|
III. CONGREGATIES
De Congregatie van de Geloofsleer
Art. 48 - Het is de eigen taak van de Congregatie van de
Geloofsleer om de leer van het geloof en van de zeden in de universele
katholieke wereld te bevorderen en te beschermen; derhalve komt haar ook alles
toe, wat dit hoe dan ook aangaat.
Art. 49 - Om de taak van het bevorderen van
de leer te vervullen, verricht zij eigen studies, zodat het verstaan van het
geloof groeit en nieuwe vragen die zich uit de ontwikkelende cultuur van de
menswetenschappen voortkomen, onder het licht van het geloof kunnen worden
beschouwd.
Art. 50 - Zij biedt Bisschoppen, zowel
individueel als in vergaderingen verenigd, hulp bij de uitoefening van de taak,
als authentieke leermeesters en doctoren van het geloof, en die ook aan de
plicht gehouden zijn om de zuiverheid van hetzelfde geloof te beschermen en te
bevorderen.
Art. 51 - Tot het beschermen van de gehele
waarheid van geloof en zeden behoort de zorg, dat noch het geloof noch de zeden
door dwalingen op welke wijze dan ook verspreid, schade lijden.
Derhalve:
1? is het haar taak om ervoor te zorgen, dat door
Christengelovigen uitgebrachte boeken en andere geschriften, die het geloof en
de zeden aangaan, aan een voorafgaand onderzoek van het bevoegde gezag worden
onderworpen;
2? bant zij geschriften en opvattingen uit, die tegen het
rechte geloof en ook verradelijk blijken, en, wanneer vaststaat dat ze met de
leer van de Kerk strijdig zijn, en nadat de auteur de bevoegdheid (gelegenheid)
heeft gehad zijn/haar opvatting geheel uiteen te zetten, volgt meteen een
verbod, waarvan de Ordinaris die het aangaat, van te voren op de hoogte is
gesteld, en wendt zij passende herstelmiddelen aan, als dat opportuun is;
3? tenslotte zorgt zij met passende weerlegging er voor, dat
noch dwalende noch gevaarlijke leeropvattingen zich sterk onder de gelovigen
verspreiden.
Art. 52 - Zij behandelt delicten die tegen
het geloof en ook zware delicten die tegen de zeden of bij de viering van de
sacramenten zijn begaan, die aan haar zijn voorgelegd, en -als dat nodig is-
gaat zij voort tot het verklaren of opleggen van canonieke straffen volgens de
norm van het gemene en het eigen recht.
Art. 53 - Het komt haar eveneens toe om,
zowel rechtens als feitelijk, de zaken te behandelen, die het geloofsprivilege
betreffen.
Art. 54 - Aan een voorafgaand oordeel van
haar worden de documenten onderworpen, die de andere Dicasterien van de
Romeinse Curie beogen te publiceren, voorzover deze de geloofs- en de zedenleer
betreffen.
Art. 55 - Binnen de Congregatie van de
Geloofsleer bestaan de Pauselijke Bijbelcommissie en de Internationale
Theologencommissie, die volgens eigen goedgekeurde normen handelen en die de
Kardinaal-Prefect van dezelde Congregatie voorzit.
De Congregatie voor de Oosterse Kerken
Art. 56 - De Congregatie behandelt de aangelegenheden, zowel
wat personen als wat zaken betreft, die de Oosterse Katholieke Kerken
regarderen.
§ 2. Consultores
et Officiales ita seligantur, ut diversitatis rituum, quantum fieri potest,
ratio habeatur.
Art. 57 - § 1. De Patriarchen en de Hogere
Aartsbisschoppen van de Oosterse Kerken en ook de Voorzitter van de Raad ter
bevordering van de Christelijke Eenheid zijn hiervan lid.
§ 2. Zij kiest de Consultoren en de Ambtenaren zo uit, dat
voor zover mogelijk rekening gehouden wordt met de verscheidenheid van riten.
