Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
vaders-kardinalen 1
valetudinis 1
vallen 1
van 690
vanaf 1
vanwege 1
vast 3
Frequency    [«  »]
-----
-----
1416 de
690 van
467 en
336 het
239 die
Ioannes Paulus PP. II
Pastor Bonus

IntraText - Concordances

van

1-500 | 501-690

    Part,  Article
1 I,1 | Romeinse Curie is het geheel van Dicasterieen en van Instituten 2 I,1 | geheel van Dicasterieen en van Instituten die de Paus behulpzaam 3 I,1 | zijn bij de uiteofening van zijn hoogste pastorale taak 4 I,1 | tot welzijn en ten dienste van de universele Kerk en van 5 I,1 | van de universele Kerk en van de paticuliere Kerken, waardoor 6 I,1 | geloofseenheid en de communio van het volk Gods gesterkt wordt 7 I,1 | wordt en de eigen zending van de Kerk in de wereld bevorderd 8 I,2 | Over de structuur van de Dicasterien ~Art. 2 - § 9 I,2 | Kamer, de Administratie van het Patrimonium van de Apostolische 10 I,2 | Administratie van het Patrimonium van de Apostolische Stoel, de 11 I,2 | Apostolische Stoel, de Prefectuur van de Heilige Stoel. ~§ 2. 12 I,2 | 3. Tot de Instituten van de Romeinse Curie behoren 13 I,2 | echter eveneens de Prefectuur van het Pauselijk Huis en het 14 I,2 | Pauselijk Huis en het Bureau van de Litugische Vieringen 15 I,2 | de Litugische Vieringen van de Paus. ~ 16 I,3 | Aartsbisschop-Voorzitter, een vergadering van Kardinalen en van een aantal 17 I,3 | vergadering van Kardinalen en van een aantal bisschoppen, 18 I,3 | Overeenkomstig de bijzondere aard van bepaalde Dicasterien kunnen 19 I,3 | eigenlijke leden echter van een Congregatie zijn de 20 I,4 | Voorzitter bij het besturen van de aangelegenheden en van 21 I,4 | van de aangelegenheden en van de personen van het Dicasterie. ~ 22 I,4 | aangelegenheden en van de personen van het Dicasterie. ~ 23 I,5 | de Voorzitter, de leden van de vergadering, de Secretaris 24 I,5 | 2. Bij het bereiken van hun vijfenzeventigste levensjaar 25 I,5 | Kardinalen-voorzitters verzocht om de afstand van hun ambt aan de Paus aan 26 I,5 | hun taak bij het bereiken van hun vijfenzeventigste levensjaar; 27 I,5 | de Leden bij het bereiken van hun tachtigste levensjaar; 28 I,5 | zijn, houden bij het verval van hun taak op om Lid te zijn. ~ 29 I,6 | 6 - Bij het overlijden van de Paus zijn alle Bestuurders 30 I,6 | alle Bestuurders en Leden van de Dicasterien van hun taak 31 I,6 | Leden van de Dicasterien van hun taak ontslagen. De Kamerheer 32 I,6 | ontslagen. De Kamerheer van de Romeinse Kerk en de Hogere 33 I,6 | zich aan het gewone bestuur van de Dicasterien, alleen de 34 I,6 | waarlijk de bevestiging van de Paus binnen drie maanden 35 I,7 | Art. 7 - De leden van de vergadering worden genomen 36 I,7 | zaken die de uitoefening van regeermacht vereisen, voorbehouden 37 I,9 | benodigde kennis, in het bezit van de passende studie-diploma' 38 I,9 | uit verschillende regionen van de wereld, opdat het universele 39 I,9 | het universele karakter van de kerk tot uitdrukking 40 I,9 | uitdrukking komt. De geschiktheid van kandidaten dient door bepaalde 41 I,9 | particuliere Kerken, de Bestuurders van de Instituten van gewijd 42 I,9 | Bestuurders van de Instituten van gewijd leven en van de Societeiten 43 I,9 | Instituten van gewijd leven en van de Societeiten van apostolisch 44 I,9 | leven en van de Societeiten van apostolisch leven laten 45 I,10 | documenten en exemplaren van verzonden documenten, volgens “ 46 I,10 | veilig en volgens de regels van deze tijd worden bewaard. ~ 47 I,11 | 11 - § 1. Aangelegenheden van groter belang zijn aan de 48 I,11 | overeenkomstig de aard van ieder Dicasterie. ~§ 2. 49 I,11 | die algemeen principieel van aard zijn en voor andere 50 I,11 | vragem die naar de mening van de Prefect of van de Voorzitter 51 I,11 | mening van de Prefect of van de Voorzitter behandeld 52 I,11 | 3. Aan alle zittingen van de vergadering neemt de 53 I,12 | gelegenheid en volgens de aard van ieder Dicasterie kunnen 54 I,12 | worden, die, hoewel zijn van de Consultoren geen deel 55 I,13 | overeenkomstig de eigen competentie van elk ervan de zaken, die 56 I,13 | die de competentie grenzen van de afzonderlijke Bisschoppen 57 I,13 | afzonderlijke Bisschoppen en van de vergaderingen ervan overstijgen, 58 I,13 | bestuderen de zwaardere problemen van de huidige tijd, zodat de 59 I,13 | zodat de pastorale actie van de Kerk werkdadig bevorderd 60 I,13 | gecoordineerd word met inachtneming van de verschuldigde verhouding 61 I,13 | initiatieven voor het welzijn