|
II. HET STAATSSECRETARIAAT
Art. 39 - Het Staatssecretariaat helpt de
Paus bij de uitoefening van Zijn hoogste taak van nabij.
Art. 40 - De Kardinaal Secretaris van Staat
zit dezelfde voor. Dit (Dicasterie) omvat twee afdelingen, te weten “de
afdeling algemene zaken” onder het onmiddellijke bestuur van de Substituut,
gesteund door een Bijzitter; en “de afdeling voor de relatie met de Staten”
onder leiding van een eigen secretaris, gesteund door de Ondersecretaris. Aan
deze laatste afdeling is een vergadering van Kardinalen en van enkele
Bisschoppen toegevoegd.
Sectio Prior
Eerste afdeling
Art. 41 - § 1. Tot de eerste behoort op bijzondere wijze om
te helpen bij het afhandelen van de zaken, die de Paus in zijn dagelijkse
dienst betreffen; de zaken te behandelen, die buiten de gewone competentie van
de Dicasterien van de Romeinse Curie en van de Instituten van de Heilige Stoel
ten deel vallen om behandeld te worden; zonder vooroordeel van hun autonomie de
relaties tussen dezelfde Dicasterien te bevorderen en hun werken te
coordineren; het ambt van Legaten van de Heilige Stoel en hun werken, vooral
wat de particuliere Kerken betreft, te modereren. Aan deze komt het toe om
alles te behandelen, wat de Legaten van de Staten bij de Heilige
Stoel aangaat.
§ 2. In gemeenschappelijk beraad met de andere competente
Dicasterien, verzorgt deze (afdeling), hetgeen de aanwezigheid en de iznet van
de Heilige Stoel bij Internationale Instituten aangaat, onverminderd het
voorschrift van art. 46. Dezelfde (afdeling) behandelt ook hetgeen de
Internationale Katholieke Instituten aangaat.
Art. 42 - Aan dezelfde (afdeling) komt het
toe:
1? om Apostolische Constituties, Decretale Brieven,
Apostolische Brieven, Brieven en andere documenten die door de Paus aan haar
zijn toevertrouwd, te redigeren en te verzenden;
2? om alle akten te maken, die benoemingen betreffen in de
Romeinse Curie of in andere van de Heilige Stoel afhankelijke Instituten die
door te Paus moeten worden gedaan of (door Hem) moeten worden goedgekeurd;
3? om het loden zegel en de ring van de Visser te bewaren.
Art. 43 - Aan deze afdeling komt het evenzo
toe:
1? om de uitgave te verzorgen van publieke acten en
documenten van de Heilige Stoel in het comentaar getiteld “Acta Apostolicae
Sedis”;
2? om officiele berichten, die ofwel de acten van de Paus
ofwel het werk van de Heilige Stoel betreffen, officieel bekend te maken
middels een speciaal aan haar onderworpen bureau dat algemeen als “Perszaal”
bekend staat;
3? om te waken, in gemeenschappelijk overleg met de Andere
Afdeling, over het tijdschrift dat algemeen “L'Osservatore Romano” genoemd
wordt, over het Radio Station van het Vaticaan en over het Vaticaans Televisie
Centrum.
Art. 44 - Door het Bureau van berekeningen
-algemeen “Statistica” genoemd- worden alle opgaven verzameld, geordend en
openlijk gepubliceerd, die volgens de bereken-normen zijn opgesteld, wat het
leven van de unversele Kerk over de gehele wereld betreft.
De andere afdeling
Art. 45 - Het is de bijzondere taak van de andere afdeling
voor de betrekkingen met Burgerlijke Overheden om zich te weiden aan zaken, die
met de Bestuurdes van de publieke orde behandeld moeten worden.
Art 46 - Het komt haar toe:
1? om met name diplomatieke betrekkingen met de Burgerlijke
Overheden en met andere publiekrechtelieke (volkenrechtelijke) gemeenschappen
te begunstigen, en de gemene zaken te behandelen die het welzijn van de Kerk en
van de burgerlijke gemeenschap bevorderen, door het sluiten, als zich dat
voordoet, van concordaten en van andere zulke overeenkomsten, en
rekeninghoudend met het oordeel van de vergadering van Bisschoppen die dat
aangaat:
2? om bij Internationale Instituten en bij vergaderingen
inzake vragen van publieke aard namens de Heilige Stoel aanwezig te zijn, in
gemeenschappelijk overleg met de bevoegde Dicasterieen van de Romeinse Curie;
3? om, binnen de eigen werkbevoegdheid, de zaken die de Pauselijke
Legaten aangaat, te behandelen.
Art. 47 § 1. In bijzondere omstandigheden
en in opdracht van de Paus behandelt deze afdeling in gemeenschappelijk overleg
met de bevoegde Dicasterien van de Romeinse Curie zaken betreffende de toekenning
(de benoeming) in particuliere Kerken en ook zaken wat betreft de oprichting en
wijziging ervan en van hun vergaderingen.
§ 2. Zeker waar concordaten gelden, komt haar verder toe,
onverminderd het voorschrift van art. 78, om zaken af te handelen, die met de
burgerlijke besturen bahandeld moeten worden.
|