Art. 58 - § 1. De bevoegheden van deze
Congregatie strekt zich tot alle aangelegenheden uit, die de Oosterse Kerken
eigen zijn, en die aan de Apostolische Stoelen moeten worden voorgeleged, zowel
wat betreft de structuur en ordening van de Kerken, als wat betreft de
uitoefening van de verkondigings-, heiligings- en regeertaak, als wat betreft
de personen en hun status, hun rechten en plichten. Ze vervult ook alle zaken
wat betreft de vijfjaarlijkse rapportage en wat betreft de ad limina-bezoeken
overeenkomstig hetgeen de artt. 31 en 31 bepalen.
§ 2. Behouden blijven echter de eigen en exclusieve
bevoegdheden van de Congregaties van de Geloofsleer, en van de
Heiligverklaringen, van de Apostolische Penitentiaria, van het Hoogste Gerecht
van de Apostolische Signatuur en van de Rechtbank van de Romeinse Rota, en ook
van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Discipline van de
Sacramenten wat betreft de dispensatie voor gesloten en niet-voltrokken
huwelijken.
In aangelegenheden, die ook de gelovigen van de Latijnse
Kerk aangaan, handelt de Congregatie, als de aard van de zaak dat vraagt, in
gemeenschappelijk overleg met het Dicasterie dat voor die aangelegenheid voor
de gelovigen van de Latijnse Kerk bevoegd is.
Art. 59 - De Congratie richt zich met
aandachtige zorgzaamheid op de gemeenschappen van de oosterse Christengelovigen
die zich binnen de afgebakende gebieden van de Latijnse Kerk bevinden, en zij
draagt met Visitatoren zorg voor hun spirituele behoeften, en zeker ook, waar
het aantal gelovigen en de omstandigheden dit met zich meeebrengen, voor zover
mogelijk, door een eigen Hierarchie, in gemeenschappelijk overleg met de
Congregatie die in dat gebied bevoegd voor de oprichting van particuliere
Kerken.
Art. 60 - Actio apostolica et missionalis
in regionibus, in quibus ritus orientales ab antiqua aetate praeponderant, ex
hac Congregatione unice pendet, etiamsi a missionariis Latinae Ecclesiae peragatur.
Art. 61 - De Congregatie werkt in
wederzijds overleg met de Raad ter Bevordering van de Eenheid van de
Christenen, wat zaken betreft, die de verhouding met de niet-katholieke Oosters
Kerken kunnen aangaan, en ook met de Raad voor Dialoog tussen de Godsdiensten,
in zaken die haar omvang raken.
De Congregatie voor de Goddelijke Eredienst
en voor de Discipline van de Sacramenten
Art. 62 - De Congregatie behandelt de zaken die, behoudens de
bevoegdheid van de Congregatie van de Geloofsleer, de Apostolische Stoel
toekomen wat de regeling en de bevordering van de heilige liturgie, op de
eerste plaats van de Sacramenten betreft.
Art. 63 - Zij verzorgt en beschermt de
discipline van de Sacramenten, vooral wat betreft de geldige en geoorloofde
viering ervan; zij verleent verder de gunsten en de dispensaties, die in die
materie niet behoren tot de bevoegdheden van de diocesane Bisschoppen (waartoe
de diocesane Bisschoppen niet bevoegd zijn).
Art. 64 - § 1. De Congregatie bevordert de
liturgische pastorale actie, in het bijzonder wat de viering van de Eucharistie
aangaat, met werkzame en passende middelen; zij staat de diocesane Bisschoppen
bij, opdat de Christengelovigen meer en meer dagelijks actief aan de heilige
liturgie deelnemen.
§ 2. Zij voorziet in het tot stand brengen en het veranderen
van liturgische teksten; zij keurt de bijzondere kalender en de eigen Missen en
Diensten van particuliere Kerken en ook van Instituten, die dit recht genieten,
§ 3. Zij keurt de vertalingen van de liturgicshe boeken en
de aanpassingen ervan die door de Bisschoppenconferenties rechtmatig zijn
gemaakt.
Art. 65 - Zij begunstigt Commissies en
Instituten die ter bevordering van het liturgisch apostolaat of (ter
bevordering) van de gewijde muziek, van gewijde zang en van gewijde kunst zijn
opgericht en onderhoudt contacten met hen; deze typen verenigingen, die voor
zich een internationaal karkakter hebben, richt zij volgens de rechtsnormen op
of bevestigt ofwel keurt hun statuten (volgens de rechtsnormen); en tenslotte
begunstigt zij de bijeenkomsten in verscheidene gebieden ter bevordering van
het liturgisch leven.