van de universele Kerk, zij 62 I,14 | Art. 14 - De competentie van de Dicasterieen wordt op 63 I,14 | Dicasterieen wordt op basis van de materie bepaald, tenzij 64 I,15 | universele als bijzondere van de Romeinse Curie, en volgens 65 I,15 | Curie, en volgens de normen van ieder afzonderlijk Dicasterie, 66 I,15 | rechtvaardigheid als op het welzijn van de Kerk en vooral op het 67 I,16 | bekende talen. ~Ten dienste van alle Dicasterien wordt een “ 68 I,18 | waarvoor de Bestuurders van de Dicasterien een bijzondere 69 I,18 | uitgezonderd de uitspraken van de Rechtbank van de Romeinse 70 I,18 | uitspraken van de Rechtbank van de Romeinse Rota en van 71 I,18 | van de Romeinse Rota en van de Hoogste Rechtbank van 72 I,18 | van de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur, 73 I,18 | Signatuur, die binnen de grenzen van hun bevoegdheid zijn uitgevaardigd. ~ 74 I,18 | derogeren die de voorschriften van het universele recht, tenzij 75 I,18 | uitdrukkelijke bevestiging van de Paus. ~ Dit geldt nu 76 I,18 | wordt behandeld, tenzij dit van te voren door de Bestuurders 77 I,18 | voren door de Bestuurders van de Dicasterien aan de Paus 78 I,19 | onverminderd het voorschrift van art. 21 § 1. ~§ 2. Vragen 79 I,19 | onverminderd de voorschriften van de art. 52 en 53. ~ 80 I,20 | aan de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur 81 I,21 | wordt door de Bestuurder van het Dicasterie dat de zaak 82 I,21 | ambtshalve ofwel op verzoek van het andere Dicasterie die 83 I,21 | de plenaire vergadering van de Dicasterien die het aangaat. ~ 84 I,21 | aangaat. ~De Bestuurder van het Dicasterie die de bijeenkomst 85 I,21 | Over de bijeenkomsten van de Kardinalen ~ 86 I,22 | Art. 22 - Op bevel van de Paus komen de Kardinalen 87 I,23 | belangrijke aangelegenheden van algemene aard door de Kardinalen 88 I,24 | Over de bijeenkomst van Kardinalen om te beraadslagen 89 I,24 | economische aangelegenheden van de Apostolische Stoel ~Art. 90 I,24 | Kardinalen, allemaal Voorzitters van particuliere Kerken uit 91 I,24 | uit verschillende delen van de wereld, die voor vijf 92 I,25 | per jaar door de Kardinaal van het Staatssecretariaat bijeengeroepen 93 I,25 | aangelegenheden die het beheer van de Heilige Stoel betreffen, 94 I,25 | vergadering behandelt ook de gang van zaken van het bijzondere 95 I,25 | behandelt ook de gang van zaken van het bijzondere Instituut, 96 I,25 | is en zetelt in de Staat van Vaticaanstad, om de haar 97 I,26 | Kerken en de vergaderingen van Bisschoppen onderhouden; 98 I,26 | te verschijnen documenten van groter belang gaat, die 99 I,26 | is, tenminste een bewijs van ontvangst, verzonden. ~ 100 I,28 | vastgestelde tijd, het bezoek van de Apostelen, en leggen 101 I,28 | het verslag over de staat van het bisdom voor. ~ 102 I,29 | bezoeken zijn voor het leven van de Kerk van bijzonder belang, 103 I,29 | voor het leven van de Kerk van bijzonder belang, omdat 104 I,29 | het hoogtepunt bewerken van de relatie van ieder particuliere 105 I,29 | bewerken van de relatie van ieder particuliere Kerk 106 I,29 | aangelegenheden die het welzijn van de Kerken en het herdersambt 107 I,29 | Kerken en het herdersambt van de Bischoppen aangaan, en 108 I,29 | op zekere wijze de band van de hierarchische gemeenschap 109 I,29 | versterkt en ook de eenheid van het college van Bisschoppen 110 I,29 | eenheid van het college van Bisschoppen openlijk wordt 111 I,30 | betreffen ook de Dicasterien van de Romeinse Curie. Hiermee 112 I,30 | groter welzijn en welvaart van de Kerken en ook voor het 113 I,30 | en ook voor het bewaren van de gemeenschappelijke discipline 114 I,30 | gemeenschappelijke discipline van de Kerken. ~ 115 I,31 | gesprekken bij de Dicasterien van de Roeminse Curie, dat deze 116 I,32 | het rapport over de staat van het bisdom zes maanden voor 117 I,32 | voor de vastgestelde tijd van het bezoek aan de Heilige 118 I,32 | samenvatting wordt voorbereid van alle aangelegenheden, die 119 I,32 | Over het pastorale karakter van het werk ~ 120 I,33 | Art. 33 - Het werk van al degenen die bij de Romeinse 121 I,33 | bij de andere instituten van de Heilige Stoel werken, 122 I,33 | aan de universele zending van de Paus, dient door allen 123 I,33 | volledige gewetensplicht van het ambt en een dienstbare 124 I,35 | Alhoewel alle werkzaamheden van de Instituten van de Heilige 125 I,35 | werkzaamheden van de Instituten van de Heilige Stoel een meewerken 126 I,36 | Over het Centraal Bureau van Werk ~Art. 36 - Over