Part, Article
1 I,1 | Over het begrip “Romeinse Curie” ~Art. 1 - De Romeinse
2 I,1 | Romeinse Curie” ~Art. 1 - De Romeinse Curie is het geheel van
3 I,2 | Tot de Instituten van de Romeinse Curie behoren echter eveneens
4 I,6 | ontslagen. De Kamerheer van de Romeinse Kerk en de Hogere Penitentiarius
5 I,9 | als dat nodig is, in de Romeinse Curie worden ontboden. ~
6 I,15 | universele als bijzondere van de Romeinse Curie, en volgens de normen
7 I,16 | gewoonte om zich tot de Romeinse Curie te richten, behalve
8 I,18 | van de Rechtbank van de Romeinse Rota en van de Hoogste Rechtbank
9 I,30 | ook de Dicasterien van de Romeinse Curie. Hiermee wordt immers
10 I,33 | van al degenen die bij de Romeinse Curie en bij de andere instituten
11 I,34 | samen; want allen die in de Romeinse Curie werken, moeten dit
12 I,36 | uitvoering van het werk binnen de Romeinse Curie en over de daarmee
13 II,41 | van de Dicasterien van de Romeinse Curie en van de Instituten
14 II,43 | benoemingen betreffen in de Romeinse Curie of in andere van de
15 II,47 | bevoegde Dicasterieen van de Romeinse Curie; ~3? om, binnen de
16 II,48 | bevoegde Dicasterien van de Romeinse Curie zaken betreffende
17 III,55 | andere Dicasterien van de Romeinse Curie beogen te publiceren,
18 III,59 | van de Rechtbank van de Romeinse Rota, en ook van de Congregatie
19 III,84 | met de Dicasterien van de Romeinse Curie. ~
20 III,85 | uit de Dicasterien van de Romeinse Curie, als uit de Latijns-Amerikaans
21 IV,123 | tegen uitspraken van de Romeinse Rota; ~2? het beroep in
22 IV,123 | tegen een afwijzing van de Romeinse Rota om een nieuwe behandeling
23 IV,123 | tegen de Rechters van de Romeinse Rechters wegens handelingen
24 IV,124 | door de Dicasterien van de Romeinse Curie zijn gegeven als (
25 IV,124 | door de Dicasterieen van de Romeinse Curie aan haar worden voorgegeld
26 IV,125 | bereiken dat een zaak aan de Romeinse Rota wordt voorgelegd, of
27 IV,126 | Romanae ~Rechtbank van de Romeinse rota ~
28 IV,131 | 130 - De Rechtbank van de Romeinse Rita wordt door een eigen
29 V,157 | Deze Raad staat de verdere Romeinse Dicasterieen bij, om hen
30 VI,172 | Kardinaal-Kamerheer van de Heilige Romeinse Kerk voorzit, met hulp van
31 VI,172 | Kardinaal-Kamerheer van de Heilige Romeinse Kerk het recht en de taak,
32 VI,173 | vervulling van de taken van de Romeinse Curie. ~
33 VII | ANDERE INSTITUTEN VAN DE ROMEINSE CURIE ~
34 VIII,184| Naast de Advocaten van de Romeinse Rota en de Advocaten voor
35 VIII,184| bij de Dicasterieen van de Romeinse Curie hun hulp te bieden. ~
36 VIII,186| namens de Dicasterien van de Romeinse Curie bij kerkelijke of
37 IX,190 | wetenschappen zijn binnen de Romeinse Kerk verscheidene, zoals
38 IX,191 | Als deze Instituten van de Romeinse Kerk wordern geregeerd door
|