Art. 66 - Zij zorgt er met aandacht voor,
dat de regelingen voor de liturgie nauwkeurig worden nageleefd, dat misbruiken
worden voorkomen en dat die (misbruiken), waar ze worden aangetroffen, worden
uitgeroeid.
Art. 67 - Het komt deze Congregatie toe de
zaken te behandelen over het feit van een niet-geconsummeerd huwelijk en over
het bestaan van een rechtvaardige reden om dispensatie te verlenen. En derhalve
aanvaardt zij alle akten met (inclusief) het oordeel van de Bisschop en met
(inclusief) de bemerkingen van de Verdediger van de Band, en zij beoordeelt
deze, volgens de bijzondere procedure, en, als zich dat voordoet, legt zij het
verzoek om dispensatie te verlenen aan de Paus voor.
Art. 68 - Het is ook haar bevoegdheid om
zaken aangaande de nietigheid van een heilige wijding te onderzoeken volgens de
normen van het recht.
Art. 69 - Ze is competent wat betreft de
verering van de heilige relikwieen, wat betreft de bevestiging van de hemelse
Verdedigers en wat betreft het verlenen van titel “Mindere Basiliek”.
Art. 70 - De Congregatie helpt de
Bisschoppen, opdat, naast de liturgische eredient gebeden ook de vrome uitingen
van het christelijke volk, geheel in
overeenstemming met de normen van de Kerk, worden begunstigd en in ere gehouden
worden.
De Congregatie van Heiligverklaringen
Art. 71 - De Congregatie behandelt al die zaken, die
overeenkomstig de vastgestelde weg, tot de canonisering van de Dienaren God's
leiden.
Art. 72 - § 1. Zij staat de diocesane
Bisschoppen, aan wie de instructie van de zaak toekomt, met bijzondere normen
en ook met gepast advies bij.
§ 2. Zij beoordeelt de reeds geinstrueerde zaken,
onderzoekend of alles overeenkomstig de normen van de wet volbracht is. Zij
onderzoekt diepgaand de aldus gekeurde zaken over het te maken oordeel, of
vaststaat met het oog op alles wat nodig is, opdat aan de Paus gunstige
aanbevelingen kunnen worden voorgelegd, overeenkomstig de van te voren
vastgestelde graden van de zaak.
Art. 73 - Het komt verder aan de
Congregatie toe, om te beslissen over de titel “Doctor” voor Heiligen, nadat
een oordeel van de Congregatie van de Geloofsleer over de respectievelijke
eminente leer is verkregen.
Art. 74 - Het komt haar bovendien toe, om
over al die zaken te beslissen, die het voor authentiek verklaren van heilige
relikwieen en hun bewaring aangaan.
De Congregatie van de Bisschoppen
Art. 75 - De Congregatie behandelt binnen de Latijnse Kerk
de aangelegenheden die de oprichting van en de zorg voor de particuliere Kerken
en ook de uitoefening van de bisschoppelijke taak aangaan, behoudens de
bevoegdheid van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren.
Art. 76 - Het komt deze Congregatie toe
alle zaken te behandelen, die de oprichting, de opsplitsing, de vereniging, de
opheffing en de andere wijzigingen van
de particuliere Kerken en de groepering ervan aangaan. Het is ook haar taak om
het Militair Ordinariaat voor de pastorale zorg van militairen op te richten.
Art. 77 - Zij behandelt alle zaken die de
benoeming van de Bisschoppen, ook van de titulaire aangaan, en algemeen voor de
zorg voor de particuliere Kerken.
Art. 78 - Voor zover met Bestuurders van
publieke zaken onderhandeld dient te worden, zowel wat betreft de oprichting
als de wijzigingen van de particuliere Kerken en de groeperingen ervan, als wat
betreft de zorg ervoor, handelt ze alleen in gemeenschappelijk overleg met de
Sectie van het Staatsecretariaat voor de relaties met de Staten.