de 127 I,36 | 36 - Over de uitvoering van het werk binnen de Romeinse 128 I,36 | handelt het Centraal Bureau van Werk overeenkomstig zijn 129 I,37 | dicipline en de werkwijze van de Curie zelf wordt vastgesteld, 130 I,37 | met onverminderd behoud van de algemene normen van deze 131 I,37 | behoud van de algemene normen van deze Constitutie. ~ 132 I,38 | vastgesteld. ~De Dienstorde van ieder Dicasterie wordt op 133 I,38 | op de gewoonlijke wijze van de Apostolische Stoel gepubliceerd. ~ 134 II,39 | Paus bij de uitoefening van Zijn hoogste taak van nabij. ~ 135 II,39 | uitoefening van Zijn hoogste taak van nabij. ~ 136 II,40 | De Kardinaal Secretaris van Staat zit dezelfde voor. 137 II,40 | het onmiddellijke bestuur van de Substituut, gesteund 138 II,40 | de Statenonder leiding van een eigen secretaris, gesteund 139 II,40 | afdeling is een vergadering van Kardinalen en van enkele 140 II,40 | vergadering van Kardinalen en van enkele Bisschoppen toegevoegd. ~ 141 II,41 | helpen bij het afhandelen van de zaken, die de Paus in 142 II,41 | buiten de gewone competentie van de Dicasterien van de Romeinse 143 II,41 | competentie van de Dicasterien van de Romeinse Curie en van 144 II,41 | van de Romeinse Curie en van de Instituten van de Heilige 145 II,41 | Curie en van de Instituten van de Heilige Stoel ten deel 146 II,41 | worden; zonder vooroordeel van hun autonomie de relaties 147 II,41 | te coordineren; het ambt van Legaten van de Heilige Stoel 148 II,41 | coordineren; het ambt van Legaten van de Heilige Stoel en hun 149 II,41 | behandelen, wat de Legaten van de Staten bij de 150 II,42 | aanwezigheid en de iznet van de Heilige Stoel bij Internationale 151 II,42 | onverminderd het voorschrift van art. 46. Dezelfde (afdeling) 152 II,43 | Romeinse Curie of in andere van de Heilige Stoel afhankelijke 153 II,43 | het loden zegel en de ring van de Visser te bewaren. ~ 154 II,44 | de uitgave te verzorgen van publieke acten en documenten 155 II,44 | publieke acten en documenten van de Heilige Stoel in het 156 II,44 | berichten, die ofwel de acten van de Paus ofwel het werk van 157 II,44 | van de Paus ofwel het werk van de Heilige Stoel betreffen, 158 II,44 | over het Radio Station van het Vaticaan en over het 159 II,45 | Art. 44 - Door het Bureau van berekeningen -algemeen160 II,45 | opgesteld, wat het leven van de unversele Kerk over de 161 II,46 | Het is de bijzondere taak van de andere afdeling voor 162 II,46 | zaken, die met de Bestuurdes van de publieke orde behandeld 163 II,47 | behandelen die het welzijn van de Kerk en van de burgerlijke 164 II,47 | het welzijn van de Kerk en van de burgerlijke gemeenschap 165 II,47 | als zich dat voordoet, van concordaten en van andere 166 II,47 | voordoet, van concordaten en van andere zulke overeenkomsten, 167 II,47 | rekeninghoudend met het oordeel van de vergadering van Bisschoppen 168 II,47 | oordeel van de vergadering van Bisschoppen die dat aangaat: ~ 169 II,47 | vergaderingen inzake vragen van publieke aard namens de 170 II,47 | de bevoegde Dicasterieen van de Romeinse Curie; ~3? om, 171 II,48 | omstandigheden en in opdracht van de Paus behandelt deze afdeling 172 II,48 | de bevoegde Dicasterien van de Romeinse Curie zaken 173 II,48 | oprichting en wijziging ervan en van hun vergaderingen. ~§ 2. 174 II,48 | onverminderd het voorschrift van art. 78, om zaken af te 175 III,49 | De Congregatie van de Geloofsleer ~Art. 48 - 176 III,49 | 48 - Het is de eigen taak van de Congregatie van de Geloofsleer 177 III,49 | taak van de Congregatie van de Geloofsleer om de leer 178 III,49 | de Geloofsleer om de leer van het geloof en van de zeden 179 III,49 | de leer van het geloof en van de zeden in de universele 180 III,50 | Art. 49 - Om de taak van het bevorderen van de leer 181 III,50 | taak van het bevorderen van de leer te vervullen, verricht 182 III,50 | studies, zodat het verstaan van het geloof groeit en nieuwe 183 III,50 | de ontwikkelende cultuur van de menswetenschappen voortkomen, 184 III,50 | voortkomen, onder het licht van het geloof kunnen worden 185 III,51 | hulp bij de uitoefening van de taak, als authentieke 186 III,51 | leermeesters en doctoren van het geloof, en die ook aan 187 III,51 | gehouden zijn om de zuiverheid van hetzelfde geloof te beschermen 188 III,52 | 51 - Tot het beschermen van de gehele waarheid van geloof 189 III,52 | beschermen van de gehele waarheid van geloof en zeden behoort 190 III,52 | een voorafgaand onderzoek van het bevoegde gezag