Par.
1 13| te moeten nemen. Ze waren hem dankbaar voor dat gevoel,
2 13| wellicht gebruiken. Door hem te ontzien konden ze misschien
3 45| geintjes, en niemand kon hem zijn naam noemen zonder
4 56| voor het zeggen hadden, hem te erkennen, waardoor hij
5 61| de schade die de Pruisen hem hadden berokkend, het verlies
6 61| gezorgd. Wat Loiseau betreft, hem was het gelukt alle landwijnen
7 61| verkopen, zodat de staat hem een aanzienlijke som schuldig
8 77| Ze keek naar hem op en zei: `Wilt u ook wat,
9 81| charmante reisgenote' of ze hem toestond mevrouw Loiseau
10 90| wurgen dan de rest! En ik zou hem afgemaakt hebben, die ene,
11 92| reken maar! Jullie hebben hem verraden, die man! Als we
12 1 | opgepoetste kleppet die hem deed lijken op een loopjongen
13 16| Iedereen stemde met hem in, ze smeekten haar, drongen
14 28| verstand van die boerin hem op de welvaart die zoveel
15 29| achttien ankers Bordeaux van hem voor het voorjaar, als de
16 38| zonder conducteur. Ze zochten hem vergeefs in de stallen,
17 38| besloten de mannen naar hem op zoek te gaan en vertrokken.
18 39| oude kerkrat antwoordde hem: `O, dat zijn geen kwaaie,
19 40| vinden. Ten slotte vonden ze hem in het dorpscafé, broederlijk
20 40| officier. De graaf riep hem: `Had u geen opdracht gekregen
21 47| weet ik niks van. Ga het hem maar vragen. Als ze mij
22 49| herbergier heeft me namens hem de opdracht gegeven.'~
23 53| had zelfs formeel verboden hem eerder te wekken, behalve
24 54| die gemachtigd was om met hem te praten over burgerlijke
25 58| spreken. De graaf stuurde hem zijn kaartje waaraan de
26 79| die omviel van de slaap, hem kwam halen. Ze vertrok dus
27 79| kregen dat ze niets uit hem konden krijgen, verklaarden
28 95| Vervolgens kwam het gesprek op hem, op zijn houding, op zijn
29 0 | menselijke aard wel kende, had hem er uitgegooid. Hij was van
30 6 | dat zij het in haar plaats hem minder zou weigeren dan
31 12| armen lieten inslapen en met hem zijn luitenant en de slagordes
32 23| Zijn besluiten, schreven Hem belang toe in zaken die
33 23| echt helemaal niets met Hem te maken hadden.~
34 31| redenering, met gevoel. Het lukte hem `mijnheer de graaf' te blijven,
35 41| boven hen aansprak, gaf hem dubbelzinnige raad die hij
36 48| tikte een wankele Loiseau hem plotseling op de buik en
37 53| Ik zeg jullie toch dat ik hem heb gezien.'~
38 88| onder de bank tegenover hem, zakte onderuit, deed zijn
|