Art. 79 - De Congregatie zorgt verder voor
alle zaken, die de correcte uitoefening van de pastorale taak van de
Bisschoppen aangaan, en staat hen met alle mogelijk hulp bij; het is daarom
haar taak, waar dat nodig is, op basis van een gemeenschappelijk oordeel met de
Dicasterieen, die het aangaan, algemene apostolische visitaties bekend te maken
en de uitvoering ervan te regelen, en op dezelfde wijze voortgaande, te beoordelen
welke zaken die beslist moeten worden aan de Paus voor te leggen.
Art. 80 - Aan deze Congregatie komen alle
zaken toe, die de Heilige Stoel aangaan wat de personele Prelaturen betreft.
Art. 81 - Voor de aan haar zorg
toevertrouwde particuliere Kerken zorgt de Congregatie voor alles wat de ad
limina-bezoeken aangaan; en derhalve beoordeelt zij de vijfjaarlijkse relatio
volgens art. 32. Zij staat de in Rome aangekomen Bisschoppen bij, vooral opdat
de bijeenkomst met de Paus alsook de andere gesprekken en pelgrimages passend
geregeld worden. Na afloop van de visitatie, communiceert zij de conclusies wat
hun bisdommen betreft, schriftelijk aan de diocesane Bisschoppen.
Art. 82 -De Congregratie handelt de zaken
af, die het vieren van particuliere Concilies, en ook die de oprichting van
Bisschoppenconferenties en de keuring van de statuten ervan aangaan; zij
ontvangt de acten van hun vergaderingen en de decreten die keuring behoeven,
keurt zij in gemeenschappelijk overleg met de Dicasterieen die dat aangaan.
Pauselijke Commissie voor Latijns Amerika
Art. 83 - § 1. Het is de taak van de Commissie om de
particuliere Kerken van Latijns Amerika met raad en daad bij te staan, zij
verricht ook studie over kwesties, die het leven en de groei van deze Kerken
aangaan, opdat vooral zowel de Dicasterieen van de Curie, die het vanwege hun
competentie aangaat, als de Kerken zelf bij het oplossen van deze vragen, hulp
geboden wordt.
§ 2. Het komt haar ook toe de relaties te verzorgen tussen
de nationale en internationale instituten, die zich voor de Regio's van Latijns
Amerika inzetten, met de Dicasterien van de Romeinse Curie.
Art. 84 - § 1. De Prefect van de Congratie
voor de Bisschoppen is de Voorzitter, die door een bisschop handelend als
vice-Voorzitter wordt bijgestaan.
§ 2. De Leden van de Commissie wordt gekozen zowel uit de
Dicasterien van de Romeinse Curie, als uit de Latijns-Amerikaans
Bisschoppelijke Raad, als uit de Instuten, zoals bedoeld in het vorige artikel.
§ 3. De Commissie heeft eigen Beambten.
De Congregatie voor de Evangelisatie der
Volkeren
Art. 85 - Het behoort tot de Congregatie overal op aarde het
eigen werk van de evangelisatie der volkeren en de missionaire samenwerking te
leiden en te coordineren, behoudens de bevoegdheid van de Congregatie voor de
Oosterse Kerken.
Art. 86 - De Congregatie bevordert studies
over theologie, de spiritualiteit en missionair-pastorale aangelegenheden, en
stelt tegelijkertijd de beginselen, de normen en de werkwijzen vast, die aan de
behoeften van de tijden en de plaatsen zijn aangepast, waar de evangelisatie
gebeurt.
Art. 87 - De Congregatie zet zich er voor
in, dat het Volk Gods, door een misionaire geest doordrongen en bewust van de
eigen opdracht, met gebeden, door het levensgetuigenis, met daden en met
bijdragen in het missionaire werk werkdadig samenwerken.
Art. 88 - § 1. Zij zorgt er voor dat de
missionaire roepingen zowel clericale als religieuze als laicale worden
aangemoedigd, en zij zorgt voor een passende verspreiding van de
missionarissen.
§ 2. In de aan haar ondergeschikte gebieden zorgt zij ook
voor de opleiding van de seculiere clerus en van de katechisten, behoudens de
bevoegdheid van de Congregatie voor de Seminaries en van de Instituten voor de
Studies, wat betreft het algemene opzet van de studies en wat betreft de
Universiteiten en de andere Instituten voor hogere studies.