worden 191 III,52 | vaststaat dat ze met de leer van de Kerk strijdig zijn, en 192 III,52 | Ordinaris die het aangaat, van te voren op de hoogte is 193 III,53 | zeden of bij de viering van de sacramenten zijn begaan, 194 III,53 | het verklaren of opleggen van canonieke straffen volgens 195 III,53 | straffen volgens de norm van het gemene en het eigen 196 III,55 | een voorafgaand oordeel van haar worden de documenten 197 III,55 | die de andere Dicasterien van de Romeinse Curie beogen 198 III,56 | Binnen de Congregatie van de Geloofsleer bestaan de 199 III,56 | die de Kardinaal-Prefect van dezelde Congregatie voorzit. ~ 200 III,58 | Hogere Aartsbisschoppen van de Oosterse Kerken en ook 201 III,58 | Kerken en ook de Voorzitter van de Raad ter bevordering 202 III,58 | de Raad ter bevordering van de Christelijke Eenheid 203 III,58 | wordt met de verscheidenheid van riten. ~ 204 III,59 | 58 - § 1. De bevoegheden van deze Congregatie strekt 205 III,59 | de structuur en ordening van de Kerken, als wat betreft 206 III,59 | wat betreft de uitoefening van de verkondigings-, heiligings- 207 III,59 | exclusieve bevoegdheden van de Congregaties van de Geloofsleer, 208 III,59 | bevoegdheden van de Congregaties van de Geloofsleer, en van de 209 III,59 | Congregaties van de Geloofsleer, en van de Heiligverklaringen, van 210 III,59 | van de Heiligverklaringen, van de Apostolische Penitentiaria, 211 III,59 | Apostolische Penitentiaria, van het Hoogste Gerecht van 212 III,59 | van het Hoogste Gerecht van de Apostolische Signatuur 213 III,59 | Apostolische Signatuur en van de Rechtbank van de Romeinse 214 III,59 | Signatuur en van de Rechtbank van de Romeinse Rota, en ook 215 III,59 | de Romeinse Rota, en ook van de Congregatie voor de Goddelijke 216 III,59 | Eredienst en de Discipline van de Sacramenten wat betreft 217 III,59 | aangelegenheden, die ook de gelovigen van de Latijnse Kerk aangaan, 218 III,59 | Congregatie, als de aard van de zaak dat vraagt, in gemeenschappelijk 219 III,59 | aangelegenheid voor de gelovigen van de Latijnse Kerk bevoegd 220 III,60 | zorgzaamheid op de gemeenschappen van de oosterse Christengelovigen 221 III,60 | de afgebakende gebieden van de Latijnse Kerk bevinden, 222 III,60 | bevoegd voor de oprichting van particuliere Kerken. ~ 223 III,62 | de Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen, 224 III,62 | Bevordering van de Eenheid van de Christenen, wat zaken 225 III,63 | Eredienst en voor de Discipline van de Sacramenten ~Art. 62 - 226 III,63 | behoudens de bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer, 227 III,63 | bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer, de Apostolische 228 III,63 | regeling en de bevordering van de heilige liturgie, op 229 III,63 | liturgie, op de eerste plaats van de Sacramenten betreft. ~ 230 III,64 | beschermt de discipline van de Sacramenten, vooral wat 231 III,64 | behoren tot de bevoegdheden van de diocesane Bisschoppen ( 232 III,65 | bijzonder wat de viering van de Eucharistie aangaat, 233 III,65 | brengen en het veranderen van liturgische teksten; zij 234 III,65 | eigen Missen en Diensten van particuliere Kerken en ook 235 III,65 | particuliere Kerken en ook van Instituten, die dit recht 236 III,65 | Zij keurt de vertalingen van de liturgicshe boeken en 237 III,66 | Instituten die ter bevordering van het liturgisch apostolaat 238 III,66 | apostolaat of (ter bevordering) van de gewijde muziek, van gewijde 239 III,66 | van de gewijde muziek, van gewijde zang en van gewijde 240 III,66 | muziek, van gewijde zang en van gewijde kunst zijn opgericht 241 III,66 | gebieden ter bevordering van het liturgisch leven. ~ 242 III,68 | behandelen over het feit van een niet-geconsummeerd huwelijk 243 III,68 | huwelijk en over het bestaan van een rechtvaardige reden 244 III,68 | inclusief) het oordeel van de Bisschop en met (inclusief) 245 III,68 | inclusief) de bemerkingen van de Verdediger van de Band, 246 III,68 | bemerkingen van de Verdediger van de Band, en zij beoordeelt 247 III,69 | aangaande de nietigheid van een heilige wijding te onderzoeken 248 III,69 | onderzoeken volgens de normen van het recht. ~ 249 III,70 | wat betreft de verering van de heilige relikwieen, wat 250 III,70 | wat betreft de bevestiging van de hemelse Verdedigers en 251 III,70 | wat betreft het verlenen van titel “Mindere Basiliek”. ~ 252 III,71 | gebeden ook de vrome uitingen van het christelijke volk, geheel 253 III,71 | overeenstemming met de normen