Par.
1 1 | niet in staat tot denken of tot een besluit, ze liepen
2 3 | commandanten, voormalige laken- of graanhandelaars, ex-kooplui
3 3 | graanhandelaars, ex-kooplui in reuzel of zeep, gelegenheidsstrijders,
4 3 | benoemd om hun blazoenen of de lengte van hun snor,
5 11| gerukte balken meevoert, of het overwinnende leger dat
6 19| en vissers tot een mijl of drie buiten de stad, bij
7 19| van Croisset, Dieppedalle of Biessart, vaak het lijk
8 19| vermoord door messteken of met een eind hout, de schedel
9 19| ingedeukt met een steen of van een brug af in het water
10 24| en maandag tegen een uur of drie voerden grote zwarte
11 67| opende de mond met geraas of bescheiden, waarbij hij
12 67| bescheiden, waarbij hij of zij de hand snel voor het
13 75| zin haar te vermoorden, of haar uit de koets te smijten,
14 81| hun `charmante reisgenote' of ze hem toestond mevrouw
15 85| bliksem! We weten niet eens of we een huis zullen vinden
16 21| geboren was. Het leek wel of hij in de geest de twee
17 24| de grond zouden bewerken of aan de wegen zouden werken!
18 24| om mensen te vermoorden, of het nou Pruisen, Engelsen,
19 24| Pruisen, Engelsen, Polen of Fransen zijn? Als jij je
20 56| Jeanne d'Arc misschien? Of nog een Napoleon I? Ach,
21 57| hij kon slechts een keer of drie zonder variant de volgende
22 62| verlaten woning van een of andere burger met slechte
23 71| maar tot welk doel dan? Of wilden ze ze gevangen nemen?
24 71| wilden ze ze gevangen nemen? Of wilden ze, waarschijnlijker,
25 73| Elisabeth Rousset vragen of ze nog niet van mening veranderd
26 78| zonder naar iets te luisteren of ergens op te antwoorden.
27 84| die hun dagen in de kerk of bij de pastoor doorbrachten.~
28 87| begreep, vroeg plotseling of die `trut' ze nog lang ter
29 12| heldhaftige liefkozingen smerige of verachte wezens hadden overwonnen
30 18| Elisabeth Rousset vragen of zij nog niet van mening
31 20| voor de glorie van God, of voor het welzijn van de
32 20| samenzwering een geweldige steun, of het nu kwam door een van
33 20| kerkelijk gewaad aan uitmunt, of dat het gewoon kwam door
34 20| gelukkige verstrooidheid of behulpzame domheid. Ze hadden
35 41| verzuchtte: `Arme meid!' Of hij mompelde quasi woedend
36 60| het om een uniform gaat, of het nu Frans of Pruisisch
37 60| uniform gaat, of het nu Frans of Pruisisch is, ik zeg je
38 91| ze bij elke maat hoorden, of ze wilden of niet.~
39 91| maat hoorden, of ze wilden of niet.~
|