Art. 89 - Aan haar zijn missie-gebieden
ondergeschikt, waarvan zij de evangelisatie aan geschikte Instituten en
Societeiten en ook aan particuliere Kerken toevertrouwt, en waarvoor zij alle
zaken behartigt, die zowel het oprichten als het veranderen van de kerkelijke
gebieden, als wat de zorg voor de Kerken aangaan en handelt verdere zaken af,
die de Congregatie van de Bisschoppen binnen het bereik van haar bevoegdheden
uitoefent.
Art. 90 - § 1. Wat nu de leden van de Instituten
van het gewijde leven, die in de missie-gebieden zijn opgericht of aldaar
werken, geniet de Congregatie de bevoegdheid in de aangelegenheden, die hun
missionarissen zowel individueel als collectief aangaan, onverminderd het
voorschrift van art. 21 § 1.
§ 2. Aan de Congregatie zijn de Soecieteiten van apostolisch
leven die voor de missies zijn opgereicht, toevertrouwd.
Art. 91 - Om de missionaire samenwerking te
bevorderen, en ook voor een efficiente inzameling en billijke verdeling van
subsidies, maakt zij met name gebruik van de Pauselijke Missiewerken, oftewel
van de werken voor de Geloofsverkondiging, van de werken die de naam van de
Heilige Apostel Petrus of van het Heilig Kind dragen en van de Pauselijke Unie
van de Missie-Clerus.
Art. 92 - De Congregatie beheert het eigen
schatkist en de aandere voor de missie bestemde goederen door middel van een
speciaal bureau, overmidnerd de verplichting om hierover verantwoording af te
leggen aan de Prefectuur van Economische Zaken van de Heilige Stoel.
De Congregatie van de Clerus
Art. 93 - Onverminderd het recht van de Bisschoppen en van
hun Conferenties, behandelt de Congregatie de zaken, die de priesters en
diakens van de seculiere Clerus aangaan zowel wat de personen betreft, als het
pastorale dienstwerk, als wat de zaken betreft de voor de uitoefening hiervan
dienstbaar zijn, en zij verschaft in al deze zaken ook opportune hulp aan de
Bisschoppen.
Art. 94 - Zij zorgt voor het begunstigen
van het religieuze onderricht van de Christengelovigen van iedere leeftijd en
positie wat haar verantwoording betreft; zij verschaft opportune normen, zodat
catechetische lessen door de rechte rede worden gegeven; zij bewaakt over het
juist vervullen van het catechetische onderricht; zij verleent de
voorgeschreven goedkeuring van de Heilige Stoel voor een catechismus en voor
andere geschriften die het catechetisch onderricht aangaan met instemming van
de Congregatie van de Geloofsleer; zij volgt de catechetische bureaus en de
ondernemingen die het religieuze onderricht aangaan en die een internationaal
karakter met zich meebrengen, zij coordineert hun voortgang en staat hen bij,
waar dat nodig is.
Art. 95 § 1. Ze is competent wat betreft
het leven, de discipline, de rechten en de plichten van de clerici.
§ 2. Zij zorgt voor een geschikte verspreiding van de
priesters.
§ 3. Zij verzorgt de permanente vorming van de clerici,
vooral wat betreft hun heiliging en wat betreft de vruchtbare uitoefening van
hun pastoraal dienstwerk, vooral wat de waardige prediking van Gods woord
betreft.
Art. 96 - Het komt deze Congregatie toe om
alle zaken te behandelen, die de clericale stand als zodanig aangaan, van alle
clerici, van de religieuzen niet uitgezonderd, in gemeenschappelijk overleg met
de Dicasterien die het aangaat, waar
dat nodig is.
2. circa onera Missarum necnon pias voluntates in genere et
pias fundationes.
Art. 97 - De Congregatie behandelt de zaken,
die de Heilige Stoel toekomen:
1. zowel wat betreft de priesterraden, de
consultorencolleges, de kanunnikenkapittels, de parochiele pastorale raden, de
kerkgebouwen, de heiligdommen, als wat betreft de verenigingen van clerici, als
wat de betreft de kerkelijke archieven oftwel de kerkelijke bewaarplaatsen;
2. wat betreft de Misverplichtingen alsook de vrome
wilsbeschikkingen in het algemeen en de vrome stichtingen.
