Par.
1 3 | galmende stem, hadden het over krijgskunst en deden alsof
2 7 | geschrokken, stille verwachting over de stad gekomen. Veel dikbuikige
3 16| arrogant hun grote moordwapens over straat sleepten, niet erg
4 21| havenstad te bereiken door over land naar Dieppe te gaan,
5 57| wenkbrauwen die er een schaduw over wierpen en verder naar beneden
6 61| het op een bepaalde toon over geld, met weinig achting
7 61| duizend frank naar Engeland over te maken, een appeltje voor
8 68| frank voor een hammetje over had. Zijn vrouw maakte een
9 68| altijd te kwaad als het over verspild geld ging en zelfs
10 80| soort tafel door kranten over hun knieën uit te spreiden.~
11 87| Toen ze de Rubicon eenmaal over waren, vielen ze gewoon
12 88| Bréville en Carré-Lamadon, die over veel levenskunst beschikten,
13 89| Ze hadden het natuurlijk over de oorlog. Ze verhaalden
14 15| om een formaliteit die ze over het hoofd hebben gezien.'~
15 22| ogenblik haar mond. Ze had het over al haar indrukken bij de
16 54| was om met hem te praten over burgerlijke aangelegenheden.
17 56| de industrieel begonnen over politiek te praten. Ze hadden
18 56| te praten. Ze hadden het over de toekomst van Frankrijk.
19 78| waren handig te ondervragen over de in te zetten middelen
20 91| De dames hadden het over kleding, maar een zekere
21 96| vielen zelfs wat woorden over onbeduidende dingen, het
22 0 | eens temeer de boodschap over, maar hij kwam vrijwel direct
23 1 | vraag ik jullie, ze heeft over zich heen gehad wat ze maar
24 5 | bedekt, gaven ze zich volop over aan dat dubbelzinnig avontuur,
25 12| Eerst ging het gesprek vaag over toewijding. Er werden oude
26 13| bedekte termen gesproken over die Engelse van goeden huize
27 20| oudste van de zusters bevroeg over grote daden uit levens van
28 24| de hangende rozenkransen over de huizen van haar orde,
29 24| de huizen van haar orde, over haar moeder-overste, over
30 24| over haar moeder-overste, over zichzelf en over haar lieve
31 24| moeder-overste, over zichzelf en over haar lieve buurvrouw, de
32 31| ze zou bewijzen, had het over erkentelijkheid. Plotseling
33 44| goed vallende vergelijking over het einde van een overwintering
34 69| voelde ze zich verontwaardigd over al die buren en vernederd
35 84| ogen en rolden langzaam over haar wangen. Andere volgden,
36 88| onderuit, deed zijn armen over elkaar, lachte als een man
37 91| uren van de reis, dwars over de hobbels in de weg, in
|