van de Kerk, worden begunstigd 254 III,72 | De Congregatie van Heiligverklaringen ~Art. 255 III,72 | weg, tot de canonisering van de Dienaren God's leiden. ~ 256 III,73 | Bisschoppen, aan wie de instructie van de zaak toekomt, met bijzondere 257 III,73 | overeenkomstig de normen van de wet volbracht is. Zij 258 III,73 | voorgelegd, overeenkomstig de van te voren vastgestelde graden 259 III,73 | voren vastgestelde graden van de zaak. ~ 260 III,74 | Heiligen, nadat een oordeel van de Congregatie van de Geloofsleer 261 III,74 | oordeel van de Congregatie van de Geloofsleer over de respectievelijke 262 III,75 | voor authentiek verklaren van heilige relikwieen en hun 263 III,76 | De Congregatie van de Bisschoppen ~Art. 75 - 264 III,76 | aangelegenheden die de oprichting van en de zorg voor de particuliere 265 III,76 | Kerken en ook de uitoefening van de bisschoppelijke taak 266 III,76 | behoudens de bevoegdheid van de Congregatie voor de Evangelisatie 267 III,76 | Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren. ~ 268 III,77 | en de andere wijzigingen van de particuliere Kerken en 269 III,77 | Ordinariaat voor de pastorale zorg van militairen op te richten. ~ 270 III,78 | alle zaken die de benoeming van de Bisschoppen, ook van 271 III,78 | van de Bisschoppen, ook van de titulaire aangaan, en 272 III,79 | Voor zover met Bestuurders van publieke zaken onderhandeld 273 III,79 | oprichting als de wijzigingen van de particuliere Kerken en 274 III,79 | gemeenschappelijk overleg met de Sectie van het Staatsecretariaat voor 275 III,80 | de correcte uitoefening van de pastorale taak van de 276 III,80 | uitoefening van de pastorale taak van de Bisschoppen aangaan, 277 III,80 | waar dat nodig is, op basis van een gemeenschappelijk oordeel 278 III,82 | geregeld worden. Na afloop van de visitatie, communiceert 279 III,83 | zaken af, die het vieren van particuliere Concilies, 280 III,83 | en ook die de oprichting van Bisschoppenconferenties 281 III,83 | Bisschoppenconferenties en de keuring van de statuten ervan aangaan; 282 III,83 | aangaan; zij ontvangt de acten van hun vergaderingen en de 283 III,84 | 83 - § 1. Het is de taak van de Commissie om de particuliere 284 III,84 | om de particuliere Kerken van Latijns Amerika met raad 285 III,84 | die het leven en de groei van deze Kerken aangaan, opdat 286 III,84 | vooral zowel de Dicasterieen van de Curie, die het vanwege 287 III,84 | Kerken zelf bij het oplossen van deze vragen, hulp geboden 288 III,84 | die zich voor de Regio's van Latijns Amerika inzetten, 289 III,84 | inzetten, met de Dicasterien van de Romeinse Curie. ~ 290 III,85 | Art. 84 - § 1. De Prefect van de Congratie voor de Bisschoppen 291 III,85 | bijgestaan. ~§ 2. De Leden van de Commissie wordt gekozen 292 III,85 | zowel uit de Dicasterien van de Romeinse Curie, als uit 293 III,86 | op aarde het eigen werk van de evangelisatie der volkeren 294 III,86 | behoudens de bevoegdheid van de Congregatie voor de Oosterse 295 III,87 | vast, die aan de behoeften van de tijden en de plaatsen 296 III,88 | geest doordrongen en bewust van de eigen opdracht, met gebeden, 297 III,89 | een passende verspreiding van de missionarissen. ~§ 2. 298 III,89 | zij ook voor de opleiding van de seculiere clerus en van 299 III,89 | van de seculiere clerus en van de katechisten, behoudens 300 III,89 | behoudens de bevoegdheid van de Congregatie voor de Seminaries 301 III,89 | Congregatie voor de Seminaries en van de Instituten voor de Studies, 302 III,89 | betreft het algemene opzet van de studies en wat betreft 303 III,90 | oprichten als het veranderen van de kerkelijke gebieden, 304 III,90 | zaken af, die de Congregatie van de Bisschoppen binnen het 305 III,90 | Bisschoppen binnen het bereik van haar bevoegdheden uitoefent. ~ 306 III,91 | 90 - § 1. Wat nu de leden van de Instituten van het gewijde 307 III,91 | leden van de Instituten van het gewijde leven, die in 308 III,91 | onverminderd het voorschrift van art. 21 § 1. ~§ 2. Aan de 309 III,91 | Congregatie zijn de Soecieteiten van apostolisch leven die voor 310 III,92 | inzameling en billijke verdeling van subsidies, maakt zij met 311 III,92 | maakt zij met name gebruik van de Pauselijke Missiewerken, 312 III,92 | Pauselijke Missiewerken, oftewel van de werken voor de Geloofsverkondiging, 313 III,92 | de Geloofsverkondiging, van de werken die de naam van 314 III,92 | van de werken die de naam van de Heilige Apostel Petrus 315 III,92 | Heilige Apostel Petrus of van