Art. 98 - De Congregatie oefent alle
bevoegdheden uit, die -voor zover die de Heilige Stoel toekomen- het bestuur
van de kerkelijke goederen betreft, en wat betreft het correcte beheer van die
goederen; en verleent de noodzakelijke goedkeuringen en keuringen; verder zorgt
zij er voor, dat in het onderhoud en in de sociale zekerheid van de clerici
wordt voorzien.
De Pauselijke Commissie voor het behoud van
het artistiek en historisch patrimonium
Art. 99 - Binnen de Congregatie voor de Clerici bestaat een
Commissie, die tot taak heeft, de zorg voor het artistiek en historisch
patrimonium van de gehele Kerk te leiden.
Art. 100 - Tot dit patrimonium behoren met
name alle historische werken van alle kunstvormen, die met de grootste zorg moeten
worden beschermd en behouden moeten blijven. De werken echter die hun eigen
functie verloren hebben, worden op passende wijze bewaard in musea van de Kerk
of op andere zichtbare plaatsen.
Art. 101 - § 1. Onder de historische werken
munten alle documenten en instrumenten uit, die het leven en de pastorale zorg
alsook die de rechten en de plichten van de bisdommen, van de parochies, en van
de andere binnen de Kerk opgerichte kerkelijke rechtspersonen betreffen en
daarvan getuigen.
§ 2. Dit historisch patrimonium wordt bewaard in
bewaarplaatsen oftewel in archieven en ook in bibliotheken, die waar dan ook
aan de zorg van competente curatoren worden toevertrouwd, opdat deze
getuigenissen aldus niet verdwijnen.
Art. 102 - De Commissie ondersteunt de
particuliere Kerken en de groeperingen van Bisschoppen; en handelt met hen
samen, wanneer dit zich voordoet, zodat musea, bewaarplaatsen en bibliotheken
worden opgericht, en dat het verzamelen en het beschermen van het gehele
artistieke en historische patrimonium in het gehele gebied passend en effectief
wordt gerealiseerd, en is aan allen, die dit aangaan, behulpzaam.
Art. 103 - Het komt dezelfde Commissie toe,
om in gemeenschappelijk overleg met de Congregatie van de Seminaries en van de
Studie-Instituten en met de Congregatie van de Goddelijke eredienst en van de
discipline van de Sacramenten samen te werken, opdat het Volk Gods meer en meer
bewust wordt van het belang en van de noodzaak om het historisch patrimonium te
bewaren.
Art. 104 - De Kardinaal-Prefect van de
Congregatie van de Clerici is de voorzitter ervan, met ondersteuning van een
Secretaris van de commissie. De Commissie heeft daarenboven eigen beambten.
Congregatie voor de Instituten van gewijd
leven en van de Societeiten van apostolisch leven
Art. 105 - Het is de belangrijkste taak van de Congregatie
om de praktijk van evangelische raden, zoals die in goedgekeurde vormen van
gewijd leven wordt uitgeoefend, et tegelijkertijd de levendigheid van de
Societeiten van apostolisch leven in de universele Latijnse Kerk te bevorderen
en te modereren.
Art. 106 - § 1. De Congregatie richt
derhalve religieuze en seculiere Instituten en ook Societeiten van apostolisch
leven op, keurt ze goed of velt een oordeel over de opportuniteit van de
oprichting ervan door een diocesane Bisschop. Het komt haar ook toe om dezelfde
Instituten en Societeiten, als dat nodig is, op te heffen.
§ 2. Het komt haar ook toe om unies of federaties van
Instituten en van Societeiten op te richten of, waar nodig, te ontbinden.
Art. 107 - De Congregatie zorgt voor haar
deel er voor, dat de Instituten van gewijd leven en de Societeiten van
apostolische leven volgens de geest van de Stichters en overeenkomstig de
gezonde tradities groeien en bloeien, hun eigen doel trouw nastreven en er
werkelijk voor de heilzame missie van de Kerk zijn.
Art. 108 - § 1. Zij handelt de zaken af,
die volgens de rechtsvoorschriften de Heilige Stoel toekomen, wat betreft het
leven en de werkzaamheden van de Instituten en van de Societeiten, vooral wat
betreft de goedkeuring van de constituties, het bestuur en het apostolaat, de
opname en de onderwijzing van de leden, hun rechten en hun plichten, de
dispensatie van de geloften en de wegzending van leden en ook het beheer van de
goederen.
