Part, Article
1 I,1 | Kerk en van de paticuliere Kerken, waardoor tevens de geloofseenheid
2 I,9 | blijken. ~De particuliere Kerken, de Bestuurders van de Instituten
3 I,13 | verhouding jegens de particuliere Kerken; zij bevorderen initiatieven
4 I,24 | Voorzitters van particuliere Kerken uit verschillende delen
5 I,26 | verhoudingen met de particuliere Kerken ~Art. 26 - § 1. Veelvuldige
6 I,26 | worden met de particuliere Kerken en de vergaderingen van
7 I,26 | documenten die hun particuliere Kerken in het bijzonder aangaan,
8 I,27 | aangelegenheden die de particuliere Kerken aangaan, waar zij hun taak
9 I,28 | Bisschoppen die particuliere Kerken voorzitten, op de vastgestelde
10 I,29 | aangelegenheden die het welzijn van de Kerken en het herdersambt van de
11 I,30 | welzijn en welvaart van de Kerken en ook voor het bewaren
12 I,30 | gemeenschappelijke discipline van de Kerken. ~
13 II,41 | vooral wat de particuliere Kerken betreft, te modereren. Aan
14 II,48 | benoeming) in particuliere Kerken en ook zaken wat betreft
15 III,57 | Congregatie voor de Oosterse Kerken ~Art. 56 - De Congregatie
16 III,57 | die de Oosterse Katholieke Kerken regarderen. ~§ 2. Consultores
17 III,58 | Aartsbisschoppen van de Oosterse Kerken en ook de Voorzitter van
18 III,59 | aangelegenheden uit, die de Oosterse Kerken eigen zijn, en die aan de
19 III,59 | structuur en ordening van de Kerken, als wat betreft de uitoefening
20 III,60 | oprichting van particuliere Kerken. ~
21 III,62 | niet-katholieke Oosters Kerken kunnen aangaan, en ook met
22 III,65 | Diensten van particuliere Kerken en ook van Instituten, die
23 III,76 | zorg voor de particuliere Kerken en ook de uitoefening van
24 III,77 | wijzigingen van de particuliere Kerken en de groepering ervan aangaan.
25 III,78 | zorg voor de particuliere Kerken. ~
26 III,79 | wijzigingen van de particuliere Kerken en de groeperingen ervan,
27 III,82 | toevertrouwde particuliere Kerken zorgt de Congregatie voor
28 III,84 | Commissie om de particuliere Kerken van Latijns Amerika met
29 III,84 | leven en de groei van deze Kerken aangaan, opdat vooral zowel
30 III,84 | competentie aangaat, als de Kerken zelf bij het oplossen van
31 III,86 | Congregatie voor de Oosterse Kerken. ~
32 III,90 | en ook aan particuliere Kerken toevertrouwt, en waarvoor
33 III,90 | als wat de zorg voor de Kerken aangaan en handelt verdere
34 III,103| ondersteunt de particuliere Kerken en de groeperingen van Bisschoppen;
35 III,114| Bisschoppen bij, opdat in hun Kerken de roepingen voor de bedieningen
36 V,137| contacten met de broeders van de Kerken en van de kerkelijke gemeenschapen,
37 V,137| nodigt waarnemets van andere Kerken en van kerkelijke gemeenschappen
38 V,138| die de gescheiden Oosterse Kerken aangaan, moet hij eerst
39 V,138| Congregatie voor de Oosterse Kerken horen. ~
40 V,151| zodat in de particuliere Kerken werkdadige en eigen geestelijke
41 V,151| Hij zorgt bij dezelfde Kerken tevens voor de pastorale
42 V,152| hij staat de particuliere Kerken bij, opdat allen die zich
43 V,154| verschaft de particuliere Kerken ondersteunende hulp, dat
44 V,162| Congregaties voor de Oosterse Kerken en voor de Evangelisatie
|