het Heilig Kind dragen en 316 III,92 | het Heilig Kind dragen en van de Pauselijke Unie van de 317 III,92 | en van de Pauselijke Unie van de Missie-Clerus. ~ 318 III,93 | bestemde goederen door middel van een speciaal bureau, overmidnerd 319 III,93 | leggen aan de Prefectuur van Economische Zaken van de 320 III,93 | Prefectuur van Economische Zaken van de Heilige Stoel. ~ 321 III,94 | De Congregatie van de Clerus ~Art. 93 - Onverminderd 322 III,94 | Onverminderd het recht van de Bisschoppen en van hun 323 III,94 | recht van de Bisschoppen en van hun Conferenties, behandelt 324 III,94 | de priesters en diakens van de seculiere Clerus aangaan 325 III,95 | zorgt voor het begunstigen van het religieuze onderricht 326 III,95 | het religieuze onderricht van de Christengelovigen van 327 III,95 | van de Christengelovigen van iedere leeftijd en positie 328 III,95 | over het juist vervullen van het catechetische onderricht; 329 III,95 | voorgeschreven goedkeuring van de Heilige Stoel voor een 330 III,95 | onderricht aangaan met instemming van de Congregatie van de Geloofsleer; 331 III,95 | instemming van de Congregatie van de Geloofsleer; zij volgt 332 III,96 | de rechten en de plichten van de clerici. ~§ 2. Zij zorgt 333 III,96 | een geschikte verspreiding van de priesters. ~§ 3. Zij 334 III,96 | verzorgt de permanente vorming van de clerici, vooral wat betreft 335 III,96 | de vruchtbare uitoefening van hun pastoraal dienstwerk, 336 III,96 | wat de waardige prediking van Gods woord betreft. ~ 337 III,97 | stand als zodanig aangaan, van alle clerici, van de religieuzen 338 III,97 | aangaan, van alle clerici, van de religieuzen niet uitgezonderd, 339 III,98 | betreft de verenigingen van clerici, als wat de betreft 340 III,99 | Stoel toekomen- het bestuur van de kerkelijke goederen betreft, 341 III,99 | betreft het correcte beheer van die goederen; en verleent 342 III,99 | in de sociale zekerheid van de clerici wordt voorzien. ~ 343 III,100 | Commissie voor het behoud van het artistiek en historisch 344 III,100 | en historisch patrimonium van de gehele Kerk te leiden. ~ 345 III,101 | alle historische werken van alle kunstvormen, die met 346 III,101 | passende wijze bewaard in musea van de Kerk of op andere zichtbare 347 III,102 | de rechten en de plichten van de bisdommen, van de parochies, 348 III,102 | plichten van de bisdommen, van de parochies, en van de 349 III,102 | bisdommen, van de parochies, en van de andere binnen de Kerk 350 III,102 | waar dan ook aan de zorg van competente curatoren worden 351 III,103 | Kerken en de groeperingen van Bisschoppen; en handelt 352 III,103 | verzamelen en het beschermen van het gehele artistieke en 353 III,104 | overleg met de Congregatie van de Seminaries en van de 354 III,104 | Congregatie van de Seminaries en van de Studie-Instituten en 355 III,104 | Studie-Instituten en met de Congregatie van de Goddelijke eredienst 356 III,104 | Goddelijke eredienst en van de discipline van de Sacramenten 357 III,104 | eredienst en van de discipline van de Sacramenten samen te 358 III,104 | meer en meer bewust wordt van het belang en van de noodzaak 359 III,104 | wordt van het belang en van de noodzaak om het historisch 360 III,105 | 104 - De Kardinaal-Prefect van de Congregatie van de Clerici 361 III,105 | Kardinaal-Prefect van de Congregatie van de Clerici is de voorzitter 362 III,105 | ervan, met ondersteuning van een Secretaris van de commissie. 363 III,105 | ondersteuning van een Secretaris van de commissie. De Commissie 364 III,106 | Congregatie voor de Instituten van gewijd leven en van de Societeiten 365 III,106 | Instituten van gewijd leven en van de Societeiten van apostolisch 366 III,106 | leven en van de Societeiten van apostolisch leven ~Art. 367 III,106 | is de belangrijkste taak van de Congregatie om de praktijk 368 III,106 | Congregatie om de praktijk van evangelische raden, zoals 369 III,106 | die in goedgekeurde vormen van gewijd leven wordt uitgeoefend, 370 III,106 | tegelijkertijd de levendigheid van de Societeiten van apostolisch 371 III,106 | levendigheid van de Societeiten van apostolisch leven in de 372 III,107 | Instituten en ook Societeiten van apostolisch leven op, keurt 373 III,107 | oordeel over de opportuniteit van de oprichting ervan door 374 III,107 | toe om unies of federaties van Instituten en van Societeiten 375 III,107 | federaties van Instituten en van Societeiten op te richten 376 III,108 | voor, dat de Instituten van gewijd leven en de