§ 2. Wat de regeling echter van de filosofische en de
theologische studies en de academische studies betreft is echter de Congregatie
van de Seminaries en van de Studie-Instituten competent.
Art. 109 - Het komt dezelfde Congregatie
toe, om de Conferenties van hogere Oversten van mannelijke en van vrouwelijke
religieuzen op te richten, hun statuten goed te keuren en ook te waken, dat hun
activiteit zich richt op de eigen na te streven doelen.
Art. 110 - Bij de Congregatiezijn ook het eremieten-leven, de maagden-orde en
hun verenigingen en de verdere vormen van gewijd leven ondergebracht.
Art. 111 - Haar competentie omvat tevens de
Derde Ordes alsook de verenigingen van gelovigen, die met het oogmerk zijn
opgericht om, met de nodige voorbereiding, tot Instituten van gewijd leven of
tot Societeiten van apostolisch leven uit te groeien.
De Congregatie van de Seminaries van de
Studie-Instituten
Art. 112 - De Congregatie drukt en oefent de zorg van de
Heilige Stoel uit, voor de opleiding van hen, die tot de heilige orden worden
geroepen, alsook voor de bevordering en inrichting van de katholieke
instituten.
Art. 113 - § 1. Zij staat de Bisschoppen
bij, opdat in hun Kerken de roepingen voor de bedieningen maximaal worden
verzorgd, en dat in de Semninaries, volgens de rechtsvoorschriften op te
richten en in te richten, de leerlingen door een gedegen vorming zowel humaan
als spiritueel, als doctrinair en pastoraal passen onderwezen worden.
§ 2. Met zorg waakt zij er voor, dat het samenleven en het
bestuur van de semniaries aan de regeling van de priesterlijke opleiding
volledig beantwoorden, en dat de oversten en de docenten door een voorbeeldig
leven en de rechte leer zo maximaal mogelijk bijdragen aan de te vormen
personen voor de heilige bedieningen.
§ 3. Het komt haar bovendien toe om interdiocesane seminaries
op te richten en hun statuten goed te keuren.
Art. 114 - De Congregatie zet zich er voor
in, dat de fundamentele beginselen van de katholieke opvoeding, zoals die door
het Leergezag van Kerk worden voorgehouden diepgaander worden onderzocht,
worden gehandhaafd alsook door het Volk Gods worden gekend.
Zij zorgt er ook voor, dat in deze aangelegenheden de
Christengelovigen hun ambten kunnen vervullen en onderneemt werken en die er
naar streven, dat ook de burgerlijke samenleving deze rechten erkent en ook
beschermt.
Art. 115 - De Congregatie stelt de normen
vast, die de katholieke school regelen; zij staat de diocesane Bisschoppen bij,
opdat katholieke scholen, waar dat gedaan kan worden, worden opgericht, en
streeft er met de grootste zorg naar, dat ook in alle scholen de catechetische
opvoeding en de pastorale zorg voor de Christengelovigen-leerlingen met
geschikte middelen worden verschaft.
Art. 116 - § 1. De Congregatie zet zich met
kracht in, dat een afdoende aantal kerkelijke Universiteiten en katholieke en
andere Studie-Instituten binnen de Kerk bestaan, waar de gewijde disciplines
diepgaander worden bestudeerd en ook humanistische en technische studie,
rekeninghoudend met de christelijke waarheid, wordt bevorderd, en (waar)
Christengelovigen passend worden gevormd met het oog op de door gen te
vervullen taken.
§ 2. Zij richt kerkelijke Universiteiten en Instituten op of
keurt ze goed, zij bekrachtigt hun statuten, zij oefent het hogere bestuur erover
uit en waakt er voor, dat de gaafheid van het katholieke geloof bij het
overdragen van de leer in acht genomen wordt.
§ 3. Wat de Katholieke Universiteiten betreft, behandelt zij
de zaken die de Heilige Stoel toekomen.
§ 4. Zij zorgt voor de samenwerking en de wederzijdse
ondersteuning tussen de Universiteiten van Studies en hun verenigingen en
beschermt deze.
|