstig hun kracht aan de zielzorg, zonder echter 264 I,36 | van Werk ~Art. 36 - Over de uitvoering van het werk 265 I,36 | uitvoering van het werk binnen de Romeinse Curie en over de 266 I,36 | de Romeinse Curie en over de daarmee samenhangende vragen 267 I,37 | Over de Reglementen ~Art. 37 - Aan 268 I,37 | normen toegevoegd, waarin de dicipline en de werkwijze 269 I,37 | waarin de dicipline en de werkwijze van de Curie zelf 270 I,37 | dicipline en de werkwijze van de Curie zelf wordt vastgesteld, 271 I,37 | onverminderd behoud van de algemene normen van deze 272 I,38 | speciale normen, waarin de discipline en de werkwijze 273 I,38 | waarin de discipline en de werkwijze worden vastgesteld. ~ 274 I,38 | werkwijze worden vastgesteld. ~De Dienstorde van ieder Dicasterie 275 I,38 | ieder Dicasterie wordt op de gewoonlijke wijze van de 276 I,38 | de gewoonlijke wijze van de Apostolische Stoel gepubliceerd. ~ 277 II,39 | Staatssecretariaat helpt de Paus bij de uitoefening 278 II,39 | Staatssecretariaat helpt de Paus bij de uitoefening van Zijn hoogste 279 II,40 | Art. 40 - De Kardinaal Secretaris van 280 II,40 | twee afdelingen, te wetende afdeling algemene zaken” 281 II,40 | onmiddellijke bestuur van de Substituut, gesteund door 282 II,40 | door een Bijzitter; ende afdeling voor de relatie 283 II,40 | Bijzitter; en “de afdeling voor de relatie met de Statenonder 284 II,40 | afdeling voor de relatie met de Statenonder leiding van 285 II,40 | secretaris, gesteund door de Ondersecretaris. Aan deze 286 II,41 | afdeling ~Art. 41 - § 1. Tot de eerste behoort op bijzondere 287 II,41 | helpen bij het afhandelen van de zaken, die de Paus in zijn 288 II,41 | afhandelen van de zaken, die de Paus in zijn dagelijkse 289 II,41 | dagelijkse dienst betreffen; de zaken te behandelen, die 290 II,41 | te behandelen, die buiten de gewone competentie van de 291 II,41 | de gewone competentie van de Dicasterien van de Romeinse 292 II,41 | competentie van de Dicasterien van de Romeinse Curie en van de 293 II,41 | de Romeinse Curie en van de Instituten van de Heilige 294 II,41 | en van de Instituten van de Heilige Stoel ten deel vallen 295 II,41 | vooroordeel van hun autonomie de relaties tussen dezelfde 296 II,41 | het ambt van Legaten van de Heilige Stoel en hun werken, 297 II,41 | en hun werken, vooral wat de particuliere Kerken betreft, 298 II,41 | alles te behandelen, wat de Legaten van de Staten bij 299 II,41 | behandelen, wat de Legaten van de Staten bij de 300 II,41 | Legaten van de Staten bij de 301 II,42 | gemeenschappelijk beraad met de andere competente Dicasterien, 302 II,42 | deze (afdeling), hetgeen de aanwezigheid en de iznet 303 II,42 | hetgeen de aanwezigheid en de iznet van de Heilige Stoel 304 II,42 | aanwezigheid en de iznet van de Heilige Stoel bij Internationale 305 II,42 | afdeling) behandelt ook hetgeen de Internationale Katholieke 306 II,43 | andere documenten die door de Paus aan haar zijn toevertrouwd, 307 II,43 | benoemingen betreffen in de Romeinse Curie of in andere 308 II,43 | Romeinse Curie of in andere van de Heilige Stoel afhankelijke 309 II,43 | 3? om het loden zegel en de ring van de Visser te bewaren. ~ 310 II,43 | loden zegel en de ring van de Visser te bewaren. ~ 311 II,44 | komt het evenzo toe: ~1? om de uitgave te verzorgen van 312 II,44 | acten en documenten van de Heilige Stoel in het comentaar 313 II,44 | officiele berichten, die ofwel de acten van de Paus ofwel 314 II,44 | die ofwel de acten van de Paus ofwel het werk van 315 II,44 | Paus ofwel het werk van de Heilige Stoel betreffen, 316 II,44 | gemeenschappelijk overleg met de Andere Afdeling, over het 317 II,45 | gepubliceerd, die volgens de bereken-normen zijn opgesteld, 318 II,45 | opgesteld, wat het leven van de unversele Kerk over de gehele 319 II,45 | van de unversele Kerk over de gehele wereld betreft. ~ 320 II,46 | De andere afdeling ~Art. 45 - 321 II,46 | afdeling ~Art. 45 - Het is de bijzondere taak van de andere 322 II,46 | is de bijzondere taak van de andere afdeling voor de 323 II,46 | de andere afdeling voor de betrekkingen met Burgerlijke 324 II,46 | weiden aan zaken, die met de Bestuurdes van de publieke 325 II,46 | die met de Bestuurdes van de publieke orde behandeld 326 II,47 | diplomatieke betrekkingen met de Burgerlijke Overheden en 327 II,47 | gemeenschappen te begunstigen, en de gemene zaken te behandelen 328 II,47 | behandelen die het welzijn van de Kerk en van de burgerlijke 329 II,47 | welzijn van de Kerk en van de burgerlijke gemeenschap 330 II,47 | rekeninghoudend met het oordeel van de vergadering van Bisschoppen 331 II,47 | van publieke aard namens de Heilige Stoel aanwezig te 332 II,47 | gemeenschappelijk overleg met de bevoegde Dicasterieen van 333 II,47 | bevoegde Dicasterieen van de Romeinse Curie; ~3? om, 334 II,47 | Romeinse Curie; ~3? om, binnen de eigen werkbevoegdheid, de 335 II,47 | de eigen werkbevoegdheid, de zaken die de Pauselijke 336 II,47 | werkbevoegdheid, de zaken die de Pauselijke Legaten aangaat, 337 II,48 | omstandigheden en in opdracht van de Paus behandelt deze afdeling 338 II,48 | gemeenschappelijk overleg met de bevoegde Dicasterien van 339 II,48 | bevoegde Dicasterien van de Romeinse Curie zaken betreffende 340 II,48 | Curie zaken betreffende de toekenning (de benoeming) 341 II,48 | betreffende de toekenning (de benoeming) in particuliere 342 II,48 | en ook zaken wat betreft de oprichting en wijziging 343 II,48 | af te handelen, die met de burgerlijke besturen bahandeld 344 III,49 | De Congregatie van de Geloofsleer ~ 345 III,49 | De Congregatie van de Geloofsleer ~Art. 48 - Het 346 III,49 | Geloofsleer ~Art. 48 - Het is de eigen taak van de Congregatie 347 III,49 | Het is de eigen taak van de Congregatie van de Geloofsleer 348 III,49 | taak van de Congregatie van de Geloofsleer om de leer van 349 III,49 | Congregatie van de Geloofsleer om de leer van het geloof en van 350 III,49 | leer van het geloof en van de zeden in de universele katholieke 351 III,49 | geloof en van de zeden in de universele katholieke wereld 352 III,50 | Art. 49 - Om de taak van het bevorderen 353 III,50 | taak van het bevorderen van de leer te vervullen, verricht 354 III,50 | nieuwe vragen die zich uit de ontwikkelende cultuur van 355 III,50 | ontwikkelende cultuur van de menswetenschappen voortkomen, 356 III,51 | vergaderingen verenigd, hulp bij de uitoefening van de taak, 357 III,51 | hulp bij de uitoefening van de taak, als authentieke leermeesters 358 III,51 | het geloof, en die ook aan de plicht gehouden zijn om 359 III,51 | plicht gehouden zijn om de zuiverheid van hetzelfde 360 III,52 | Tot het