Societeiten 377 III,108 | leven en de Societeiten van apostolische leven volgens 378 III,108 | apostolische leven volgens de geest van de Stichters en overeenkomstig 379 III,108 | voor de heilzame missie van de Kerk zijn. ~ 380 III,109 | leven en de werkzaamheden van de Instituten en van de 381 III,109 | werkzaamheden van de Instituten en van de Societeiten, vooral wat 382 III,109 | wat betreft de goedkeuring van de constituties, het bestuur 383 III,109 | opname en de onderwijzing van de leden, hun rechten en 384 III,109 | plichten, de dispensatie van de geloften en de wegzending 385 III,109 | geloften en de wegzending van leden en ook het beheer 386 III,109 | leden en ook het beheer van de goederen. ~§ 2. Wat de 387 III,109 | Wat de regeling echter van de filosofische en de theologische 388 III,109 | is echter de Congregatie van de Seminaries en van de 389 III,109 | Congregatie van de Seminaries en van de Studie-Instituten competent. ~ 390 III,110 | toe, om de Conferenties van hogere Oversten van mannelijke 391 III,110 | Conferenties van hogere Oversten van mannelijke en van vrouwelijke 392 III,110 | Oversten van mannelijke en van vrouwelijke religieuzen 393 III,111 | verenigingen en de verdere vormen van gewijd leven ondergebracht. ~ 394 III,112 | Ordes alsook de verenigingen van gelovigen, die met het oogmerk 395 III,112 | voorbereiding, tot Instituten van gewijd leven of tot Societeiten 396 III,112 | leven of tot Societeiten van apostolisch leven uit te 397 III,113 | De Congregatie van de Seminaries van de Studie-Instituten ~ 398 III,113 | Congregatie van de Seminaries van de Studie-Instituten ~Art. 399 III,113 | drukt en oefent de zorg van de Heilige Stoel uit, voor 400 III,113 | Stoel uit, voor de opleiding van hen, die tot de heilige 401 III,113 | bevordering en inrichting van de katholieke instituten. ~ 402 III,114 | samenleven en het bestuur van de semniaries aan de regeling 403 III,114 | semniaries aan de regeling van de priesterlijke opleiding 404 III,115 | fundamentele beginselen van de katholieke opvoeding, 405 III,115 | zoals die door het Leergezag van Kerk worden voorgehouden 406 III,117 | er voor, dat de gaafheid van het katholieke geloof bij 407 III,117 | geloof bij het overdragen van de leer in acht genomen 408 III,117 | tussen de Universiteiten van Studies en hun verenigingen 409 IV,118 | Art. 117 - De competentie van de Apostolische Pententiarie 410 IV,120 | Patriarchale Baselieken van de Stad (Rome) een voldoende 411 IV,120 | Penitencieren zijn, voorzien van de geschikte bevoegdheden. ~ 412 IV,121 | verlenen en het gebruik van aflaten aangaan, behouden 413 IV,121 | aangaan, behouden het recht van de Congregatie van de Geloofsleer 414 IV,121 | recht van de Congregatie van de Geloofsleer om de zaken 415 IV,121 | betreffen. ~De hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur ~ 416 IV,123 | toestand tegen uitspraken van de Romeinse Rota; ~2? het 417 IV,123 | beroep in zaken over de staat van personen, tegen een afwijzing 418 IV,123 | personen, tegen een afwijzing van de Romeinse Rota om een 419 IV,123 | om een nieuwe behandeling van de zaak; ~3? de tegenwerping 420 IV,123 | zaak; ~3? de tegenwerping van verdenking en andere zaken 421 IV,123 | zaken tegen de Rechters van de Romeinse Rechters wegens 422 IV,123 | handelingen in de uitoefening van hun functie; ~4? de competentiegeschillen 423 IV,123 | niet bij dezelfde rechtbank van appel ondergebracht zijn. ~ 424 IV,124 | binnen de peremptoire termijn van dertig nuttige dagen zijn 425 IV,124 | die door de Dicasterien van de Romeinse Curie zijn gegeven 426 IV,124 | dit vraagt, het herstel van de door de onrechtmatige 427 IV,124 | of door de Dicasterieen van de Romeinse Curie aan haar 428 IV,125 | betreffende de bediening van de rechtvaardigheid; ~3? 429 IV,125 | rechtvaardigheid; ~3? de bevoegdheid van rechtbanken te verlengen; ~ 430 IV,125 | voorbehouden, alsook de oprichting van interdiocesane rechtbanken 431 IV,126 | Rotae Romanae ~Rechtbank van de Romeinse rota ~ 432 IV,127 | appel als hogere instantie van de Apostolische Stoel om 433 IV,127 | zij zorgt voor de eenheid van de jurisprudentie en, met 434 IV,128 | Art. 127 - De rechters van deze Rechtbank, die sterk 435 IV,128 | uit verschillende delen van de landen van de wereld 436 IV,128 | verschillende delen van de landen van de wereld door de Paus zijn 437 IV,129 | deze zaken al in kracht van gewijsde zijn. ~ 438 IV,130 | over tijdelijke goederen van rechtspersonen