Part, Article
1 I,27 | laten het niet na om de Pauselijke Legaten te raadplegen inzake
2 II,47 | werkbevoegdheid, de zaken die de Pauselijke Legaten aangaat, te behandelen. ~
3 III,56 | de Geloofsleer bestaan de Pauselijke Bijbelcommissie en de Internationale
4 III,84 | Pauselijke Commissie voor Latijns Amerika ~
5 III,92 | met name gebruik van de Pauselijke Missiewerken, oftewel van
6 III,92 | Heilig Kind dragen en van de Pauselijke Unie van de Missie-Clerus. ~
7 III,100| De Pauselijke Commissie voor het behoud
8 V | V. PAUSELIJKE RADEN ~
9 V,132| Pauselijke Raad voor de Leken ~Art.
10 V,136| Pauselijke Raad ter bevordering van
11 V,140| Pauselijke Raad voor de Familie ~Art.
12 V,142| van de familie te dienen. ~Pauselijke Raad voor Rechtvaardigheid
13 V,148| als de Voorzitter van de Pauselijke Commissie voor Rechtvaardigheid
14 V,150| Pauselijke Raad voor de geestelijke
15 V,153| Pauselijke Raad van het Apostolaat
16 V,155| Pauselijke raad van authentieke wetsinterpretatie ~
17 V,160| Pauselijke Raad voor de inter-religieuze
18 V,164| Pauselijke Raad voor de dialoog met
19 V,167| Pauselijke Raad voor de cultuur ~Art.
20 V,170| Pauselijke Raad voor sociale communicatie ~
21 VII,181| orde wat de zaken van het Pauselijke Huishouding betreft, en
22 VII,181| discipline en de dienst, die de Pauselijke Kapel en de Pauselijke Familie
23 VII,181| de Pauselijke Kapel en de Pauselijke Familie vormen. ~
24 VII,182| voor het verloop van de Pauselijke Ceremonieen, buiten het
25 VII,182| hoofd gestelde Bureau van de Pauselijke Liturgische Vieringen wordt
26 VII,183| 2. De Meester van de pauselijke Liturgische Vieringen wordt
27 VII,183| voor vijf jaar benoemd; de pauselijke ceremoniemeesters, die hem
28 IX,188| werk; en verder kunnen met Pauselijke toestemming ook alle historische
29 IX,190| Academieen onstaan, waarbinnen de Pauselijke Academie voor Wetenschappen
|