beschermen van de gehele waarheid van geloof 361 III,52 | geloof en zeden behoort de zorg, dat noch het geloof 362 III,52 | dat noch het geloof noch de zeden door dwalingen op 363 III,52 | geschriften, die het geloof en de zeden aangaan, aan een voorafgaand 364 III,52 | wanneer vaststaat dat ze met de leer van de Kerk strijdig 365 III,52 | vaststaat dat ze met de leer van de Kerk strijdig zijn, en nadat 366 III,52 | strijdig zijn, en nadat de auteur de bevoegdheid (gelegenheid) 367 III,52 | zijn, en nadat de auteur de bevoegdheid (gelegenheid) 368 III,52 | meteen een verbod, waarvan de Ordinaris die het aangaat, 369 III,52 | aangaat, van te voren op de hoogte is gesteld, en wendt 370 III,52 | leeropvattingen zich sterk onder de gelovigen verspreiden. ~ 371 III,53 | zware delicten die tegen de zeden of bij de viering 372 III,53 | die tegen de zeden of bij de viering van de sacramenten 373 III,53 | zeden of bij de viering van de sacramenten zijn begaan, 374 III,53 | canonieke straffen volgens de norm van het gemene en het 375 III,54 | rechtens als feitelijk, de zaken te behandelen, die 376 III,55 | oordeel van haar worden de documenten onderworpen, 377 III,55 | documenten onderworpen, die de andere Dicasterien van de 378 III,55 | de andere Dicasterien van de Romeinse Curie beogen te 379 III,55 | publiceren, voorzover deze de geloofs- en de zedenleer 380 III,55 | voorzover deze de geloofs- en de zedenleer betreffen. ~ 381 III,56 | Art. 55 - Binnen de Congregatie van de Geloofsleer 382 III,56 | Binnen de Congregatie van de Geloofsleer bestaan de Pauselijke 383 III,56 | van de Geloofsleer bestaan de Pauselijke Bijbelcommissie 384 III,56 | Pauselijke Bijbelcommissie en de Internationale Theologencommissie, 385 III,56 | goedgekeurde normen handelen en die de Kardinaal-Prefect van dezelde 386 III,57 | De Congregatie voor de Oosterse 387 III,57 | De Congregatie voor de Oosterse Kerken ~Art. 56 - 388 III,57 | Oosterse Kerken ~Art. 56 - De Congregatie behandelt de 389 III,57 | De Congregatie behandelt de aangelegenheden, zowel wat 390 III,57 | als wat zaken betreft, die de Oosterse Katholieke Kerken 391 III,58 | Art. 57 - § 1. De Patriarchen en de Hogere 392 III,58 | 1. De Patriarchen en de Hogere Aartsbisschoppen 393 III,58 | Hogere Aartsbisschoppen van de Oosterse Kerken en ook de 394 III,58 | de Oosterse Kerken en ook de Voorzitter van de Raad ter 395 III,58 | en ook de Voorzitter van de Raad ter bevordering van 396 III,58 | Raad ter bevordering van de Christelijke Eenheid zijn 397 III,58 | hiervan lid. ~§ 2. Zij kiest de Consultoren en de Ambtenaren 398 III,58 | kiest de Consultoren en de Ambtenaren zo uit, dat voor 399 III,58 | rekening gehouden wordt met de verscheidenheid van riten. ~ 400 III,59 | Art. 58 - § 1. De bevoegheden van deze Congregatie 401 III,59 | aangelegenheden uit, die de Oosterse Kerken eigen zijn, 402 III,59 | Kerken eigen zijn, en die aan de Apostolische Stoelen moeten 403 III,59 | voorgeleged, zowel wat betreft de structuur en ordening van 404 III,59 | structuur en ordening van de Kerken, als wat betreft 405 III,59 | Kerken, als wat betreft de uitoefening van de verkondigings-, 406 III,59 | betreft de uitoefening van de verkondigings-, heiligings- 407 III,59 | regeertaak, als wat betreft de personen en hun status, 408 III,59 | ook alle