die de Bisschop 439 IV,130 | Primaat-Abten, of de hoogste Abten van de monastieke congregaties 440 IV,130 | en de hoogste Bestuurders van de religieuze Instituten 441 IV,130 | de religieuze Instituten van pauselijk recht; ~3? de 442 IV,131 | Art. 130 - De Rechtbank van de Romeinse Rita wordt door 443 V,132 | bevorderen en het coordineren van het apostolaat van de leken, 444 V,132 | coordineren van het apostolaat van de leken, en ook, algemeen, 445 V,132 | die het christelijke leven van de leken als zodaning betreffen. ~ 446 V,133 | een praesidiale commissie van Kardinalen en Bisschoppen 447 V,133 | bijgestaan; tot de leden van de Raad behoren bij grote 448 V,133 | verscheidene deelgebieden van werkzaamheden actief zijn. ~ 449 V,134 | aan het leven en de missie van de Kerk op hun eigen wijze 450 V,134 | ambt vervullen, om de zaken van het tijdelijke met de evangelische 451 V,134 | bevordert de samenwerking van leken in het catechetisch 452 V,134 | liturgisch leven en door werken van barmhartigheid, van caritas 453 V,134 | werken van barmhartigheid, van caritas en van de sociale 454 V,134 | barmhartigheid, van caritas en van de sociale beweging. ~§ 455 V,134 | ondernemingen, due het apostolaat van de leken aangaan. 456 V,135 | behandelt binnen de omvang van haar bevoegdheid allen aangelegenheden, 457 V,135 | de laicale verenigingen van de Christengelovigen aangaan; 458 V,135 | behoudens de bevoegdheid van het Staatssecretariaat; 459 V,135 | aangelegenheden, die de werkdadigheid van het apostolaat ervan aangaan. ~ 460 V,136 | Pauselijke Raad ter bevordering van de Christelijke Eenheid ~ 461 V,136 | Art. 135 - Het is de taak van de Raad zich met passende 462 V,137 | er voor, dat de decreten van het Tweede Vaticaans Concilie, 463 V,137 | de rechte interpretatie van de oecumenische beginselen 464 V,137 | nationaal als internationaal van christen om de eenheid te 465 V,137 | contacten met de broeders van de Kerken en van de kerkelijke 466 V,137 | broeders van de Kerken en van de kerkelijke gemeenschapen, 467 V,137 | en zij nodigt waarnemets van andere Kerken en van kerkelijke 468 V,137 | waarnemets van andere Kerken en van kerkelijke gemeenschappen 469 V,138 | verbondenheid met de Congregatie van de Geloofsleer, vooral waneer 470 V,138 | Bij het behandelen echter van aangelegenheden van groter 471 V,138 | echter van aangelegenheden van groter belang, die de gescheiden 472 V,139 | de Joden onder het aspect van het geloof aangaan; die 473 V,139 | die door de Voorzitter van dezelfde Raad wordt geleid. ~ 474 V,141 | uit verschillende delen van de landen van de wereld. ~ 475 V,141 | verschillende delen van de landen van de wereld. ~ 476 V,142 | zorgt er voor, dat de leer van de Kerk over de familie 477 V,142 | studie over de spiritualiteit van het huwelijk en van de familie. ~§ 478 V,142 | spiritualiteit van het huwelijk en van de familie. ~§ 2. Eveneens 479 V,142 | en sociale eigenschappen van het familie-instituut in 480 V,142 | voor in, dat de rechten van de familie, zowel in het 481 V,142 | ondernemingen tot bescherming van het menselijk leven vanaf 482 V,142 | Overminderd het voorschrift van art. 133, begeleidt hij 483 V,142 | begeleidt hij de inzet van de instituten en van de 484 V,142 | inzet van de instituten en van de verenigingen, die tot 485 V,142 | doel hebben het welzijn van de familie te dienen. ~Pauselijke 486 V,143 | volgens de sociale leer van de Kerk worden bevorderd. ~ 487 V,144 | diepgaander de sociale leer van de Kerk, en zorgt voor werken, 488 V,144 | werkgevers, die met de geest van het Evangelie meer en meer 489 V,144 | volkeren en over schendingen van de rechten van de mens, 490 V,144 | schendingen van de rechten van de mens, weegt deze af en 491 V,144 | ervan aan de groeperingen van Bisschoppen; hij onderhoudt 492 V,144 | het te realiseren goede van de rechtvaardigheid en de 493 V,144 | aanwezig is om het belang van de vrede vorm te geven, 494 V,144 | bij de gegeven gelegenheid van dewerelddag van de vrede”. ~ 495 V,144 | gelegenheid van dewerelddag van de vrede”. ~ 496 V,145 | berichtgevingen over zaken van rechtvaardigheid en vrede 497 V,146 | De Raad toont de zorg van de Katholieke Kerk jegens 498 V,146 | bevorderd en de caritas van Christus manifest wordt. ~ 499 V,147 | Art. 146 - Het is de taak van de raad: ~1? om de Christengelovigen 500 V,147 | sporen om een getuigenis van evangelische caritas af


1-500 | 501-690

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License