zaken wat betreft de vijfjaarlijkse rapportage 409 III,59 | rapportage en wat betreft de ad limina-bezoeken overeenkomstig 410 III,59 | limina-bezoeken overeenkomstig hetgeen de artt. 31 en 31 bepalen. ~§ 411 III,59 | Behouden blijven echter de eigen en exclusieve bevoegdheden 412 III,59 | exclusieve bevoegdheden van de Congregaties van de Geloofsleer, 413 III,59 | van de Congregaties van de Geloofsleer, en van de Heiligverklaringen, 414 III,59 | van de Geloofsleer, en van de Heiligverklaringen, van 415 III,59 | Heiligverklaringen, van de Apostolische Penitentiaria, 416 III,59 | het Hoogste Gerecht van de Apostolische Signatuur en 417 III,59 | Apostolische Signatuur en van de Rechtbank van de Romeinse 418 III,59 | en van de Rechtbank van de Romeinse Rota, en ook van 419 III,59 | Romeinse Rota, en ook van de Congregatie voor de Goddelijke 420 III,59 | van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en 421 III,59 | Goddelijke Eredienst en de Discipline van de Sacramenten 422 III,59 | Eredienst en de Discipline van de Sacramenten wat betreft 423 III,59 | Sacramenten wat betreft de dispensatie voor gesloten 424 III,59 | aangelegenheden, die ook de gelovigen van de Latijnse 425 III,59 | die ook de gelovigen van de Latijnse Kerk aangaan, handelt 426 III,59 | Latijnse Kerk aangaan, handelt de Congregatie, als de aard 427 III,59 | handelt de Congregatie, als de aard van de zaak dat vraagt, 428 III,59 | Congregatie, als de aard van de zaak dat vraagt, in gemeenschappelijk 429 III,59 | die aangelegenheid voor de gelovigen van de Latijnse 430 III,59 | aangelegenheid voor de gelovigen van de Latijnse Kerk bevoegd is. ~ 431 III,60 | Art. 59 - De Congratie richt zich met 432 III,60 | aandachtige zorgzaamheid op de gemeenschappen van de oosterse 433 III,60 | op de gemeenschappen van de oosterse Christengelovigen 434 III,60 | Christengelovigen die zich binnen de afgebakende gebieden van 435 III,60 | afgebakende gebieden van de Latijnse Kerk bevinden, 436 III,60 | het aantal gelovigen en de omstandigheden dit met zich 437 III,60 | gemeenschappelijk overleg met de Congregatie die in dat gebied 438 III,60 | dat gebied bevoegd voor de oprichting van particuliere 439 III,62 | Art. 61 - De Congregatie werkt in wederzijds 440 III,62 | in wederzijds overleg met de Raad ter Bevordering van 441 III,62 | Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen, 442 III,62 | Bevordering van de Eenheid van de Christenen, wat zaken betreft, 443 III,62 | wat zaken betreft, die de verhouding met de niet-katholieke 444 III,62 | betreft, die de verhouding met de niet-katholieke Oosters 445 III,62 | kunnen aangaan, en ook met de Raad voor Dialoog tussen 446 III,62 | Raad voor Dialoog tussen de Godsdiensten, in zaken die 447 III,63 | De Congregatie voor de Goddelijke 448 III,63 | De Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en 449 III,63 | Goddelijke Eredienst en voor de Discipline van de Sacramenten ~ 450 III,63 | en voor de Discipline van de Sacramenten ~Art. 62 - De 451 III,63 | de Sacramenten ~Art. 62 - De Congregatie behandelt de 452 III,63 | De Congregatie behandelt de zaken die, behoudens de 453 III,63 | de zaken die, behoudens de bevoegdheid van de Congregatie 454 III,63 | behoudens de bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer, 455 III,63 | bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer, de Apostolische 456 III,63 | Congregatie van de Geloofsleer, de Apostolische Stoel toekomen 457 III,63 | Apostolische Stoel toekomen wat de regeling en de bevordering 458 III,63 | toekomen wat de regeling en de bevordering van de heilige 459 III,63 | regeling en de bevordering van de heilige liturgie, op de 460 III,63 | de heilige liturgie, op de eerste plaats van de Sacramenten 461 III,63 | op de eerste plaats van de Sacramenten betreft. ~ 462 III,64 | Zij verzorgt en beschermt de discipline van de Sacramenten, 463 III,64 | beschermt de discipline van de Sacramenten, vooral wat 464 III,64 | Sacramenten, vooral wat betreft de geldige en geoorloofde viering 465 III,64 | ervan; zij verleent verder de gunsten en de dispensaties, 466 III,64 | verleent verder de gunsten en de dispensaties, die in die 467 III,64 | materie niet behoren tot de bevoegdheden van de diocesane 468 III,64 | tot de bevoegdheden van de diocesane Bisschoppen (waartoe 469 III,64 | diocesane Bisschoppen (waartoe de diocesane Bisschoppen niet 470 III,65 | Art. 64 - § 1. De Congregatie bevordert de 471 III,65 | De Congregatie bevordert de liturgische pastorale actie, 472 III,65 | actie, in het bijzonder wat de viering van de Eucharistie 473 III,65 | bijzonder wat de viering van de Eucharistie aangaat, met 474 III,65 | passende middelen; zij staat de diocesane Bisschoppen bij, 475 III,65 | diocesane Bisschoppen bij, opdat de Christengelovigen meer en 476 III,65 | meer dagelijks actief aan de heilige liturgie deelnemen. ~§ 477 III,65 | liturgische teksten; zij keurt de bijzondere kalender en de 478 III,65 | de bijzondere kalender en de eigen Missen en Diensten 479 III,65 | genieten, § 3. Zij keurt de vertalingen van de liturgicshe 480 III,65 | keurt de vertalingen van de liturgicshe boeken en de 481 III,65 | de liturgicshe boeken en de aanpassingen ervan die door 482 III,65 | aanpassingen ervan die door de Bisschoppenconferenties 483 III,66 | of (ter bevordering) van de gewijde muziek, van gewijde 484 III,66 | hebben, richt zij volgens de rechtsnormen op of bevestigt 485 III,66 | keurt hun statuten (volgens de rechtsnormen); en tenslotte 486 III,66 | tenslotte begunstigt zij de bijeenkomsten in verscheidene 487 III,67 | er met aandacht voor, dat de regelingen voor de liturgie 488 III,67 | dat de regelingen voor de liturgie nauwkeurig worden 489 III,68 | komt deze Congregatie toe de zaken te behandelen over 490 III,68 | inclusief) het oordeel van de Bisschop en met (inclusief) 491 III,68 | Bisschop en met (inclusief) de bemerkingen van de Verdediger 492 III,68 | inclusief) de bemerkingen van de Verdediger van de Band, 493 III,68 | bemerkingen van de Verdediger van de Band, en zij beoordeelt 494 III,68 | beoordeelt deze, volgens de bijzondere procedure, en, 495 III,68 | dispensatie te verlenen aan de Paus voor. ~ 496 III,69 | bevoegdheid om zaken aangaande de nietigheid van een heilige 497 III,69 | wijding te onderzoeken volgens de normen van het recht. ~ 498 III,70 | is competent wat betreft de verering van de heilige 499 III,70 | betreft de verering van de heilige relikwieen, wat 500 III,70 | relikwieen, wat betreft de bevestiging van de hemelse


1-500 | 501-1000 | 1001-1416

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License